donderdag 22 juni 2017

Lijden is geen lachertje


Dit stuk verscheen in De Standaard van 19/6/17

Voor Herman De Dijn kunnen dieren het best beschermd worden via huidige en (vermoed ik) nieuwe wetten. Een geconstrueerde doctrine – zoals hij dat noemt – rond ‘uiterst abstracte begrippen als lijden, waardigheid of gevoel’ acht hij overbodig en hinderlijk (DS 16 juni) . Dieren rechten toekennen lijkt De Dijn al helemaal absurd te vinden, vooral omdat zij die rechten – net zoals kinderen en andere minder mondige groepen – niet zelf kunnen opeisen. Dat er andere manieren zijn om dieren adequaat te beschermen dan hen fundamentele rechten geven, wil ik nog in het midden laten. Maar De Dijn heeft zelfs problemen met de ambitie om (dieren)leed zo veel mogelijk te vermijden. We weten niet in welke mate dieren lijden, niet alle lijden is hetzelfde, noch is alle lijden negatief, klinkt het.

Het is moeilijk te begrijpen dat iemand de veroordeling van (ernstig en onvrijwillig) lijden – en de wens om het te vermijden – doctrinair kan noemen. Lijden komt voor alles. Lijden is een universele subjectieve ervaring voor alle welzijnsgevoelige wezens. Elk dier, menselijk of niet, wil zo weinig mogelijk lijden (per definitie, zeg maar). Onze afkeer van lijden is niet iets dat we geleerd hebben – in tegenstelling tot cultuur, religie of eender welke ideologie of doctrine – maar komt voort uit wie we zijn. Als morele wezens kunnen we niet anders dan optreden tegen ernstig leed, vooral als we dat leed kunnen vermijden.

Pijn is pijn

De Dijn lijkt te vrezen dat, zodra we gevoelens, rechten of waardigheid van dieren erkennen, het hek van de dam is. Het is een klassiek slippery slope-argument, dat in de context van dieren vooral gehanteerd wordt door belangengroepen die het gebruik van dieren in stand willen houden. We zouden geen vlieg of mug meer mogen doden, vreest De Dijn (hij heeft het nog net niet over levensbedreigende virussen en bacteriën). En als we helemaal consistent willen doorzetten in onze wens om lijden te minimaliseren, zo vraagt hij, moeten we dan ook niet iets doen aan het leed van dieren in de natuur? Voor wie daar met een open geest wil over nadenken is de vraag niet zo absurd als De Dijn ze wil doen uitschijnen. Want de constatering klopt: het leed dat dieren in het wild ondergaan is in volume veel groter dan het leed dat gedomesticeerde dieren ervaren door menselijk toedoen. In zekere zin doet het er voor dieren niet toe of de oorzaak van hun lijden menselijk of natuurlijk is. Pijn is pijn, leed is leed. Waar we op een makkelijke en onproblematische wijze leed in de natuur kunnen verhinderen, anticonceptie toedienen aan dieren in bepaalde nationale parken om overpopulatie en hongerdood te vermijden bijvoorbeeld, siert het de homo sapiens om dat te doen. Dat leed van wilde dieren geen prioriteit is, heeft vooral te maken met het feit dat het zeer moeilijk aan te pakken is (de ecologische gevolgen van elke ingreep zijn moeilijk te overzien). En het houdt steek om eerst te proberen het leed te minimaliseren dat we zelf veroorzaken.

De Dijns relativering van dierlijk lijden via een reductio ad absurdum is vooral pijnlijk in het licht van wat op dezelfde dag in alle media was te zien: choquerende beelden die de dierenrechtenorganisatie Animal Rights maakte in een Belgische kippenbroeierij (DS 16 juni) . Of denk aan het nieuws van vorige week: dat in ons land elk jaar tien miljoen kippen geslacht worden (dagelijks ruim 27.000) terwijl ze niet of onvoldoende verdoofd zijn. En tenzij u niet heeft durven kijken, herinnert u zich vast het varken dat krijsend probeerde te ontsnappen uit het verschroeiende waterbad in het slachthuis van Tielt (DS 24 maart) . Als Herman De Dijn het lijden dan niet ziet of er positieve aspecten in kan ontwaren, dan wil ik dat graag weten, want ook ik kan die beelden niet vergeten.

Het onverdoofd geslacht koninginnenhapje

Dit stuk verscheen in De Standaard van 12/6/17

Elk jaar worden tien miljoen kippen geslacht terwijl ze onvoldoende verdoofd zijn. De minister kent het probleem al van begin 2016. Waarop wacht hij om maatregelen te nemen, vraagt Tobias Leenaert zich af.

Wordt uw hond straks ook een ­wezen met gevoelens? Dat was vorige week de met opzet bevreemdende ­titel van een artikel in deze krant (DS 9 juni) . Het stuk ging over een mogelijke grondwetsherziening om de status van dieren aan te passen. Momenteel zijn dieren juridisch gezien voorwerpen, maar hopelijk krijgen ze in de toekomst de status van ­gevoelige wezens, met een bewustzijn.
Dat bewustzijn is niet altijd en overal een voordeel, mag blijken uit ander nieuws. Jaarlijks worden in België tien miljoen kippen gedood terwijl ze nog bewust zijn, dat is vijf procent van alle gedode kippen (DS 10 juni). Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om rituele onverdoofde slachting, maar gewoon om inefficiënte verdoving. Kippen worden in de meeste slachthuizen verdoofd door hen onder te dompelen in een waterbad dat onder stroom staat. In België is de stroomsterkte lager dan wat Europa voorschrijft. Die overtreding gebeurt, jawel, in volle bewustzijn: de sector doet het omdat het risico op beschadiging van de karkassen op die manier kleiner is. Een hogere stroomsterkte, en dus meer consistente verdoving, zou een lager rendement betekenen.

Een kip is wellicht wat minder intelligent dan onze hond of kat, maar ook kippen zijn dieren die kunnen voelen. Beeld je in dat je zo’n dier, opgehangen aan de poten, in een elektrisch bad onderdompelt, dat het daar maar half verdoofd uitkomt, en vervolgens onder het mes gaat. Wanneer het dier spartelt of de kop wegtrekt, kan het zijn dat de hals niet volledig doorgesneden wordt en de doodstrijd dus nog langer duurt. Vermenigvuldig dit scenario met 27.000 om een idee te hebben wat er elke dag – alleen met slecht verdoofde kippen – in Belgische slachthuizen gebeurt.

Minimum minimorum

Een wereld waarin dieren eten tot het verleden behoort, komt er wel
Minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA), die zich – het moet gezegd – al verdienstelijk heeft gemaakt voor dieren, wacht op de resultaten van een onderzoek om in te grijpen. Dat onderzoek moet afgerond zijn in 2018. Het probleem is ­begin 2016 aan de minister gesignaleerd. Tegen het moment dat een mogelijk alternatief wordt geïmplementeerd, zullen vele tientallen miljoenen kippen op een ellendige manier aan hun eind gekomen zijn.

Niet alleen de sector en Ben Weyts, maar ieder van ons is zich ­ondertussen bewust van het leed dat dieren in de veeteelt, inclusief de slachthuizen, ondergaan. De beste manier om dat leed te vermijden, is gewoon: niet slachten. Een wereld waarin het eten van dieren tot het verleden behoort, komt er wel. Maar zolang we daar niet zijn, is het minimum minimorum dat we dieren op een zo zachtaardig mogelijke manier het leven ontnemen. Voor een ietwat beschaafde samenleving moet dat een prioriteit zijn, en mag dat kosten wat het wil.

Melk: met de M van Misleiding

Dit stuk verscheen in De Morgen van 16/6/17

In een geschil om de benaming van melk heeft het Europese Hof van Justitie deze week een uitspraak gedaan: plantaardige alternatieven voor zuivelproducten mogen niet worden verkocht als “melk”, “kaas” of “room”. Geen sojamelk dus, wel sojadrink.

De zuivelproducenten hebben goed gelobbyd. Zij waren blijkbaar bijzonder bezorgd over het welzijn van de consument. Die zou immers misleid en verward kunnen worden door dergelijke benamingen. Een redenering waar de rechter mee instemde. Maar hoe misleidend zijn woorden als sojamelk echt?

