zondag 29 juli 2012

In het jaar 2300...

Af en toe een gedachtenexperiment moet kunnen. Hoe (on)realistisch vind je dit scenario? Let me know.

Een gesprek tussen een twaalfjarig meisje en haar vader, in het jaar 2300...

- Pap, ik las vanmorgen in een boek dat mensen vroeger dieren opaten! Is dat echt?
- Ja, dat klopt. Tot ongeveer het einde van de 21ste eeuw aten mensen dieren.
- Dus dat is echt? En mocht dat gewoon zomaar? En hoe vaak gebeurde het?
- Ongeveer iedereen deed dat. Elke dag. Toch zeker tot zeg maar 2050. Dat was heel gewoon. Mensen die het niet deden werden zelfs gezien als abnormaal.
- Maar hoe kon het nu normaal zijn om dieren te eten? Iedereen weet toch dat je dieren niet zomaar doodt?
- Ja, zo denken wij er nu wel over, maar de mensen vonden dat toen nog niet.
- Mocht je dan zomaar alles doen met dieren wat je wou?
- Hmmnee, eigenlijk niet. Je kon toen ook geen dieren zomaar slaan of mishandelen ofzo. En mensen zagen ook wel graag dieren. Vooral katten en honden, en wilde dieren.
- Maar toch aten ze ze?
- Ja, maar niet die dieren. Ze aten vooral koeien, kippen en varkens. En ook wel konijnen, eenden... Soms paarden.
- Maar er is toch geen verschil tussen die dieren en honden of katten?
- Nee, maar iedereen was het zo gewoon. Men dacht er niet bij na. Die dieren waren om op te eten. Mensen vonden ze lekker.
- En ze lekker vinden was een goede reden om ze te doden en op te eten?
- Toen blijkbaar wel, ja.
- Of aten ze misschien dieren wanneer ze al dood waren?
- Nee, dieren werden speciaal gekweekt om op te eten, en gedood zodra ze volgroeid waren, op jonge leeftijd.
- Hadden ze dan geen ander eten?
- Wel, vele onderzoekers hebben proberen verklaren wat er toen gebeurde, en waarom mensen zoveel dieren aten, terwijl ze blijkbaar wel wisten dat dat nergens voor nodig was, en dat dieren gevoelige wezens zijn. Maar er is eigenlijk geen goed antwoord gevonden. Er was in elk geval ander voedsel genoeg. De mensen die geen dieren aten werden vegetariërs genoemd. Voedsel dat niet van dierlijke oorsprong was, werd apart geplaatst of gemarkeerd in de winkels. Er bestaan ook heel veel zogenaamde “vegetarische kookboeken” uit die tijd. Dus ja, er waren duidelijk opties genoeg. En toch waren die vegetariërs maar met heel weinig, tot midden de 21ste eeuw of zo.
- En... wie moest die dieren dan doden?
- Dat gebeurde in eh... slachthuizen. Plaatsen waar per dag duizenden en duizenden dieren gedood werden. Er waren mensen die slachter waren van beroep. Een gevaarlijke job trouwens. En niet goed voor de geestelijke gezondheid, natuurlijk. Maar dat heeft men pas later ingezien.
- Wat heeft er dan voor gezorgd dat mensen ophielden met dieren eten?
- Verschillende dingen samen. Het was enerzijds een lange evolutie, die al begon in de tweede helft van de 20ste eeuw. Er groeide meer en meer bewustzijn over het feit dat vlees eten deel was van een grote vicieuze cirkel: al die dieren grootbrengen vroeg veel van onze planeet: water, grond, mest, afval... Dieren doden was niet goed voor de gezondheid van de mensen die ervoor verantwoordelijk waren. Dieren eten bleek uiteindelijk ook heel slecht voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen. Men zag het als minder en minder verantwoord. Maar dat was allemaal niet genoeg. De stroomversnelling is er gekomen door de ontwikkeling van andere voedingsproducten - een beetje wat we nu eten, maar toen nog minder lekker en gezond, en ook door twee wereldwijde epidemies in de jaren 2040, die hun oorsprong hadden in veeteelt. Vanaf toen is de vleesconsumptie erg snel gaan zakken, en tegen het einde van de eeuw werd er nergens nog vlees gegeten.
- Dat heeft allemaal wel lang geduurd!
- Wel, je moet weten dat we tienduizenden jaren dieren gegeten hebben, en dat het vlees van dieren voor onze verre voorouders erg waardevol was. Later werd dieren eten echter zowel overbodig als onverzoenbaar met onze morele waarden, maar het duurde even eer men dat laatste doorhad. Mensen bleven verwijzen naar het feit dat we altijd al dieren gegeten hadden, dat we dat moesten doen voor de gezondheid. Ze waren eigenlijk helemaal blind voor het feit dat dat enorm botste met onze ideeën over wat goed en fair was om te doen. Ze konden zich wellicht ook helemaal niet voorstellen dat er ooit een andere tijd zou komen, waarin we hun gedrag nog moeilijk zouden kunnen begrijpen. Wellicht doen wij ook vandaag nog dingen die we in de toekomst niet ok zullen vinden. Dat is evolutie. De maatschappij verandert.
- In de goede richting.
- Daar ben ik van overtuigd ja. Maar het gaat niet vanzelf.

dinsdag 17 juli 2012

De laatste legbatterij

Zoals in vele landen zaten tot voor kort ook in België de meeste legkippen in batterijkooien. Die zijn eindelijk, definitief en effectief verboden (wegens niet diervriendelijk) vanaf eind juli 2012 (na een lange overgangs- en gedoogperiode). De overstap naar nieuwe systemen (zoals verrijkte kooien, scharrelstallen of stallen met vrije uitloop) vereist extra investeringen van de kippenboer, en niet iedereen is bereid die te doen. Dergelijke mensen houden er dan gewoon mee op. Maar wat met de kippen? Hun eieren moeten na 1 augustus gewoon vernietigd worden, dus er is geen reden om hen te houden. De boer moet er dan massaal vanaf...

Vorige zaterdagnamiddag reden we naar vermoedelijk een van de laatste legbatterijen in België, voor een soort “opruimactie”. Solden zijn het hier echter niet: terwijl zo’n afgedankte kippen in het slachthuis 10 eurocent per dier opbrengen, worden ze hier bij wijze van spreken tegen woekerprijzen verkocht: mensen die kippen willen opvangen moeten tot anderhalve euro betalen - nog steeds niet veel voor een dierenleven, maar zo’n 1500% meer dan wat ze commercieel waard zijn dus.
Reddingsacties zoals deze, die spontaan op touw gezet worden wanneer een legbatterij de deuren definitief zal sluiten, bewijzen dat er voldoende mensen zijn die een hart hebben voor deze erbarmelijke schepseltjes. Hoewel... Tot onze verbazing was niet iedereen daar in de rij aan het wachten met dezelfde bedoelingen. Twee vrouwen waren aan het bespreken hoe kip het best klaargemaakt wordt. En blijkbaar waren ook restaurateurs van de partij om goedkoop vlees op de kop te tikken. Ook amusementsparken met roofdieren zoals krokodillen weten de legbatterijen te vinden om de magen van hun publiekstrekkers te vullen.

Gelukkig hebben de meeste mensen in de rij voor zover we kunnen zien en horen wel kipvriendelijke bedoelingen. Wanneer de eerste dieren in bakken de batterij uitgedragen worden, is het even schrikken. Iedereen weet dat een batterijkip niet makkelijk een schoonheidswedstrijd zal winnen, maar deze dieren zijn er nog erger aan toe dan verwacht. In de batterijen veranderen gezonde hennen van 4,5 maand oud op nog geen negen maanden tijd in kale scharminkels met een gezwollen buik en bloedarmoede. Niet alle dieren overleven trouwens die negen maand, en zelfs in scharrelkippenbedrijven rekent men op een uitval van vijftien procent. Wanneer af en toe een kip opduikt met opvallend veel pluimen is dat omdat de meeste van haar celgenootjes vrij vroeg gestorven zijn en zij op die manier meer plaats kreeg. Ook de vele antibiotica die de kippen via het voer toegediend krijgen, dragen ertoe bij dat ze de abominabele omstandigheden toch lang genoeg kunnen uitzitten. Het plotse wegvallen ervan zal sommigen misschien fataal worden. Voor de dieren die overleven zal het een paar maanden duren voor ze er weer als ‘echte’ kippen uitzien en het zal nog langer duren eer ze vertrouwen krijgen in mensen en niet meer gaan opvliegen en krijsen wanneer mensen in de buurt zijn. Maar met goede voeding, echt zonlicht, een zandbadje en een beetje aandacht is er veel kans dat het uiteindelijk goedkomt.

Het wachten in de rij duurt ons iets te lang en we besluiten dus mee te helpen om de kratten naar buiten te dragen. Op die manier kunnen we de batterij eens met onze eigen ogen zien. En meteen vraag je je af hoe mensen zoiets konden uitvinden en hoe dit kan bestaan. Het antwoord moet zijn: vooral doordat dergelijke toestanden voor de meeste mensen onzichtbaar zijn. Want bij de aanblik van deze donkere stallen met hun duizenden ellendige bewoners zegt ieder weldenkend mens: nee, dit gaat te ver. De piepkleine kooien vormen eindeloze rijen in verschillende etages. De hennen kunnen er nauwelijks in bewegen en staan er continu op draadgaas. Opdat ze nog meer eieren zouden leggen, wordt hun dag en nachtritme gemanipuleerd met kunstlicht.
Gelukkig dat dit verbod er is. Niet enkel voor de kippen: ook voor ons mensen. De legbatterij is een systeem beneden onze waardigheid. Als we in de toekomst foto’s zullen zien, zullen we ons afvragen hoe wie ze in hemelsnaam ooit goedkeurde.

Wanneer we aan de beurt zijn en moeten zeggen hoeveel kippen met ons meegaan, valt onze blik op de dieren die nog in de kooien zitten in het begin van de stal. Deze zullen niet aan de beurt komen vandaag en eindigen hoogstwaarschijnlijk in het slachthuis. Er zijn er eenvoudigweg te veel.
Alles moet snel gaan en de dieren worden ruwweg in kratten en dozen gepropt. We hopen dat er geen zijn die breuken oplopen, en laten ze in de auto uit de dozen - ze zaten te dicht op elkaar gepakt en er was kans dat sommigen zelfs de autorit niet zouden overleven. 36 leghennen in onze auto zorgen voor een minder aangename geur, maar dat is maar een klein ongemak.

Na een behandeling tegen parasieten en het knippen van de nageltjes mogen de dieren thuis hun eerste pasjes zetten. Alles is nieuw en de schriele zombies beginnen vrij snel stuk voor stuk te ontwaken en te ontdekken hoe de wereld echt is. Een beetje scharrelen in de aarde, met de bek op verkenning gaan, stro oppikken voor een nest, allemaal dingen die ze nooit eerder gedaan hebben. 
De volgende morgen horen we ze gezellig kakelen. Zijn ze plannen aan het maken voor hun nieuwe leven?
Bekijk meer foto's

vrijdag 13 juli 2012

Superkoks en de gezondheid van de Vlaming

De Vlaming is de laatste tien jaar Bourgondischer gaan leven, zo stond gisteren in De Standaard. Meer mensen dan vroeger gaan akkoord met de stelling “ik eet wat ik graag eet, zonder me zorgen te maken over de gezondheid ervan.” Zoals gesignaleerd in het artikel: dit is een merkwaardig resultaat, want vele onderzoekers en beleidsmakers, alsook de publieke opinie, gaan ervan uit dat we net gezonder eten dan vroeger.

Wim Verbeke van de Universiteit Gent geeft drie mogelijke verklaringen: de crisissen in de vleessector (die de resultaten bij de eerste peiling in 2001 negatief beïnvloedden); het moe worden van gezondheidsboodschappen; en tenslotte het idee dat er niet noodzakelijk een tegenstelling is tussen gezond en lekker.

Ondertussen werd door verschillende commentatoren al de nodige korrel zout (!) toegevoegd aan de onderzoeksresultaten - je kan die conclusie, zo zeggen ze, niet zomaar afleiden uit slechts één nogal suggestief gestelde vraag. Nochtans zouden we ook ergens helemaal niet verbaasd moeten zijn als de Vlaming de afgelopen jaren werkelijk nog meer culinaire bonvivant is geworden. Want een belangrijke factor werd vergeten bij bovenstaande mogelijke verklaringen: wat met de kookhype? De Bekende Koks zijn vandaag supersterren. Ze zijn niet van het scherm weg te branden en zijn het gouden kalf van menige uitgeverij. Het zijn de mensen die hun volk leren koken (en eten). En zo hebben ze ongetwijfeld véél meer invloed op het eetpatroon van de gemiddelde Vlaming dan alle gezondheidsboodschappen, sensibiliseringscampagnes, dokters en diëtisten samen. En terwijl er niets verkeerds is met de geneugten van lekker eten en het aanbevelenswaard is dat we met zijn allen vaker en langer de keuken induiken en dichter bij onze voeding komen te staan, kunnen we niet bepaald zeggen dat er veel nadruk ligt op gezond eten in de recepten van deze superchefs. We herinneren ons levendig hoe Jeroen Meus onlangs via youtube nog op zijn blote poep kreeg wegens zwaar botergebruik. Als zelfs een oma het zegt...

Lekker is vooralsnog vaker synoniem met ongezond. Anders leden niet 1 op 2 Belgen aan overgewicht, en zouden de cijfers voor kanker, hart- en vaatziekten en diabetes ongetwijfeld een stuk lager liggen. En met die cijfers, de kosten van de publieke gezondheidszorg.

Bij deze dus deze nederige vraag aan de kookgoden, die sowieso nog een tijdje belangrijke beleidsbeïnvloeders en succesvolle marketeers van lekker eten zullen blijven: kunnen zij misschien een beetje rekening houden met de gezondheid van de Vlaming (en met die van onze planeet, terwijl we dan toch bezig zijn)? Wie is immers beter geplaatst om, vanuit de praktijk van de potten en de pannen en de geslepen messen, aan te tonen dat lekker en gezond écht kunnen samengaan?