zondag 25 april 2010

Radicaal en extreem: is de norm de referentie?

Ik wil even iets kwijt over het woord (of concept) ‘radicaal’, naar aanleiding van het editoriaal in het vorige EOS magazine.

Een cliché, maar evenzeer een referentie: Van Dale. De betekenissen van ‘radicaal’ die Van Dale in deze context opgeeft zijn: 1. geheel en al, 2. geneigd tot consequentie, tot diep ingrijpende veranderingen; 3. Consequent, diep ingrijpend in de gewone gang van zaken.
De meesten mensen gebruiken het woord ‘radicaal’ (evenals het woord ‘extreem’) om iets negatiefs aan te duiden. Wat ze bedoelen is: té. Té ingrijpend, té ver gaand, té diep. Mensen houden meer van die waarheid die ‘ergens in het midden ligt’, op die spreekwoordelijke ‘gulden middenweg’. ‘Té’ is voorbij dat punt, en dus niet goed.

Mijn vraag is echter: wanneer kunnen we iets met recht en rede te vergaand (zeg maar radicaal of extreem) noemen? Mijn bezwaar is vooral dat mensen de woorden radicaal en extreem (met negatieve connotatie) in de mond nemen om iets te beschrijven dat ver afwijkt van de gangbare norm. Wat in eender welke richting te sterk afwijkt wordt automatisch en bijna per definitie als negatief en ongewenst afgedaan, gewoon omdat het er zo ver van afwijkt. Maar – en ik kom to the point – er is niets dat zegt dat die norm zelf niet formidabel scheef zit. De norm is met andere woorden niet noodzakelijk een referentie.

Toegepast op het geval vlees: veel mensen gaan ermee akkoord dat er vandaag ernstige problemen zijn met de intensieve veeteelt. Wat gangbaar is, is duidelijk niet correct. IJveren voor minder vlees (en een lagere CO2 uitstoot) of diervriendelijker praktijken, is voor velen een zeer acceptabele optie. Vlees helemaal afzweren wordt al gauw als radicaal of extreem beschouwd, omdat het veel te ver afwijkt van wat gangbaar is. Laat ons het for the sake of the argument over veganisme helpen, iets wat nog veel sneller als extreem of radicaal wordt bestempeld dan vegetarisme.

Vandaag eten vele mensen zich letterlijk ziek aan dierlijke producten. Is een positie die daar heel ver van staat (veganisme) automatisch slecht of verkeerd? Vandaag buiten we massaal dieren uit en doden we ze à rato van 60 miljard per jaar. Is een positie die voorstelt dat we helemaal ophouden met het gebruiken van dieren voor bijvoorbeeld voeding, radicaal of extreem? Ja, in de zin dat ze mijlenver van de norm staat. Maar moet ze daarom negatief beoordeeld worden? De centrale vraag misschien: kan een cultuur, een maatschappij, een land of misschien zelfs een wereld iets helemaal fout hebben? Kan het zijn dat de norm zo ongelooflijk verkeerd is dat er heel ver van afwijken misschien wel de enige juiste positie is?

Dat klinkt natuurlijk heel gevaarlijk allemaal, zo op het eerste gezicht. Het is wellicht de houding van de mensen die zich met vliegtuigen op gebouwen storten, of zichzelf opblazen in de straat. Enter empathie en rationele argumentatie.

Ik geloof in de empathie en in de rationaliteit van de mens. Ik geloof dat een houding of een overtuiging waarbij men ver afwijkt van de gangbare norm, perfect ok kan zijn (of misschien wel de enige juiste positie kan zijn) als men daarvoor goede rationele argumenten heeft én men een beroep doet op empathie.
Opnieuw, toegespitst op het geval vlees, of ‘dieren eten’: Ik geloof dat wie voelt en wie denkt, ooit tot de conclusie komt dat mensen veel beter kunnen dan dieren als instrumenten zien die te gebruiken zijn naar menselijke willekeur, voor voeding en andere doeleinden. Ik geloof ook dat dit een evolutie is die nog lang zal duren (een halve eeuw? Een eeuw? Twee eeuwen?), en – hoe groot het leed ook is – ik ben geduldig, en ik ben niet bereid om mijn toevlucht te nemen tot enige vorm van geweld. Dit geloof is ‘radicaal’ in de strikte zin van het woord. Maar is er iets verkeerds mee? Ik geloof dat sommige dingen heel erg verkeerd zijn, en dat we daar met recht en rede ‘radicaal’ tegen mogen zijn.

Is dit een pleidooi voor extreme standpunten? Niet noodzakelijk. Het is wel een pleidooi om kritisch om te gaan met de woorden radicaal en extreem. En een pleidooi om platitudes te vermijden, de guldenmiddenweg niet d’office te bewandelen en écht te onderzoeken hoe ver we precies moeten gaan om tot schoonheid, goedheid en waarheid te komen.