Eerst en vooral: de meeste mensen die zuivelalternatieven kopen, kopen ze precies omdat het niet om zuivel gaat. Veel van die kopers zijn lactose-intolerant. Of ze zijn veganist en willen producten boycotten die dierenleed met zich brengen. Of ze variëren voor de gezondheid of het milieu. De producent heeft er geen enkel belang bij deze consumenten te misleiden. Wanneer termen als melk, room of yoghurt worden gebruikt, staat daar dus steeds duidelijk bij dat het om een product gaat op basis van soja of andere plantaardige ingrediënten.

Nutritioneel of functioneel?
Het kan verhelderend zijn om hier het volgende onderscheid te maken: zuivelalternatieven kunnen nutritioneel en/of functioneel gelijkaardig (of zelfs gelijkwaardig) zijn aan het origineel. Nutritioneel is er eventueel een klein risico op verwarring. Wanneer iemand rijstmelk of amandelmelk ziet als melk, bestaat de kans dat hij of zij deze producten ter vervanging van melk gebruikt. Veel melkalternatieven zijn verrijkt met de nodige vitaminen en mineralen, maar niet alle producten zijn volwaardige vervangers.
Wat het functionele aspect betreft is er al helemaal geen probleem. Wanneer sojamelk (u en ik mogen nog sojamelk zeggen, enkel de producent mag zijn producten zo niet noemen) “melk” wordt genoemd, toont dit de consument aan dat hij of zij het product in de keuken kan gebruiken zoals melk. Sojamelk kan met andere woorden gebruikt worden om pannenkoeken mee te bakken, sojaroom kan in de saus, en sojayoghurt kan met muesli gegeten worden voor het ontbijt. Op die manier kan de naam van het product vele consument helpen een brug te maken tussen een gekend en een nog minder gekend product.

Voordelen
En het is wenselijk dat die consumenten dat doen. Dierlijke producten vervangen door plantaardige - of het nu om zuivel of vlees gaat - heeft immers vele voordelen. De productie van een liter sojamelk vereist een veel lager land-, water- en energieverbruik vergeleken bij een liter koemelk. Koeien stoten methaan uit via maag- en darmgassen, en leveren op die manier een significante bijdrage aan klimaatverandering.
Die sojamelk veroorzaakt ook geen dierenleed. Onder melkkoeien ontwikkelt de helft een melkklierontsteking of klauwletsel en is een kwart kreupel. De meeste mensen weten ook niet dat een koe jaarlijks zwanger gemaakt moet worden, wil ze voldoende melk produceren (we spreken over de “melkgift”, alsof een koe haar melk vrijwillig afstaat aan mensen). Na het baren worden moeder en kalf onmiddellijk van elkaar gescheiden, wat duidelijk een traumatische ervaring voor beide dieren is. Geen van deze problemen heb je met de sojaboon...
Ook voor de gezondheid heeft het consumeren van volwaardige melkalternatieven voordelen. Verrijkte sojamelk bevat eiwitten, calcium en vitamine B12, maar niet de verzadigde vetten en transvetten bevat die melk bevat.
Al deze troeven zouden reden genoeg moeten zijn voor de overheid om een aanmoedigingsbeleid te voeren wat betreft zuivelalternatieven. Door een gelijkaardige benaming wordt de overstap kleiner. Maar dat is buiten de zuivellobby gerekend, die al jaren het marktaandeel van sojamelk ziet groeien en niet bij de pakken wil blijven zitten.

Ironisch
Dat de zuivelsector het heeft over misleiding van de consument is trouwens erg ironisch. Al jaren is de melklobby bezig haar producten - van boterbergen tot melkplassen - te verpatsen aan de consument met twijfelachtige gezondheidsclaims als verkoopsargument. Melk is lang niet het wondermiddel dat de melkboeren ervan willen maken. Zuivel mag dan wel veel calcium bevatten, maar dat betekent nog niet dat wie veel koemelk drinkt automatisch sterke botten ontwikkelt. We zien zelfs dat de incidentie van botbreuken het hoogst is in landen waar de meeste zuivel wordt geconsumeerd.
Een ander voorbeeld van misleiding: de vzw NICE ofwel Nutrition Information Center, verspreidt zogezegd objectieve informatie over gezonde voeding (waaronder veel pro zuiveladvies). Je moet al goed kijken om op te merken dat deze organisatie een initiatief is van de VLAM, de koepel die Vlaamse landbouwproducten promoot. Wanneer de sector dus over misleiding spreekt, dan is dat een klassiek voorbeeld van pot en ketel.

Dierlijke voedingsproducten zijn langzaam maar zeker op de teruggang. Sta me toe dat ik me waag aan een kleine voorspelling om af te sluiten. Eens komt de dag dat vlees en zuivelproducten een zodanig kwalijke reputatie zullen hebben, dat de fabrikanten van dierlijke producten zelf zullen afkomen met alternatieve benamingen.

Tobias Leenaert
Oprichter EVA vzw


'Wie zijn kind laat sterven, is geen veganist'

Dit stuk verscheen in Knack van 15/6/17

Woensdag 14 juni veroordeelde de correctionele rechtbank van Dendermonde een echtpaar uit Beveren tot zes maanden voorwaardelijke celstraf voor het onvrijwillig doden van hun jonge kind.

Wie zijn kind laat sterven, is geen veganist.
Lucas stierf zo'n drie jaar geleden aan de gevolgen van ondervoeding. Uit wat er in de media verscheen, valt af te leiden dat moeder en vader er hun eigen ideeën over gezonde voeding op nahielden en wetenschappelijke experts met grote argwaan bekeken.

In een reactie in Knack waarschuwt bioloog Dirk Draulans - en met hem de experten die hij aan het woord laat - terecht voor gezondheidshypes en een irrationele, dogmatische benadering van gezond eten.

Jammer is echter dat hij de gelegenheid te baat neemt om vooral veganisme een veeg uit de pan te geven. Draulans heeft het een aantal keer over 'extreme veganisten' en associeert veganisme met sterfgevallen - de ouders van het kind in Beveren waren duidelijk geen veganisten - en ronduit absurde praktijken - ouders die hun kinderen urine te drinken geven bijvoorbeeld.

Draulans lijkt te willen insinueren dat het vooral veganisten zijn die er een onwetenschappelijke en ver doorgedreven irrationele houding over gezond eten op nahouden. Dat zou wel allemaal erg veralgemenend en kort door de bocht zijn.

De gemiddelde veganist is - deels noodgedwongen - beter geïnformeerd over wat gezonde voeding inhoudt en weet doorgaans dat een vitamine B12-supplement of met B12 verrijkte voeding een noodzaak is.

Veganisme is niet iets anti-wetenschappelijks (toch niet in principe), zelfs al ligt er een ideologisch principe ten grondslag aan de voedingskeuzes die veganisten maken. De meeste veganisten zijn veganist vanuit ethische overwegingen. Ze merken terecht op dat ongeveer alle commercieel verkrijgbare dierlijke producten ernstig dierenleed met zich meebrengen, en besluiten daarom enkel plantaardige producten te eten.

De praktijk van veganistisch eten wordt ondersteund door bewijs en theorie. De Academy of Nutrition and Dietetics, de grootste organisatie van voedingskundigen ter wereld, zegt al vele jaren dat een veganistisch voedingspatroon, indien goed gepland, niet alleen geschikt kan zijn voor mensen van alle leeftijden - van baby tot senior - maar ook gezondheidsvoordelen kan bieden voor het voorkomen en behandelen van diverse chronische ziekten. Vooral in het Engels zijn talrijke boeken en websites voorhanden over gezond veganistisch eten, geschreven door gediplomeerde specialisten. En in Duitsland wordt elk jaar door het befaamde Charité ziekenhuis de conferentie VegMed georganiseerd. Vorig jaar woonden daar bijna duizend gezondheidsprofessionals en -studenten lezingen bij over gezond veganistisch eten.

Net als Dirk Draulans draag ik een rationele, evidence-based aanpak van gezonde voeding hoog in het vaandel. In deze tijden is het meer dan ooit belangrijk om te luisteren naar experten.

Zelf de dokter uithangen, ongefundeerde theorieën aanhangen of bij kwakzalvers te rade gaan, is uit den boze.

Ook het idee dat wat de natuur ons brengt noodzakelijk goed en gezond is, en alles wat door mensen is gemaakt, verkeerd, zal ons niet ver brengen. Ideologische en nutritionele zuiverheid dient ons niet.

