donderdag 28 juli 2011

Morrissey, moord, media en McDonald's

Morrisey zei volgens dit bericht in De Standaard dat McDonald's erger is dan de aanslagen in Noorwegen. Wat moet je van zo'n uitspraken denken?

Eerst en vooral: er valt volgens mij wel zinnig te discussiëren over de relatieve aandacht die bepaalde feiten, drama's, rampen... in de media en van mensen krijgen. Wat dichter bij ons staat, wat gebeurt in Westerse landen, krijgt meer aandacht. Frank Deboosere - een mens met een hart - illustreerde dit hier duidelijk: Orkaan Katrina (2005; 1.800 doden) is bij iedereen bekend, orkaan Nargis (2008; 146.000 doden) heel wat minder. Wat meer spectaculair of zeldzamer of choquerender is - zoals de moorden in Noorwegen - kan ook meer aandacht krijgen dan andere meer alledaagse, maar soms nog ergere feiten. Daar valt wellicht niet zoveel aan te doen, dat heeft niet alleen te maken met hoe de media werken, maar vooral met hoe de mens in elkaar zit.

Morrissey doet een beetje hetzelfde: hij geeft aan dat de aandacht voor het Noorse drama ergens buiten proportie is. Probleem is natuurlijk dat hij vergelijkt met dierenleed, niet met mensenleed. Een uitspraak als "wat er gebeurt in de Hoorn van Afrika is vele malen erger" zou lang zo choquerend niet geweest zijn (hoewel nog altijd delicaat). Wat choqueert is dus vooral de vergelijking tussen mensen- en dierenleed.

Om te weten welke reacties een dergelijke uitspraak veroorzaakt, zou je natuurlijk onderzoek moeten doen in de straat, maar ik denk dat 't veilig is om te stellen dat ze niet te positief onthaald wordt bij het grootste deel van de bevolking.

En dat is nu precies wat cruciaal is. Een boodschap mag nog zo onweerlegbaar juist, waar, correct zijn (en in dit geval laten we de correctheid van zijn uitspraak even in het midden), wat telt - als je het tenminste hebt over verandering creëren - is hoe die boodschap aankomt. Om McLuhan een beetje te parafraseren: "the interpretation is the message". Wat voor zin heeft het om een boodschap te verspreiden als niemand hem kan horen, als mensen er alleen kwaad door worden? Ja, je kan hopen dat als je dat zo een paar keer na elkaar doet, er uiteindelijk iets doordringt (als je dat niet hoopt ben je helemààl nutteloos bezig, en werk je enkel je eigen frustraties uit). En met dat herhaaldelijk stampen zàl je ook wel enig resultaat hebben, maar wellicht minder snel en bij een veel kleiner aantal mensen dan wanneer je communiceert op een toegankelijke manier.

Om dit nog wat duidelijker te maken: een meevaller is nog dat Morrissey's boodschap in dit geval niet zo beschuldigend klinkt (behalve dan voor McDonald's), maar beeld je in dat hij zou zeggen: wat alle vleeseters samen doen is veel erger dan de moorden in Noorwegen. Ongeveer dezelfde boodschap, even ondubbelzinnig gesteld, maar gericht naar het individu, niet naar een bedrijf. De boodschap mag zo waar zijn als je wil, je bereikt er alleen maar mee wat je niet wou bereiken: dat nog meer mensen nog minder openstaan voor vegetarisch eten.

Een en ander heeft te maken dat mensen voor sommige boodschappen niet *willen* openstaan omdat er teveel gevolgen kunnen vasthangen aan instemmen met de boodschap (zie ook mijn post over vegetarisme, gulzigheid en gsm). Ze hebben met andere woorden maar heel weinig redenen nodig om te rechtvaardigen dat ze niet naar dergelijke boodschappen luisteren. Als we willen dat mensen oor hebben voor wat we te vertellen hebben, kunnen we hen beter zo weinig mogelijk excuses geven om ons te negeren.

dinsdag 26 juli 2011

You are not your audience

Wij onderbreken whatever you are doing voor een heel belangrijk bericht.

Er zijn heel veel goede mensen die goede dingen doen (vegetarisch eten, milieuvriendelijk leven, niet roken, weet ik veel wat) en die graag zouden hebben dat andere mensen daar ook aan mee zouden doen. Eerst en vooral (maar terzijde): daar is niets mis mee. Als je echt overtuigd bent van de waarde van iets, dan kan je bijna niet anders dan willen dat anderen meedoen. Laat ons ons daar niet over schamen.

Maar waar ik het eigenlijk over wil hebben: wanneer je andere mensen wil meekrijgen, dan is wat in de titel van dit stukje staat gewoonweg e-norm be-lang-rijk. Enorm belangrijk dus. You are not your audience oftewel: jij bent niet het publiek dat jij wil bereiken. Je publiek is in vele gevallen heel waarschijnlijk in heel wat opzichten *anders* dan jij.

Ik geef een voorbeeld, uit mijn eigen leefwereld. Heel vaak krijgen we via Facebook, mail en andere kanalen opmerkingen van overtuigde (en zeer goed menende) vegetariërs die ons zeggen dat we geen ongezonde, of geen onduurzame producten mogen aanprijzen, of dat we moeten zwijgen over vleesvervangers want dat die helemaal niet nodig zijn en dat de vegetarische keuken veel betere dingen biedt, enzovoort. Meestal gaat het om mensen die al enige expertise hebben in vegetarisch koken, die misschien zelfs een andere smaak (minder zoet, minder zout) ontwikkeld hebben, soms zelfs mensen die misschien helemaal niet zoveel belang hechten aan eten, enzovoort. Niet dat ze af en toe geen punt hebben, maar ik vertel hen dus graag: you are not your audience. Zoals jij denkt, denken vele andere mensen wellicht niet. Geen vleesvervangers nodig? Great, maar denk es aan die andere mensen. Denken ze dat ook, of hoop jij dat ze dat ook denken?

Ik heb het over het feit dat die andere mensen, die nog warm gemaakt moeten worden voor vegetarische of vegan voeding, wél geven om lekker, *niet* altijd de moeite willen doen om naar de natuurvoedingswinkel te gaan, *niet* altijd meteen een wat meer afwijkend recept met nieuwe ingrediënten willen of durven klaarmaken dan wat ze gewoon zijn.

De ideale voeding is (denk ik) puur plantaardig én gezond (dat wil zeggen suikerarm of suikervrij, niet teveel zout, niet teveel vet, veel rauw enz.), en duurzaam (en dat wil zeggen lokaal en seizoensgebonden en fair trade en bio en verpakkingsarm) enzovoort, maar ook betaalbaar, lekker en makkelijk klaar te maken.
Misschien ben ik nog een en ander vergeten, maar da's alvast een hele zware boterham (soms spreken deze verschillende aspecten elkaar zelfs onderling tegen). Verandering introduceren we echter liefst stukje bij beetje, en je mag me proberen overtuigen van het tegenovergestelde, maar maaltijden en producten die aan al deze criteria tegelijk voldoen, die zijn niet zo dik gezaaid. Vandaar nemen we het stukje bij beetje, en leggen wij bij EVA de nadruk op onze prioriteit (geen dierlijke producten) en zorgen we ervoor dat 't vooral lekker is.

't Is onze strategie, ze kan doeltreffend zijn of niet. Suggereer gerust een betere :-) Maar in elk geval: hou in de eerste plaats rekening met het publiek dat je wil bereiken.

(ps ter inspiratie)

zondag 24 juli 2011

Kristl Strubbe (2): vleesvervangers en goesting.

Ik heb al eens over Kristl Strubbe geschreven en ik schreef al over vleesvervangers. Vandaag over beide tesamen.

Mevrouw Strubbe - zoals gezegd beschouw ik haar als een bondgenote, want ze is grotendeels vegetariër - schreef op 27/6 in haar 'Dagelijks Brood' column nogmaals over vlees of geen vlees (zie hier, voor geabonneerden op DS online).

Haar argumententie komt hierop neer dat ze het niet kon volhouden om steeds 'namaakvlees' in haar mond te stoppen, en ondertussen flexibeler is geworden en af en toe, wanneer ze bijvoorbeeld zin heeft in de tajine met kip in haar favoriete Marokkaanse restaurant, daar gewoon aan toegeeft. "En al ben ik dan geen echte vegetariër, dan is dat maar zo. Het lijkt me gezonder dan dat grote doen alsof."

Eerst en vooral: ik schreef in mijn vorige blog over "flexibel vegetariër zijn". Dat was geen pleidooi aan vegetariërs om plots allemaal uitzonderingen te beginnen maken, maar wel een appèl om verdraagzamer te zijn tegen mensen die dat wel doen, en om te kijken naar de stappen die die mensen wél nemen, in plaats van zich blind te staren op die ene uitzondering - die tajine met kip dus, in dit geval. (ondertussen, o ironie, ben ik dat hier nu wel net aan het doen :-). Zoals gezegd geloof ik dat veel mensen sneller zullen verleid worden om meer vegetarisch te eten en bijna-vegetariër te worden wanneer ze niet het idee hebben dat ze 100% consequent moeten zijn. Als Kristl Strubbe dat zo aanvoelt, dan moet ze dat zeker doen. Dat ze "geen echte" vegetariër is, mag niet meer zijn dan een nuchtere, niet-veroordelende constatatie, die vegetariërs wat mij betreft gerust nog mogen maken, maar gewoon om te zorgen dat de omwereld aan de 100%-vegetariërs geen "uitzonderingen" begint op te dringen, niet om te beschuldigen, te veroordelen of uit-de-club-te-sluiten.

Waar ik het in Strubbe's column wat moeilijk mee heb, is de veralgemening die ze maakt. Ik ken haar precieze beweegredenen niet om (bijna) geen vlees, maar wel vleesvervangers te eten. Zij blijkt ontgoocheld door de namaak:

"Er is heel wat doorzettingsvermogen nodig om jezelf jarenlang wijs te maken dat een veggie hamblokje hetzelfde is als een echt hamblokje. De veggie versie is gemaakt van soja, wei en aardappelzetmeel. Een of andere aromatoevoeging zorgt voor een hamsmaak en de betwistbare kleurstof Allura rood geeft de substantie een hartige roze hamkleur. Waarom wou ik dit ook alweer eten? De vegetarische industrie gaat nog verder. Wie naast vlees ook geen vis wil eten, heeft de keuze uit massa's veggie variaties: van veggie scampi tot veggie tonijn en zelfs veggie kaviaar. En wie nog een stapje verder gaat en ook geen kaas wil eten, krijgt veggie parmezaan, veggie mozzarella en veggie fonduekaas op zijn bord."

Ten eerste: uiteraard heeft niet elke veggie de ervaring van gemis aan vlees. Misschien sowieso niet, misschien dank zij het bestaan van vleesvervangers. Laat ik even voor mezelf spreken: ik eet graag vleesvervangers, misschien zelfs omdat ze me doen denken aan het vlees dat ik vroeger at (want dat at ik graag), maar 1) ik zou er nooit of te nimmer aan denken om nog een stuk vlees in mijn mond te stoppen en 2) ik heb er geen last van dat ik een "imitatieproduct" eet. Ik hoef mezelf niet - zoals Strubbe zegt - "jarenlang wijs te maken dat een veggie hamblokje hetzelfde is als een echt hamblokje". Aan dat "wijsmaken" is eenvoudigweg geen behoefte. Dat komt natuurlijk doordat mijn motivatie om geen vlees te eten nogal diep zit, en zo ongeveer alle gustatieve behoeften kan overtroeven, in mijn geval.

Nu, zoals gezegd, dat is niet voor iedereen zo, en die smaak, da's wel degelijk een belangrijk aspect van de hele zaak. We hebben lekkere - en voor sommigen ook authentieke - producten en gerechten nodig om de grote hoop van de mensen mee te krijgen. Goesting (een woord dat mijns inziens ondertussen een vreselijk cliché geworden is, maar dat terzijde) is inderdaad een belangrijke motor van verandering. Maar veralgemeen dat niet a.u.b. Er zijn wel degelijk nog mensen die belangrijkere waarden hebben dan goesting.

En om te eindigen nog iets over die producten die Strubbe afwijst. Liever het echte product, zegt zij. Liever geen namaak. Nu kan het zijn dat de kip van Hafid een natuurproduct is, maar meer waarschijnlijk is dat vlees een erg onnatuurlijk product, afkomstig van een dier dat een erg onnatuurlijk en onnatuurlijk kort leven heeft geleden. Eigenlijk is het wellicht een kuiken dat tegen de leeftijd van zes weken helemaal is vetgemest (vergelijkbaar met een jongen van acht die eruit zou zien als Arnold Schwarzenegger in zijn gloriedagen). Ik weet 't niet, maar mij lijkt dat allemaal veel minder aantrekkelijk dan eventueel wat aroma's of wat kleurstoffen (als die er al zijn, want vleesvervangers zijn vaak bio).

