dinsdag 3 december 2013

Voedselverspilling en vleesvermindering in het Europees Parlement

Dinsdag was ik in het Europees parlement voor een meeting over duurzame voeding. Initiatiefnemer was Edward McMillan Scott, een van de vice presidents van het parlement. Hij introduceerde zijn assistente als een vegan, die hem overtuigd had om te stoppen met vlees te eten. Vervolgens had hij het over de dokter van het Europees Parlement, die verantwoordelijk is voor de gezondheid van 6.000 mensen daar: ook die brave man eet geen vlees. Ook een ex-Europees parlementslid in het publiek outte zich als vegetariër en ditto voor de persoon die naast mij zat en voor het European Heart Network werkt. In de korte presentaties, tenslotte, kwam vleesvermindering eveneens geregeld aan bod - onder andere in de speech van Duncan Williamson van WWF. En Janez Potocnik, eurocommissaris voor het milieu, ziet er helemaal een veggie uit, maar het kan zijn dat hij het niet durft zeggen.


Dus ‘t is niet dat het thema vleesvermindering/veggie afwezig is in deze hogere Europese kringen. Maar toch. Het belangrijkste onderwerp van discussie was een zogenaamde “communication” (een soort nota) over duurzame voeding die ergens volgend voorjaar (veel later dan verwacht) zal verspreid worden. Die nota zal zo ongeveer helemaal focussen op slechts één aspect van duurzame voeding: voedselverspilling.


Voedselverspilling is natuurlijk een belangrijk onderwerp waarmee veel duurzaamheidswinst te boeken is. Het is echter ook een heel makkelijk thema: niemand is tegen het terugdringen van voedselverspilling. Dat maakt dat het mogelijk erg impactvol is (want zeer pragmatisch gekozen), maar tegelijkertijd ook een beetje flauw. Voedseverspilling, hoe belangrijk ook, ligt politiek niet gevoelig. Ook onder de consument is het op heel korte tijd een hot en algemeen aanvaard topic geworden, waarover de verontwaardiging groot en tastbaar is.
Verschillende organisaties probeerden al te lobbyen om te zorgen dat de nota over méér zou gaan dan enkel die verspilling, maar Potocnik was heel duidelijk: het kan niet, het lukt niet. Praten over consumptie ligt véél te gevoelig en veroorzaakt veel te veel politieke tegenstand. We kunnen enkel doen wat haalbaar is, aldus de eurocommissaris.


Terug naar voeselverspilling. De link tussen dat thema en het vegetarische (minder/geen dieren eten) thema is er wel degelijk. Langs de ene kant gaat heel veel voedsel dat direct door mensen consumeerbaar is, naar dieren, en dat betekent verspilling. Langs de andere kant betekent een reductie van voedselverspilling en een meer efficiënt gebruik van het bestaande voedsel, ook dat er minder voedsel moet worden geproduceerd, en dat er dus minder dieren moeten gedood worden. Niet minder dan een derde van ons voedsel wordt weggegooid. Neem daar dan ook nog eens bij dat de gemiddelde westerse consument een derde te veel eet. Als niemand nog iets weggooit en niemand te veel eet, heb je plots voldoende aan één derde van het geproduceerde voedsel en dus het aantal gedode dieren.

De strijd tegen voedselverspilling is dus enorm belangrijk, om vele redenen. Maar op zich is hij niet voldoende, en zal de overheid op een gegeven moment niet anders kunnen dan zich te focussen op consumentengedrag. Het is een kwestie van tijd.