Zeker, er zijn veganisten die regelmatig aan wishful thinking doen en al te snel alle positieve veganistische gezondheidsclaims overnemen die ze op het internet lezen. Soms wordt te snel geloofd dat het allemaal OK is zolang het maar plantaardig is.

Dus jawel: experten, graag! Wetenschappelijke onderbouwing: absoluut.

Het probleem is dat in ons land de meeste gezondheidsprofessionals nog steeds redelijk conservatief denken wanneer het op veganisme aankomt. Zowel artsen (die maar een heel beperkt aantal uren voedingsleer kregen tijdens hun opleiding) als diëtisten (die hoop en al een paar lesuren krijgen over zogenaamde 'alternatieve voedingswijzen') zijn vaak onvoldoende geïnformeerd wanneer het op vegetarische en veganistische voedingspatronen aankomt.

Jammer genoeg gebeurt het hierdoor nog al te vaak dat een vegetariër tijdens een consult zelfs wordt aangeraden om toch af en toe wat vlees te eten. Wanneer veganisten een dokter of diëtiste willen raadplegen, kunnen ze dus maar beter op zoek gaan naar iemand die daarvoor openstaat en die hen geen onzin zal verkopen. Wie overtuigd is dat veganisme een goede keuze is - en daar zijn stevige argumenten voor - zal doorgaans toch niet snel van dat idee af te brengen zijn.

Het is evenmin verwonderlijk dat mensen met dergelijke overtuigingen hun kinderen op dezelfde manier willen grootbrengen en hen de eigen waarden willen meegeven. In plaats van a priori neen te zeggen tegen een veganistische voedingswijze - voor kinderen of eender wie - zouden gezondheidsdeskundigen in ons land ook kunnen evolueren naar een ruimdenkender standpunt. Dat zou het vertrouwen in hen ten goede komen.

Het lijkt onlogisch om een voedingspatroon dat potentieel heel veel gezondheids- en andere voordelen kan bieden, af te raden omdat het aangevuld moet worden met een eenvoudig vitaminesupplement. De dieren die mensen eten, kregen trouwens ook talrijke supplementen toegediend voordat ze een maaltijd werden.

Gezonde voeding zou voor eender wie - en zeker voor ouders van jonge kinderen - een aandachtspunt moeten zijn, niet enkel voor veganisten. Ons land telt 90.000 obese kinderen. Wereldwijd heeft een op drie mensen overgewicht. Kanker, hart- en vaatziekten en diabetes zijn de grootste seriemoordenaars in westerse samenlevingen. Het risico op deze aandoeningen kan sterk verlaagd worden door gezond te eten en een plantaardig voedingspatroon lijkt daar een belangrijke rol in te kunnen spelen.

Hoewel er zeker veganisten zijn die het soms té goed willen doen, en hoewel ze zich - net als iedereen - goed moeten informeren over gezondheid, is er helemaal niets 'extreems' aan het bewust vermijden van dierlijke producten.

Extreem is veeleer wat er gebeurt in slachthuizen (zoals in Tielt), of - zoals deze week aangetoond - in kippenkwekerijen.

Dat meer en meer mensen afstand willen nemen van dergelijke ellendige praktijken - en van het doden van dieren in het algemeen - hoeft niet te verwonderen. Ik stel voor dat we die bewustwording vooral versterken.

Maar we moeten daarnaast ook bij iedereen de kennis over gezonde voeding vergroten. En we mogen niet nalaten om iedereen, veganist of niet, aan te moedigen kritisch na te denken - over nieuwsartikelen, onderzoek en reclame - en bewijs en wetenschap te leren waarderen.

Tobias Leenaert is oprichter van het Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA) en Evelyne Mertens is diëtiste gespecialiseerd in vegetarisme en veganisme.

'Waarom we Wereldmelkdag maar beter begraven'

Dit stuk verscheen in Knack van 1/6/17


Het is weer zover: op wereldmelkdag (1 juni) haalt de zuivelsector nog eens alles boven om de burger aan de koemelk te houden. Volgens het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) is melk goed voor elk moment. Melk zou vooral belangrijk zijn om onze botten sterk en stevig te maken. Nochtans is het niet melk die daarvoor zorgt, maar - naast beweging en andere factoren - de calcium die erin zit.

Die calcium vind je ook terug in andere producten dan zuivel. Verrijkte plantaardige melkalternatieven - de zuivellobby heeft voor elkaar gekregen dat we ze zelfs niet mogen spreken van "sojamelk" - zijn uitstekende calciumbronnen. Er zit ook heel wat calcium in groene bladgroenten zoals boerenkool, rucola en broccoli, en ook in zaden, peulvruchten en mineraal water.

Calciumparadox

De voordelen van melk drinken zijn helemaal niet zo duidelijk als de melksector het wil doen uitschijnen. Hoewel zuivel inderdaad veel calcium bevat, betekent dit nog niet dat veel zuivel consumeren gelijk staat aan sterke botten ontwikkelen. Integendeel: er bestaat zelfs zoiets als de calciumparadox: botbreuken komen meer voor in ontwikkelde landen, waar de calciuminname hoger is, dan in ontwikkelende landen, waar ze lager is. Ze zouden zelfs het meest voorkomen in de landen waar de meeste zuivel wordt geconsumeerd. Dit impliceert niet noodzakelijk een causaal verband, maar doet op zijn minst vragen rijzen over het belang van melk voor sterke botten. Professor Walter Willet, een vooraanstaand voedingsepidemioloog aan universiteit van Harvard, gelooft niet in zuivel als bottenversterker. Hij ziet beweging als de voornaamste factor. Zijn advies: wil je sterke botten, laat de melk dan aan het kalf, maar maak er een wandelingetje mee.


Wil je sterke botten, laat de melk dan aan het kalf, maar maak er een wandelingetje mee
Wie veel zuivel consumeert, neemt bovendien niet alleen calcium op. In zuivel zitten veel verzadigde vetten en transvetten. Die dragen bij aan een hoog cholesterolgehalte in het bloed, waardoor het risico op hart? en vaatziekten stijgt. De gemiddelde Belg eet nu al te veel dierlijke eiwitten. Mensen aanmoedigen om er nog meer te consumeren lijkt in dat opzicht een vreemde strategie.

Milieu-aspect

Het aanzwengelen van de melkconsumptie is ook geen goede zaak voor het milieu. Dat veel vlees eten bijdraagt tot de opwarming van de aarde begint langzamerhand door te dringen. Maar hetzelfde geldt voor melk. Via maag- en darmgassen van de miljoenen melkkoeien op onze planeet komt veel methaan in de lucht, en in hun mest zit lachgas, beide zeer schadelijke broeikasgassen.

De hoge melkproductie en -consumptie gaat ook ten koste van zij die de melk produceert: de koe. Onderzoek aan de Gentse universiteit toont aan dat de helft van de melkkoeien een melkklierontsteking of klauwletsel ontwikkelt, en dat een kwart van hen kreupel is. Terwijl koeien van nature twintig jaar oud kunnen worden, gaan ze al na zes jaar naar het slachthuis: ze zijn dan letterlijk leeggemolken. Wat de meeste mensen zich ook niet realiseren is dat voor een voldoende melkrendement, koeien jaarlijks zwanger gemaakt moet worden, en onmiddellijk na het baren van hun kalf worden gescheiden. Wie al eens een moederkoe heeft horen loeien om haar weggenomen jongen, weet dat dat geluid door merg en been gaat.

Melk moet niet, calcium en beweging moeten wel. Als het ons echt om calcium of sterke botten te doen is, dan hebben we een wereldcalciumdag of een wereldbottendag nodig. Wereldmelkdag mag begraven worden.

Tobias Leenaert, oprichter EVA vzw

Patrick Mullie, voedingsexpert Erasmushogeschool

woensdag 12 augustus 2015

Mag het even over de dieren zelf gaan?

Dit stuk verscheen in De Standaard van 12 augustus 2015

Rachida Aziz plaatste in deze krant de polemiek over onverdoofd slachten op dezelfde hoogte als het hoofddoekendebat: onversneden islamofobie. Volgens haar zijn de laatste minuten van een dierenleven een detail in vergelijking met de rest ervan. Ik hoop dat ik het daarmee oneens mag zijn zonder van islamofobie te worden beschuldigd?

Het is enkel bij dieren dat we het belang van die laatste minuten zo zouden durven relativeren. En zelfs niet bij alle dieren. Wanneer we onze kat of hond laten inslapen in de meest vredevolle omstandigheden, krijgen zij voor de dodelijke injectie eerst een verdovend spuitje. Als we respect hebben voor hun lijden, doen we dat zo.



De Europese federatie van dierenartsen zegt dat we in geen enkele omstandigheden dieren zouden mogen doden zonder verdoving. Homo sapiens maakt jaarlijks koteletten, steaks, nuggets, schoenen en handtassen van zo’n zestig miljard dieren. Zolang we hen willen eten of dragen - wat absoluut niet hoeft -  is het minimum minimorum dat we het leven van deze dieren beëindigen op een zo pijnloos en rustig mogelijke manier.

Dat zou eigenlijk een evidentie moeten zijn. Toch worden maatregelen in die richting in twijfel getrokken of gesaboteerd. De dieren - die zelf jammer genoeg geen stem hebben in dit debat - zijn hier de allereerste betrokkenen, en zijn de slachtoffers van het politiek getouwtrek. Zelfs bij Rachida Aziz, een vegetariër, gaat het uiteindelijk niet over de dieren zelf. Als ik even mag veralgemenen: xenofoben gebruiken de discussie om te fulmineren tegen moslims; atheïsten zetten er een boompje tegen religie mee op. Moslims willen met de discussie aantonen hoe onverdraagzaam Vlamingen zijn. Links gebruikt het debat om aan te tonen hoe hypocriet rechts is, rechts doet hetzelfde voor links. En vegetariers gebruiken de discussie om te tonen hoe schijnheilig al de rest is.

Ik begrijp dat velen tenminste ten dele voor het verbod zijn om xenofobe redenen. Anderen, zoals Rachida Aziz, zijn tegenstander vanuit de beste intenties. Zij maken zich zorgen over het verder in de hand werken van de discriminatie van minderheidsgroepen. We moeten waken over de vrije culturele en religieuze beleving van anderen. Maar dergelijke bezorgdheden, hoe gegrond ook, kunnen en mogen volgens mij in dit geval niet primeren.

Lijden komt voor alles. Het is dé universele subjectieve ervaring - tenminste voor alle welzijnsgevoelige wezens. Pijn vermijden we, plezier zoeken we op. Lijden is niet iets dat we geleerd hebben - in tegenstelling tot cultuur of religie - maar komt voort uit wie we zijn. We kunnen en moeten tegen het leed van onverdoofd slachten zijn, zonder ons voor een of andere kar te laten spannen.

Volgens de oppositie moet Weyts meer consistent zijn in zijn dierenwelzijnsbeleid, wil hij niet overkomen als iemand die moslims viseert. Sp.a. wijst erop dat de minister bijvoorbeeld de uitbreiding van het jachtdecreet of nieuwe pelsdierkwekerijen niet zou mogen goedkeuren. Anderen gaan nog verder: Weyts zou zijn edele motieven moeten bewijzen door ook jacht en visvangst (waarbij dieren evenmin verdoofd worden) aan te pakken, of meteen maar elke praktijk die indruist tegen dierenwelzijn. En Aziz spreekt over het starten van een dialoog over onze vleesconsumptie. Dat zijn allemaal voorstellen die ik uiteraard zeer genegen ben. Maar ze brengen ons in een straatje zonder eind.

Het leed dat wij dieren aandoen, is zo onvoorstelbaar groot en veelomvattend, dat we niet anders kunnen dan stapsgewijs gaan, en elke mogelijke stap moeten zetten. Sommige van die stappen zullen een mix van zuivere en minder zuivere motivaties achter zich hebben, maar daar valt weinig aan te doen. Politieke recuperatie is van alle tijden. We kunnen altijd redenen vinden om alles en iedereen van hypocrisie of inconsistentie te beschuldigen. Dat er nog veel andere misbruiken bestonden en bestaan, heeft ons er echter niet van weerhouden om  - ik zeg maar wat straatpaardenkoersen, kattenwerpen of legbatterijen te verbieden.

De “beschaafde samenleving” waarover Weyts spreekt, is op alle gebieden nog ver weg - zijn partij mag gerust ook even de hand in eigen boezem steken - en er zal heel wat meer voor nodig zijn dan een verbod op rituele slacht. Maar ondertussen: voorwaarts graag.

maandag 3 augustus 2015

Het leed van een leeuw

Dit stuk verscheen in De Standaard van 3/8/2015

Cecil de leeuw, de trots van de Zimbabwaanse vlakten, is niet meer (DS 30 juli) . Hij werd neergeschoten door iemand die van plan was om een tapijtje van zijn vel te maken en zijn hoofd boven zijn haard te hangen.

Niet alleen is de tragische held van dit verhaal charismatisch en fotogeniek: ook de ‘slechterik’ spreekt tot de verbeelding: Walter Palmer, een rijke Amerikaanse tandarts, was gewapend met een kruisboog en ging ’s nachts te werk.

Cecil en Palmer zijn de sterren van het Oscarwinnend drama dat momenteel overal ter wereld mensen geboeid houdt. De strijd is al beslecht, maar ondertussen is de tandarts op de vlucht en is de jager het wild geworden. Er werden al duizenden doodsbedreigingen geuit aan Palmers adres. En dat is klein bier vergeleken met wat de man mogelijk nog te wachten staat. Een petitie voor zijn uitlevering, op de website van het Witte Huis, werd al ondertekend door ruim 220.000 mensen. En Zimbabwaanse gevangenissen hebben geen al te beste reputatie. Je zou voor minder vluchten.



Mascotte

Leeuwen zijn sowieso prachtige, grote, charismatische dieren, maar Cecil was niet zomaar een leeuw: hij was een beroemdheid onder de leeuwen in Zimbabwe, een soort mascotte. Cecil maakte deel uit van een onderzoeksproject van de universiteit van Oxford en droeg een gps – die de daders zonder succes probeerden te vernietigen. En Cecil werd illegaal gedood: hij werd weggelokt van een terrein waar niet gejaagd mocht worden.

Het zijn allemaal factoren die onze verontwaardiging over dat euvel aanwakkeren. Maar die factoren, hoewel bezwarend, zijn moreel nauwelijks relevant. Wat hier echt telt, is niet dat hij beroemd, groot, sterk, mooi of leeuw was. Wat telt, is dat hij een wezen was met gevoelens en belangen. Een wezen dat genot en pijn kon ervaren.

Na een mislukt kruisboogschot van Palmer heeft Cecil veertig uur liggen lijden voor hij gevonden en afgemaakt werd. Het is daarnaar dat onze aandacht moet uitgaan. Als we Cecils lijden en doden niet oké vinden en menen dat hij dat niet heeft verdiend, dat niemand dat verdient, dan kunnen we misschien ook, langzaam maar zeker, gaan openstaan en ontvankelijk worden voor het leed van zovele anderen.

De miljarden andere

Want die enige relevant eigenschap, zijn welzijnsgevoeligheid, heeft Cecil gemeen met miljarden andere wezens, die geen naam hebben, maar die evenzeer afzien. Ik ben erg blij dat zoveel mensen verontwaardigd zijn over wat er met deze leeuw gebeurde. En ik hoop dat die verontwaardiging en compassie kunnen overvloeien naar andere domeinen. Cecil was één dier. De andere, jaarlijks 600 gestroopte leeuwen voelen zoals Cecil. Alle andere geslachte dieren voelen zoals leeuwen. En de 180 miljoen kippen, varkens en koeien die dagelijks (jawel) gedood worden voor voedsel, zij voelen evenzeer.

Het is ook die welzijnsgevoeligheid, de capaciteit tot geluk en leed, die mensen en dieren verbindt. Het is de eigenschap die niet alleen mensen van een verschillende huidskleur, geslacht, seksuele oriëntatie of religie, maar ook menselijke en niet-menselijke dieren verenigt. Het is de eigenschap die over de soortgrenzen heen springt. Je kan lijden en genieten, of je nu blank bent of zwart, man of vrouw, een opponeerbare duim hebt of manen, een slurf, een staart of vleugels hebt. Het zal nog even duren, maar eens komt het besef dat we in het vermogen tot genot en lijden allemaal heel erg gelijkend zijn.