Doorgaan naar hoofdcontent

De Afkeer van Ann Debie

Afgelopen woensdag op TV in VOLT: Ann De Bie, bekend van de 'slimste mens ter wereld' en Het Journal draaide een dag mee in het slachthuis. Achteraf mocht ze vertellen over haar ervaring, en volgde een discussie over vlees en klimaat tussen boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche en klimaatwetenschapper Peter Tom Jones
(herbekijk - vanaf minuut 33) .

'Heeft het bezoek aan het slachthuis jou iets gedaan?' vraagt Martine Tanghe aan onze slimste mens ter wereld. De Bie antwoordt dat het haar bevestigd heeft in wat ze eet en niet eet. Ze zegt dat ze nog altijd die kalfskop voor zich ziet, en hoe verschrikkelijk ze dat vond. Ze zal zeker en vast geen kalfstong of kalfwangen meer eten, maar daarom niet minder... kalfslapjes. Een beetje onverwacht was dat, voor mij persoonlijk. De afkeer die ze ervaart, projecteert ze op een bepaald lichaamsdeel. Enkel de delen waar ze een afkeer voor voelt, zal ze niet meer eten.

Maar wat betekent die afkeer van Ann Debie eigenlijk? Afkeer ('disgust') heeft ongetwijfeld een zogenaamde 'adaptieve' functie: het gevoel van afkeer hielp of helpt ons bij ons overleven, doordat het ons belet dingen te eten of te betasten die ziekteverwekkend of op een andere manier gevaarlijk kunnen zijn. Maar is dat wat er speelde toen Ann die kalfskop zag? Vertelt de afkeer haar (onbewust) dat ze die tong en die wangen beter niet eet, omdat die niet gezond zijn, terwijl het kalfslapje wel ok is?
Mij lijkt dat allemaal weinig steek te houden. Er is nog een andere uitleg: er bestaat wel degelijk iets als morele afkeer ('moral disgust'), die zich voordoet wanneer we geconfronteerd worden met een voor ons moreel onjuiste daad, of de effecten ervan. Een studie aan de Universiteit van Toronto toonde trouwens aan dat de fysieke reactie die zich voordoet wanneer proefpersonen een geval van onrechtvaardigheid aanschouwden, dezelfde was als bij het zien van vieze vloeistoffen of foto's van vuile toiletten.

De meeste taboes en reacties van afkeer die met voedsel te maken hebben, hebben te maken met dierlijk voedsel. Voor de niet zo gevoeligen, kijk es naar deze en deze en deze 'most disgusting foods' pagina's, lukraak op het web gevonden. Bijna alles daar is van dierlijke oorsprong. Waarom? Het meest gegeven antwoord is dat je bij het eten van dergelijke 'producten' meer kans loopt om ziek te worden. Maar kan er meer aan de hand zijn? Kan er ook sprake zijn van een vorm van morele afkeer? Kan het zijn dat Ann De Bie, zonder het te beseffen, ook een afkeer voelde van het kalfshoofd omdat ze, bij het zien daarvan het meest geconfronteerd werd met het dier dat achter het vlees zat - het wezen dat vele eigenschappen deelt met ons, maar toch gedood moest worden voor ons voedsel?

Als vegetariër is het me al lang evident dat ongeveer iedereen wel op een of andere manier om dieren geeft, en eigenlijk dieren liever niet wil doden. En dat, wanneer we daar geen problemen meer mee hebben, dat komt door een onbewuste en bewuste dissociatie met het dier achter het vlees en met het doden zelf. Kijk nog maar es naar het fragment in VOLT, en luister naar wat zelfs de slachter zegt: spijtig dat er een dier voor moet worden gedood.
Het geven om dieren, het liever-niet-doden, zit in ieder van ons. Jammer dat we ons daar zo vaak voor schamen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren