Doorgaan naar hoofdcontent

Het leed van een leeuw

Dit stuk verscheen in De Standaard van 3/8/2015

Cecil de leeuw, de trots van de Zimbabwaanse vlakten, is niet meer (DS 30 juli) . Hij werd neergeschoten door iemand die van plan was om een tapijtje van zijn vel te maken en zijn hoofd boven zijn haard te hangen.

Niet alleen is de tragische held van dit verhaal charismatisch en fotogeniek: ook de ‘slechterik’ spreekt tot de verbeelding: Walter Palmer, een rijke Amerikaanse tandarts, was gewapend met een kruisboog en ging ’s nachts te werk.

Cecil en Palmer zijn de sterren van het Oscarwinnend drama dat momenteel overal ter wereld mensen geboeid houdt. De strijd is al beslecht, maar ondertussen is de tandarts op de vlucht en is de jager het wild geworden. Er werden al duizenden doodsbedreigingen geuit aan Palmers adres. En dat is klein bier vergeleken met wat de man mogelijk nog te wachten staat. Een petitie voor zijn uitlevering, op de website van het Witte Huis, werd al ondertekend door ruim 220.000 mensen. En Zimbabwaanse gevangenissen hebben geen al te beste reputatie. Je zou voor minder vluchten.



Mascotte

Leeuwen zijn sowieso prachtige, grote, charismatische dieren, maar Cecil was niet zomaar een leeuw: hij was een beroemdheid onder de leeuwen in Zimbabwe, een soort mascotte. Cecil maakte deel uit van een onderzoeksproject van de universiteit van Oxford en droeg een gps – die de daders zonder succes probeerden te vernietigen. En Cecil werd illegaal gedood: hij werd weggelokt van een terrein waar niet gejaagd mocht worden.

Het zijn allemaal factoren die onze verontwaardiging over dat euvel aanwakkeren. Maar die factoren, hoewel bezwarend, zijn moreel nauwelijks relevant. Wat hier echt telt, is niet dat hij beroemd, groot, sterk, mooi of leeuw was. Wat telt, is dat hij een wezen was met gevoelens en belangen. Een wezen dat genot en pijn kon ervaren.

Na een mislukt kruisboogschot van Palmer heeft Cecil veertig uur liggen lijden voor hij gevonden en afgemaakt werd. Het is daarnaar dat onze aandacht moet uitgaan. Als we Cecils lijden en doden niet oké vinden en menen dat hij dat niet heeft verdiend, dat niemand dat verdient, dan kunnen we misschien ook, langzaam maar zeker, gaan openstaan en ontvankelijk worden voor het leed van zovele anderen.

De miljarden andere

Want die enige relevant eigenschap, zijn welzijnsgevoeligheid, heeft Cecil gemeen met miljarden andere wezens, die geen naam hebben, maar die evenzeer afzien. Ik ben erg blij dat zoveel mensen verontwaardigd zijn over wat er met deze leeuw gebeurde. En ik hoop dat die verontwaardiging en compassie kunnen overvloeien naar andere domeinen. Cecil was één dier. De andere, jaarlijks 600 gestroopte leeuwen voelen zoals Cecil. Alle andere geslachte dieren voelen zoals leeuwen. En de 180 miljoen kippen, varkens en koeien die dagelijks (jawel) gedood worden voor voedsel, zij voelen evenzeer.

Het is ook die welzijnsgevoeligheid, de capaciteit tot geluk en leed, die mensen en dieren verbindt. Het is de eigenschap die niet alleen mensen van een verschillende huidskleur, geslacht, seksuele oriëntatie of religie, maar ook menselijke en niet-menselijke dieren verenigt. Het is de eigenschap die over de soortgrenzen heen springt. Je kan lijden en genieten, of je nu blank bent of zwart, man of vrouw, een opponeerbare duim hebt of manen, een slurf, een staart of vleugels hebt. Het zal nog even duren, maar eens komt het besef dat we in het vermogen tot genot en lijden allemaal heel erg gelijkend zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren