zaterdag 29 december 2012

De macht van de meerderheid

Voor mij is de argumentatie om geen vlees te eten en vegetarisch te leven zo krachtig en logisch dat ik me dagelijks afvraag waarom in West-Europa nog steeds zo'n 98% van de mensen vlees eet. Over die argumentatie kan ik vele pagina's schrijven, maar als ik het in één zin moet samenvatten dan gaat het vooral om het vermijden van vermijdbaar leed.

Er zijn vele redenen waarom het voor de meeste mensen niet evident is om vlees te laten voor wat het is. Vlees is voor het overgrote deel van de populatie gewoon lekker. Het is een genot, en doorgaans moet een mens al een en ander aan discipline, aan eerlijkheid tegenover zichzelf, aan rationaliteit enzovoort willen bovenhalen om nee te kunnen zeggen tegen iets waar hij of zij dagelijks veel plezier aan beleeft.

Maar ik wil het even hebben over een andere reden, die zo evident is dat we ze vaak niet zien: de meeste mensen eten vlees omdat de meeste mensen vlees eten. Ik bedoel hiermee: we doen wat de meerderheid doet. Hoeveel omnivoren zouden vegetariër worden wanneer ze zich even, magischerwijze, in een situatie, plaats, land of tijd zouden bevinden waarin 98% van de mensen vegetariër is? Ik ga ervan uit dat de grote meerderheid van die twee procent omnivoren snel overstag zou gaan.

Niet overtuigd? Laat me je even overtuigen aan de hand van wat wetenschappelijk onderzoek. In bovenstaand gedachtenexperiment hadden we het over een verandering of aanpassing die steek houdt (richting ethischer, gezonder, duurzamer... Maar in onderzoek uitgevoerd door psychologen blijkt dat die macht van de meerderheid - een minder respectvolle term om hier te gebruiken zou "kuddegeest" zijn - ook geldt wanneer om aanpassingen gaat die absurd zijn. Het bekendste experiment hieromtrent is dat door de psycholoog Solomon Asch.

Asch stelde een eenvoudige vraag aan zijn onderzoekssubjecten: hij toonde een lijn op een blad papier, en vroeg welke van drie andere lijnen even lang was: A, B, of C. Zoals je in de afbeelding ziet, ging het niet over gezichtsbedrog.


De catch was dat Asch eerst een stuk of zes andere mensen, die mee in het complot zaten, fout liet antwoorden. Wat bleek? Zo'n 75% van de onderzoekssubjecten volgde de meerderheid en gaf zelf ook een duidelijk foutief antwoord. In de woorden van Asch zelf: "de neiging om te conformeren in onze samenleving is zo sterk dat intelligente en goedmenende jonge mensen bereid zijn om wit zwart te noemen." (Meer over het experiment onder andere hier)

We spreken in deze context ook over "pluralistic ignorance", een term die weinig aan de verbeelding overlaat.

Ik laat 't aan u om te zien waar er al dan niet parallellen zitten met het eten van dieren in onze samenleving.





zaterdag 24 november 2012

Chefs van de toekomst... en van het verleden

Vorige donderdag organiseerden EVA en Planètie Vie op de Horecabeurs in Flanders Expo de finale van de wedstrijd Chef van de Toekomst. Drie teams van drie verschillende hotelscholen (Koksijde, Mechelen, Deinze) mochten hun ingestuurde 100% plantaardige menu nu live klaarmaken, en een vijfkoppige expertenjury zou de winnaar kiezen.
Het waren de drie leerlingen van hotelschool Ter Duinen in Koksijde die met de hoofdprijs gingen lopen (een stage in sterrenrestaurant Chalêt de la Forêt) en de titel Chefs van de Toekomst mogen dragen.

Vandaag keek ik, een paar dagen nadat ze werd uitgezonden, even naar de bewuste uitzending van het Nederlandse programma De Wereld Draait Door, waarin twee koks (waaronder één Vlaming) een houtsnip klaarmaakten.

De aflevering veroorzaakte een storm van protest, want de houtsnip is een beschermde diersoort en het progamma zou volgens sommigen aanzetten tot illegale jacht. Bekijk, als je wil, het filmpje onderaan dit artikel.

Ik ga voorbij aan het feit dat de houtsnip beschermd is. Wat ik gewoon even wil aanhalen is het contrast tussen de frisse, kleurrijke groenten en andere plantaardige producten die tijdens de  Chef van de Toekomst-finale werden bereid en gepresenteerd, en de vrij wansmakelijke bedoening die dat TV-programma was. Je ziet hoe de vleugels van de dieren worden afgesneden, de veren worden verwijderd, ogen worden uitgeschept, de maag wordt verwijderd, enzovoort. En er wordt gesmuld van de hersentjes. De hele reportage wordt overgoten met een saus van haut-cuisine, gezelligheid en bon-vivant-zijn, alsof het allemaal zo geweldig beschaafd en hoogstaand is.

Ik kijk uit naar die toekomst, wanneer niemand naar zo'n programma en zo'n gewoonten zal kunnen terugkijken zonder een gevoel van verbazing en afschuw.

maandag 1 oktober 2012

Wereld veggie dag en deeltijds vegetariërs

Vandaag, 1 oktober, is het wereldveggiedag. Naar aanleiding van een persbericht van Delhaize verscheen hier en daar in de media dat de omzet van veggie producten vooral stijgt door de deeltijds of parttime vegetariërs.

Nog vaak heb ik de indruk dat het idee van deeltijds/parttime vegetarisme door vele veggies een beetje smalend wordt bekeken. Of meer zelfs: men spreekt van een interne tegenstelling. Parttime vegetarisme bestaat niet, zo luidt het argument, je bent vegetariër of niet, net zoals je zwanger bent of niet.

Dat klopt natuurlijk wel ergens, maar mijn bescheiden mening is dat zo’n discours meer kwaad doet dan goed. Wat momenteel aan het gebeuren is - eigenlijk veel te laat, maar goed - is dat het woord “vegetarisch” (als adjectief) eindelijk niet meer afschrikt, doordat het niet exclusief vereenzelvigd wordt met “vegetarisme” en “vegetariërs” (substantieven). Met andere woorden, vegetarisch (zoals in een “vegetarische maaltijd”, een “vegetarische dag”) wordt niet meer gezien als enkel iets voor vegetariërs of mensen die “aan vegetarisme doen”. Nee, vegetarische maaltijden producten zijn er nu voor iedereen.

Het verhaal wordt dus opengetrokken, en dat is geweldig. Wanneer mensen die doorgaans vlees/vis eten nu af en toe vegetarisch gaan eten, is dat uiteraard honderd procent toe te juichen. Het zijn mensen die “deeltijds aan vegetarisme doen” en dus deeltijds vegetariër zijn. Perfect ok wat mij betreft. Gelegenheidsvegetariërs zou je ze ook kunnen noemen (de etymologie van het woord flexitariër duidt voor mij eigenlijk op een vegetariër die zich af en toe flexibel opstelt, en dit woord vind ik in deze context dus minder geschikt, maar we zullen zien hoe het verder groeit en gebruikt wordt)

Het is bovendien inderdaad deze groep die vooral zorgt voor de groei in het aanbod van vegetarische producten, want in absolute cijfers zijn ze met meer dan de paar procent vegetariërs.

Voor mij gaat de (r)evolutie als volgt: doordat de deeltijds vegetariërs de vraag doen stijgen, stijgt ook het aanbod veggie producten en maaltijden en worden deze meer alomtegenwoordig, waarom meer en meer vegetariër-zijn makkelijker en makkelijker wordt. En zo evolueren we beetje bij beetje naar een plantaardige toekomst.

Laat ons daar vooral iedereen in meenemen en bij betrekken.

donderdag 20 september 2012

Melkslogans

Eergisteren verstuurde EVA een persbericht rond haar website www.melkmoetniet.be, mede in het kader van de huidige polemiek rond de consumptie van melk. De kern van de inhoud van die site is wat het webadres zegt: dat melk niet moet. Niet dat melk niet mag. We willen de consument duidelijk maken dat calcium en de andere nutriënten in zuivelproducten ook uit andere voedingsbronnen gehaald kunnen worden - net zoals een miljoenen mensen ter wereld dat doen (het grootste deel van de wereldbevolking is lactose-intolerant en kan melk niet verteren zonder vervelende nevenwerkingen).

In een bericht op VILT lezen we de reactie van VLAM daarop. VLAM is de organisatie die met steun van de Vlaamse overheid instaat voor de marketing van Vlaamse landbouw- en visserijproducten, en ze is verantwoordelijk voor de vlees- en melkspotjes op de VRT, die nog steeds worden uitgezonden als "mededeling van openbaar nut".

In het bericht laat VLAM het volgende weten: “Wij volgen de mediacommotie rond een aantal basisproducten van onze voeding nauwgezet op en betreuren het gebrek aan diepgang en wetenschappelijke nauwkeurigheid in de discussie en de berichtgeving. Een complex thema als voeding moet met meer objectiviteit benaderd worden. Polemische, oppervlakkige en eenzijdige berichtgeving brengt het publiek niets bij en draagt niet bij tot een gezondere levensstijl, integendeel."
Daar ben ik het helemaal mee eens. Met EVA's bijdrage aan het melkdebat willen we net voorbijgaan aan het sloganeske en het voor de hand liggende, en wat licht laten schijnen op een aantal andere, minder bekende aspecten van zuivelproductie en consumptie. Het pleidooi van VLAM voor degelijke berichtgeving is meteen een mooi argument om de bevolking niet te bombarderen met oppervlakkige en eenzijdige reclamespotjes rond melk of vlees. Volgens VLAM zijn deze gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en aanbevelingen. Maar als dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat wij zestig procent te veel producten uit de eiwitgroep eten (vlees, vis, eieren en een beetje vervangproducten) in vergelijking met die aanbevelingen, waar is dan de wetenschappelijke basis voor die spotjes? Waar is de wetenschappelijke basis om nog méér vlees aan te prijzen? Sloganesk dus, en niet meer dan marketing, laat ons wel wezen.

Met melk zou het iets anders kunnen liggen, aangezien de aanbevelingen voor melkconsumptie op het eerste gezicht niet lijken gevolgd te worden. Probleem is een beetje dat er eigenlijk helemaal geen aanbevelingen voor melk - het concrete product an sich - moeten zijn, wel voor calcium of eventueel andere nutriënten die, naast beweging, belangrijk zijn voor sterke botten. Melk moet niet, calcium (en magnesium, vitamine D, beweging...) wel. Grote onzekerheden zijn hier hoeveel calcium we precies nodig hebben (de aanbevelingen lopen nogal uiteen in verschillende landen) en of melk drinken uberhaupt beschermt tegen botbreuk.

Verder lezen we dat VLAM er niet over te spreken is dat melk verengd wordt tot een leverancier van calcium. Hoe ironisch, want dit komt van een organisatie en sector die al jarenlang bezig is met het omgekeerde: de calciumbronnen te verengen tot melk. VLAM zegt vandaag: "Met de campagne ‘Melk en je kan tegen een stootje’ willen we ons niet beperken tot botsterkte en botbreuken. Melk en andere zuivelproducten hebben veel meer in zich dan dat en dat mag best wat meer benadrukt worden”, luidt het. Dat klinkt me nogal opportunistisch in de oren: er wordt over andere troeven dan botsterkte en botbreuken gepraat, nu de claims voor het beschermende effect van melkconsumptie tegen botbreuken niet meer hardgemaakt kunnen worden. (zie een opsomming van een aantal grote studies).


Er zijn heel terecht punten te maken over melkconsumptie en zeker over de reclame die rond zuivel wordt gemaakt, en de implicatie van de gezondheidssector daarin. Jammer dat deze kritische punten, en de instanties die ze uiten, onmiddellijk beschuldigd worden van onwetenschappelijkheid en simplifiëring. Melk verdient een degelijk debat.

donderdag 13 september 2012

voor een duurzame voedingsdriehoek

Dit stuk verscheen in licht gewijzigde vorm in De Standaard van 12 sept 2012

Het is wat met die Voedselzandloper van Dr. Kris Verburgh. Voor gezondheidsinstanties en -experten die proberen om de bevolking gezonder te doen eten, moet het best vervelend zijn dat een boek dat nogal ingaat tegen de gangbare voedingsaanbevelingen, een bestseller wordt. De vrees voor nog meer verwarring onder consumenten is niet onterecht.

Onder de prominenten die al uitrukten om de auteur op de vingers te tikken hoorden we onder meer Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche in Reyers laat, en op radio 1 professor Theo Niewold van de KULeuven en professor Luc Van Gaal van de Universiteit Antwerpen. Daar distantieerde de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen zich gisteren unaniem van het boek. De gemoederen laaien hoog op. Van Gaal spreekt over “leugens en onwaarheden”, en beschrijft de Voedselzandloper als “potentieel gevaarlijk voor de volksgezondheid”. De auteur zelf spreekt van een “persoonlijke afrekening”.

Je zou op het eerste gezicht denken dat we blij moeten zijn dat er eens iemand in slaagt om de Vlaamse bevolking te doen lezen over gezonde voeding. Want je mag van De Voedselzandloper denken wat je wil, wie het gelezen heeft, weet dat het meer is dan een dieetboek. Met bijna honderdduizend verkochte exemplaren bereikt deze piepjonge arts wat weinigen hem voordeden. Zijn er hier dan niet een aantal opportuniteiten te vinden? Wie weet valt hier nog iets te leren over hoe we met complexe materie toch een groot publiek kunnen bereiken. Toch blijken de gevestigde waarden liever niets te verkiezen dan dat mensen zo’n “gevaarlijk boek” lezen.

Een debat over de voedingsdriehoek en de voedingsaanbevelingen, die tot stand komen binnen een veld dat in constante evolutie is, is nochtans gezond en relevant. Voor zo’n debat zijn diverse insteken mogelijk. Sta me toe om, nu we toch bezig zijn, even een andere knuppel in dit hoenderhok te gooien: in de hele discussie over wat de consument nu best zou eten, wordt - evenzeer door Kris Verburgh -  consistent voorbijgegaan aan een totaal ander, maar desalniettemin enorm belangrijk aspect van eten: duurzaamheid.

Ongeveer een derde van onze ecologische voetafdruk is toe te schrijven aan voeding. Onze voedselvoetafdruk is het resultaat van verschillende factoren: niet alleen waar ons eten vandaan komt, hoe het verpakt wordt, en of we met de auto of de fiets boodschappen doen zijn hierbij van belang, maar ook en vooral: welke voedingsproducten we precies eten. Zo kunnen onze pizza’s, onze groenten of onze hamburgers veel of weinig grond, water of energie vereisen. Of ze kunnen ontbossing in de hand werken, een invloed hebben op de klimaatverandering, enzovoort.

Als we voedingsaanbevelingen doen op bevolkingsniveau, is het vandaag erg belangrijk dat ook deze ecologische gevolgen mee in rekening worden gebracht. Het heeft immers weinig zin om een voedingspatroon aan te bevelen dat niet veralgemeenbaar is doordat het voorbij zou gaan aan de draagkracht van de aarde. We kunnen geen aanbevelingen doen die, wanneer ze succesvol zijn en door iedereen opgevolgd worden, leiden tot de uitputting van bepaalde natuurlijke hulpbronnen of grootschalige milieuverontreiniging. Dit betekent dat de aanbevolen hoeveelheden voor vooral dierlijke producten, zoals vlees, vis en zuivelproducten, lager zouden moeten, aangezien zij veruit de grootste ecologische impact hebben.

Een concreet voorbeeld: vaak wordt om gezondheidsredenen aangeraden om meer vis te eten. Een dergelijke raad, die zonder extra informatie de consumptie van pakweg zalm en tonijn zal verhogen, is echter vooral een recept om de overbevissing en de uitputting van de visbestanden te versnellen. Zoals de Britse professor Tim Lang (City University Londen), wereldautoriteit op het gebied van ecologische gezonde voeding, onlangs zei in Eos magazine:

“Moet ik veel vis eten? ‘Ja’, zeggen de diëtisten, ‘nee’, zeggen de mariene biologen. Het zijn vragen die we op bevolkingsniveau moeten proberen te beantwoorden. Ik kan best met een gerust geweten duurzaam gekweekte zalm eten. Maar als iedereen dat zou beginnen te doen, is die zo op. Hoe duurzaam is dat dan?”

Volgens Lang is een beter begrip van duurzame voeding essentieel als de overheid haar objectieven rond gezonde voeding wil bereiken. Dat moet leiden tot coherente boodschappen voor de consument, en een beter inzicht in wat moet veranderen aan de aanbodzijde.

De alarmerende resultaten op het gebied van onder meer overgewicht en diabetes tonen aan dat we de ideale manier van voorlichten en campagnevoeren over gezonde voeding nog niet hebben ontdekt. Op het gebied van duurzaamheid in de voedingsaanbevelingen staan we nog minder ver. Nog een geluk dat het precies in het verlagen van de consumptie van dierlijke producten is, dat duurzaamheid en gezondheid elkaar ontmoeten. Wat goed is voor ons lijf, is goed voor de planeet.

donderdag 30 augustus 2012

De toekomst is plantaardig. En bovenal lekker

(Onderstaande tekst verscheen in licht gewijzigde vorm in De Standaard opinie op 30 aug 2012)

Vlees eten heeft geen toekomst, kopte De Standaard woensdag. Aanleiding was een rapport uitgebracht door het Internationaal Waterinstituut in Stockholm. Volgens onderzoekers zal er, kort gesteld, maar voldoende water zijn als de hele wereld grotendeels vegetariër wordt. Iedere wereldburger vegetariër rond 2050? was dan ook de titel van een soortgelijk artikel in de Volkskrant.

Een toekomst zonder vlees: voor de meeste mensen is het een schrikbeeld. Ik was twaalf toen ik me realiseerde dat ik eigenlijk beter geen vlees zou eten, maar tussen droom en daad stonden veel praktische bezwaren in de weg. En ribbetjes. En steak au poivres. Uiteindelijk was het pas tien jaar later dat ik die heerlijkheden definitief vaarwel zei. Wat me tegenhield was vooral de vrees voor minder. Minder lekker, in de eerste plaats. Ik wist waarom ik het moest doen, maar ik was bang iets te verliezen waar ik al mijn hele leven intens van genoot.

Dat geldt, denk ik, voor de meeste mensen. Het appèl, vanuit erg gezaghebbende onderzoekers en instanties, om minder dierlijke producten te consumeren, klinkt alsmaar luider en dringender. Leg je alle argumenten bij elkaar, dan kom je tot een redelijk spectaculair plaatje:

Water sparen en de honger in de wereld tegengaan?
Eet minder vlees.

De obesitasepidemie helpen indijken?
Eet minder vlees.
De klimaatverandering tegengaan?
Eet minder vlees.
De intensieve veeteelt een halt toeroepen?
Eet minder vlees.
Zorgen dat er nog een Amazonewoud is voor onze achterkleinkinderen?
Eet minder vlees.
De gezondheidsuitgaven van de overheid beperken?
Eet minder vlees.


Wat een geweldig probleem is die vleesconsumptie toch, als ze zoveel oplossingen in zich draagt.

Desondanks... blijft vlees zo lekker, makkelijk, goedkoop en alomtegenwoordig. We leven vooralsnog in een carnivore cultuur. Vlees is de standaardoptie. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor vele mensen geen complete maaltijd. De veggie schappen in de supermarkten zijn nog te klein, en gezondere en meer duurzame producten zijn ook vaak duurder. Op elke straathoek worden we verleid door spotgoedkope worsten en gebraden kippen. Vlees minderen of vermijden is nog altijd stroomopwaarts roeien. Dat moet veranderen.

Wat houdt ons tegen? Dezelfde dingen die ons tegenhouden om andere grote uitdagingen zoals de klimaatverandering aan te pakken: gevestigde belangen, inertie, twijfel(zaaiers), een gebrek aan investeringen en politieke moed. Het is een situatie die om actie vraagt van alle stakeholders. We kunnen er niet om heen dat er zoals altijd een paar verliezers zullen zijn. Maar er valt vooral veel te winnen. Voor alle betrokken partijen zijn er immers geweldige kansen. Een paar voorbeelden.

Aan de productiekant: in de VS hebben de verstrekkers van risicokapitaal (de venture capitalists) het vleesprobleem én de navenante opportuniteiten ontdekt. Mensen zoals Biz Stone, de oprichter van Twitter, investeren er in onderzoek naar en ontwikkeling van de ideale vleesvervanger: een product dat qua smaak niet te onderscheiden valt van vlees, maar duurzamer, gezonder, diervriendelijker en goedkoper is. Aangezien mensen vooral op zoek zijn naar een bepaalde smaak en textuur, en er niet per se op staan om vlees van dieren te eten, is het maar een kwestie van tijd voor dergelijke producten massale afname vinden. Er zal goud te rapen vallen.

Aan de kant van de overheid: nieuwe lokale besturen die van start gaan na de gemeenteraadsverkiezingen in oktober hebben de kans om in hun gemeente of stad aandacht te schenken aan vleesvermindering. Zo stimuleren onder meer de steden Gent, Brussel, Mechelen en Sint-Niklaas al Donderdag Veggiedag. Zowel zij die bevoegd zijn voor gezondheid als voor duurzaamheid kunnen ermee aan de slag. Op federaal niveau kunnen op termijn enorme bedragen bespaard worden, zowel inzake gezondheids- als milieukosten.

Ook de consument slaat twee vliegen in één klap: de gezondheid van de planeet en die van ons lichaam gaan hand in hand. En op de koop toe gaat er een wereld aan nieuwe smaken, ingrediënten en producten voor hem open.

Over de dieren, die vandaag met zestig miljard per jaar veruit de grootste groep stakeholders vormen in dit verhaal, hebben we het dan nog niet eens gehad.

Een geleidelijke, ondersteunde evolutie naar een wereld zonder vlees: het is een win-win-win-win-win-win.

Ondertussen komt er al zo’n jaar of vijftien geen vlees of vis meer op mijn bord. Ik eet er niet minder smakelijk om, integendeel. Vanavond staat een heerlijke lasagne met geroosterde pompoen op het menu - met een eikgerijpte Chardonnay. Vlees eten heeft inderdaad geen toekomst, maar gezond en duurzaam eten wel. Die toekomst is plantaardig. En vooral lekker.

Tobias Leenaert

Op 6 oktober gaat op de veggiebeurs Veggielicious in Gent een debat door over de toekomst van ons vlees (www.veggielicious.be)

maandag 13 augustus 2012

Kobe Desramaults en de veggie focus

Wie de wereld een tikkeltje beter wil maken, moet constant keuzes maken in waar hij de focus op legt. Je ziet de hele tijd hoe die wereld niet beantwoordt aan je ideaal, maar terzelfder tijd zie je ook inspanningen in de goede richting. Bij zo'n kleine stapjes zijn er dan in mij altijd twee stemmen die vechten: de stem die wil aanmoedigen, en de stem die wil aantonen hoe inconsequent en onvoldoende dat stapje wel is.

Een concreet voorbeeld. Deze zaterdag stond in De Standaard Weekblad een dubbelinterview met acteur Johan Heldenbergh en jong kooktalent Kobe Desramaults. Het stuk ging voor een groot deel over koken en eten. De kok laat zich op een bepaald moment ontvallen dat hij geen paardenvlees eet, uit principe. Elders vraagt de acteur aan de kok: "Ben je vegetariër?" De kok antwoordt:

"Nee, maar mijn vriendin wel, sinds kort. Daardoor eet ik zelf ook minder vlees. En in het restaurant probeer ik gaandeweg minder jonge dieren te gebruiken. Dieren pas opeten nadat ze een mooi leven hebben gehad. We kopen alleen nog rundvlees van koeien die eerst als melkkoe hebben gediend, en we experimenteren nu om de specialiteit van duif met oude duiven te bereiden." (Waarop Heldenbergh antwoordt: "Ik denk dat onze kinderen allemaal vegetariër zullen worden. Het is ecologisch niet meer houdbaar, al dat vlees.").

Duizend argumenten flitsen op dat moment door mijn brein. Is het dan ok om oude dieren te doden voor smaak? En hoe oud moet een dier zijn eer we vinden dat 't een mooi leven heeft gehad? Wat is uberhaupt een mooi leven? Is het niet moeilijk om met dit bewustzijn een min of meer klassiek (i.e. niet vegetarisch) restaurant open te houden? Waarom niet meteen de lijn doortrekken? Heeft zijn vriendin hem dat niet uitgelegd. Enzvoorts, enzovoorts.
Redenen genoeg, volgens het ene stemmetje, om de brave man van inconsistentie en erger te beschuldigen dus.

Maar evenzoveel redenen om blij te zijn, om hem aan te moedigen, zoals de andere stem zegt. Redenen om te denken dat dat al heel mooie stappen zijn. Zeker voor een chef die wellicht een klassieke koksopleiding heeft gehad waar plantaardig koken niet aan bod kwam. En altijd is er de gedachte dat ik er destijds zelf  tien jaar heb over gedaan om vegetariër te worden. (En ten slotte, terwijl ik denk en schrijf: opletten om niet paternalistisch en ik-ben-er-al-en-jij-nog-niet over te komen.)

Ik ben geen optimist van nature denk ik. Maar ik geloof dat optimisme een morele plicht is. En dat mensen aanmoedigen en bedanken om de stappen die ze zetten, de beste resultaten geeft voor iedereen.

Ik kijk even op het menu van In de Wulf, Kobe Desramaults restaurant, en ik zie wel wat veggie opties tussen het aanbod. Onderaan staat: "heeft u speciale wensen, allergie, vegetarisch..." Laat het ons weten. Dat zal ik es doen, bij gelegenheid.

zaterdag 11 augustus 2012

Groot geld en de ideale vleesvervanger

In juni was ik op vakantie in de Verenigde Staten. Er bestaan heel veel clichés over dat land. Die zijn vaak terecht, maar vaak ook niet. De VS zijn een land van extremen, en op vele gebieden vind je daar telkens de twee uitersten: extreme lelijkheid, extreme schoonheid; heel erg conservatieve mensen, maar ook een grote groep progressieven en zeer toegewijde activisten; een slechte sociale zekerheid maar (deels daardoor) veel mensen die grote bedragen doneren aan goede doelen; een hamburgercultuur maar ook fantastisch degelijk eten, en voor veggies en vegans een Walhalla - of toch in de grotere steden.

Over de VS op culinair gebied schrijf ik een artikel in volgend EVA Magazine, maar hier wou ik het even hebben over iets anders: die heel typisch Amerikaanse kaste van venture capitalists heeft het vleesprobleem ontdekt. Venture capitalists zijn risicokapitaalverstrekkers die investeren in opstartende bedrijven, uiteraard in de hoop er vele malen hun geld uit te halen. Ze hebben dus vooral financiële motieven, maar dat op zich toont aan dat deze zakenmensen profijt zien in de markt van vleesalternatieven, en dat is een goed teken (los daarvan is ook het sociale aspect vaak een belangrijke troef of zelfs selectiecriterium voor dergelijke ondernemers). 

Mede dankzij "seed money" van deze mensen is de ontwikkeling van een nieuwe generatie vleesvervangers (en vervangers van andere dierlijke producten) in een stroomversnelling gekomen tijdens de laatste jaren. Mensen die vragen hebben bij de wenselijkheid of noodzaak van nog meer vleesvervangers verwijs ik even naar een paar van mijn vorige posts: Inzetten op vleesvervangers en Vleesvervangers: voor of tegen. Hier beperk ik me tot een aantal interessante voorbeelden, om te tonen wat er vandaag zoal beweegt en leeft.

Beyond meat is een startup die gesteund wordt door onder andere Twitter-oprichter Biz Stone (zelf een vegan). De Beyond Meat kipvervanger was bij de primeur in een aantal van de geweldige Whole Foods supermarkten blijkbaar meteen uitverkocht. Mark Bittman, culinair columnist voor de New York Times, was ook al zeer lovend over dit product.
Pat Brown, een bekende en geniale vegan bioloog neemt sinds enige tijd een break van zijn job aan Stanford University om nieuwe vleesalternatieven te ontwikkelen. Ook zijn project wordt gesteund door een aantal investeerders.
En dan is er nog het onderzoek naar de ontwikkeling van labovlees door Mark Post in Nederland en het 3D-printen van vlees door Gaber en Andras Forgacs in de VS (zie TED talk en dit artikel), en het bedrijf New Harvest (zie ook dit interview). Een mooi overzicht van de stand van zaken vind je in Fake meat: is science fiction on the verge of becoming fact?

Ook in de zoektocht naar alternatieven voor eieren wordt geld gestopt: Beyondeggs gaat op zoek naar de ultieme ei-vervanger voor gebruik in industriële producten en kreeg daarvoor alvast twee miljoen euro van Khosla ventures (Vinod Khosla is een andere bekende VC, en ook hij investeerde in een veg startup, voorlopig genaamd Meat 2.0.)

Duidelijk is dat er vandaag rijke én intelligente mensen (onder meer ook Bill Gates) op zoek zijn naar een oplossing voor het vleesprobleem en naar de ideale vleesvervanger. Dat voorspelt veel goeds. Want zoals de Vegetarische Slager net schreef: alleen lekker kan dieren bevrijden uit de voedselketen.


Update: in augustus 2013 werd duidelijk dat de geldschieter achter de eerste kweekvleesburger van Mark Post niemand anders was dan Google Brein Sergey Brinn.



zondag 29 juli 2012

In het jaar 2300...

Af en toe een gedachtenexperiment moet kunnen. Hoe (on)realistisch vind je dit scenario? Let me know.

Een gesprek tussen een twaalfjarig meisje en haar vader, in het jaar 2300...

- Pap, ik las vanmorgen in een boek dat mensen vroeger dieren opaten! Is dat echt?
- Ja, dat klopt. Tot ongeveer het einde van de 21ste eeuw aten mensen dieren.
- Dus dat is echt? En mocht dat gewoon zomaar? En hoe vaak gebeurde het?
- Ongeveer iedereen deed dat. Elke dag. Toch zeker tot zeg maar 2050. Dat was heel gewoon. Mensen die het niet deden werden zelfs gezien als abnormaal.
- Maar hoe kon het nu normaal zijn om dieren te eten? Iedereen weet toch dat je dieren niet zomaar doodt?
- Ja, zo denken wij er nu wel over, maar de mensen vonden dat toen nog niet.
- Mocht je dan zomaar alles doen met dieren wat je wou?
- Hmmnee, eigenlijk niet. Je kon toen ook geen dieren zomaar slaan of mishandelen ofzo. En mensen zagen ook wel graag dieren. Vooral katten en honden, en wilde dieren.
- Maar toch aten ze ze?
- Ja, maar niet die dieren. Ze aten vooral koeien, kippen en varkens. En ook wel konijnen, eenden... Soms paarden.
- Maar er is toch geen verschil tussen die dieren en honden of katten?
- Nee, maar iedereen was het zo gewoon. Men dacht er niet bij na. Die dieren waren om op te eten. Mensen vonden ze lekker.
- En ze lekker vinden was een goede reden om ze te doden en op te eten?
- Toen blijkbaar wel, ja.
- Of aten ze misschien dieren wanneer ze al dood waren?
- Nee, dieren werden speciaal gekweekt om op te eten, en gedood zodra ze volgroeid waren, op jonge leeftijd.
- Hadden ze dan geen ander eten?
- Wel, vele onderzoekers hebben proberen verklaren wat er toen gebeurde, en waarom mensen zoveel dieren aten, terwijl ze blijkbaar wel wisten dat dat nergens voor nodig was, en dat dieren gevoelige wezens zijn. Maar er is eigenlijk geen goed antwoord gevonden. Er was in elk geval ander voedsel genoeg. De mensen die geen dieren aten werden vegetariërs genoemd. Voedsel dat niet van dierlijke oorsprong was, werd apart geplaatst of gemarkeerd in de winkels. Er bestaan ook heel veel zogenaamde “vegetarische kookboeken” uit die tijd. Dus ja, er waren duidelijk opties genoeg. En toch waren die vegetariërs maar met heel weinig, tot midden de 21ste eeuw of zo.
- En... wie moest die dieren dan doden?
- Dat gebeurde in eh... slachthuizen. Plaatsen waar per dag duizenden en duizenden dieren gedood werden. Er waren mensen die slachter waren van beroep. Een gevaarlijke job trouwens. En niet goed voor de geestelijke gezondheid, natuurlijk. Maar dat heeft men pas later ingezien.
- Wat heeft er dan voor gezorgd dat mensen ophielden met dieren eten?
- Verschillende dingen samen. Het was enerzijds een lange evolutie, die al begon in de tweede helft van de 20ste eeuw. Er groeide meer en meer bewustzijn over het feit dat vlees eten deel was van een grote vicieuze cirkel: al die dieren grootbrengen vroeg veel van onze planeet: water, grond, mest, afval... Dieren doden was niet goed voor de gezondheid van de mensen die ervoor verantwoordelijk waren. Dieren eten bleek uiteindelijk ook heel slecht voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen. Men zag het als minder en minder verantwoord. Maar dat was allemaal niet genoeg. De stroomversnelling is er gekomen door de ontwikkeling van andere voedingsproducten - een beetje wat we nu eten, maar toen nog minder lekker en gezond, en ook door twee wereldwijde epidemies in de jaren 2040, die hun oorsprong hadden in veeteelt. Vanaf toen is de vleesconsumptie erg snel gaan zakken, en tegen het einde van de eeuw werd er nergens nog vlees gegeten.
- Dat heeft allemaal wel lang geduurd!
- Wel, je moet weten dat we tienduizenden jaren dieren gegeten hebben, en dat het vlees van dieren voor onze verre voorouders erg waardevol was. Later werd dieren eten echter zowel overbodig als onverzoenbaar met onze morele waarden, maar het duurde even eer men dat laatste doorhad. Mensen bleven verwijzen naar het feit dat we altijd al dieren gegeten hadden, dat we dat moesten doen voor de gezondheid. Ze waren eigenlijk helemaal blind voor het feit dat dat enorm botste met onze ideeën over wat goed en fair was om te doen. Ze konden zich wellicht ook helemaal niet voorstellen dat er ooit een andere tijd zou komen, waarin we hun gedrag nog moeilijk zouden kunnen begrijpen. Wellicht doen wij ook vandaag nog dingen die we in de toekomst niet ok zullen vinden. Dat is evolutie. De maatschappij verandert.
- In de goede richting.
- Daar ben ik van overtuigd ja. Maar het gaat niet vanzelf.

dinsdag 17 juli 2012

De laatste legbatterij

Zoals in vele landen zaten tot voor kort ook in België de meeste legkippen in batterijkooien. Die zijn eindelijk, definitief en effectief verboden (wegens niet diervriendelijk) vanaf eind juli 2012 (na een lange overgangs- en gedoogperiode). De overstap naar nieuwe systemen (zoals verrijkte kooien, scharrelstallen of stallen met vrije uitloop) vereist extra investeringen van de kippenboer, en niet iedereen is bereid die te doen. Dergelijke mensen houden er dan gewoon mee op. Maar wat met de kippen? Hun eieren moeten na 1 augustus gewoon vernietigd worden, dus er is geen reden om hen te houden. De boer moet er dan massaal vanaf...

Vorige zaterdagnamiddag reden we naar vermoedelijk een van de laatste legbatterijen in België, voor een soort “opruimactie”. Solden zijn het hier echter niet: terwijl zo’n afgedankte kippen in het slachthuis 10 eurocent per dier opbrengen, worden ze hier bij wijze van spreken tegen woekerprijzen verkocht: mensen die kippen willen opvangen moeten tot anderhalve euro betalen - nog steeds niet veel voor een dierenleven, maar zo’n 1500% meer dan wat ze commercieel waard zijn dus.
Reddingsacties zoals deze, die spontaan op touw gezet worden wanneer een legbatterij de deuren definitief zal sluiten, bewijzen dat er voldoende mensen zijn die een hart hebben voor deze erbarmelijke schepseltjes. Hoewel... Tot onze verbazing was niet iedereen daar in de rij aan het wachten met dezelfde bedoelingen. Twee vrouwen waren aan het bespreken hoe kip het best klaargemaakt wordt. En blijkbaar waren ook restaurateurs van de partij om goedkoop vlees op de kop te tikken. Ook amusementsparken met roofdieren zoals krokodillen weten de legbatterijen te vinden om de magen van hun publiekstrekkers te vullen.

Gelukkig hebben de meeste mensen in de rij voor zover we kunnen zien en horen wel kipvriendelijke bedoelingen. Wanneer de eerste dieren in bakken de batterij uitgedragen worden, is het even schrikken. Iedereen weet dat een batterijkip niet makkelijk een schoonheidswedstrijd zal winnen, maar deze dieren zijn er nog erger aan toe dan verwacht. In de batterijen veranderen gezonde hennen van 4,5 maand oud op nog geen negen maanden tijd in kale scharminkels met een gezwollen buik en bloedarmoede. Niet alle dieren overleven trouwens die negen maand, en zelfs in scharrelkippenbedrijven rekent men op een uitval van vijftien procent. Wanneer af en toe een kip opduikt met opvallend veel pluimen is dat omdat de meeste van haar celgenootjes vrij vroeg gestorven zijn en zij op die manier meer plaats kreeg. Ook de vele antibiotica die de kippen via het voer toegediend krijgen, dragen ertoe bij dat ze de abominabele omstandigheden toch lang genoeg kunnen uitzitten. Het plotse wegvallen ervan zal sommigen misschien fataal worden. Voor de dieren die overleven zal het een paar maanden duren voor ze er weer als ‘echte’ kippen uitzien en het zal nog langer duren eer ze vertrouwen krijgen in mensen en niet meer gaan opvliegen en krijsen wanneer mensen in de buurt zijn. Maar met goede voeding, echt zonlicht, een zandbadje en een beetje aandacht is er veel kans dat het uiteindelijk goedkomt.

Het wachten in de rij duurt ons iets te lang en we besluiten dus mee te helpen om de kratten naar buiten te dragen. Op die manier kunnen we de batterij eens met onze eigen ogen zien. En meteen vraag je je af hoe mensen zoiets konden uitvinden en hoe dit kan bestaan. Het antwoord moet zijn: vooral doordat dergelijke toestanden voor de meeste mensen onzichtbaar zijn. Want bij de aanblik van deze donkere stallen met hun duizenden ellendige bewoners zegt ieder weldenkend mens: nee, dit gaat te ver. De piepkleine kooien vormen eindeloze rijen in verschillende etages. De hennen kunnen er nauwelijks in bewegen en staan er continu op draadgaas. Opdat ze nog meer eieren zouden leggen, wordt hun dag en nachtritme gemanipuleerd met kunstlicht.
Gelukkig dat dit verbod er is. Niet enkel voor de kippen: ook voor ons mensen. De legbatterij is een systeem beneden onze waardigheid. Als we in de toekomst foto’s zullen zien, zullen we ons afvragen hoe wie ze in hemelsnaam ooit goedkeurde.

Wanneer we aan de beurt zijn en moeten zeggen hoeveel kippen met ons meegaan, valt onze blik op de dieren die nog in de kooien zitten in het begin van de stal. Deze zullen niet aan de beurt komen vandaag en eindigen hoogstwaarschijnlijk in het slachthuis. Er zijn er eenvoudigweg te veel.
Alles moet snel gaan en de dieren worden ruwweg in kratten en dozen gepropt. We hopen dat er geen zijn die breuken oplopen, en laten ze in de auto uit de dozen - ze zaten te dicht op elkaar gepakt en er was kans dat sommigen zelfs de autorit niet zouden overleven. 36 leghennen in onze auto zorgen voor een minder aangename geur, maar dat is maar een klein ongemak.

Na een behandeling tegen parasieten en het knippen van de nageltjes mogen de dieren thuis hun eerste pasjes zetten. Alles is nieuw en de schriele zombies beginnen vrij snel stuk voor stuk te ontwaken en te ontdekken hoe de wereld echt is. Een beetje scharrelen in de aarde, met de bek op verkenning gaan, stro oppikken voor een nest, allemaal dingen die ze nooit eerder gedaan hebben. 
De volgende morgen horen we ze gezellig kakelen. Zijn ze plannen aan het maken voor hun nieuwe leven?
Bekijk meer foto's

vrijdag 13 juli 2012

Superkoks en de gezondheid van de Vlaming

De Vlaming is de laatste tien jaar Bourgondischer gaan leven, zo stond gisteren in De Standaard. Meer mensen dan vroeger gaan akkoord met de stelling “ik eet wat ik graag eet, zonder me zorgen te maken over de gezondheid ervan.” Zoals gesignaleerd in het artikel: dit is een merkwaardig resultaat, want vele onderzoekers en beleidsmakers, alsook de publieke opinie, gaan ervan uit dat we net gezonder eten dan vroeger.

Wim Verbeke van de Universiteit Gent geeft drie mogelijke verklaringen: de crisissen in de vleessector (die de resultaten bij de eerste peiling in 2001 negatief beïnvloedden); het moe worden van gezondheidsboodschappen; en tenslotte het idee dat er niet noodzakelijk een tegenstelling is tussen gezond en lekker.

Ondertussen werd door verschillende commentatoren al de nodige korrel zout (!) toegevoegd aan de onderzoeksresultaten - je kan die conclusie, zo zeggen ze, niet zomaar afleiden uit slechts één nogal suggestief gestelde vraag. Nochtans zouden we ook ergens helemaal niet verbaasd moeten zijn als de Vlaming de afgelopen jaren werkelijk nog meer culinaire bonvivant is geworden. Want een belangrijke factor werd vergeten bij bovenstaande mogelijke verklaringen: wat met de kookhype? De Bekende Koks zijn vandaag supersterren. Ze zijn niet van het scherm weg te branden en zijn het gouden kalf van menige uitgeverij. Het zijn de mensen die hun volk leren koken (en eten). En zo hebben ze ongetwijfeld véél meer invloed op het eetpatroon van de gemiddelde Vlaming dan alle gezondheidsboodschappen, sensibiliseringscampagnes, dokters en diëtisten samen. En terwijl er niets verkeerds is met de geneugten van lekker eten en het aanbevelenswaard is dat we met zijn allen vaker en langer de keuken induiken en dichter bij onze voeding komen te staan, kunnen we niet bepaald zeggen dat er veel nadruk ligt op gezond eten in de recepten van deze superchefs. We herinneren ons levendig hoe Jeroen Meus onlangs via youtube nog op zijn blote poep kreeg wegens zwaar botergebruik. Als zelfs een oma het zegt...

Lekker is vooralsnog vaker synoniem met ongezond. Anders leden niet 1 op 2 Belgen aan overgewicht, en zouden de cijfers voor kanker, hart- en vaatziekten en diabetes ongetwijfeld een stuk lager liggen. En met die cijfers, de kosten van de publieke gezondheidszorg.

Bij deze dus deze nederige vraag aan de kookgoden, die sowieso nog een tijdje belangrijke beleidsbeïnvloeders en succesvolle marketeers van lekker eten zullen blijven: kunnen zij misschien een beetje rekening houden met de gezondheid van de Vlaming (en met die van onze planeet, terwijl we dan toch bezig zijn)? Wie is immers beter geplaatst om, vanuit de praktijk van de potten en de pannen en de geslepen messen, aan te tonen dat lekker en gezond écht kunnen samengaan?

donderdag 31 mei 2012

Wereldmelkdag: melk moet NIET

Op wereldmelkdag wordt gewoontegetrouw nog eens gehamerd op het belang van het witte goedje voor ons lichaam. We kunnen er maar niet genoeg van drinken, van die godendrank! Melk moet, zo denken de meeste mensen nog altijd. Alleen jammer dat, geloof het of niet, de bewijzen voor die uitspraak zoek zijn.


Ongetwijfeld bevatten melk en afgeleide zuivelproducten een aantal nuttige voedingsstoffen, maar noodzakelijk zijn ze zeker niet. In de loop van de afgelopen decennia zijn we gaan geloven - vooral door uitstekende marketingcampagnes - dat melk en calcium synoniem zijn. Geen duidelijker voorbeeld dan wat we vinden op de site van NICE vzw: men spreekt er voorwaar over “drie glazen calcium per dag”.

De redenering die we horen is de volgende: calcium is erg belangrijk voor stevige botten; melk bevat veel calcium; dus als we gezonde botten willen, moeten we veel melk drinken. Volwassenen zouden 900 milligram calcium per dag moeten binnenkrijgen, en daarvoor dagelijks zo’n drie à vier glazen melk per dag moeten drinken (of veel zuivelproducten eten).

“Elke dag drie glazen magere of halfvolle melk en een plakje magere kaas, het màg! Nee, het moét!* (*volgens de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek, het Vlaams voedingsvoorlichtingsmodel gerealiseerd door het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie”).
Dat lezen we in de Brochure Zuivel zit je als Gegoten, van het NICE (Voedingsinformatiecentrum). Het is maar een van de vele voorbeelden van hoe gezondheidsorganisaties ons willen duidelijk maken dat melk echt moet. Vele mensen zijn, dankzij eindeloze herhaling, zo overtuigd geraakt van deze boodschap, dat ze moeilijk iets anders kunnen geloven. Het enige wat we hier willen doen, is aantonen dat er ook heel wat gezagsvolle bronnen zijn die er helemaal anders over denken.
  • Over de aanbeveling om drie glazen melk per dag te drinken zegt de befaamde Harvard School of Public Health dat deze voorbijgaat aan het gebrek aan bewijs voor een link tussen zuivelconsumptie en de preventie van osteoporose. Ze gaat ook voorbij aan het mogelijk verhoogde risico op eierstokkanker en prostaatkanker dat geassocieerd wordt met zuivelproducten1.
     
  • Een recente grote meta-analyse (een studie van studies) vond geen algemeen verband tussen melkconsumptie en heupbreuk in vrouwen2.
     
  • Een andere meta-analyse besluit dat “er geen significant verband is tussen calciuminname en het risico op heupbreuk bij mannen of vrouwen.”3
     
  • En tenslotte: er bestaat zoiets als de calciumparadox: in landen waar de calciuminname het hoogst is, komen heupbreuken het meeste voor. Geen reden om te concluderen dat zuivel osteoporose veroorzaakt, maar alleszins een aanwijzing dat veel zuivel drinken op zich geen garantie biedt tegen osteoporose.4

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maar alvast te onthouden: dat veel zuivel consumeren je beschermt tegen botbreuken is niet onomstotelijk bewezen.

Voor sterke botten heb je veel meer nodig dan extra calcium. Meer nog, volgens sommige wetenschappers is de nadruk op calcium en zuivel in de strijd tegen osteoporose misplaatst, omdat ze teveel aandacht wegneemt van andere belangrijke factoren.

Veel meer info vind je op www.melkmoetniet.be
  • 1.www.hsph.harvard.edu/nutritionsource/what-should-you-eat/pyramid-full-story/index.html
  • 2.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/jbmr.279/abstract
  • 3.www.ajcn.org/content/86/6/1780.full.pdf
  • 4.www.who.int/dietphysicalactivity/publications/trs916/en/gsfao_osteo.pdf - p 131.

zondag 20 mei 2012

Zeg me niet wat ik moet eten!

Mensen vinden het niet leuk wanneer hen gezegd wordt wat ze moeten doen. Dat gaat ook op wat voeding betreft. Overheden of organisaties moeten ons niet komen vertellen wat we wel of niet mogen eten, hoe we 't moeten klaarmaken, en hoeveel we er precies van op ons bord mogen leggen. We zullen dat allemaal zelf wel beslissen, danku!

Zo denkt het grote publiek erover. Maar vrije keuze is natuurlijk een illusie, vooral op het gebied van voedingskeuzes. Wat mensen eten wordt erg bepaald door het landbouw- en economisch stelsel van een land, door cultuur en traditie, door wat onze ouders eten of aten, en vooral door commerciële belangen, die ons continu bekogelen met reclame.

Ter illustratie zie je hieronder een grafiek van de website www.countinganimals.com. Hij toont het reclamebudget van verschillende grote voedingsbedrijven in de VS, vergeleken met organisaties die zich bezighouden met de belangen van dieren (linksonder). Interessant zou ook zijn om de cijfers te vergelijken met wat de overheid uitgeeft aan sensibilisering rond gezond eten.





donderdag 10 mei 2012

Belgisch witblauw: discussiëren over (wan)smaak


Of Herwig van Hove in het VRT programma Reyers Laat een punt had toen hij zei dat het Belgisch witblauw rundvlees nergens naar smaakt, kan ik niet beoordelen. Het moet ondertussen zo’n vijftien jaar geleden zijn dat ik mijn laatste biefstuk at. Wat ik wel weet is dat na een klacht van de Boerenbond tegen de VRT, Piet Vanthemsche in VOLT datzelfde vlees prompt mag komen verdedigen. Hij kon het immers niet hebben - aldus VILT - dat de VRT “de mening van Herwig Van Hove verkoopt als professionele duiding”.

Nooit gedacht dat ik het ooit zou zeggen, maar ik had voorwaar enige sympathie voor Herwig Van Hove. Niet dat hij de loftrompet afstak over vegetarisch eten, maar hij plaatste toch wel een aantal kritische kanttekeningen bij het Belgisch witblauw. Maar lang niet genoeg. Moet ik nu ook een klacht indienen bij de VRT wegens onvolledige informatie?
Piet Vanthemsche en chef Guy Vancauteren die een potje discussiëren over de vraag of er nu wel of geen smaak zit in Belgisch witblauw: voor een vegetariër is dat een vrij ongerijmd tafereel. Vooral in dit geval, omdat Belgisch witblauw eigenlijk best wel een wansmakelijk gegeven is op zich. Witblauw runderen lijden onder hun eigen onnatuurlijke lichaam. Door de enorme afmetingen van de dieren worden vitale organen niet optimaal ontwikkeld, met als resultaat mogelijke hart- en ademhalingsproblemen. Onze nationale trots lijdt ook aan gewrichts- en botproblemen en heeft moeite met lopen. De dieren zijn ook zeer kwetsbaar voor bepaalde vitaminetekorten, die acuut hartfalen tot gevolg kunnen hebben. Dat het verplichte gebruik van keizersneden hun economische levensduur verkort (zeven keizersneden blijkt zowat het maximum) is niet echt een probleem, want deze dieren worden meestal toch geslacht na twee of drie keer kalveren.

Zweden heeft er alles aan gedaan om de Belgische witblauw runderen te weren om dierenwelzijnsredenen. Een dierenbeschermingswet uit 1988 verbiedt immers om landbouwdieren “voort te brengen met een erfelijk gebrek, met een defect of met een andere eigenschap waardoor de dieren nodeloos lijden of waardoor hun natuurlijk gedrag negatief wordt beïnvloed.”
Bij toetreding tot de Europese Unie kon het land jammer genoeg niet anders dan de Belgische trots het land binnenlaten. (Lees overigens even welke horror zich op TV afspeelde toen men ter promotie live de geboorte van een witblauw kalf uitzond)
Zie ook een vorige post

woensdag 9 mei 2012

Lekker niet met uitsterven bedreigd!

De Universiteit Antwerpen kondigde aan dat ze stopt met het serveren van tonijn. Dergelijke stapjes, ook al zijn het hele kleintjes, zijn een klein applaus waard want ze zijn zeldzaam. Proficiat dus aan de Universiteit Antwerpen.

Ondertussen achtte FEVIA, de federatie van de Vlaamse voedingsindustrie, het nodig om erop te wijzen dat niet alle tonijn met uitsterven bedreigd is en dat met name "tonijnsalade wordt gemaakt van niet-bedreigde soorten". De miliebewuste consument wordt dus gegarandeerd "dat hij of zij met een gerust hart een broodje tonijnsalade kan blijven eten."

Ik kan dat allemaal snappen binnen de context van hoe we vandaag over dieren eten denken, maar als je zo'n zaken beschouwt "vanuit vegetarisch standpunt", om het zo maar eens te zeggen, dan klinkt het allemaal vrij absurd. Wat onze omgang met dieren betreft kan je (vereenvoudigd) het volgende zeggen: we geven om huisdieren (honden, katten...) en om dieren die om een of andere manier leuk, interessant, spectaculair... zijn, zolang er niet teveel van zijn. Alle dieren (met mogelijke uitzondering van huisdieren) houden op interessant te zijn voor ons zodra er teveel van zijn. Wanneer ze met uitsterven bedreigd beginnen te worden, ontwikkelen we soms de neiging om ze te gaan beschermen (als we ze eten gebeurt dat met grote tegenzin). Met andere woorden, behalve bij katten en honden (en andere huisdieren) zijn enkel groepen van dieren of *soorten* "beschermenswaard", individuen niet of nauwelijks. De soort mag niet verdwijnen (daar zijn goede redenen voor), maar als er tienduizenden individuen verdwijnen van een niet bedreigde soort is er weinig aan de hand.

Vroeger mochten we geen tonijn eten omdat er bij de tonijnvangst ook dolfijnen (zeldzamere, interessante dieren) werden gevangen. Ondertussen zit de tonijn zelf in de knoei en wordt aangeraden om ook hem te sparen en niet bedreigde soorten te eten. Tot die dan weer bedreigd zijn. En zo gaat het voort.

Ik vind 't logischer, eenvoudiger en ethischer om uit te gaan van het individu. We moeten ons best doen om soorten voor uitsterven te behoeden (zeker uitsterven door ons toedoen), maar dat is lang niet genoeg. Een soort is (wellicht) geen entiteit met een bewustzijn, een soort op zich heeft geen gevoelens. Maar een soort bestaat uit (in het beste geval) miljoenen individuen die doorgaans elk op zich kunnen voelen, pijn kunnen lijden, belangen hebben. Als we over mensen nadenken denken we ook niet in termen van de soort maar in termen van individuen. Is er een reden om dat niet bij dieren te doen?


vrijdag 4 mei 2012

Carnivoor? Geef het door!

Deze tekst verscheen in De Standaard van 23/3/2012 (onder een andere titel)

Onze voedingsgewoonten zijn dramatisch. Een onderzoek uitgevoerd in opdracht van VLAM toont aan dat de Belg langs geen kanten voldoende groenten en fruit eet, en vooral een vleeseter blijft. Ook nog vorige week werd het Nationaal Voedings- en Gezondheisplan van minister Onkelinx erg negatief geëvalueerd. Maar een heel land gezonder doen eten, hoe doe je dat?

Voor een efficiënte aanpak heb je voldoende middelen en een gestructureerde aanpak nodig. Een overheid heeft het echter sowieso moeilijk om te helpen bij gedragsverandering, aangezien wij mensen bijna van nature allergisch zijn aan betutteling van bovenaf. Zeker rond vleesconsumptie is de heersende attitude: “raak niet aan mijn biefstuk”. Zelfs wanneer initiatieven niet verder gaan dan sensibilisering, komt een defensieve houding al gauw naar boven en speelt het libertaire argument. We maken zelf wel uit wat we wel en niet eten, zo zeggen we, gemakshalve voorbijgaand aan het feit dat onze keuze enorm wordt beïnvloed door onder meer reclame en de eetgewoonten van onze ouders of onze cultuur. Komt daar nog bij dat veel gezondheidsinformatie onderling tegenstrijdig is, en het resultaat is dat velen van ons gewoon “foert” zeggen, en een en ander snel afdoen als gezondheidsfascisme en regelneverij.

Dat zet allemaal geen zoden aan de dijk. Obesitas en diabetes blijven toenemen, en kanker en hart- en vaatziekten blijven behoren tot de voornaamste doodsoorzaken. De kosten voor de gezondheidszorg swingen de pan uit en de vraag rijst hoe we dat allemaal betaalbaar zullen houden. Aandacht voor preventie is dus meer dan ooit nodig, en - zeker gezien massale reclame voor ongezonde producten - mogen we veronderstellen dat de consument het niet op zijn eentje zal rooien. Wat de rol van de overheid betreft moeten we dus een aanvaardbare tussenpositie vinden tussen niets doen enerzijds en opgestoken vingertjes en regels anderzijds.

Een mooie tussenweg tussen laissez-faire en opdringen, is het sturen van de consumptie door een vriendelijk duwtje in de goede richting - een aanpak die bekend staat als “nudging” of “choice editing”.
Zo’n duwtje of nudge kan gebeuren door de verantwoorde keuzes meer in het oog te laten springen, er iets extra bij te geven, ze in prijs te verlagen, sensibiliserende boodschappen te gebruiken op het juiste moment, enzovoort. Meer algemeen: zorgen dat het makkelijker wordt om het wenselijke gedrag te stellen - groenten en fruit eten bijvoorbeeld - en moeilijker om het te mijden gedrag te stellen - dit alles zonder verplichtingen of ontnemen van vrije keuze.

Het sturen van de zogenaamde “standaardoptie” is een interessante manier om de vraag subtiel te sturen. De standaard of default optie is wat de consument krijgt indien hij of zij géén actie onderneemt. Een bekend voorbeeld is orgaandonatie. Wanneer de standaardoptie is dat organen na iemands dood gebruikt mogen worden, blijken er veel meer organen beschikbaar dan wanneer iemand administratieve stappen moet ondernemen om dat mogelijk te maken. Het grootste effect dat meespeelt is wellicht de moeite die men moet doen voor verandering, maar daarnaast is het ook een logische reflex om te denken dat de standaardoptie wel niet voor niets de standaardoptie zal zijn.

Wat onze maaltijden betreft is de standaardwaarde momenteel uiteraard: mét (veel) vlees en een beperkt aantal groenten. Wie op het werk of op school niet expliciet kiest, krijgt vanzelf een niet-vegetarische dagschotel geserveerd. Dat betekent dat veel mensen in hun voedingskeuze gestuurd worden naar een bijna dagelijkse overconsumptie van vlees, wat noch een gezonde, noch een duurzame gang van zaken is.

In de praktijk kan dit bijvoorbeeld betekenen dat op scholen het standaardaanbod op bepaalde dagen vegetarisch is (zoals op donderdag in Gent), evenals de dagschotel in cafetaria’s en restaurants, of dat tijdens voorziene recepties of studiedagen de broodjes of maaltijden standaard vegetarisch zijn. Ook op het vliegtuig zou je, als je niets aangeeft, een vegetarische maaltijd kunnen krijgen. Of zoals de Nederlandse economiste Henriëtte Prast zegt: “Carnivoor? Geef het door!”

Als we echt iets willen doen aan de bestrijding van welvaartsziekten (om nog maar te zwijgen van het duurzaamheidsaspect van voeding), moeten we gezond eten zo makkelijk mogelijk maken. Of we kunnen over vijf jaar opnieuw collectief verontwaardigd zijn over onze rampzalige eetgewoonten en vaststellen dat er bitter weinig veranderd is, alle goedbedoelde initiatieven en campagnes ten spijt.









woensdag 2 mei 2012

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs.
Liefste omnivore medemens,
Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen.
Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie.

Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakkingen, of over restaurants die niet weten wat we eten en wat we niet eten. Nee, dat soort dingen reken ik eigenlijk tot de geneugten van het vegetariër zijn, bij wijze van spreken.
Ik heb het over iets helemaal anders. Iets dat ik niet zo makkelijk kan uitdrukken. Het gaat over een combinatie van machteloosheid en onbegrip. Machteloosheid in het aanzicht van zoveel dierenleed, en onbegrip dat het maar niet opgelost geraakt. Dat is niet het voorrecht van vegetariërs, zo zal u zeggen, en dat zal wel kloppen, maar toch, het is anders op dit gebied dan op andere. Voor het probleem van het eindeloze dierenleed in de wereld, bestaat namelijk een oplossing die eigenlijk heel haalbaar is, en dat is gewoon dat we allemaal lekker vegetarisch gaan eten. En ik weet, als je dat bekijkt op globale schaal, op het niveau van de hele mensheid, dan is dat (teminste op korte termijn) niet realistisch. Maar als je het bekijkt op individueel niveau, dan weet je dat het voor iedereen mogelijk is om mee te doen. Maar je weet eveneens dat het uiteindelijk niet gebeurt, dat mensen niet meedoen, dat ze verder blijven vlees consumeren, en je vraagt je af waarom. Je stelt soms jezelf in vraag en vraagt je af of je dingen ziet die er niet zijn, of je hypergevoelig of oversentimenteel bent. Je denkt bij momenten dat je misschien een alien bent, of gewoon gek. Je denkt dat het allemaal wel niet zo erg kan zijn als het eruit ziet, dat er toch een of ander rechtvaardig systeem moet achter zitten, karma misschien. Maar dat overtuigt je niet, en je gaat maar weer eens na wat je precies zo vreselijk vindt en of het wel zo vreselijk is. En je komt steeds opnieuw tot dezelfde conclusie: ja, wat gebeurt is afschuwelijk. Zestig miljard dieren per jaar die we nauwelijks een waardig leven gunnen omdat we de smaak van hun vlees lekker vinden. Meer of minder dan dat is er niet aan de hand. En je vraagt je af waarom het niet stopt en als het niet stopt wat je ertegen moet of kan doen. Je doet iets maar het is nooit genoeg en je ziet wel verandering maar die gaat zo traag. En bovenal: aan de mensen die het probleem en de oplossing niet zien krijg je het met geen stokken uitgelegd. Je kan geen foto’s of video’s tonen want die willen ze niet zien. Of het zijn allemaal uitzonderingen en eigenlijk is het lang zo erg niet. En van jou wordt dan gezegd dat je gewoon een nieuwe religie aanhangt of nu eenmaal een andere ideologische keuze dan zij gemaakt. En je probeert uit te leggen dat het toch niet zo maar een kwestie van smaak of voorkeur is. Want ondertussen ben je er zelf van overtuigd dat het niet alleen empathisch is maar ook heel rationeel is hoe je denkt: dat je geen dieren mishandelt en doodt (of laat doden) omdat je ze lekker vindt. Makkelijk vermijdbaar leed kunnen we toch maar beter vermijden? Wat is daar dan zo moeilijk aan, zo niet te begrijpen? Maar begrijpen doet men het niet, dus je wringt je in allerlei bochten om het toch maar uitgelegd te krijgen. Je doet een beroep op de moraalfilosofie, op argumenten van milieu en gezondheid, je kookt, je laat mensen proeven, en je hoopt dat er druppel per druppel iets binnensijpelt.
En je ziet dat bij bijna iedereen alles wat nodig is om het wél te begrijpen en te voelen, eigenlijk al aanwezig is. Je ziet dat de meesten mensen hun poes of hond graag zien, je ziet dat ze dierenmishandeling eigenlijk niet kunnen hebben. Ze zijn zelfs niet langer overtuigd dat dieren eten nodig is om gezond te zijn. En toch krijg je allemaal redenen te horen waarom wat jij zegt toch niet helemaal klopt, of niet consequent is, of niet haalbaar, of naïef. En ondertussen moet je nog opletten dat je niet hautain overkomt als iemand die denkt dat ie beter is dan de rest, een moraalridder wiens vingertje niet stilstaat. Je moet opletten dat je de ander niet veroordeelt om hoe hij eet - en dat is zo moeilijk want soms voelt ie zich al veroordeeld gewoon doordat je er bent. En je moet opletten dat je niet overkomt als iemand die haat want eigenlijk haat je niet - ook al word je soms een woest, en onverdraagzaam, en veroordelend (laat ons eerlijk zijn) - je kan het alleen niet begrijpen, terwijl je juist zo hard probeert te begrijpen.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel in ons hoofd, en zijn er een paar dingen die ‘t ietsje makkelijker maken. We genieten, in tegenstelling tot wat u mag denken, wel degelijk van het leven en van eten - velen van ons hebben de geneugten van koken en eten pas ontdekt nadat we vlees en vis aan de kant gezet hebben. En er is wel degelijk een evolutie merkbaar in onze omgeving, en die gaat altijd maar sneller. In onze buurt en overal ter wereld zijn er mensen die er hetzelfde over denken. Als we gek zijn, zijn we niet alleen. We ijveren samen voor Iets Helemaal Anders.
Wat mij persoonlijk nog het meeste helpt, is de realisatie, steeds opnieuw, dat ik zelf lange tijd dieren heb gegeten, ook terwijl ik al vond dat ik er eigenlijk mee moest ophouden (tien jaar, duurde die periode). Ik ben daar, vreemd genoeg, dankbaar voor. En ik ben ook dankbaar voor het feit dat ik kan voelen, hoe vervelend dat soms ook is, en dat ik kwetsbaar ben.
Dit, liefste omnivore medemens, is, erg vereenvoudigd, wat er zich dagelijks afspeelt in het hoofd van ondergetekende vegetariër. Misschien kunnen we zo dingen vinden die ons binden, en ophouden te spreken in termen van ik versus jij. En kunnen we zo elkaar beter begrijpen.
En to understand, is to love, zeggen ze.

Dank voor 't lezen
Tobias
PS: dierenleed is niet het enige argument om minder of geen vlees te eten. Dus scheer sowieso niet alle vegetariërs over deze kam, er zijn heel veel verschillen tussen ons.