Doorgaan naar hoofdcontent

Voedselverspilling en vleesvermindering in het Europees Parlement

Dinsdag was ik in het Europees parlement voor een meeting over duurzame voeding. Initiatiefnemer was Edward McMillan Scott, een van de vice presidents van het parlement. Hij introduceerde zijn assistente als een vegan, die hem overtuigd had om te stoppen met vlees te eten. Vervolgens had hij het over de dokter van het Europees Parlement, die verantwoordelijk is voor de gezondheid van 6.000 mensen daar: ook die brave man eet geen vlees. Ook een ex-Europees parlementslid in het publiek outte zich als vegetariër en ditto voor de persoon die naast mij zat en voor het European Heart Network werkt. In de korte presentaties, tenslotte, kwam vleesvermindering eveneens geregeld aan bod - onder andere in de speech van Duncan Williamson van WWF. En Janez Potocnik, eurocommissaris voor het milieu, ziet er helemaal een veggie uit, maar het kan zijn dat hij het niet durft zeggen.


Dus ‘t is niet dat het thema vleesvermindering/veggie afwezig is in deze hogere Europese kringen. Maar toch. Het belangrijkste onderwerp van discussie was een zogenaamde “communication” (een soort nota) over duurzame voeding die ergens volgend voorjaar (veel later dan verwacht) zal verspreid worden. Die nota zal zo ongeveer helemaal focussen op slechts één aspect van duurzame voeding: voedselverspilling.


Voedselverspilling is natuurlijk een belangrijk onderwerp waarmee veel duurzaamheidswinst te boeken is. Het is echter ook een heel makkelijk thema: niemand is tegen het terugdringen van voedselverspilling. Dat maakt dat het mogelijk erg impactvol is (want zeer pragmatisch gekozen), maar tegelijkertijd ook een beetje flauw. Voedseverspilling, hoe belangrijk ook, ligt politiek niet gevoelig. Ook onder de consument is het op heel korte tijd een hot en algemeen aanvaard topic geworden, waarover de verontwaardiging groot en tastbaar is.
Verschillende organisaties probeerden al te lobbyen om te zorgen dat de nota over méér zou gaan dan enkel die verspilling, maar Potocnik was heel duidelijk: het kan niet, het lukt niet. Praten over consumptie ligt véél te gevoelig en veroorzaakt veel te veel politieke tegenstand. We kunnen enkel doen wat haalbaar is, aldus de eurocommissaris.


Terug naar voeselverspilling. De link tussen dat thema en het vegetarische (minder/geen dieren eten) thema is er wel degelijk. Langs de ene kant gaat heel veel voedsel dat direct door mensen consumeerbaar is, naar dieren, en dat betekent verspilling. Langs de andere kant betekent een reductie van voedselverspilling en een meer efficiënt gebruik van het bestaande voedsel, ook dat er minder voedsel moet worden geproduceerd, en dat er dus minder dieren moeten gedood worden. Niet minder dan een derde van ons voedsel wordt weggegooid. Neem daar dan ook nog eens bij dat de gemiddelde westerse consument een derde te veel eet. Als niemand nog iets weggooit en niemand te veel eet, heb je plots voldoende aan één derde van het geproduceerde voedsel en dus het aantal gedode dieren.

De strijd tegen voedselverspilling is dus enorm belangrijk, om vele redenen. Maar op zich is hij niet voldoende, en zal de overheid op een gegeven moment niet anders kunnen dan zich te focussen op consumentengedrag. Het is een kwestie van tijd.

Reacties

  1. Dag Tobias, klein denkfoutje : men eet een derde te veel van de twee derde die niet wordt weggegooid, dus is er met 44% van de huidige hoeveelheid voedsel genoeg, niet 33%. Altijd tot je dienst. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren