vrijdag 27 december 2013

Op de wereld geworpen

Hoe zou het voelen om geboren te worden zonder iemand in de buurt die om je geeft?

Sommige gevoelens kun je beter verwoorden... in het Duits.

De Duitse filosoof Martin Heidegger vond ooit het woord “Geworfenheit” uit. Letterlijk: het geworpen zijn (thrownness, in het Engels). Het is een perceptie van hoe de mens op aarde terechtkomt: we worden hier als het ware gegooid. We zijn hier plots, zonder te weten wat of hoe of waarom. Het is alsof je eensklaps neergekwakt wordt op deze planeet, verdwaasd rond je heen kijkt, en dan je eigen weg moet zoeken.

Gelukkig krijgen de meesten van ons van meet af aan heel wat steun, en valt dat in zekere zin nog mee met die "geworpenheid". We worden (tenminste in het westen) doorgaans geboren in comfortabele en hygiënische omstandigheden, we vinden ons omringd door de warmte van een gezin, maar bovenal: er is een moeder die het allerbeste met ons voorheeft en bij wie we ons van het eerste moment veilig voelen.

Hoewel Heidegger daar misschien niet stil bij heeft gestaan, is het begrip Geworfenheit in zekere zin (zoals ik het hier interpreteer) nog meer van toepassing op pasgeboren dieren in de landbouw. Zij hebben wel een moeder, maar in vele gevallen is die maar een fractie van een moment in hun leven aanwezig. Kuikens zullen hun moeder zelfs nooit zien. Kalfjes en andere zoogdieren worden er onmiddellijk van gescheiden.

Natuurlijk mogen we niet zomaar alle menselijke gevoelens projecteren op dieren, die die gevoelens misschien niet kennen of niet in die mate beleven. Maar evenzeer moeten we er ons voor hoeden om dieren niet teveel gevoelens te ontzeggen. Het lijkt voor zich te spreken dat de ouder-kind band ook bij niet-menselijke dieren een basisgegeven is - met alle instincten en emoties die daarbij horen.

We kunnen voorlopig niet in dieren hun hoofd kijken (we kunnen zelfs niet in andere mensen hun hoofd kijken), maar met een beetje gezond verstand en empathie, en met behulp van deze foto's, kan je je wel een beeld vormen van hoe het moet voelen om zo op aarde geworpen te worden...

   (http://www.janvanijken.com/)





(deze laatste afbeelding toont individuele kalverboxen in de Amerikaanse staat Oregon. Elke box bevat een individueel kalfje, dat zijn moeder na de geboorte nooit meer gezien heeft.)


donderdag 26 december 2013

Veggie rituelen: over kalkoenen en kerstkado’s

Om vlees te eten moet je - voorlopig nog - dieren doden. Wanneer ik argumenteer dat tegenover dat doden van een dier eigenlijk alleen maar een heel tijdelijk smaakgenot staat, dan realiseer ik me zelf wel dat dat misschien een tikkeltje te kort door de bocht is. Smaak is - zeker hier bij ons in het westen - met verve de belangrijkste reden waarom mensen vlees eten. Maar er zijn er ook andere. En dat wil zeggen: er zijn ook andere zaken die mensen denken te zullen verliezen wanneer ze zouden ophouden met vlees eten.

Ik ga even voorbij aan de (volgens de Boerenbond zelfs “ongelooflijke”) voedingswaarde van vlees, aangezien ondertussen wel duidelijk is dat we vlees - of dierlijke producten in het algemeen - niet nodig hebben voor onze gezondheid. Onder de dingen die volgens sommige mensen mogelijks verloren zouden gaan wanneer we vlees uit ons menu en onze cultuur schrappen, zitten zaken als tradities, gezelligheid, symboliek en rituelen. Een van de auteurs die het soms heeft over de symbolische waarde van vlees, de rituelen en de verhalen die erin zitten, is Jonathan Saffran Foer, auteur van het -als-je-het-nog-niet-gelezen-hebt-moet-je-het-nu-lezen boek Dieren Eten.*

Ergens in zijn boek - of in een of ander interview, vertelt Foer hoe we het ritueel van die kalkoen en de verhalen die we errond vertellen, kunnen vervangen door andere rituelen en andere verhalen. En inderdaad: het niet eten van die kalkoen kan aanleiding geven tot een veel betekenisvoller ritueel en interessantere verhalen dan hem wél eten. Met de familie onder elkaar het hebben over waarom dat dier niet op je bord belandt, samen even babbelen over de waarden die aan de keuze te grondslag liggen… hoeveel interessanter kan dat niet zijn dan het mindless eten van een gefolterd dier? (mindful vlees eten - de hele achtergrond indachtig - is bijzonder moeilijk denk ik)




Met mijn familie - waar gelukkig al een tijdje geen dode dieren meer op tafel komen - hebben we dit jaar voor het eerst ook een ander ritueel overboord gegooid en vervangen door een wat mij betreft veel mooier: dat van het kopen en openen van de kadootjes. Op het eerste gezicht lijkt het iets moois, dat “schenken” aan elkaar. Maar uiteindelijk gaat het om consumeren, om elkaar dingen te geven die we niet nodig hebben - ook dit jaar moest ik weer hard denken over iets wat ik wou (om te vragen bij de schoonfamilie). Ik zag ook hoe de kinderen (voor wie er wel nog kadootjes waren) al naar het volgende pakje keken terwijl het vorige nog maar half opengedaan was.

En dus was er dit jaar een nieuw gebruik: elk familielid stelt mondeling, kort en krachtig, een goed doel voor. Hij of zij vertelt waarom die of die organisatie onze steun verdient voor wat ze doen - of het nu gaat om Syrische vluchtelingen, autistische kinderen, cliniclowns, straatkatten, enzovoort. Na het horen van de verschillende opties hebben we even gediscussieerd, en vervolgens heeft iedereen op een papiertje drie, twee of één punt gegeven aan de goede doelen van zijn of haar keuze, waarna er uiteindelijk één winnaar uit de bus kwam.

Het was voor mij een gigantische verademing: geen stress meer rond die kado’s, geen consumentisme, geen dingen mee naar huis die ik niet nodig heb… maar in de plaats daarvan: een veel zinvoller ritueel dat mensen “echter” kan verbinden dan de gewone kerstpakjes. En ook: een heel warm gevoel, en alvast één organisatie die een klein beetje meer middelen heeft om haar werk te doen. Ik kan het van harte aanbevelen.

De angst om dingen te verliezen, hoe eeuwenoud ze ook zijn, houdt ons zo vaak tegen om vernieuwing en verbetering te vinden. Maar alles, van kalkoenen tot kerstkado's, kan mooier, beter, met meer compassie. We moeten er alleen maar een beetje open voor staan.



* Andere interessante lectuur over de symboliek achter vlees is Meat, a natural symbol, van Nick Fiddes.





zaterdag 21 december 2013

Plantaardige gastronomie: ze kunnen het!

Ik eet graag. Wanneer ik op reis ga (vooral in de VS), krijg ik te horen dat ik op Facebook enkel foto’s zet van eten. Eten is een van mijn passies. Koken ook.
Ik ga regelmatig uit eten, maar doorgaans zijn de plaatsen die ik bezoek van het eethuis-niveau. Dat komt niet alleen doordat alle vegetarische restaurants sowieso in die categorie zitten, maar ook omdat culinaire uitspattingen budgettair niet altijd evident zijn.
Helemaal maagd op het gebied van haute cuisine of gastronomie ben ik dan ook weer niet. Destijds, toen Frank Fol zijn restaurant Sire Pynnock in Leuven nog openhield, heb ik daar een paar keer geweldig lekker vegan gegeten. Eén keer heeft Frank me getrakteerd, en de andere keer werd ik getrakteerd door een journalist - het geld ik zo niet moest uitgeven, was ik daarna kwijt aan een taxi Leuven - Gent, nadat ik de laatste trein gemist had. Maar ik dwaal af.
Sire Pynnock dus, en een trapje lager, de gastronomische diners van EVA, in Avalon of in de Vegetarische Kookstudio, dat zijn dingen die ik al heb meegemaakt. En nu, deze week, een viergangen lunch in restaurant Coeur d’Artichaut, toen de stad Gent samen met EVA een twintigtal Gentenaars trakteerde.
Tom Van Lyssebetten is de jongeman die daar achter het fornuis staat. En boy, wat een memorabele maaltijd (hier de recepten) heeft ie ons bezorgd. Nu mag u denken: Tobias eet zelden op enig niveau, dus weet hij veel! Dat zou een terechte opmerking zijn, ware het niet dat aan mijn dis een paar andere (niet vegetarische) genodigden zaten die iets meer gewend waren van deftig te tafelen. En ook zij vonden het geheel niet te versmaden.



En ik dacht bij mezelf: ze kunnen het wél, die chefs. Een klassiek geschoolde chef die een beetje van goede wil is en een zekere creativiteit in zijn vingers heeft, kan duidelijk iets geweldigs uit zijn koksmouw schudden. Zelf ben ik al vijftien jaar een vegan amateurkok. Ik ben ongeveer elke dag met plantaardige voeding bezig. Tom Van Lyssebetten is er nauwelijks mee bezig, maar steek hem die opdracht in zijn pollen en hij maakt er iets schitterends van. Stel je dan voor dat ie zich daar eens op toelegt. Wat kan daar allemaal aan moois uitkomen!
De mogelijkheden zijn eindeloos. Ik heb me laten vertellen dat er op de wereld 80.000 eetbare plantensoorten zijn, terwijl 90 % van wat we eten wordt ingevuld door slechts 20 verschillende soorten. Dus beeld je in wat er nog allemaal te ontdekken is. En stel je voor wat er gebeurt wanneer meer en meer mensen ervaren dat je geweldig heerlijk kan eten, op dat niveau, zo esthetisch verantwoord ook, zonder dierlijke producten.
En dan ben ik nog niet eens naar een sterrenrestaurant geweest.

zondag 15 december 2013

De valse romantiek van boer Jef

Dierenrechtenorganisatie Bite Back heeft undercoverbeelden gemaakt in negen Vlaamse varkensbedrijven en het resultaat is niet fraai. Landbouworganisaties Boerenbond en ABS verdedigen zich als duivels in een wijwatervat: de beelden zouden misleidend zijn en een vertekend beeld geven van de varkenshouderij.

Laten we niet flauw doen: als je iets op televisie wil krijgen, moet je selecteren en monteren, en zet je de spots op een aantal in het oog springende zaken. Dat kan niet anders. Nochtans zouden de beelden van geplette biggen zelfs niet nodig moeten zijn. De dagelijkse werkelijkheid waarin deze dieren leven is ook zonder incidenten erg genoeg. Het gaat om korte levens waarin verveling, ongemak en stress de belangrijkste constanten zijn. Vervang in het filmpje van Bite Back de varkens door honden en je krijgt een idee van wat er eigenlijk aan de gang is.

Boerenbond en ABS hebben gelijk: verkeerde beeldvorming over de vleesproductie is een probleem. Maar in de omgekeerde zin. Als we überhaupt al een beeld hebben van het dier achter onze kotelet, kippenpoot of biefstuk (en vaak hebben we dat helemaal niet meer), dan is dat nog steeds het idee van gelukkige, blij rondscharrelende, kakelende of door de wei huppelende dieren, die boer Jef, riek in de hand, stuk voor stuk bij naam kent. Die illusie wordt overigens wél nog in stand gehouden in reclamespotjes voor vlees van Vlam, dat instaat voor de marketing van Vlaamse landbouwproducten. In hun animaties hebben we voorwaar al varkens gezien die gemasseerd worden (u leest het goed). Van welke kant komt de misleiding dan precies?



Nu, dat dergelijke campagnes de boeren op de zenuwen werken, kan ik begrijpen. Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche deed in Reyers laat een oproep om de boeren niet te criminaliseren. Hier ben ik het met hem eens: hen treft niet alle schuld, en ik geloof in de goede intenties van de meesten. Maar ik stel me voor dat we op een dag allemaal samen tot de conclusie komen dat de intensieve veeteelt een voedselproductiesysteem is dat niet deugt. Daarbij zullen we niemand met de vinger wijzen. Het maakt niet uit wie het systeem ontwikkelde, wie er nu van profiteert of wie het in stand houdt – producent, supermarkt, of consument. Ergens is het fout gelopen en we willen ervan af. We zullen ons realiseren dat er leukere jobs zijn dan dieren kweken in donkere hokken, dat er mooiere manieren bestaan om geld te verdienen, en dat er gezondere en meer diervriendelijke alternatieven zijn om te eten.

Is het idee voor zo’n evolutie naar een mooier, ethischer en duurzamer voedselsysteem naïef? Misschien, maar het is zeker niet naïever dan het idee dat de vleesindustrie in haar huidige vorm zal blijven voortbestaan.

Dit stuk verscheen in De Standaard van 14/12/2013 





dinsdag 3 december 2013

Voedselverspilling en vleesvermindering in het Europees Parlement

Dinsdag was ik in het Europees parlement voor een meeting over duurzame voeding. Initiatiefnemer was Edward McMillan Scott, een van de vice presidents van het parlement. Hij introduceerde zijn assistente als een vegan, die hem overtuigd had om te stoppen met vlees te eten. Vervolgens had hij het over de dokter van het Europees Parlement, die verantwoordelijk is voor de gezondheid van 6.000 mensen daar: ook die brave man eet geen vlees. Ook een ex-Europees parlementslid in het publiek outte zich als vegetariër en ditto voor de persoon die naast mij zat en voor het European Heart Network werkt. In de korte presentaties, tenslotte, kwam vleesvermindering eveneens geregeld aan bod - onder andere in de speech van Duncan Williamson van WWF. En Janez Potocnik, eurocommissaris voor het milieu, ziet er helemaal een veggie uit, maar het kan zijn dat hij het niet durft zeggen.


Dus ‘t is niet dat het thema vleesvermindering/veggie afwezig is in deze hogere Europese kringen. Maar toch. Het belangrijkste onderwerp van discussie was een zogenaamde “communication” (een soort nota) over duurzame voeding die ergens volgend voorjaar (veel later dan verwacht) zal verspreid worden. Die nota zal zo ongeveer helemaal focussen op slechts één aspect van duurzame voeding: voedselverspilling.


Voedselverspilling is natuurlijk een belangrijk onderwerp waarmee veel duurzaamheidswinst te boeken is. Het is echter ook een heel makkelijk thema: niemand is tegen het terugdringen van voedselverspilling. Dat maakt dat het mogelijk erg impactvol is (want zeer pragmatisch gekozen), maar tegelijkertijd ook een beetje flauw. Voedseverspilling, hoe belangrijk ook, ligt politiek niet gevoelig. Ook onder de consument is het op heel korte tijd een hot en algemeen aanvaard topic geworden, waarover de verontwaardiging groot en tastbaar is.
Verschillende organisaties probeerden al te lobbyen om te zorgen dat de nota over méér zou gaan dan enkel die verspilling, maar Potocnik was heel duidelijk: het kan niet, het lukt niet. Praten over consumptie ligt véél te gevoelig en veroorzaakt veel te veel politieke tegenstand. We kunnen enkel doen wat haalbaar is, aldus de eurocommissaris.


Terug naar voeselverspilling. De link tussen dat thema en het vegetarische (minder/geen dieren eten) thema is er wel degelijk. Langs de ene kant gaat heel veel voedsel dat direct door mensen consumeerbaar is, naar dieren, en dat betekent verspilling. Langs de andere kant betekent een reductie van voedselverspilling en een meer efficiënt gebruik van het bestaande voedsel, ook dat er minder voedsel moet worden geproduceerd, en dat er dus minder dieren moeten gedood worden. Niet minder dan een derde van ons voedsel wordt weggegooid. Neem daar dan ook nog eens bij dat de gemiddelde westerse consument een derde te veel eet. Als niemand nog iets weggooit en niemand te veel eet, heb je plots voldoende aan één derde van het geproduceerde voedsel en dus het aantal gedode dieren.

De strijd tegen voedselverspilling is dus enorm belangrijk, om vele redenen. Maar op zich is hij niet voldoende, en zal de overheid op een gegeven moment niet anders kunnen dan zich te focussen op consumentengedrag. Het is een kwestie van tijd.