Doorgaan naar hoofdcontent

Vissen redden

Op de voorpagina van een krant: twee mensen die op een strand ergens aan de Amerikaanse zuidkust een dode schildpad in een plastic zak stoppen. Het dier is slachtoffer geworden van de ramp met booreiland Deepwater Horizon. Ik heb geen idee welke doodsstrijd de schildpad geleverd heeft, of ze geweten heeft wat haar overkwam, zich vragen stelde bij de olie op de zee… Met haar zijn er duizenden of honderd duizenden andere dieren gestorven door het vervuilende goedje dat door menselijke schuld in zee geloosd is, en nu de kusten van een van de meest biodiverse gebieden ter wereld bedreigt.

Leuk altijd om te zien is wel dat er in zo’n gevallen altijd veel (vaak vrijwillige) hulp komt opdagen: mensen die de zooi van anderen willen opruimen, die de fauna en de flora een handje willen toesteken – vaak letterlijk. Ze reizen naar de plaats des onheils om de schade zoveel mogelijk te proberen beperken. Prachtig.

Maar.
Maar er is alweer iets vreemds aan de hand. Ik heb het al vaker gezegd: als er één ding is dat onze relatie met de dierenwereld kenmerkt, dan is het wel… de paradox. Die relatie zit vol van interne tegenstellingen. Neem dit geval weer. Een artikel in De Standaard stelt de volgende vraag: red je de vis of red je de vogels? Beide kan blijkbaar niet (lees in het artikel waarom). Wat ik me dan afvraag: al die energie stoppen in het redden van die fauna en flora, maar ondertussen à volonté vis vangen (om op te eten) en daarbij die fauna en flora zo mogelijk nog meer schade berokkenen...? Waar slaat dat in godsnaam op? Terwijl we jaarlijks miljoenen vissen opeten, worden er nog eens evenveel of meer 'per ongeluk' gevangen of gedood: sleepnetten, longline fishing en andere vistechnieken hebben te kampen met het fenomeen van de bijvangst, en dat is op zich allemaal minstens even destructief als zo'n olievlek. De film Sea the Truth, binnenkort uit, zal alvast veel duidelijk maken - maar daarover schrijf ik binnenkort nog iets.
Door de ramp krijgt de visindustrie in de regio zware klappen. Ironisch genoeg heeft dat op zich eigenlijk een positief effect voor de vissen aldaar. Alweer een paradox.

Niet dat we de slachtoffers van de olieramp niet moeten proberen helpen natuurlijk. Maar toch... ik verwelkom de dag waarop we eindelijk es beginnen nadenken over onze zeer vreemde, van alle logica verstoken houding tegenover de natuur, en vooral, tegenover dieren.

Reacties

  1. De nagel op de kop!
    Willen we onszelf een denkende soort noemen (en ik denk dat we dat doen) die in staat is rationeel en logisch te denken, dan moeten we dringend bezinnen.
    Me dunkt dat we eenvoudigweg niet in staat zijn (altijd) logisch te denken en handelen. Maar wie zich daar bewust van wordt komt al een hele stap verder.
    Het is makkelijker een vlezige barbecue te vergoelijken met irrationele en zwakzinnige argumenten dan met argumenten die werkelijk steek houden.
    Althans... zo zie ik dat.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Open brief aan Axl Peleman

Beste Axl, Lang geleden, in 2004, hebben wij nog samengewerkt: je toen nog vegetarische hoofd prijkte - inclusief konijnentandjes - op een affiche voor ons vegetarische evenement V-day. Je was toen de enige echt overtuigde veggie BV. En ik bedoel wel degelijk écht overtuigd: in Humo liet je ooit eens noteren dat je een broodje waar vlees op gelegen had net zo min zou aanraken als een broodje dat met stront in contact geweest was. Vlees is stront, zo zei je toen. Ook in het interview dat ik destijds van je afnam, kwam je heel overtuigd over. Ondertussen ben je al lang geen vegetariër meer. We lazen dat vorige week nog eens in de krant (GVA, 6/6/2011): Vegetarisch eten bleek er na 15 jaar te veel aan te zijn. Niet genoeg tijd. (...) "Vijftien jaar lang at ik geen vlees. Uit ideologische overwegingen. Maar sinds een jaar of zes heb ik het vegetarisme achter mij gelaten. Het is een gezonde levensstijl als je er veel tijd in steekt. Tijd die ik niet meer had, of er in ieder geval