maandag 20 december 2010

Open en eerlijk?

Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche heeft iets geleerd van een reclameman (tijdelijk hier), die het had over hoe de sector moet omgaan met de kritiek op vlees. Piet parafraseert eerst de reclameman:

"Hoe reageer je daar als sector op? Je kan er zoveel mogelijk over zwijgen, in de hoop dat het zal overwaaien. Dat is niet de goede keuze, want als wij zwijgen, zullen anderen in onze plaats spreken – al dan niet via sociale websites zoals Facebook en Twitter. We moeten er dus over spreken, maar hoe? Zijn advies is: “Rechtstaan en spreken, open en eerlijk.”

Piet zegt vervolgens:

"Ik ben het met hem eens. We moeten het debat aangaan vanuit onze sterktes: wij produceren uitstekende, kwaliteitsvolle en veilige producten. Vlees heeft een belangrijke waarde in een evenwichtig dieet.
"

Even kijken. "Vlees heeft een belangrijke waarde in een evenwichtig dieet." Voor mij is die "belangrijk" bijzonder misleidend. Piet is gelukkig al afgestapt van het woordje "noodzakelijk", want hij zag wellicht in dat hij dat niet kon hardmaken. Maar ook "belangrijk" is verkeerd, want belangrijk impliceert nog altijd dat vlees een noodzakelijke rol speelt, en dat je zonder vlees een belangrijk onderdeel in je voeding mist. Dat is natuurlijk niet zo. Vlees is voor mij en voor miljoenen andere vegetariërs, totaal ONbelangrijk in mijn voeding, want helemaal AFwezig. Het woordje "veilig", daar zou ik toch ook wat voorzichtig in zijn. Geen enkel voedingsproduct zal misschien ooit helemaal veilig zijn, maar de risico's die je loopt met het eten van vlees en andere dierlijke producten zijn beduidend hoger dan die van plantaardige producten. Maar ik zwijg over vogel- en varkensgriep, BSE, e.colli, MRSA, salmonella en dergelijke voor Piet me nog es een paniekzaaier noemt. "Kwaliteitsvol" dan. Wat wil dat zeggen? En vergeleken met wat? Een beetje een loze term, als je 't mij vraagt. En "uitstekend"? Als we dat kunnen interpreteren als "lekker", ok. Want dat vlees lekker is (voor de meeste mensen) blijft het beste én eerlijkste argument VOOR vlees. (daarnaast ook: dat het makkelijker is om omnivoor te zijn dan om vegetariër te zijn. Voorlopig nog.)

Dus, als de Boerenbond inderdaad "open en eerlijk" wil communiceren over voeding, dan suggereer ik dat Piet begint met "vlees is belangrijk" (of, godbetert, "noodzakelijk") te vervangen door "vlees bevat een aantal waardevolle voedingsstoffen." Daar kan ik mee leven. Nog opener en eerlijker zou zijn om daaraan toe te voegen dat de mate waarin Westerlingen dierlijke producten consumeren, gemiddeld ongezond is. Maar ok, zoveel gaan we niet van hen verwachten, laat ons realistisch blijven.

Even naar binnen kijken: zijn organisaties als EVA zelf eerlijk en correct? Wij doen alvast ons uiterste best. Uiteraard hebben we duidelijke doelstellingen, en is het onze bedoeling om de consumptie van dierlijke producten significant te verlagen. Maar, in tegenstelling tot organisaties als de Boerenbond, hebben we geen economische belangen bij het wel of niet floreren van de vleesmarkt. En we zullen nooit iets zeggen waarvan we weten dat het onwaar is. Ik betrap me er soms op dat we de zaken af en toe onderdrijven: wanneer we meerdere cijfergegevens hebben over de impact van vlees, nemen we soms het minst spectaculaire, om geloofwaardiger over te komen.
Minder of geen vlees eten is een zaak die geen overdrijving nodig heeft. Laat ons daar eerlijk over zijn.

zaterdag 18 december 2010

Milieu versus dierenwelzijn?

Honderd jaar geleden gaf een melkkoe 2500 liter melk per jaar. Door genetische selectie geven de dieren tegenwoordig 8000 liter per jaar, meer dan vier keer zoveel als 100 jaar geleden en drie tot vier keer zoveel als ze nodig zouden hebben om hun kalf te voeden.

Maar we zijn nog steeds niet tevreden. Er wordt intensief gezocht naar manieren om de melkproductie op te drijven. In tijden van milieuproblemen zijn we er immers bij gebaat om voedsel te produceren dat zo’n klein mogelijke impact heeft op het milieu. Een dier dat dus op een intensieve manier gehouden wordt (dus op stal waardoor de voedselopname geregeld kan worden en de mest en gasproductie meteen kan opgevangen en verwerkt worden) lijkt dus de beste oplossing. Op die manier kunnen ook veel meer dieren op een kleine oppervlakte gehouden worden.

Dat dit niet ten goede komt van het dierenwelzijn spreekt voor zich. De dieren zijn steeds minder of zelfs niet meer in staat om hun natuurlijke gedragingen te stellen en leven op kleine oppervlaktes in grote aantallen. Ze krijgen voer te eten dat niet aangepast is aan hun noden en krijgen ten gevolge van dit voer en de leefomstandigheden lichamelijke klachten die vaak zeer pijnlijk en van chronische aard zijn.

En daar bovenop komt dan nog eens onze honger naar meer. Dieren die in staat moeten zijn om meer eieren te leggen, meer melk te produceren, meer vlees aan te zetten in korte tijd zijn het slachtoffer van hun eigen succes.
Een melkkoe heeft ten gevolge van haar hoge melkproductie heel vaak last van gewrichtsontstekingen, botontkalking, chronische uierontstekingen, vruchtbaarheidsproblemen, klauwproblemen… Bijgevolg is de carrière van deze ‘topsporters’ maar van korte duur. Na gemiddeld vijf jaar is de koe letterlijk uitgemolken. Haar minderwaardig vlees is net nog goed genoeg om hamburgers van te maken. Ook de kalfjes die ze ter wereld gebracht heeft opdat ze melk zou blijven produceren, zijn een kort leven beschoren. De vrouwelijke kalfjes zullen hun moeders vervangen en de stiertjes worden nog even vetgemest en eindigen tenslotte als kalfsvlees. Echte melk zullen de kalfjes nooit gedronken hebben.

De landbouwdieren van vandaag de dag hebben nog maar weinig gemeenschappelijk met hun voorouders. Door genetische selectie werden die eigenschappen uitgeselecteerd die voor de mens interessant zijn. Wetenschappers zijn erin geslaagd om uit twee mannelijke muizen nakomelingen te verkrijgen. Ze menen dat de techniek kan worden gebruikt om de erfelijke eigenschappen van twee mannelijke landbouwhuisdieren te combineren, zonder tussenkomst van een vrouwelijk dier met andere eigenschappen (zie artikel). Hoe zal een Belgisch wit-blauw rund er dan gaan uitzien als het de genen van twee stieren mee gekregen heeft? De dieren bezwijken nu al onder hun enorme spiermassa.

In tijden van milieuproblemen en voedselproblemen hebben we er alle baat bij om voor producten te kiezen met een zo klein mogelijke belasting op de planeet. In plaats van nog meer te gaan eisen van dieren die nu al fysiek tot het uiterste gedreven worden, kunnen we ervoor kiezen meer plantaardige producten te consumeren. Het betekent niet alleen voor de dieren en het milieu een verademing maar het is bovendien goed voor onze eigen gezondheid.

woensdag 15 december 2010

Op bezoek bij McDonald's

Gisteren nam ik deel aan een stakeholdermeeting bij McDonald's, georganiseerd door Kauri, een leernetwerk rond maatschappelijke verantwoordelijkheid onder bedrijven en accountability bij NGO's. In hotel Sofitel in Brussel werden de McDonald's CEO en een paar van zijn medewerkers onderworpen aan een spervuur van kritische opmerkingen van andere Kauri-leden, waaronder ook EVA.

Uit de presentatien van CEO Stephan De Brouwer en de documenten die we op voorhand hadden gekregen, mag blijken dat McDonald's wel degelijk een groot aantal inspanningen levert op het gebied van maatschappelijke verantwoordelijkheid: gerecycleerd verpakkingsmateriaal, afvalbeheer, elektrische voertuigen, groene energie, spaarlampen, regenwater recuperatie, warmtepompen… McDonald's werkt samen met Greenpeace en WWF. Cijfers tonen dat McDonald's medewerkers tevreden zijn, dat er veel laaggeschoolden worden tewerkgesteld, dat zij ambassadeurs for life zijn voor McDonald's wanneer ze het bedrijf verlaten, enzovoort. Ook op het gebied van dierenwelzijn is McDo blijkbaar vooruit op de concurrenten (waarvan endorsements door organisaties als PETA en GAIA getuige mogen zijn). En in de happy meals zitten tegenwoordig ook groenten (een zakje - eerlijk gezegd een beetje flauw smakende - babyworteltjes) of fruit (Rainforest Alliance certified ananas). Kortom: in weinig leek McDonald's nog op de boeman die NGO's en anderen graag van het bedrijf maken.

Ik kan niet oordelen hoe serieus precies de inspanningen zijn, in vergelijking met hoe groot ze zouden kunnen zijn, in vergelijking met concurrenten, in vergelijking met de mogelijke negatieve impact die het bedrijf heeft op diverse gebieden. Hoeveel echt is en hoeveel communicatie, spin, greenwashing (McDonald's zal wel niet voor niets een beroep doen op het befaamde communicatiebureau TBWA) is moeilijk uit te maken en zou een zeer gedegen onderzoek van de hele organisatie vereisen. In elk geval, teneur van de meeting was dat vele stakeholders aangenaam verrast waren, en McDonald's de vraag stelden waarom ze niet meer communiceren over al die inspanningen. In elk geval kan ik me voorstellen dat een bedrijf als McD het niet makkelijk heeft met een antwoord te proberen vinden op de vele feedback en kritiek die ze krijgen als multinational met een enorme symbolische waarde. Het spervuur van opmerkingen en vragen leek eindeloos, maar de CEO en zijn medewerkers hebben zich goed van hun taak gekweten (al moeten ze ongetwijfeld meer dan eens "man, man, man!" gedacht hebben.

Als veganist blijf ik bij McDonald's natuurlijk op mijn honger zitter, en dat was niet anders in deze stakeholdermeeting. Het eerste onderwerp van het vragenvuurtje was vlees, waarbij opmerkingen gebundeld werden van ons EVA, Alpro soya (die plantaardige producten maken) en Dierenartsen zonder Grenzen (voorstander van meer kleinschalige landbouw en een lagere vleesconsumptie in het westen). Ik was bovendien aangenaam verrast om ook in de stakeholdernota's van vele andere organisaties opmerkingen en vragen te lezen over de impact van het vlees.

Want laat dat nu precies hetgene zijn wat de core business van McDonald's is, en waarover ze het minste communiceren. Men gaf toe dat er nog een hele weg te gaan is op het gebied van de duurzaamheid van vlees, men gaf uiteraard de nodige relativeringen (vleesproductie gebeurt vaak op gronden die niet voor plantaardige productie gebruikt kunnen worden) en stelde een en ander uit naar toekomstig onderzoek. De CEO voegde er nog aan toe dat McDonald's niet bijdraagt tot méér vlees eten, want dat mensen geen Big Mac eten NA een steak of ander vlees te hebben gegeten thuis, maar in de plaats. Ik maakte de opmerking dat McDonald's (en anderen) wél aanzetten tot meer vleesconsumptie wanneer ze aanwezig zijn in landen die traditioneel minder vlees eten. In landen als China of India is het overduidelijk dat McDonald's de verdere consumptie van dierlijke productie in de hand werkt. Het antwoord van de Belgische CEO daarop was dat ze met McDonald's Belgium niets te maken hadden met landen als China en India (200 nieuwe Chinese McD's volgend jaar).

Ikzelf verwees even - demagogischgewijs, toegegeven - naar een leuke korte studie die in 2005 verscheen in het American Journal for Preventive Medecine: Potential Effects of the next one 100 billion hamburgers sold by McDonald's. Mijn vraag was of McDonald's, als het bedrijf maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus wou nemen, niet een zekere plicht had om een degelijk vegetarisch alternatief aan te bieden en zo consumenten te helpen gezonder en duurzamer te eten (en uiteraard ook wat dierenleed en -levens te besparen). Het antwoord was zoals verwacht: er is onvoldoende vraag, en diverse experimenten met vegetarische producten hebben gefaald (veggieburger, veggie pita pocket met groenten...). Men wacht dus, met andere woorden, op de vraag van de consument.

Dat brengt me bij deze interessante en aloude vraag: stel dat McDonald's dan nog maar eens een verwoede poging onderneemt om een degelijke veggieburger op het menu te zetten. Kunnen organisaties als EVA die poging dan steunen, en zo ja, hoe ver kunnen ze daar in gaan?

In elk geval, een plantaardige imitatie van de Big Mac, op termijn (bij voldoende volume en naarmate vlees onvermijdelijk duurder wordt) goedkoper voor de consument, winstgevender voor McDonald's, plus duurzamer en diervriendelijker: ik geloof erin.
Feedback is welkom :-)

vrijdag 17 september 2010

Het vleeskleed van Lady Gaga


(Onderstaande tekst werd gepubliceerd in De Standaard, 16/9/2010)

Op de MTV music video awards daagde Lady Gaga op in een kleed dat helemaal van vlees was gemaakt. Mevrouw Gaga zegt dat ze veel respect heeft voor vegetariërs en dat het niet de bedoeling was hen te choqueren. Attent van haar om dat te melden, maar ik denk niet dat vegetariërs zijn gechoqueerd moeten voelen of gedragen omdat mevrouw een paar kilogram vleeslappen draagt – zij weten immers wel hoe de vork in de steel zit. Nee, zo’n jurk is wellicht eerder confronterend voor de vleesetende medemens. En natuurlijk zie ik Lady Gaga persoonlijk liever zonder vleesjurk, en ben ik meer te vinden voor de vegetarische Lettuce Ladies of Broccoli Boys van PETA (People for the Ethical Treatment of Animals), maar ik denk dat zo’n confrontatie met vlees in al zijn rauwheid, zo nu en dan, geen kwaad kan. Integendeel.

Vandaag is vlees zo alomtegenwoordig en is de vleesproductie zo groot dat we stilaan kunnen spreken van een ecologische ramp – zeker wanneer landen als India en China binnenkort het westerse voedingspatroon imiteren. Misschien vergis ik me, in al mijn naïeve wereldverbeterarij, maar de afschuw die velen voelen bij het zien van Lady Gaga’s kledingstuk kan misschien helpen om even de evidentie van onze boterham met hesp in vraag te stellen.

Vlees is voor de meeste consumenten iets heel klinisch geworden. Wanneer het in onze mond zit, is het gesneden, gebakken en gekruid. Daarvoor werd het keurig versneden en verpakt in cellofaan. Nóg daarvoor werd het van het geraamte van een dier gehaald, dat eerst geslacht werd en vervolgens uitgebloed.
Terwijl veel mensen vlees liefst in een zo onherkenbaar mogelijke vorm kopen (een speenvarken aan het spit bekijken de meesten liever niet van al te dichtbij) toont Gaga’s jurkje ons het vlees in een ruwere vorm. We zien wat we anders niet zo goed zien, wat anders veel meer verborgen is. En het is precies die verborgenheid, en die onthechting tussen het eten op ons bord en de oorsprong ervan, die het mogelijk heeft gemaakt dat we vandaag wereldwijd vijftig miljard dieren per jaar oppeuzelen zonder erover na te denken. De confrontatie met de herkomst, of tenminste de rauwe vorm van wat we eten, kan alleen maar goed zijn. De meeste mensen willen immers wel biefstuk, maar er zijn er ongetwijfeld heel wat minder die koeien willen eten.

Vanuit die optiek vraag ik me trouwens af of de Dag van de Landbouw volgend weekend (“waar je ontdekt hoe ’t echt werkt”) wel zo’n goed idee is van de sector. Natuurlijk menen de mensen die die dag hun bedrijf openstellen oprecht dat ze niets te verbergen hebben. Maar wanneer ik op de campagnewebsite lees dat je bij een van de bedrijven “de koeien en kalfjes kan bewonderen, maar we de varkens liever rustig laten luieren”, dan rijst in mij het vermoeden dat het hier niet enkel om hygiëne gaat, en dat ook sommige veeboeren zich bewust zijn van… het Gaga-effect.

zondag 12 september 2010

Vleesvervangers: voor of tegen?

Vleesvervangers zijn nogal controversieel onder vegetariërs. Hoe meer ze op vlees lijken, naar vlees ruiken, als vlees aanvoelen... hoe problematischer ze worden. Of toch voor veel veggies, want er zijn er ook die grote fan zijn van vleesvervangers. Waaronder schrijver dezes.

De vegetariërs die tegen vleesvervangers zijn, tekenen bezwaar aan tegen het idee dat zij iets zouden nodig hebben dat smaakt naar of doet denken aan vlees. Ze missen geen vlees, ze willen geen vlees, ze moeten geen vlees. Dus geef hen alstublieft ook geen vleesvervangers. Bovendien zijn dergelijke producten voor vele vegetariërs niet gezond genoeg: te zout, te vet, te bewerkt...

De voorstanders denken er anders over. Zij eten graag vleesvervangers, en die mogen gerust goed (of erg goed) op vlees lijken. Misschien zijn zij de mensen die vroeger erg graag vlees aten (zoals ondergetekende, die niets liever at dan steak au poivre, tot hij vegetariër werd rond zijn 22ste).

Over smaak moeten we niet discussiëren. Zeker niet onder vegetariërs. Er is echter een andere reden dan subjectieve smaakbeleving om PRO vleesvervangers te zijn: ze zijn makkelijk, en dus (tenminste de beste onder hen) geschikt om de grotere massa over de brug te krijgen. Meer geschikt, alvast, dan linzen, zeewier, adukibonnen of kikkererwten.

Ik hoop steeds opnieuw dat de vleesvervangerhatende vegetariërs dat inzien, en dat ze even ophouden met zeuren over al-die-producten-die-zo-op-vlees lijken. Niemand wordt immers verplicht ze te eten, en wie andere dingen wil klaarmaken, die heeft keuze genoeg. Ik verwacht dat de meeste vegetariërs het een goede zaak vinden wanneer niet-vegetariërs worden warm gemaakt voor vegetarische voeding. Vleesvervangers en andere convenience producten zijn daarvoor in zekere mate noodzakelijk. De consument die biefstuk en hamburgers gewoon is, wordt geconfronteerd met een lege plek op zijn of haar bord. Een vleesvervanger kan een makkelijke en logische opvolger of vervanger van biefstuk, burger of kotelet zijn. Niet noodzakelijk de meest gezonde, haute cuisine of creatieve optie, maar makkelijk. En makkelijk, da's belangrijk.

Voor de vegetariërs die zich afvragen hoe de producenten het in hun kop halen dat al die veggies producten willen die op vlees lijken en naar vlees smaken: wel, in de eerste plaats wordt je veggieburger niet voor jou gemaakt. Veggies maken maar twee procent van de bevolking uit. Vleesverminderaars en potentiële vleesverminderaars zijn een veel grotere markt, vandaar...

Dus, vleesvervanger-averse vegetariërs: ben je niet voor vleesvervangers, eet ze dan gewoon niet, maar juich tenminste toe dat de lekkerste onder hen de overstap naar meer vegetarisch eten makkelijker kunnen maken voor veel mensen.

donderdag 26 augustus 2010

Geachte heer Colruyt

Geachte heer Colruyt

Colruyt doet veel voor duurzaamheid, en dat appreciëren we. We willen daarom graag even reageren op een bericht in Vilt, waarin we lazen dat u mogelijks interesse heeft in aquacultuur.

Aquacultuur is geen duurzame oplossing voor visvangst, en ook niet voor de hoge vleesconsumptie.
De zeeën zijn bijna leeggevist (er wordt voorspeld dat er binnen veertig jaar geen eetbare vis meer zou zijn in de oceanen) en ze verzuren in hoog tempo door de overmatige hoeveelheid CO2 die de mens produceert. Dat de oceanen ondertussen sterk vervuild zijn met dioxines, pcb´s, zware metalen en vooral met zeer toxische en carcinogene brandvertragers, maakt dat vis al lang niet meer het gezonde voedsel is dat het mogelijk ooit was.

Aquacultuur lijkt dan een logisch alternatief. Toch kleven hieraan momenteel nog zeer veel problemen, die de eerstkomende jaren niet opgelost zullen zijn. In de eerste plaats worden er veel te veel dieren per kubieke meter gehouden. De ziektes die dit veroorzaakt, worden bestreden met veel te veel antiparasitaire geneesmiddelen en antibiotica, die ook voor de mens uitermate ongezond zijn. Er zijn in Europa slechts twee bedrijven die geen of nauwelijks antibiotica gebruiken.

Een ander zeer groot probleem is dat er momenteel nog altijd (wilde) vis aan (kweek)vis gevoerd wordt. Momenteel is er gemiddeld tussen de 2 en 6 kilogram wilde vis (in de vorm van meel en olie) nodig om 1 kilogram kweekvis te krijgen. Het gaat hier om totaal 38 miljard kilogram vis die gevangen wordt om kweekvis (maar ook varkens en kippen) te voeren.

Daarnaast is er het nog lang niet opgeloste probleem van vissenwelzijn: vissen hebben een goed ontwikkeld zenuwstelsel en kunnen zeer goed pijn, angst en stress ervaren. Vissen horen daarom onder de Europese wet van 2004 te vallen, die zegt dat dieren die voor consumptie gedood worden binnen een seconde dienen te sterven, of zodanig verdoofd moeten zijn dat zij van het sterven niets merken. In de visserij (wild en kweek) is daarvan nog geen sprake.
De uiteindelijke vraag is dan of we vis wel voor onze gezondheid nodig hebben. Het antwoord is nee. Vis bevat inderdaad dierlijke eiwitten, maar daarvan hebben we in Europa al gemiddeld 60-70% te veel.

De echte oplossing voor de toekomst ligt volgens ons in de evolutie naar meer plantaardig eten. De belangrijke omega-3 derivaten in vette vis, EPA en DHA, zijn in feite plantaardige stoffen en maakt vis niet zelf. Vis haalt deze uit eencellige planktonalgen. Het zou dus beter zijn dat de industrie zich zou richten op het ontwikkelen van visvervangers (die al beperkt bestaan), met omega-3 en plantaardige eiwitten. Misschien kan Colruyt dààrin een voortrekkersrol spelen? Of in de verdere verspreiding en mogelijk ook ontwikkeling van andere plantaardige eiwitten (vleesvervangers). Zowel EVA vzw als de Sea First Foundation willen u daarin alle steun aanbieden.

Met vriendelijke groet

Tobias Leenaert
Directeur EVA vzw

Dos Winkel
Bestuur Sea First Foundation

vrijdag 23 juli 2010

Geld voor vleespromotie: hoe kan het in deze tijden?

Terwijl er over vegetarisme as such nog kan gediscussieerd worden, staat één ding buiten kijf: de huidige vleesproductie en -consumptie in westerse landen is nefast voor de gezondheid, het milieu en het dierenwelzijn. En toch blijft de VRT promotiespotjes voor vlees verkopen als "mededeling van openbaar nut". En toch blijft Europa geld stoppen in promotiecampagnes voor vlees. VILT berichtte over een paar nieuwe aanbestedingen van Europees subsidiegeld: 280.000 euro voor verwerkte groenten (in blik, bokaal, of diepvries, ahem), 570.000 euro voor de aardappel (tegenover onder andere rijst, ahem) en niet minder dan... 1,9 miljoen euro voor de promotie van "kwaliteitsvlees". We lezen:

De slogan van de nieuwe campagne luidt 'Meritus. Certus. BCV. Uw garantie op vlees van topkwaliteit.'. De boodschap is dat kwaliteitssystemen voor vlees van topkwaliteit zorgen en op elk niveau streng gecontroleerd worden. VLAM wil het vertrouwen in de vleesproductie naar 60 procent opkrikken en een grotere voorkeur creëren voor kwaliteitsvlees.

Kwaliteit is zo vaak een loos begrip, en ook hier is dat het geval. Jazeker, het ene vlees is het andere niet, noch qua voedselveiligheid, noch qua smaak, noch qua dierenwelzijn, enzovoort. Maar schermen met termen als "topkwaliteit" doet hoegenaamd niets aan de schadelijke gezondheids- of milieuimpact van vlees. Moeten we hier geloven dat het de bedoeling is om consumenten te laten kiezen voor kwaliteitsvlees en zo misschien "minder maar beter vlees" te laten kopen en eten? De labels "kwaliteit", evenals "meritus" en "certus" zijn niet meer of minder dan handige instrumentjes om generieke reclame voor vlees te maken, en de biefstuk, kippebil of varkenskotelet te behoeden voor het verder tanen van hun imago.

Ongetwijfeld zullen de door Europa gesponsorde spotjes alweer verkocht worden als mededeling van openbaar nut op de VRT. De evidente vraag die zich stelt is natuurlijk: wiens nut? Niet dat van de consument (die er al teveel eet). Niet dat van onze planeet (die zweet onder de huidige vleesproductie). Niet dat van de mensen in het zuiden (waar de globale groei van de vleesproductie het voedselprobleem enkel groter maakt). En al zeker niet het nut van de 60 miljard dieren die ervoor gedood worden.
Blijft over: het nut van de producenten en de economie, dat altijd het laatste woord krijgt.
Voorlopig nog. Want de toekomst is plantaardig.

(Zie ook: een interessant document over Europese subsidies voor dierlijke voedingsproducten van ex-MEP Jens Holm)

zaterdag 17 juli 2010

Vegetarische kindercrèche: een geweldig initiatief

De kindercrèche De Biotoop in Gent had reeds veel aandacht voor bio-veggie voeding, en deed al mee aan Donderdag Veggiedag, maar gaat nu helemaal veggie. Dat is een unicum in België (dat heel wat navolging verdient).
Uiteraard gaat zo'n stap gepaard met de nodige reacties. Een nadeel van de democratisering via het internet is dat jan en alleman zich altijd geroepen voelt om commentaar te geven over eender wat, doorgaans niet gehinderd door enige kennis van zaken. Op Gentblogt.be spreekt ene Leonie van experimenteren op kinderen, een andere wil dat de vergunning van De Biotoop onmiddellijk ingetrokken wordt. Uit een poll op Het Nieuwsblad blijkt dat 95% van de respondenten kinderen volledig veggie opvoeden niet ok vindt.
Voor ouders die al een kindje in de Biotoop hadden zitten voor de 100% veggie beslissing genomen werd, is er een overgangsregeling - dus niemand wordt iets opgedrongen. Wat de gezondheid betreft: het gaat hier natuurlijk om één maaltijd per dag. Ouders kunnen er nog altijd voor kiezen om de kindjes thuis vol te proppen met zoveel vlees als ze denken dat goed voor hen is. Maar dan nog: er is niets mis met 100% vegetarisch eten voor kinderen. Gelukkig zeggen de geïnterviewde experts (John Van Camp en Myriam Van Winckel) hetzelfde. Evenals Kind en Gezin en het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (Vigez) in een consensuspaper. Volgens een heel recente studie kan vegetarisme voor kinderen helpen overgewicht op latere leeftijd te voorkomen. En volgens het position paper van de American Dietetic Association zijn niet alleen vegetarische, maar zelfs veganistische voedingspatronen in tegenstelling tot wat professor Van Winckel laat weten, geschikt en mogelijk voordelig voor alle leeftijden.

"Voedingsconservatisme" viert nog altijd hoogtij in Vlaanderen. Elementaire vragen over het gangbare voedingspatroon vol dierlijke producten worden nauwelijks gesteld, en men gaat ervan uit dat vlees en vis, laat staan zuivel en eieren, een noodzakelijk deel van onze voeding zijn. Probeer eens iets anders, probeer het gezonder, ethischer en milieuvriendelijker, en er zijn een paar zulthoofden die je beschuldigen van kindermishandeling.

We moeten nog heel veel leren. De mensen van De Biotoop zijn alvast hun tijd vooruit. Felicitaties!

Noot: ik vernam als reactie op deze post dat De Biotoop niet de eerste veggie crèche is. De Goudsbloem in Kessel-Lo is hen drie jaar voor!

woensdag 14 juli 2010

Beste Louis Tobback

Beste Louis Tobback,

Al een jaar of twaalf ben ik gewoon aan de grootste onnozelheden en de dwaaste uitspraken rond alles wat niet alleen vegetarisme, maar ook onze behandeling van dieren betreft. Er is dus een en ander nodig om me in mijn koffie te doen verslikken, of om verontwaardiging in mij naar boven te halen op dat gebied.

Maar u bent er goed in geslaagd.

In een interview met De Morgen (26 juni) zegt u ([misprijzend], aldus De Morgen) dat men in Nederland "op een moment waarop de werkloosheid stijgt, waarop men miljarden euro's moet besparen, toch weer meemaakt dat enkele honderdduizenden gelukkige Nederlanders vinden dat het welzijn van de kat en hond het belangrijkste is. Dat zij alweer een lid van de Partij voor de Dieren naar de Tweede Kamer sturen. Hoe kan een land dat zich zulke onbenulligheden kan veroorloven, nu eigenlijk problemen hebben? De samenleving waar dat kan is decadent, punt uit."

Eigenaardig, hoe u als een indicatie van decadentie ziet wat ik waarneem als een aanwijzing van morele vooruitgang. Ik bevind me daarmee in het gezelschap van Gandhi, denk ik. Die zei: "The greatness of a nation and its moral progress can be judged by the way its animals are treated."
Het gaat hier niet - mocht u dat al denken, Mr. Tobback - om een strikje voor Fifi of duurder voedsel voor Felix. De Partij voor de Dieren in Nederland is in hoofdzaak bezig met het lot van landbouwdieren. Daarvan worden er in België jaarlijks een kleine 300 miljoen geslacht voor voedsel. Wereldwijd zijn dat er zestig miljard. Die dieren hebben bijna allemaal een ellendig leven, en hen zo behandelen, is beneden onze menselijkheid. Dat is verrevan een onbenulligheid.

De eigenlijke decadentie, Mr. Tobback, doet zich voor wanneer intelligente mensen zoals u te lui zijn om even wat dieper na te denken.

donderdag 20 mei 2010

Vissen redden

Op de voorpagina van een krant: twee mensen die op een strand ergens aan de Amerikaanse zuidkust een dode schildpad in een plastic zak stoppen. Het dier is slachtoffer geworden van de ramp met booreiland Deepwater Horizon. Ik heb geen idee welke doodsstrijd de schildpad geleverd heeft, of ze geweten heeft wat haar overkwam, zich vragen stelde bij de olie op de zee… Met haar zijn er duizenden of honderd duizenden andere dieren gestorven door het vervuilende goedje dat door menselijke schuld in zee geloosd is, en nu de kusten van een van de meest biodiverse gebieden ter wereld bedreigt.

Leuk altijd om te zien is wel dat er in zo’n gevallen altijd veel (vaak vrijwillige) hulp komt opdagen: mensen die de zooi van anderen willen opruimen, die de fauna en de flora een handje willen toesteken – vaak letterlijk. Ze reizen naar de plaats des onheils om de schade zoveel mogelijk te proberen beperken. Prachtig.

Maar.
Maar er is alweer iets vreemds aan de hand. Ik heb het al vaker gezegd: als er één ding is dat onze relatie met de dierenwereld kenmerkt, dan is het wel… de paradox. Die relatie zit vol van interne tegenstellingen. Neem dit geval weer. Een artikel in De Standaard stelt de volgende vraag: red je de vis of red je de vogels? Beide kan blijkbaar niet (lees in het artikel waarom). Wat ik me dan afvraag: al die energie stoppen in het redden van die fauna en flora, maar ondertussen à volonté vis vangen (om op te eten) en daarbij die fauna en flora zo mogelijk nog meer schade berokkenen...? Waar slaat dat in godsnaam op? Terwijl we jaarlijks miljoenen vissen opeten, worden er nog eens evenveel of meer 'per ongeluk' gevangen of gedood: sleepnetten, longline fishing en andere vistechnieken hebben te kampen met het fenomeen van de bijvangst, en dat is op zich allemaal minstens even destructief als zo'n olievlek. De film Sea the Truth, binnenkort uit, zal alvast veel duidelijk maken - maar daarover schrijf ik binnenkort nog iets.
Door de ramp krijgt de visindustrie in de regio zware klappen. Ironisch genoeg heeft dat op zich eigenlijk een positief effect voor de vissen aldaar. Alweer een paradox.

Niet dat we de slachtoffers van de olieramp niet moeten proberen helpen natuurlijk. Maar toch... ik verwelkom de dag waarop we eindelijk es beginnen nadenken over onze zeer vreemde, van alle logica verstoken houding tegenover de natuur, en vooral, tegenover dieren.

zondag 25 april 2010

Radicaal en extreem: is de norm de referentie?

Ik wil even iets kwijt over het woord (of concept) ‘radicaal’, naar aanleiding van het editoriaal in het vorige EOS magazine.

Een cliché, maar evenzeer een referentie: Van Dale. De betekenissen van ‘radicaal’ die Van Dale in deze context opgeeft zijn: 1. geheel en al, 2. geneigd tot consequentie, tot diep ingrijpende veranderingen; 3. Consequent, diep ingrijpend in de gewone gang van zaken.
De meesten mensen gebruiken het woord ‘radicaal’ (evenals het woord ‘extreem’) om iets negatiefs aan te duiden. Wat ze bedoelen is: té. Té ingrijpend, té ver gaand, té diep. Mensen houden meer van die waarheid die ‘ergens in het midden ligt’, op die spreekwoordelijke ‘gulden middenweg’. ‘Té’ is voorbij dat punt, en dus niet goed.

Mijn vraag is echter: wanneer kunnen we iets met recht en rede te vergaand (zeg maar radicaal of extreem) noemen? Mijn bezwaar is vooral dat mensen de woorden radicaal en extreem (met negatieve connotatie) in de mond nemen om iets te beschrijven dat ver afwijkt van de gangbare norm. Wat in eender welke richting te sterk afwijkt wordt automatisch en bijna per definitie als negatief en ongewenst afgedaan, gewoon omdat het er zo ver van afwijkt. Maar – en ik kom to the point – er is niets dat zegt dat die norm zelf niet formidabel scheef zit. De norm is met andere woorden niet noodzakelijk een referentie.

Toegepast op het geval vlees: veel mensen gaan ermee akkoord dat er vandaag ernstige problemen zijn met de intensieve veeteelt. Wat gangbaar is, is duidelijk niet correct. IJveren voor minder vlees (en een lagere CO2 uitstoot) of diervriendelijker praktijken, is voor velen een zeer acceptabele optie. Vlees helemaal afzweren wordt al gauw als radicaal of extreem beschouwd, omdat het veel te ver afwijkt van wat gangbaar is. Laat ons het for the sake of the argument over veganisme helpen, iets wat nog veel sneller als extreem of radicaal wordt bestempeld dan vegetarisme.

Vandaag eten vele mensen zich letterlijk ziek aan dierlijke producten. Is een positie die daar heel ver van staat (veganisme) automatisch slecht of verkeerd? Vandaag buiten we massaal dieren uit en doden we ze à rato van 60 miljard per jaar. Is een positie die voorstelt dat we helemaal ophouden met het gebruiken van dieren voor bijvoorbeeld voeding, radicaal of extreem? Ja, in de zin dat ze mijlenver van de norm staat. Maar moet ze daarom negatief beoordeeld worden? De centrale vraag misschien: kan een cultuur, een maatschappij, een land of misschien zelfs een wereld iets helemaal fout hebben? Kan het zijn dat de norm zo ongelooflijk verkeerd is dat er heel ver van afwijken misschien wel de enige juiste positie is?

Dat klinkt natuurlijk heel gevaarlijk allemaal, zo op het eerste gezicht. Het is wellicht de houding van de mensen die zich met vliegtuigen op gebouwen storten, of zichzelf opblazen in de straat. Enter empathie en rationele argumentatie.

Ik geloof in de empathie en in de rationaliteit van de mens. Ik geloof dat een houding of een overtuiging waarbij men ver afwijkt van de gangbare norm, perfect ok kan zijn (of misschien wel de enige juiste positie kan zijn) als men daarvoor goede rationele argumenten heeft én men een beroep doet op empathie.
Opnieuw, toegespitst op het geval vlees, of ‘dieren eten’: Ik geloof dat wie voelt en wie denkt, ooit tot de conclusie komt dat mensen veel beter kunnen dan dieren als instrumenten zien die te gebruiken zijn naar menselijke willekeur, voor voeding en andere doeleinden. Ik geloof ook dat dit een evolutie is die nog lang zal duren (een halve eeuw? Een eeuw? Twee eeuwen?), en – hoe groot het leed ook is – ik ben geduldig, en ik ben niet bereid om mijn toevlucht te nemen tot enige vorm van geweld. Dit geloof is ‘radicaal’ in de strikte zin van het woord. Maar is er iets verkeerds mee? Ik geloof dat sommige dingen heel erg verkeerd zijn, en dat we daar met recht en rede ‘radicaal’ tegen mogen zijn.

Is dit een pleidooi voor extreme standpunten? Niet noodzakelijk. Het is wel een pleidooi om kritisch om te gaan met de woorden radicaal en extreem. En een pleidooi om platitudes te vermijden, de guldenmiddenweg niet d’office te bewandelen en écht te onderzoeken hoe ver we precies moeten gaan om tot schoonheid, goedheid en waarheid te komen.

dinsdag 13 april 2010

Superbacteriën en supergoedkoop vlees

Dit opiniestuk van me verscheen vandaag in De Morgen

De nieuwe publieke vijand nummer een heet ESBL. Het is een gevaarlijke, zogenaamde superbacterie, die ondertussen al bijna resistent is tegen zelfs de zwaarste antibiotica. Experts in Wenen trokken gisteren aan de alarmbel. Mag het gezegd dat er – voor de zoveelste keer – heel sterke aanwijzingen zijn dat ook dit gezondheidsgevaar voortkomt uit… de intensieve veeteelt?

In Nederland blijkt bijna negentig procent van het geteste kippenvlees besmet met de ESBL bacterie. Of de ziekteverwekker zelf afkomstig is uit de veeteelt staat nog niet vast. Wat wel duidelijk is, is dat de intensieve veeteelt de antibiotica-resistentie bij mensen enorm in de hand werkt. In veebedrijven zitten soms tot duizenden (varkens) of tienduizenden (kippen) dieren op elkaar gepakt, waardoor de kans op overdracht van ziekteverwekkers veel groter wordt en de potentiële gevolgen enorm. De enige manier om dieren in dergelijke omstandigheden gezond te houden (hen te laten leven tot ze slachtrijp zijn, zeg maar) is echter om ze vol te pompen met geneesmiddelen. De veehouder probeert dus het risico op het opduiken en verspreiden van ziekten te beperken door het preventief en therapeutisch gebruik van antibiotica. En zo ontstaat een wapenwedloop tussen geneesmiddelen en ziekteverwekkers. Daarvan is de ESBL bacterie slechts de meest recente beroemdheid: ook het H1N1 virus dat de Mexicaanse griep veroorzaakt –eerst varkensgriep genoemd – zou ook ontstaan zijn in de intensieve veeteelt.
Een reportage over de bacterie op het VTM-nieuws is typisch voor de gelatenheid waarmee vaak gereageerd wordt op dergelijke potentiële nachtmerries: nadat bericht wordt dat we de bacterie ook via de voeding kunnen opdoen (ook in België is besmet kippenvlees aangetroffen) krijgen we het advies van een expert. Jan Verhaegen, microbioloog UZ Leuven, stelt ons gerust: ‘gewoon het kippenvlees goed verwarmen’. De reporter voegt er nog aan toe dat, willen we antibioticaresistentie niet in de hand werken, dokters niet te vlug antibiotica mogen voorschrijven en patiënten er niet bij het minste kwaaltje mogen om vragen. En daarmee is de kous af. Geen woord over antibioticagebruik in de veeteelt. Alles is in orde, het vlees is weer veilig.

Nochtans zit precies daar het probleem. Antibioticarestanten blijven na de slacht van het dier in zeer lage hoeveelheden aanwezig in het vlees. Mensen nemen deze residu’s op, kippenbout per kippenbout, biefstuk per biefstuk. Op deze manier verliezen de antibiotica hun effectiviteit en ontstaat er antibiotica-resistentie. Bijzonder zorgwekkend is toch wel dat ook dierlijke mest antibioticaresidu’s en bacteriën kan bevatten, die uiteindelijk ook worden aangetroffen in bemeste groenten en fruit.

Kan de veeteelt zonder antibiotica? Een ziekte die opduikt bij een paar dieren kan, zonder ingrijpen, in een mum van tijd een hele stal infecteren. Antibioticagebruik werd reeds teruggedrongen in de veeteelt: groeibevorderende antibiotica zijn niet langer toegelaten, maar er wordt nog steeds volop gebruik gemaakt van antibiotica voor preventieve en therapeutische doeleinden. Verdere beperkingen zijn immers niet evident: die zouden de productie van vlees duurder en economisch meer risicovol maken. De veehouderij schuift het probleem (deels terecht) af op de consument: die is niet bereid veel te betalen voor zijn vlees, en wil het elke dag op tafel. Per Belg wordt zo’n 100 kilogram vlees per jaar geconsumeerd. En diezelfde Belgen geven nog slechts vijftien procent van hun maandbudget uit aan voedsel.

Welke alternatieven en oplossingen zijn er? We kunnen er ons verschillende indenken, maar er is één oplossing die niet alleen dit probleem maar ook een schare andere problemen ingrijpend kan beperken of zelfs kan elimineren: minder vlees eten. Dat betekent een lager aanbod en een minder intensieve veeteelt. Dat betekent minder CO2-uitstoot, een efficiënter voedselproductiesysteem, minder dierlijke vetten en dus minder hart- en vaatziekten, meer voedselveiligheid en minder dierenleed. We zijn enorm gebaat met minder vlees, maar uitgerekend deze heel simpele en doenbare stap is voor velen vooralsnog een brug te ver. Elke dag vlees op ons bord lijkt voor de gemiddelde Belg een verworven recht of een noodzaak.
De vraag rijst dan: wat moet er gebeuren eer iemand actie onderneemt? De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde dertig jaar geleden al voor de gevolgen van het grootschalige gebruik van antibiotica voor veedieren. Hoe lang kunnen economische belangen het laatste woord krijgen? De intensieve veeteelt is een absolute tijdbom, zowel voor de volksgezondheid als voor het milieu. Hoe kan een systeem dat erop gericht is zoveel mogelijk geld te genereren door zoveel mogelijk dieren zo vlug mogelijk zo vet mogelijk te maken met zo weinig mogelijk kosten, ooit iets goeds opbrengen?
Laat ons niet met de vinger wijzen en gewoon besluiten: de intensieve veeteelt is een uitwas van de menselijke beschaving. Ze is niemands fout, maar we moeten ervan af.

woensdag 7 april 2010

Belgisch witblauw: niets om trots op te zijn


Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) kwam gisteren met iets nieuws op de proppen: een ambassadeur voor het Belgische witblauw koeienras. De persoon die de consumptie van deze dieren verder zal stimuleren is wereldkampioen barbecue Peter De Clercq. In Het Laatste Nieuws zegt hij: “Nergens in de wereld hebben we zo’n lekker vlees als ons eigen Belgisch witblauw. Waarom zouden we het niet promoten?”.
Sta me toe, beste mr. De Clercq, u alvast één goede reden te geven: de enorme spiermassa van de Belgische witblauw runderen is het resultaat van een genetisch defect. Mensen hebben dat via fokken dusdanig verder uitgebuit dat de dieren enkel nog kunnen kalveren via keizersnede, en daarnaast onder een hele hoop gezondheidsproblemen lijden.

“We moeten meer chauvinisme tonen over het smakelijkste stukje Belgisch rundvlees”, aldus de nieuwe ambassadeur. Dit lijkt me eerlijk gezegd een beetje misplaatst, vooral als we zien dat andere landen die nationale trots van ons niet zo graag zien komen. In Zweden bijvoorbeeld, heeft men er alles aan gedaan om de Belgische witblauw runderen te weren, precies omdat de dieren lijden onder hun eigen onnatuurlijke lichaam. Door de enorme afmetingen van de runderen worden vitale organen niet optimaal ontwikkeld, met als resultaat mogelijke hart- en ademhalingsproblemen. De dieren lijden ook aan gewrichts- en botproblemen, hebben soms moeite met lopen en kunnen ook niet op een natuurlijke manier paren (als ze dat al zouden mogen). Ze zijn ook zeer kwetsbaar voor bepaalde vitamine-tekorten, die acuut hartfalen tot gevolg kunnen hebben. Dat het gebruik van keizersneden hun economische levensduur verkort (zeven keizersneden blijkt zowat het maximum) is niet echt een probleem, want deze dieren worden meestal toch geslacht na twee of drie keer kalveren.
Omdat Europa echter oordeelde dat een ban op de invoer van Belgisch witblauw niet kon, is het vlees in Zweden toch te krijgen, hoewel het kweken met de dieren er verboden is.

We spreken hier over dieren die geoptimaliseerd werden om zo veel mogelijk biefstuk op te brengen, en daardoor niet alleen het slachtoffer zijn van onze vleeslust, maar ook van hun eigen lichaam. Is dat echt iets om chauvinistisch over te doen?

maandag 5 april 2010

It's the population growth, stupid

Al meegemaakt? Je bent over een of ander moreel of sociaal relevant probleem aan 't babbelen, en je gesprekspartner - of iemand die staat te luisteren - zegt: "weet je wat het echte probleem is?". "Nee," zeg jij (maar je hebt al een vermoeden wat de man of vrouw zal zeggen). "Dat er te veel mensen op de wereld zijn!". En de persoon vervolgt: "dààààrrrr moeten ze iets aan doen!". (zelfvoldane knik).

Je zal me niet horen ontkennen dat de bevolkingsgroei een probleem is, op vele gebieden. Hoe meer mensen op de wereld, hoe meer vervuiling, hoe meer gebruik van grondstoffen, hoe meer dit en hoe meer dat. Ik herinner me nog dat we met z'n vier miljard waren (ik ben 36 jaar oud), en dat zij-die-het-konden-weten voorspelden dat we tegen jaar x met twee keer zoveel zouden zijn, en dat dat een ecologische ramp zou betekenen. Ik geloofde toen eigenlijk niet dat 't echt zo ver zou komen, maar zie: ondertussen zijn we met bijna 7 miljard. En in 2050 zullen er 9 miljard Homo sapiens sapiens rondlopen (die, als alles evolueert zoals nu, geen 60 miljard maar 120 miljard dieren zullen eten per jaar (dit terzijde)).
Dus ja, we zijn met te veel, en we zullen in de toekomst nog veel meer moeten opletten.

Maar waar ik het over wou hebben: mensen die zoals bovenstaande gesprekspartner het argument van "te veel mensen" aanhalen, gebruiken dat in mijn ervaring in 99% van de gevallen als een excuus om niets te moeten doen. Heel eenvoudig is dat: je schuift de schuld af op een factor die helemaal buiten je controle valt, en waar je dus geen invloed op hebt. De gesprekspartner weet dat er van hem/haar niets verwacht wordt op dit gebied (en zelfs als die persoon drie of meer kinderen heeft, dan nog zal ie nauwelijks ergens van beschuldigd worden). Nee, het probleem is zo structureel dat het niet anders kan aangepakt worden dan op globale schaal, door de overheid (Federaal? Europa? De VN?). En voila, het individu moet zero actie ondernemen! Simpel. Het gaat voor alles op. Als ik het heb over klimaatverandering door vleesconsumptie dan hoor ik het: "weet je waar ze iets moeten aan doen? Kzaltekik u zeggen: de overbevolking!" (zelfvoldande knik).

Ik vraag me dan altijd af: stel dat de overheid op een bepaalde dag zegt: ok, laat ons die overbevolking eens serieus aanpakken, en mensen verbieden om meer dan x kinderen te krijgen. Benieuwd hoe onze gesprekspartner dan reageert. Want dat is uiteindelijk waar hij om vraagt: ingrijpen op de bevolkingsgroei wordt des te belangrijk wanneer de huidige bevolking weigert haar gedrag te veranderen.

zondag 4 april 2010

De Afkeer van Ann Debie

Afgelopen woensdag op TV in VOLT: Ann De Bie, bekend van de 'slimste mens ter wereld' en Het Journal draaide een dag mee in het slachthuis. Achteraf mocht ze vertellen over haar ervaring, en volgde een discussie over vlees en klimaat tussen boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche en klimaatwetenschapper Peter Tom Jones
(herbekijk - vanaf minuut 33) .

'Heeft het bezoek aan het slachthuis jou iets gedaan?' vraagt Martine Tanghe aan onze slimste mens ter wereld. De Bie antwoordt dat het haar bevestigd heeft in wat ze eet en niet eet. Ze zegt dat ze nog altijd die kalfskop voor zich ziet, en hoe verschrikkelijk ze dat vond. Ze zal zeker en vast geen kalfstong of kalfwangen meer eten, maar daarom niet minder... kalfslapjes. Een beetje onverwacht was dat, voor mij persoonlijk. De afkeer die ze ervaart, projecteert ze op een bepaald lichaamsdeel. Enkel de delen waar ze een afkeer voor voelt, zal ze niet meer eten.

Maar wat betekent die afkeer van Ann Debie eigenlijk? Afkeer ('disgust') heeft ongetwijfeld een zogenaamde 'adaptieve' functie: het gevoel van afkeer hielp of helpt ons bij ons overleven, doordat het ons belet dingen te eten of te betasten die ziekteverwekkend of op een andere manier gevaarlijk kunnen zijn. Maar is dat wat er speelde toen Ann die kalfskop zag? Vertelt de afkeer haar (onbewust) dat ze die tong en die wangen beter niet eet, omdat die niet gezond zijn, terwijl het kalfslapje wel ok is?
Mij lijkt dat allemaal weinig steek te houden. Er is nog een andere uitleg: er bestaat wel degelijk iets als morele afkeer ('moral disgust'), die zich voordoet wanneer we geconfronteerd worden met een voor ons moreel onjuiste daad, of de effecten ervan. Een studie aan de Universiteit van Toronto toonde trouwens aan dat de fysieke reactie die zich voordoet wanneer proefpersonen een geval van onrechtvaardigheid aanschouwden, dezelfde was als bij het zien van vieze vloeistoffen of foto's van vuile toiletten.

De meeste taboes en reacties van afkeer die met voedsel te maken hebben, hebben te maken met dierlijk voedsel. Voor de niet zo gevoeligen, kijk es naar deze en deze en deze 'most disgusting foods' pagina's, lukraak op het web gevonden. Bijna alles daar is van dierlijke oorsprong. Waarom? Het meest gegeven antwoord is dat je bij het eten van dergelijke 'producten' meer kans loopt om ziek te worden. Maar kan er meer aan de hand zijn? Kan er ook sprake zijn van een vorm van morele afkeer? Kan het zijn dat Ann De Bie, zonder het te beseffen, ook een afkeer voelde van het kalfshoofd omdat ze, bij het zien daarvan het meest geconfronteerd werd met het dier dat achter het vlees zat - het wezen dat vele eigenschappen deelt met ons, maar toch gedood moest worden voor ons voedsel?

Als vegetariër is het me al lang evident dat ongeveer iedereen wel op een of andere manier om dieren geeft, en eigenlijk dieren liever niet wil doden. En dat, wanneer we daar geen problemen meer mee hebben, dat komt door een onbewuste en bewuste dissociatie met het dier achter het vlees en met het doden zelf. Kijk nog maar es naar het fragment in VOLT, en luister naar wat zelfs de slachter zegt: spijtig dat er een dier voor moet worden gedood.
Het geven om dieren, het liever-niet-doden, zit in ieder van ons. Jammer dat we ons daar zo vaak voor schamen.

vrijdag 5 maart 2010

Eet de laatste tonijn!

Op de CITES conferentie is een mogelijk verbod op de tonijnvangst er niet doorgekomen. Zoals dit bericht zegt: sushi liefhebbers kunnen opgelucht adem halen.

Hoewel er vooralsnog geen ban komt, blijft tonijn eten not done voor de bewuste consument. Als vegetariër verras ik u met twee mogelijke redenen om toch tonijn te eten.

Ten eerste: tonijn eten is taboe omdat er niet veel meer tonijnen meer overschieten, en elke tonijn die op je bord ligt bij wijze van spreken de laatste kan zijn. Dus als je graag tonijn eet, moet je snel zijn. Voor de laatste uitgestorven is! Voor de ban! Rep u dus naar de winkel. En doe eventueel zoals sommige Japanse bedrijven, die hun voorraad aan 't invriezen zijn, om die vervolgens duur op de markt te verkopen wanneer er geen verse meer gevangen kan worden.

Ten tweede. Voor een vegetariër (of toch voor 'ethische' vegetariërs, hoe stom en 'self-righteous' die term ook klinkt) is er iets vreemds aan de campagnes en het gelobby om de jacht op of vangst van bepaalde wilde diersoorten stop te zetten. Die ban betreft doorgaans met uitsterven bedreigde diersoorten, en wordt uiteraard nagestreefd om te beletten dat het dier definitief van de aardbodem verdwijnt.
Begrijp me niet verkeerd: uiteraard zie ik, net zoals andere veggies, liever wel tonijn in onze zeeën dan niet. Maar de vraag die ik mij onvermijdelijk moet stellen is: waarom zouden we de tonijn moeten redden als we dat alleen maar doen om hem vervolgens - wanneer de tonijnpopulatie zich weer hersteld heeft - verder te bejagen? Deze dieren komen op een wrede manier aan hun eind (niet al te gevoelige kijkers: zie hier), en de vraag of ze er dan misschien beter nooit zouden geweest zijn, is geen spielerei. Bovendien is het zuiver instrumenteel benaderen van individuen, of ze nu menselijk of dierlijk zijn, voor mij persoonlijk taboe. Dieren mishandelen en opeten, met als rechtvaardiging dat ze daarvoor gekweekt werden, en anders uberhaupt niet hadden geleefd: not done.

De ethiek van het vegetarisme gaat over de waarde van individuen, voor henzelf. Niet over de waarde van soorten, of over de waarde van soorten of individuen voor de mens. Neen, het gaat hier over de waarde die een leven heeft voor dat leven zelf.

Uiteraard ben ik voor een ban op het vangen van tonijn. Maar dan wel: voor altijd.

donderdag 4 maart 2010

Een brief aan Goedele

Goedele poneerde op haar website de stelling dat wie vlees wil eten, zelf zijn dieren moet slachten. Je kan hier lezen wat ze daarover te zeggen heeft. Op zich een lovenswaardige stelling, maar ik had er toch een aantal vragen bij. Vandaar deze brief.

Beste Goedele,

Wie vlees eet, moet dieren slachten, zeg je. Bij EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) vinden we dat natuurlijk een interessante stelling. En ik zou zeggen: je hebt grotendeels gelijk. We weten niet meer waar ons vlees vandaan komt. Wanneer de biefstuk op ons bord ligt, merken of smaken we daar geen koe meer in. Die is gedood, gevild, versneden, in cellofaan verpakt, gebakken, gekruid, opnieuw gesneden, en met een saus overgoten. Het stukje dier achter ons vlees is foetsie. Onmerkbaar. En dat is inderdaad meteen een van de redenen waarom mensen zo probleemloos zoveel vlees eten. Als ze zelf de dieren zouden moeten slachten, zouden er heel wat minder gegeten worden.

Twee zaken interesseren me echter: ten eerste, waarom zou jij wachten op het moment dat jouw stelling regel wordt? Ik wil hier niet de moraalfilosoof of zedenpriester uithangen, maar moeten we als volwassen individu niet doen wat ons geweten zegt dat juist is, veeleer dan wachten op iemand die ons vertelt: nu moet het? Dus: waarom niet right here, right now stoppen met die konijntjes en die lammetjes op te peuzelen?

Ten tweede ga ik ervan uit dat je vis en gevogelte wel probleemloos kan doden – aangezien je daarop zou overschakelen (‘wanneer je stelling regel zou worden’). Ik begrijp dat die dieren minder aaibaar zijn, maar laat ons even kijken naar hoe we mensen behandelen: onlangs stond er in de krant dat mooie baby’s meer liefde krijgen dan minder mooie. Dat kan zijn, maar vinden we dat gerechtvaardigd? Mooi of lelijk, aaibaar of niet, is toch geen moreel argument? Vissen en kippen kunnen ook lijden (vissen lijden trouwens misschien wel het meest van al, want er is momenteel geen wetgeving rond het doden van deze dieren). Trouwens, als iedereen vis en kip zou gaan eten, zouden er veel meer dieren in plaats van minder gedood worden, want er zit minder vlees aan.

Ziezo, twee kritische bedenkingen voor je. Wat niet wegneemt dat het super is dat je zo’n stelling wil lanceren, en – in tegenstelling tot de meeste mensen – over deze kwestie aan het nadenken bent.

Met vriendelijke groet
Tobias Leenaert
EVA vzw (Ethisch Vegetarisch Alternatief)

donderdag 25 februari 2010

Boerenbond noemt te veel vlees eten ‘zonde’

U las het goed: vlees eten is geen zonde, te veel vlees eten wel, zo stond te lezen in een persbericht van Boerenbond-Limburg van deze week. Het is nogal een onhandige slogan om de Donderdag Veggiedagcampagne aan de kaak te stellen. Dit keer was de stad Hasselt het doelwit. Vorig jaar was Boerenbond-Leuven al in actie getreden door tijdens de gemeenteraad “lekkers van eigen bodem” (lees: vlees) aan te bieden aan de gemeenteraadsleden, en wel terwijl aldaar gediscussieerd werd over het al dan niet ondersteunen van Donderdag Veggiedag. De stad Leuven ondersteunt die campagne voorlopig nog niet, maar dat is wel het geval in Hasselt, waar schepen en arts Toon Hermans zich erachter. Dit dus tot groot ongenoegen van de Boerenbond, die hier niet zoveel heil in ziet.
De vraag is alleen: waarom niet? Waarom is een campagne die ijvert voor één dag in de week zonder vlees (of vis) zo’n doorn in het oog van de boerenorganisatie? Zeker als zij – zoals bleek uit hun persbericht – te veel vlees eten een zonde vinden en dat zelfs Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche vindt dat we inderdaad te veel vlees eten?
Het antwoord is wellicht niet ver te zoeken: men is bang dat Donderdag Veggiedag werkt. En dat het niet bij één dag zal blijven. Stel je voor dat de brave burgers de smaak van veggie te pakken krijgen, en vervolgens ook op dinsdag, en dan op woensdag veggie gaan eten… dan zitten de boeren binnen de kortste keren – zo horen we redeneren – zonder werk. Dus ten strijde tegen die Veggiedag dan maar, en wel met het eeuwenoude argument van het opgestoken vingertje: ‘we moeten de mensen de vrije keuze laten’. Alsof het de bedoeling is mensen te verbieden vlees te eten. Nee, dat willen zélfs die vegetariërs niet doen, zélfs niet op donderdag.
Kan er es iemand de Boerenbond geruststellen en uitleggen dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen? En kan er iemand hen de absolute noodzaak uitleggen van minder vlees eten? En het feit dat, als we het daarover eens zijn, er effectief een campagne – en een grote – zal nodig zijn om vleesvermindering te realiseren? Zo’n campagne moet – zoals alle campagnes voor gedragsverandering – leuk en uitdagend zijn. Met een oproep als ‘eet kleinere porties vlees’ valt marketinggewijs geen bal aan te vangen. Met een veggiedag wel. En als we echt vinden dat te veel vlees eten een zonde is, laat staan niet goed is voor onze gezondheid en die van onze planeet, dan moeten we echte actie ondernemen, en niet doen alsof we een oplossing zoeken terwijl we ondertussen toch maar liefst alles bij het oude laten.