Doorgaan naar hoofdcontent

Lijden is geen lachertje


Dit stuk verscheen in De Standaard van 19/6/17

Voor Herman De Dijn kunnen dieren het best beschermd worden via huidige en (vermoed ik) nieuwe wetten. Een geconstrueerde doctrine – zoals hij dat noemt – rond ‘uiterst abstracte begrippen als lijden, waardigheid of gevoel’ acht hij overbodig en hinderlijk (DS 16 juni) . Dieren rechten toekennen lijkt De Dijn al helemaal absurd te vinden, vooral omdat zij die rechten – net zoals kinderen en andere minder mondige groepen – niet zelf kunnen opeisen. Dat er andere manieren zijn om dieren adequaat te beschermen dan hen fundamentele rechten geven, wil ik nog in het midden laten. Maar De Dijn heeft zelfs problemen met de ambitie om (dieren)leed zo veel mogelijk te vermijden. We weten niet in welke mate dieren lijden, niet alle lijden is hetzelfde, noch is alle lijden negatief, klinkt het.

Het is moeilijk te begrijpen dat iemand de veroordeling van (ernstig en onvrijwillig) lijden – en de wens om het te vermijden – doctrinair kan noemen. Lijden komt voor alles. Lijden is een universele subjectieve ervaring voor alle welzijnsgevoelige wezens. Elk dier, menselijk of niet, wil zo weinig mogelijk lijden (per definitie, zeg maar). Onze afkeer van lijden is niet iets dat we geleerd hebben – in tegenstelling tot cultuur, religie of eender welke ideologie of doctrine – maar komt voort uit wie we zijn. Als morele wezens kunnen we niet anders dan optreden tegen ernstig leed, vooral als we dat leed kunnen vermijden.

Pijn is pijn

De Dijn lijkt te vrezen dat, zodra we gevoelens, rechten of waardigheid van dieren erkennen, het hek van de dam is. Het is een klassiek slippery slope-argument, dat in de context van dieren vooral gehanteerd wordt door belangengroepen die het gebruik van dieren in stand willen houden. We zouden geen vlieg of mug meer mogen doden, vreest De Dijn (hij heeft het nog net niet over levensbedreigende virussen en bacteriën). En als we helemaal consistent willen doorzetten in onze wens om lijden te minimaliseren, zo vraagt hij, moeten we dan ook niet iets doen aan het leed van dieren in de natuur? Voor wie daar met een open geest wil over nadenken is de vraag niet zo absurd als De Dijn ze wil doen uitschijnen. Want de constatering klopt: het leed dat dieren in het wild ondergaan is in volume veel groter dan het leed dat gedomesticeerde dieren ervaren door menselijk toedoen. In zekere zin doet het er voor dieren niet toe of de oorzaak van hun lijden menselijk of natuurlijk is. Pijn is pijn, leed is leed. Waar we op een makkelijke en onproblematische wijze leed in de natuur kunnen verhinderen, anticonceptie toedienen aan dieren in bepaalde nationale parken om overpopulatie en hongerdood te vermijden bijvoorbeeld, siert het de homo sapiens om dat te doen. Dat leed van wilde dieren geen prioriteit is, heeft vooral te maken met het feit dat het zeer moeilijk aan te pakken is (de ecologische gevolgen van elke ingreep zijn moeilijk te overzien). En het houdt steek om eerst te proberen het leed te minimaliseren dat we zelf veroorzaken.

De Dijns relativering van dierlijk lijden via een reductio ad absurdum is vooral pijnlijk in het licht van wat op dezelfde dag in alle media was te zien: choquerende beelden die de dierenrechtenorganisatie Animal Rights maakte in een Belgische kippenbroeierij (DS 16 juni) . Of denk aan het nieuws van vorige week: dat in ons land elk jaar tien miljoen kippen geslacht worden (dagelijks ruim 27.000) terwijl ze niet of onvoldoende verdoofd zijn. En tenzij u niet heeft durven kijken, herinnert u zich vast het varken dat krijsend probeerde te ontsnappen uit het verschroeiende waterbad in het slachthuis van Tielt (DS 24 maart) . Als Herman De Dijn het lijden dan niet ziet of er positieve aspecten in kan ontwaren, dan wil ik dat graag weten, want ook ik kan die beelden niet vergeten.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren