donderdag 20 september 2012

Melkslogans

Eergisteren verstuurde EVA een persbericht rond haar website www.melkmoetniet.be, mede in het kader van de huidige polemiek rond de consumptie van melk. De kern van de inhoud van die site is wat het webadres zegt: dat melk niet moet. Niet dat melk niet mag. We willen de consument duidelijk maken dat calcium en de andere nutriënten in zuivelproducten ook uit andere voedingsbronnen gehaald kunnen worden - net zoals een miljoenen mensen ter wereld dat doen (het grootste deel van de wereldbevolking is lactose-intolerant en kan melk niet verteren zonder vervelende nevenwerkingen).

In een bericht op VILT lezen we de reactie van VLAM daarop. VLAM is de organisatie die met steun van de Vlaamse overheid instaat voor de marketing van Vlaamse landbouw- en visserijproducten, en ze is verantwoordelijk voor de vlees- en melkspotjes op de VRT, die nog steeds worden uitgezonden als "mededeling van openbaar nut".

In het bericht laat VLAM het volgende weten: “Wij volgen de mediacommotie rond een aantal basisproducten van onze voeding nauwgezet op en betreuren het gebrek aan diepgang en wetenschappelijke nauwkeurigheid in de discussie en de berichtgeving. Een complex thema als voeding moet met meer objectiviteit benaderd worden. Polemische, oppervlakkige en eenzijdige berichtgeving brengt het publiek niets bij en draagt niet bij tot een gezondere levensstijl, integendeel."
Daar ben ik het helemaal mee eens. Met EVA's bijdrage aan het melkdebat willen we net voorbijgaan aan het sloganeske en het voor de hand liggende, en wat licht laten schijnen op een aantal andere, minder bekende aspecten van zuivelproductie en consumptie. Het pleidooi van VLAM voor degelijke berichtgeving is meteen een mooi argument om de bevolking niet te bombarderen met oppervlakkige en eenzijdige reclamespotjes rond melk of vlees. Volgens VLAM zijn deze gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en aanbevelingen. Maar als dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat wij zestig procent te veel producten uit de eiwitgroep eten (vlees, vis, eieren en een beetje vervangproducten) in vergelijking met die aanbevelingen, waar is dan de wetenschappelijke basis voor die spotjes? Waar is de wetenschappelijke basis om nog méér vlees aan te prijzen? Sloganesk dus, en niet meer dan marketing, laat ons wel wezen.

Met melk zou het iets anders kunnen liggen, aangezien de aanbevelingen voor melkconsumptie op het eerste gezicht niet lijken gevolgd te worden. Probleem is een beetje dat er eigenlijk helemaal geen aanbevelingen voor melk - het concrete product an sich - moeten zijn, wel voor calcium of eventueel andere nutriënten die, naast beweging, belangrijk zijn voor sterke botten. Melk moet niet, calcium (en magnesium, vitamine D, beweging...) wel. Grote onzekerheden zijn hier hoeveel calcium we precies nodig hebben (de aanbevelingen lopen nogal uiteen in verschillende landen) en of melk drinken uberhaupt beschermt tegen botbreuk.

Verder lezen we dat VLAM er niet over te spreken is dat melk verengd wordt tot een leverancier van calcium. Hoe ironisch, want dit komt van een organisatie en sector die al jarenlang bezig is met het omgekeerde: de calciumbronnen te verengen tot melk. VLAM zegt vandaag: "Met de campagne ‘Melk en je kan tegen een stootje’ willen we ons niet beperken tot botsterkte en botbreuken. Melk en andere zuivelproducten hebben veel meer in zich dan dat en dat mag best wat meer benadrukt worden”, luidt het. Dat klinkt me nogal opportunistisch in de oren: er wordt over andere troeven dan botsterkte en botbreuken gepraat, nu de claims voor het beschermende effect van melkconsumptie tegen botbreuken niet meer hardgemaakt kunnen worden. (zie een opsomming van een aantal grote studies).


Er zijn heel terecht punten te maken over melkconsumptie en zeker over de reclame die rond zuivel wordt gemaakt, en de implicatie van de gezondheidssector daarin. Jammer dat deze kritische punten, en de instanties die ze uiten, onmiddellijk beschuldigd worden van onwetenschappelijkheid en simplifiëring. Melk verdient een degelijk debat.

donderdag 13 september 2012

voor een duurzame voedingsdriehoek

Dit stuk verscheen in licht gewijzigde vorm in De Standaard van 12 sept 2012

Het is wat met die Voedselzandloper van Dr. Kris Verburgh. Voor gezondheidsinstanties en -experten die proberen om de bevolking gezonder te doen eten, moet het best vervelend zijn dat een boek dat nogal ingaat tegen de gangbare voedingsaanbevelingen, een bestseller wordt. De vrees voor nog meer verwarring onder consumenten is niet onterecht.

Onder de prominenten die al uitrukten om de auteur op de vingers te tikken hoorden we onder meer Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche in Reyers laat, en op radio 1 professor Theo Niewold van de KULeuven en professor Luc Van Gaal van de Universiteit Antwerpen. Daar distantieerde de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen zich gisteren unaniem van het boek. De gemoederen laaien hoog op. Van Gaal spreekt over “leugens en onwaarheden”, en beschrijft de Voedselzandloper als “potentieel gevaarlijk voor de volksgezondheid”. De auteur zelf spreekt van een “persoonlijke afrekening”.

Je zou op het eerste gezicht denken dat we blij moeten zijn dat er eens iemand in slaagt om de Vlaamse bevolking te doen lezen over gezonde voeding. Want je mag van De Voedselzandloper denken wat je wil, wie het gelezen heeft, weet dat het meer is dan een dieetboek. Met bijna honderdduizend verkochte exemplaren bereikt deze piepjonge arts wat weinigen hem voordeden. Zijn er hier dan niet een aantal opportuniteiten te vinden? Wie weet valt hier nog iets te leren over hoe we met complexe materie toch een groot publiek kunnen bereiken. Toch blijken de gevestigde waarden liever niets te verkiezen dan dat mensen zo’n “gevaarlijk boek” lezen.

Een debat over de voedingsdriehoek en de voedingsaanbevelingen, die tot stand komen binnen een veld dat in constante evolutie is, is nochtans gezond en relevant. Voor zo’n debat zijn diverse insteken mogelijk. Sta me toe om, nu we toch bezig zijn, even een andere knuppel in dit hoenderhok te gooien: in de hele discussie over wat de consument nu best zou eten, wordt - evenzeer door Kris Verburgh -  consistent voorbijgegaan aan een totaal ander, maar desalniettemin enorm belangrijk aspect van eten: duurzaamheid.

Ongeveer een derde van onze ecologische voetafdruk is toe te schrijven aan voeding. Onze voedselvoetafdruk is het resultaat van verschillende factoren: niet alleen waar ons eten vandaan komt, hoe het verpakt wordt, en of we met de auto of de fiets boodschappen doen zijn hierbij van belang, maar ook en vooral: welke voedingsproducten we precies eten. Zo kunnen onze pizza’s, onze groenten of onze hamburgers veel of weinig grond, water of energie vereisen. Of ze kunnen ontbossing in de hand werken, een invloed hebben op de klimaatverandering, enzovoort.

Als we voedingsaanbevelingen doen op bevolkingsniveau, is het vandaag erg belangrijk dat ook deze ecologische gevolgen mee in rekening worden gebracht. Het heeft immers weinig zin om een voedingspatroon aan te bevelen dat niet veralgemeenbaar is doordat het voorbij zou gaan aan de draagkracht van de aarde. We kunnen geen aanbevelingen doen die, wanneer ze succesvol zijn en door iedereen opgevolgd worden, leiden tot de uitputting van bepaalde natuurlijke hulpbronnen of grootschalige milieuverontreiniging. Dit betekent dat de aanbevolen hoeveelheden voor vooral dierlijke producten, zoals vlees, vis en zuivelproducten, lager zouden moeten, aangezien zij veruit de grootste ecologische impact hebben.

Een concreet voorbeeld: vaak wordt om gezondheidsredenen aangeraden om meer vis te eten. Een dergelijke raad, die zonder extra informatie de consumptie van pakweg zalm en tonijn zal verhogen, is echter vooral een recept om de overbevissing en de uitputting van de visbestanden te versnellen. Zoals de Britse professor Tim Lang (City University Londen), wereldautoriteit op het gebied van ecologische gezonde voeding, onlangs zei in Eos magazine:

“Moet ik veel vis eten? ‘Ja’, zeggen de diëtisten, ‘nee’, zeggen de mariene biologen. Het zijn vragen die we op bevolkingsniveau moeten proberen te beantwoorden. Ik kan best met een gerust geweten duurzaam gekweekte zalm eten. Maar als iedereen dat zou beginnen te doen, is die zo op. Hoe duurzaam is dat dan?”

Volgens Lang is een beter begrip van duurzame voeding essentieel als de overheid haar objectieven rond gezonde voeding wil bereiken. Dat moet leiden tot coherente boodschappen voor de consument, en een beter inzicht in wat moet veranderen aan de aanbodzijde.

De alarmerende resultaten op het gebied van onder meer overgewicht en diabetes tonen aan dat we de ideale manier van voorlichten en campagnevoeren over gezonde voeding nog niet hebben ontdekt. Op het gebied van duurzaamheid in de voedingsaanbevelingen staan we nog minder ver. Nog een geluk dat het precies in het verlagen van de consumptie van dierlijke producten is, dat duurzaamheid en gezondheid elkaar ontmoeten. Wat goed is voor ons lijf, is goed voor de planeet.