vrijdag 23 maart 2012

Vlees, Vlam en Vlaamse parlementariërs

Deze week in de kranten: in België werden vorig jaar bijna 12 miljoen varkens gedood voor voeding. Dat zijn er 32.000 per dag, 1370 per uur, 23 per minuut. Of ongeveer elke drie seconde een dood varken. Hallucinant eigenlijk. 93% van al deze dieren zit in bedrijven waar 500 of meer varkens gehouden worden. De dagen van Boer Jef, die ze allemaal bij naam kende, zijn al lang voorbij.
Varkens behoren samen met de mens, de primaten, en walvissen en dolfijnen wellicht tot de top vijf van intelligentste diersoorten. Wij, de slimste van alle dieren, hebben er niet beter op gevonden dan dit welzijnsgevoelige wezen op te sluiten in donkere hokken en hen na amper zes maand naar het slachthuis te voeren om er tenslotte koteletten uit te hakken of worsten van te draaien.

Het grootbrengen van zoveel dieren weegt zwaar op het milieu. “Veestapel is drijvende factor voor milieudruk” lezen we in het Milieurapport 2011. Terwijl de broeikasgasuitstoot van de landbouw tot 2008 significant gedaald was (meer dan in andere sectoren), gaat die sindsdien opnieuw omhoog. Dat valt gedeeltelijk toe te schrijven aan de groei van de veestapel.

En dan is er de gezondheid. Varkens behoren - wanneer ze dood zijn tenminste - tot de categorie “rood vlees”, samen met rund-, paarden- en schapenvlees. Dat rood vlees kampt al een tijdje met een serieus imagoprobleem, en het ziet er niet naar uit dat dat snel beter wordt. Recent onderzoek aan Harvard University in de VS wijst uit dat dagelijkse consumptie van rood vlees de kans op een vroegtijdige dood met bijna twintig procent kan verhogen.

De wetenschappelijke basis voor een grootscheepse campagne voor vleesvermindering vanuit de Vlaamse Overheid is er al heel lang. De discussie werd op 7 maart gevoerd in de landbouwcommissie van het Vlaams Parlement, na een vraag om uitleg van commissielid Els Robeyns (SP.a). De vraag kreeg heel wat bijval in de commissie, onder meer van Tine Eerlingen (NVA) en Hermes Sanctorum (Groen), die zelf al parlementaire vragen ingediend hebben rond vleesconsumptie en vleesvermindering. In zijn lange antwoord op de vraag haalt Kris Peeters vooral redenen aan om toch maar niets te doen: omdat er meer onderzoek nodig is, omdat “het niet de bedoeling is dat de overheid in de keuken gaat staan kijken", omdat de vleesconsumptie al aan het dalen is, en omdat er reeds een “duidelijke strategie is, die gericht is op 100 gram consumptie per dag en op evenwichtig en gezond eten,” onder meer met de VLAM-campagne “vlees van hier”, die volgens de Minister-President duiding geeft rond "de plaats van vlees in een evenwichtige voeding".

Ik wacht echter nog steeds op echte vleesvermindering-iniatieven van de kant van de Vlaamse Overheid. Een campagne waarin duidelijk gemaakt wordt wat die 100 gram vlees (100 gram eiwitten eigenlijk, inclusief vis, eieren en vervangproducten) wel betekent, en geen campagne die het imago van vlees verbetert.

Een paar suggesties voor de Vlaamse Overheid, om écht werk te maken van vleesvermindering:

1. Geef als overheid zelf het goede voorbeeld en garandeer een goed vegetarisch aanbod in overheidsrestaurants.

2. Maak consumenten, jongeren en media bewust van de impact van hun voedingspatroon. Maak gebruik van spelen met de standaardoptie (“choice architecture”).

3. Maak de productie en consumptie van milieuvriendelijke en gezonde alternatieven financieel interessanter.

4. Stimuleer de horeca om het vegetarische aanbod te vergroten.

5. Stem de verschillende beleidsdomeinen beter op elkaar af en zorg voor vleesmatiging als transversaal thema in beleidsdomeinen als gezondheid, milieu, noord-zuid en dierenwelzijn.

6. Stimuleer onderzoek over de positieve effecten van vleesvermindering, en moedig onderzoek en ontwikkeling van nieuwe alternatieve eiwitbronnen aan.

vrijdag 9 maart 2012

Inzetten op vleesvervangers

Ik wil het nog eens hebben over vleesvervangers. Laat ons eerst een paar dingen uit de weg hebben:
- ja, "vleesvervanger" is geen goede naam, want hij suggereert dat je vlees nodig hebt ("vleesvergeter" is bijvoobeeld leuker)
- nee, vleesvervangers zijn niet noodzakelijk voor de gezondheid
- nee, vleesvervangers zijn niet altijd gezond, ze zijn verwerkt, zijn zeker geen vervangers van verse groenten, enz.
- nee, vleesvervanges zijn niet altijd milieuvriendelijker dan vlees
- ja, vele vegetariërs zijn niet op zoek naar producten die zo hard op vlees lijken, dankuwel

Dergelijke bedenkingen over vleesvervangers zijn zeer valabel. Maar even over de andere kant. Zelf zal ik altijd de eerste zijn om een nieuwe vleesvervanger te proberen. Ik vind ze interessant, vaak lekker, en ik heb graag een goede bite of textuur. Voor mij geen probleem als ze op vlees lijken of aan vlees doen denken. Dat is misschien omdat ik altijd heel graag vlees gegeten heb. Soit, dat is allemaal puur persoonlijk.

Mij gaat het in de eerste plaats om het volgende:
Jaarlijks worden 60 miljard dieren gedood voor voedsel (ze leefden overigens in het overgrote deel van de gevallen in de intensieve veeteelt, in allesbehalve diervriendelijke omstandigheden). Uit die 60 miljard dieren worden weet ik veel hoeveel porties vlees gehaald. Mij is het erom te doen dat zoveel mogelijk van die vleesmaaltijden vervangen worden door vegetarische maaltijden, en dat de vraag om dieren te kweken en te doden dus zoveel mogelijk vermindert.

Hoe doe je dat? In de eerste plaats door een goed alternatief aan te bieden. Ik ben ervan overtuigd dat er weinig mensen zijn die kost wat kost een stukje dood dier in hun mond willen stoppen, en die willen of eisen dat er dieren gedood worden voor hun voedsel (vaak hoor je iets zeggen als: 't is jammer voor die dieren maar 't is nu eenmaal zo). Nee, waar het voor die mensen om draait is om de smaakervaring (inclusief de bite, de bereiding, enzovoort). En de smaakervaring die je krijgt door het eten van een stukje dier, kan je ongetwijfeld in vele gevallen heel sterk benaderen met een plantaardig alternatief, vaak tot op het punt dat het product ononderscheidbaar is van het vlees dat het "vervangt".

Het heeft volgens mij weinig zin om (wanneer je als vegetariër om eender welke reden tegen vleesvervangers bent) die grote massa mensen te proberen wijsmaken dat bvb. lekkere rauwe groenten minstens even lekker en zeker gezonder zijn dan vlees. Of dat ze geen verwerkte producten nodig hebben. Of dat ze verkeerd zijn te denken dat ze vlees moeten vervangen. Dat zijn, denk ik, allemaal een paar stappen te ver. Laat ons beginnen met de mensen de smaakervaring te geven waar ze naar op zoek zijn. Dat wil zeggen investeren in innovatie, onderzoek en ontwikkeling.

En dan zijn er verdere evoluties mogelijk. Op het gebied van het product, kunnen we het optimaliseren naar gezondheids- en milieueffecten. Op het gebied van de persoon, kan zijn of haar smaak ongetwijfeld verder evolueren en kan ie gezonder gaan eten en op de duur misschien geen vleesvervangers meer verlangen.

Vleesvervangers (we kunnen ze ook vleesvergeters noemen) zijn de beste manier om het aantal gedode en industrieel mishandelde dieren zo snel mogelijk te verkleinen of te beëindigen.

Bekijk zeker eens deze video met Mark Bittman, een van de meest invloedrijke hedendaagse schrijvers over voeding.



Ik herhaal even Bittmans woorden op het einde van deze video.

We kill nearly 8 billion chickens a year. Most of them are pumped full of antibiotics and raised in crowded, even torturous conditions. Whether we believe these chickens have souls or not, they have lives, they exist. And every time we kill one, a life is lost. Any time you can find an application where you're not using the chicken, you made some progress. Some people would say "well just eat vegetables instead", and I'm fine with that. But some people want the chew, the experience, the flavor (...) And substitutes are really a step in the right direction.

Zie ook Bittmans column hierover en mijn eerdere post over vleesvervangers.

donderdag 8 maart 2012

It’s a man’s world… jammer genoeg

Ter gelegenheid van vrouwendag.
Waarschuwing: onderstaande tekst is niet verstoken van veralgemeningen en clichés.

Ik heb drie indrukken. Nummer één: dat de wereld nog altijd vooral door mannen bestuurd wordt. Twee: dat hij er heel wat beter zou uitzien als dat niet het geval was. Drie: dat vrouwen eigenlijk een stuk minder geïnteresseerd zijn dan mannen om hem te besturen.

Een en twee zullen wellicht op weinig protest stoten. Drie is wat anders. Geen idee wat de feministen van mijn statement denken, maar voor mij is het redelijk duidelijk dat vrouwen gemiddeld minder ambitieus zijn dan mannen. Dat is goed en dat is niet goed. Goed, omdat ze minder ambitieus zullen zijn om, in een zoektocht naar macht en geld, de wereld verder de vernieling in te helpen. Niet goed, omdat ze dan ook niet zo snel geneigd zullen zijn om door te stoten naar hoge structurele beleidsniveaus in overheden of organisaties om de dingen ten goede te keren. Mannen doen dat allemaal wel. Te veel, te snel, en met te weinig scrupules.

Twee belangrijke opmerkingen, voor er mensen kwaad worden. Ten eerste: het is voor vrouwen ongetwijfeld een stuk minder evident om "hoger" (wherever that may be) te geraken. De maatschappij maakt 't vrouwen moeilijker dan mannen (de situatie met de kinderen is wellicht de belangrijkste factor hier, maar er zijn er ongetwijfeld nog). Ten tweede nog iets over die ambitie. Een gebrek aan ambitie klink wellicht negatiever dan ik het bedoel. Een gebrek aan ambitie heeft ook mooie kanten. Want ambitie komt voor een groot stuk neer op de drang om zichzelf te bewijzen, een zoektocht naar erkenning, naar status ook. Ik kan me vergissen, maar ik zie dat allemaal meer in mannen dan in vrouwen. En het zou mooi zijn voor vrouwen als ik gelijk had, want een hang naar erkenning, dat is eigenlijk maar iets vervelends - iets waar ik alvast ooit hoop van af te geraken - binnen tienduizend levens, wanneer ik verlicht ben?

Ondertussen zijn er nog steeds veel meer vrouwelijke veggies dan mannelijke, en telt EVA telt meer vrouwelijke vrijwilligers en vrouwelijke medewerkers dan mannelijke. Zijn vrouwen meer empathisch? Kunnen ze zich beter identificeren met minderheids- en onderdrukte groepen, ook van de niet menselijke soort? De reden doet er weinig toe. Ze zijn met meer, en het zou leuk zijn als er meer onder hen sneller en massaler hun ladder zouden uithalen.

Vandaar mijn oproep aan vrouwelijke veggies, natuurbeschermers, sociale helpers, en gewoon iedereen met een groot hart: wees niet tevreden met je eigen leuke, goede ding doen in je directe omgeving, maar val aan, stoot door, klim op, move up. Droom grote dromen. Onze aarde heeft hulp nodig, en ze is veel te mooi en te waardevol om haar enkel aan mannelijk leiderschap over te laten.