donderdag 26 september 2013

Shooting the messenger

Als wereldverbeteraars (ik gebruik die term nogal vaak, omdat hij redelijk duidelijk is) een boodschap willen verspreiden, dan is het verleidelijk en makkelijk om te denken dat het waarheidsgehalte en de dringendheid van die boodschap de belangrijkste factoren zijn voor de algemene verspreiding en aanvaarding ervan. Jammer genoeg is het uiteraard niet zo simpel. Ik heb hier al vaak geschreven en gesproken over het belang van de verpakking van zo'n boodschap. Hoe formuleer je je vraag, wat is precies je call for action (in het geval van vegetarische voeding kan dat iets zijn ergens  op de schaal van "doe mee aan Donderdag Veggiedag" tot "go vegan"), welke tools reik je aan, enzovoort.

Maar daarnaast is er nog een andere factor: de boodschapper zelf. Don't shoot the messenger, luidt het gezegde, maar nieuwe studies (verschenen in het European Journal of Social Psychology) wijzen erop dat dat precies is wat zovele mensen - die een deel van ons doelpubliek vormen - juist doen: ze luisteren meer of minder naar de boodschap naar gelang ze de boodschapper oké vinden. Dat het doelpubliek daarbij stereotypen en clichés niet schuwt, mag duidelijk zijn. Feministen worden omschreven als onhygiënische mannenhaters, milieu-activisten als treehuggers en hippies.

Een en ander is onlosmakelijk verbonden met de aard van activisme, zeggen de auteurs:

“Unfortunately, the very nature of activism leads to negative stereotyping. By aggressively promoting change and advocating unconventional practices, activists become associated with hostile militancy and unconventionality or eccentricity.”

Actievoerders, activisten, wereldverbeteraars... zullen de perceptie van zichzelf bij het doelpubliek nooit helemaal kunnen controleren, in de eerste plaats omdat die clichés vaak verouderd zijn en onterecht gebruikt worden. En op zijn minst zijn het ernstige veralgemeningen. Bovendien is het wellicht zo dat veel mensen uit het doelpubliek actief op zoek gaan naar redenen om bepaalde moeilijke boodschappen niet te moeten horen. Een van die manieren is de boodschapper in diskrediet te brengen.

Toch kunnen activisten een belangrijke invloed uitoefenen op hoe ze gepercipieerd worden: door, wanneer ze daartoe bereid zijn, de gewraakte clichés zo weinig mogelijk te bevestigen. Het is belangrijk dat wie iets zinnigs te vertellen heeft, de ander zo weinig mogelijk excuses geeft om niet te luisteren.








vrijdag 6 september 2013

De vier generaties vleesvervangers

Delhaize introduceerde vorige week nieuwe veggie producten van de Vegetarische Slager in haar gamma. De Vegetarische Slager staat hoofdzakelijk voor wat ik de vierde generatie vleesvervangers noem, of 4G. Even de generaties op een rijtje.

Als we het over "vleesvervanger" hebben, dan kan dat "vervangen" op twee dingen slaan: vervangen van de voedingsstoffen (eiwitten, b-vitamines, mineralen als ijzer en zink...) die in vlees zitten, of het vervangen van een aantal andere aspecten van vlees, zoals smaak, bite, vorm, enz.

1G: peulvruchten. De eerste generatie gaat om voedingsmiddelen (bonen, linzen, kikkererwten...) die vlees enkel nutritioneel (en dan nog gedeeltelijk) kunnen vervangen. In vele minder welstellende landen worden dergelijke producten nog heel vaak en door grote delen van de bevolking gegeten als eerste eiwitbron. Uiterlijk hebben deze producten natuurlijk niets met vlees te maken. Ze zijn ook geen volwaardige vervangers, want bieden op zich niet dezelfde eiwitkwaliteit als vlees. In combinatie met graanproducten zijn ze wel volwaardig. Voor mensen die al die vleesvervangers (en dan bedoelen we de producten die op vlees lijken) maar niets vinden, of voor hen die bijvoorbeeld allergisch zijn aan soja, kunnen deze producten soelaas bieden)

2G: eeuwenoude vleesvervangers zoals soja, seitan en tempeh. Bij deze producten werd wel al een zekere inspanning gedaan om hen enigszins op vlees te doen lijken. Ze werden vele eeuwen geleden ontwikkeld, in de eerste plaats door monniken die om religieuze en andere redenen geen of weinig vlees wilden eten. Vandaag bestaan ze nog steeds. Het zijn vleesvervangers waarmee je geen carnivoor voor de gek houdt. Het zijn doorgaans geen kant-en-klaar producten. Je kan er meer mee doen dan ze zomaar in de pan gooien: ze kunnen ook verwerkt worden in stoofpotten, pasta's, enzovoort...

3G: wat de meeste mensen onder vleesvervangers verstaan valt binnen de derde generatie. Het zijn de vele soorten vegetarische hamburgers, worsten, broodbeleg die je vandaag in de supermarkt en de natuurvoedingswinkel vindt. Deze producten zijn moderner, meer bewerkt, en lijken in alle aspecten meer op de equivalente vleesproducten dan 1G en 2G, maar benaderen vlees nog niet zo goed als 4G...

4G: hier gaat het om producten die nauwelijks nog van vlees te onderscheiden zijn en die omzeggens een blinde proeving zouden kunnen doorstaan. Het zijn producten waarvan je kan aannemen dat de "die hard" carnivoor ze ook wel wil eten, omdat ze nu eenmaal hetzelfde smaken en aanvoelen als vlees. In deze producten wordt momenteel, vooral in de VS, ook zwaar geïnvesteerd.

Afhankelijk van de vraag of je het vlees noemt of niet, zou kweekvlees eventueel een 5G product kunnen worden genoemd. Maar anderzijds... als de commercialisering ervan nog zo lang op zich zal laten wachten als sommigen vermoeden, kunnen er nog een paar andere generaties tussen zitten... 3G en 4G producten leggen vaken meer de nadruk op imitatie qua bite en uitzicht dan qua voedingswaarde. Dat wil zeggen dat deze producten niet noodzakelijk vlees nutriënt per nutriënt kunnen vervangen (eigenlijk ken ik zo geen enkele vleesvervanger) en niet noodzakelijk allemaal gezond zijn (vaak bevatten ze teveel vet en/of zout). Vegetariërs en andere mensen die vleesvervangers eten, moeten er enerzijds dus niet vanuit gaan dat ze dan altijd gezond eten, maar hoeven anderzijds ook niet te denken dat ze vleesvervangers *moeten* eten. Wat we uit vlees halen kan immers ook op andere manieren op ons bord komen dan via vleesvervangers (groenten, fruit, noten, zaden enzovoort bieden alle nutriënten die je in vlees vindt - behalve vitamine B12). In elk geval, wie voor vleesvervangers kiest in plaats van vlees, boekt sowieso bijna altijd een degelijke winst voor het milieu en het dierenwelzijn.



Zie ook

Vleesvervangers: voor of tegen? Inzetten op vleesvervangers