woensdag 2 mei 2012

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs.
Liefste omnivore medemens,
Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen.
Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie.

Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakkingen, of over restaurants die niet weten wat we eten en wat we niet eten. Nee, dat soort dingen reken ik eigenlijk tot de geneugten van het vegetariër zijn, bij wijze van spreken.
Ik heb het over iets helemaal anders. Iets dat ik niet zo makkelijk kan uitdrukken. Het gaat over een combinatie van machteloosheid en onbegrip. Machteloosheid in het aanzicht van zoveel dierenleed, en onbegrip dat het maar niet opgelost geraakt. Dat is niet het voorrecht van vegetariërs, zo zal u zeggen, en dat zal wel kloppen, maar toch, het is anders op dit gebied dan op andere. Voor het probleem van het eindeloze dierenleed in de wereld, bestaat namelijk een oplossing die eigenlijk heel haalbaar is, en dat is gewoon dat we allemaal lekker vegetarisch gaan eten. En ik weet, als je dat bekijkt op globale schaal, op het niveau van de hele mensheid, dan is dat (teminste op korte termijn) niet realistisch. Maar als je het bekijkt op individueel niveau, dan weet je dat het voor iedereen mogelijk is om mee te doen. Maar je weet eveneens dat het uiteindelijk niet gebeurt, dat mensen niet meedoen, dat ze verder blijven vlees consumeren, en je vraagt je af waarom. Je stelt soms jezelf in vraag en vraagt je af of je dingen ziet die er niet zijn, of je hypergevoelig of oversentimenteel bent. Je denkt bij momenten dat je misschien een alien bent, of gewoon gek. Je denkt dat het allemaal wel niet zo erg kan zijn als het eruit ziet, dat er toch een of ander rechtvaardig systeem moet achter zitten, karma misschien. Maar dat overtuigt je niet, en je gaat maar weer eens na wat je precies zo vreselijk vindt en of het wel zo vreselijk is. En je komt steeds opnieuw tot dezelfde conclusie: ja, wat gebeurt is afschuwelijk. Zestig miljard dieren per jaar die we nauwelijks een waardig leven gunnen omdat we de smaak van hun vlees lekker vinden. Meer of minder dan dat is er niet aan de hand. En je vraagt je af waarom het niet stopt en als het niet stopt wat je ertegen moet of kan doen. Je doet iets maar het is nooit genoeg en je ziet wel verandering maar die gaat zo traag. En bovenal: aan de mensen die het probleem en de oplossing niet zien krijg je het met geen stokken uitgelegd. Je kan geen foto’s of video’s tonen want die willen ze niet zien. Of het zijn allemaal uitzonderingen en eigenlijk is het lang zo erg niet. En van jou wordt dan gezegd dat je gewoon een nieuwe religie aanhangt of nu eenmaal een andere ideologische keuze dan zij gemaakt. En je probeert uit te leggen dat het toch niet zo maar een kwestie van smaak of voorkeur is. Want ondertussen ben je er zelf van overtuigd dat het niet alleen empathisch is maar ook heel rationeel is hoe je denkt: dat je geen dieren mishandelt en doodt (of laat doden) omdat je ze lekker vindt. Makkelijk vermijdbaar leed kunnen we toch maar beter vermijden? Wat is daar dan zo moeilijk aan, zo niet te begrijpen? Maar begrijpen doet men het niet, dus je wringt je in allerlei bochten om het toch maar uitgelegd te krijgen. Je doet een beroep op de moraalfilosofie, op argumenten van milieu en gezondheid, je kookt, je laat mensen proeven, en je hoopt dat er druppel per druppel iets binnensijpelt.
En je ziet dat bij bijna iedereen alles wat nodig is om het wél te begrijpen en te voelen, eigenlijk al aanwezig is. Je ziet dat de meesten mensen hun poes of hond graag zien, je ziet dat ze dierenmishandeling eigenlijk niet kunnen hebben. Ze zijn zelfs niet langer overtuigd dat dieren eten nodig is om gezond te zijn. En toch krijg je allemaal redenen te horen waarom wat jij zegt toch niet helemaal klopt, of niet consequent is, of niet haalbaar, of naïef. En ondertussen moet je nog opletten dat je niet hautain overkomt als iemand die denkt dat ie beter is dan de rest, een moraalridder wiens vingertje niet stilstaat. Je moet opletten dat je de ander niet veroordeelt om hoe hij eet - en dat is zo moeilijk want soms voelt ie zich al veroordeeld gewoon doordat je er bent. En je moet opletten dat je niet overkomt als iemand die haat want eigenlijk haat je niet - ook al word je soms een woest, en onverdraagzaam, en veroordelend (laat ons eerlijk zijn) - je kan het alleen niet begrijpen, terwijl je juist zo hard probeert te begrijpen.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel in ons hoofd, en zijn er een paar dingen die ‘t ietsje makkelijker maken. We genieten, in tegenstelling tot wat u mag denken, wel degelijk van het leven en van eten - velen van ons hebben de geneugten van koken en eten pas ontdekt nadat we vlees en vis aan de kant gezet hebben. En er is wel degelijk een evolutie merkbaar in onze omgeving, en die gaat altijd maar sneller. In onze buurt en overal ter wereld zijn er mensen die er hetzelfde over denken. Als we gek zijn, zijn we niet alleen. We ijveren samen voor Iets Helemaal Anders.
Wat mij persoonlijk nog het meeste helpt, is de realisatie, steeds opnieuw, dat ik zelf lange tijd dieren heb gegeten, ook terwijl ik al vond dat ik er eigenlijk mee moest ophouden (tien jaar, duurde die periode). Ik ben daar, vreemd genoeg, dankbaar voor. En ik ben ook dankbaar voor het feit dat ik kan voelen, hoe vervelend dat soms ook is, en dat ik kwetsbaar ben.
Dit, liefste omnivore medemens, is, erg vereenvoudigd, wat er zich dagelijks afspeelt in het hoofd van ondergetekende vegetariër. Misschien kunnen we zo dingen vinden die ons binden, en ophouden te spreken in termen van ik versus jij. En kunnen we zo elkaar beter begrijpen.
En to understand, is to love, zeggen ze.

Dank voor 't lezen
Tobias
PS: dierenleed is niet het enige argument om minder of geen vlees te eten. Dus scheer sowieso niet alle vegetariërs over deze kam, er zijn heel veel verschillen tussen ons.