vrijdag 13 juli 2012

Superkoks en de gezondheid van de Vlaming

De Vlaming is de laatste tien jaar Bourgondischer gaan leven, zo stond gisteren in De Standaard. Meer mensen dan vroeger gaan akkoord met de stelling “ik eet wat ik graag eet, zonder me zorgen te maken over de gezondheid ervan.” Zoals gesignaleerd in het artikel: dit is een merkwaardig resultaat, want vele onderzoekers en beleidsmakers, alsook de publieke opinie, gaan ervan uit dat we net gezonder eten dan vroeger.

Wim Verbeke van de Universiteit Gent geeft drie mogelijke verklaringen: de crisissen in de vleessector (die de resultaten bij de eerste peiling in 2001 negatief beïnvloedden); het moe worden van gezondheidsboodschappen; en tenslotte het idee dat er niet noodzakelijk een tegenstelling is tussen gezond en lekker.

Ondertussen werd door verschillende commentatoren al de nodige korrel zout (!) toegevoegd aan de onderzoeksresultaten - je kan die conclusie, zo zeggen ze, niet zomaar afleiden uit slechts één nogal suggestief gestelde vraag. Nochtans zouden we ook ergens helemaal niet verbaasd moeten zijn als de Vlaming de afgelopen jaren werkelijk nog meer culinaire bonvivant is geworden. Want een belangrijke factor werd vergeten bij bovenstaande mogelijke verklaringen: wat met de kookhype? De Bekende Koks zijn vandaag supersterren. Ze zijn niet van het scherm weg te branden en zijn het gouden kalf van menige uitgeverij. Het zijn de mensen die hun volk leren koken (en eten). En zo hebben ze ongetwijfeld véél meer invloed op het eetpatroon van de gemiddelde Vlaming dan alle gezondheidsboodschappen, sensibiliseringscampagnes, dokters en diëtisten samen. En terwijl er niets verkeerds is met de geneugten van lekker eten en het aanbevelenswaard is dat we met zijn allen vaker en langer de keuken induiken en dichter bij onze voeding komen te staan, kunnen we niet bepaald zeggen dat er veel nadruk ligt op gezond eten in de recepten van deze superchefs. We herinneren ons levendig hoe Jeroen Meus onlangs via youtube nog op zijn blote poep kreeg wegens zwaar botergebruik. Als zelfs een oma het zegt...

Lekker is vooralsnog vaker synoniem met ongezond. Anders leden niet 1 op 2 Belgen aan overgewicht, en zouden de cijfers voor kanker, hart- en vaatziekten en diabetes ongetwijfeld een stuk lager liggen. En met die cijfers, de kosten van de publieke gezondheidszorg.

Bij deze dus deze nederige vraag aan de kookgoden, die sowieso nog een tijdje belangrijke beleidsbeïnvloeders en succesvolle marketeers van lekker eten zullen blijven: kunnen zij misschien een beetje rekening houden met de gezondheid van de Vlaming (en met die van onze planeet, terwijl we dan toch bezig zijn)? Wie is immers beter geplaatst om, vanuit de praktijk van de potten en de pannen en de geslepen messen, aan te tonen dat lekker en gezond écht kunnen samengaan?