zaterdag 18 december 2010

Milieu versus dierenwelzijn?

Honderd jaar geleden gaf een melkkoe 2500 liter melk per jaar. Door genetische selectie geven de dieren tegenwoordig 8000 liter per jaar, meer dan vier keer zoveel als 100 jaar geleden en drie tot vier keer zoveel als ze nodig zouden hebben om hun kalf te voeden.

Maar we zijn nog steeds niet tevreden. Er wordt intensief gezocht naar manieren om de melkproductie op te drijven. In tijden van milieuproblemen zijn we er immers bij gebaat om voedsel te produceren dat zo’n klein mogelijke impact heeft op het milieu. Een dier dat dus op een intensieve manier gehouden wordt (dus op stal waardoor de voedselopname geregeld kan worden en de mest en gasproductie meteen kan opgevangen en verwerkt worden) lijkt dus de beste oplossing. Op die manier kunnen ook veel meer dieren op een kleine oppervlakte gehouden worden.

Dat dit niet ten goede komt van het dierenwelzijn spreekt voor zich. De dieren zijn steeds minder of zelfs niet meer in staat om hun natuurlijke gedragingen te stellen en leven op kleine oppervlaktes in grote aantallen. Ze krijgen voer te eten dat niet aangepast is aan hun noden en krijgen ten gevolge van dit voer en de leefomstandigheden lichamelijke klachten die vaak zeer pijnlijk en van chronische aard zijn.

En daar bovenop komt dan nog eens onze honger naar meer. Dieren die in staat moeten zijn om meer eieren te leggen, meer melk te produceren, meer vlees aan te zetten in korte tijd zijn het slachtoffer van hun eigen succes.
Een melkkoe heeft ten gevolge van haar hoge melkproductie heel vaak last van gewrichtsontstekingen, botontkalking, chronische uierontstekingen, vruchtbaarheidsproblemen, klauwproblemen… Bijgevolg is de carrière van deze ‘topsporters’ maar van korte duur. Na gemiddeld vijf jaar is de koe letterlijk uitgemolken. Haar minderwaardig vlees is net nog goed genoeg om hamburgers van te maken. Ook de kalfjes die ze ter wereld gebracht heeft opdat ze melk zou blijven produceren, zijn een kort leven beschoren. De vrouwelijke kalfjes zullen hun moeders vervangen en de stiertjes worden nog even vetgemest en eindigen tenslotte als kalfsvlees. Echte melk zullen de kalfjes nooit gedronken hebben.

De landbouwdieren van vandaag de dag hebben nog maar weinig gemeenschappelijk met hun voorouders. Door genetische selectie werden die eigenschappen uitgeselecteerd die voor de mens interessant zijn. Wetenschappers zijn erin geslaagd om uit twee mannelijke muizen nakomelingen te verkrijgen. Ze menen dat de techniek kan worden gebruikt om de erfelijke eigenschappen van twee mannelijke landbouwhuisdieren te combineren, zonder tussenkomst van een vrouwelijk dier met andere eigenschappen (zie artikel). Hoe zal een Belgisch wit-blauw rund er dan gaan uitzien als het de genen van twee stieren mee gekregen heeft? De dieren bezwijken nu al onder hun enorme spiermassa.

In tijden van milieuproblemen en voedselproblemen hebben we er alle baat bij om voor producten te kiezen met een zo klein mogelijke belasting op de planeet. In plaats van nog meer te gaan eisen van dieren die nu al fysiek tot het uiterste gedreven worden, kunnen we ervoor kiezen meer plantaardige producten te consumeren. Het betekent niet alleen voor de dieren en het milieu een verademing maar het is bovendien goed voor onze eigen gezondheid.