Weet je wat 't is? Over waar die kip vandaan komt, daar denken we liever niet teveel over na. De herkomst en samenstelling analyseren van dat veggie hamblokje, dat is lang niet zo bedreigend. Ik wil het even niet hebben over wat er allemaal in die échte kip of in dat échte varken gaat, maar - ook al lijkt het me dat ze dat al weet - mocht mevrouw Strubbe de levenscyclus van de kip van Hafid kennen, dan zou de *goesting* haar wellicht snel vergaan.

dinsdag 12 juli 2011

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs.

En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bijna-vegetariërs te wijzen op hun uitzonderlijke "fouten", en die die ochot ene keer dat persoon x zich vergrijpt aan een stuk vis of een lamsbout, moord en brand schreeuwen.

Nee, ik vind vlees eten niet iets dat echt te verantwoorden is. Maar ik bedacht me: ik hoorde al zo vaak zeggen: ik zou wel vegetariër willen worden, maar [vul gerecht naar keuze in] zou ik nooit kunnen missen. En vaak doen dergelijke mensen dan maar niets. Waarom niet? Om verschillende redenen, maar wellicht ook voor een deel omdat vele "echte" vegetariërs deze would-be veggies met of zonder woorden wel duidelijk maken dat ze dan niet echt zijn, dat ze er dan niet bijhoren (jawel, ik heb het zelf ook nog gedaan, mea culpa). Is er niet iets te zeggen voor een minder strikt, minder zwart-wit beeld van vegetarisme? Flexitarisme met de betekenis die ik graag aan het woord zou geven: vegetariër maar met af en toe een uitzondering.

Laat ons niet vergeten dat het voor veel mensen, die niet zo overtuigd zijn als de "echte" vegetariërs, niet altijd makkelijk is om nee te zeggen, om te weerstaan aan sociale druk, om voor de zeventiende keer dezelfde schotel te eten omdat je vlees en vis weigert. En laat ons ook echt zeer goed bedoelde redenen voor uitzonderingen in acht nemen: het niet willen tonen aan je tafelgenoten dat je per sé een moeilijke persoon moet zijn als je liefst vegetarisch eet. En soms - ik weet het, het kan bij velen op weinig begrip rekenen - wil je je gastvrouw of gastheer niet voor de borst stoten en maak je... die uitzondering.

De reacties van de "echte", uitzonderingsloze vegetariërs kunnen goed bedoeld zijn. Men wil er bijvoorbeeld over waken dat het begrip vegetariër of vegetarisme niet verwatert tot iets dat noch mossel noch vis is (pun intended). Of men wil aantonen dat je écht wel zonder vlees en vis kan. Maar soms komt de reactie ook vanuit een soort verlangen om zuiver en puur en echt te zijn. Ik vraag me af wat we, de planeet en de dieren, met dat soort van ideologie geholpen zijn. Meer nog, ik vraag me af of de nadruk op puurheid en zuiverheid en uitzonderingsloosheid, niet meer kwaad dan goed doet. Dit is geen pleidooi voor uitzonderingen. Wel voor grotere tolerantie, wat meer nadenken, meer begrip, en minder blindstaarderij op die uitzonderingen.

Ik ben niet voor principes omwille van principes. Ik bekijk graag het effect in de praktijk. En wellicht zijn de reacties die onze voedingswijze bij anderen teweegbrengt, minstens even belangrijk (qua impact en effect) als het eten dat al dan niet op ons eigen bord belandt. Meer aandacht voor communicatie dus, en minder voor navelstaarderij en vitterij.

P.S: Iets waar ik zelf het antwoord nog niet op gevonden heb (misschien kan je me helpen): stel iemand eet een heel jaar vegetarisch, zonder uitzonderingen, eet dan 1 x een schotel met vlees, en eet dan weer een heel jaar uitzonderingsloos vegetarisch. Vraag: hoe lang was deze persoon (if ever) vegetariër?

zondag 3 juli 2011

Over vlees en roken



Het rookverbod is gearriveerd, en de vergelijking tussen roken en vlees eten, of het reageren tegen beide, steekt nog es de kop op. Nota bene in een column van televisiemaker en columnist Patrick De Witte:

"Tussen rokers en niet-rokers is het zoals tussen vleeseters en vegtariërs/veganisten. In het ene kamp zitten mensen die bereid zijn om gretig, ja gulzig in het leven te bijten - en bij uitbreiding in een malse entrecote - ook al weten ze dat daar op lange termijn een ernstig gezondheidsrisico aan verbonden is en dat de geïndustrialiseerde veeteelt voor het milieu doet wat een vers gedraaide hondendrol voor een parketvloer kan betekenen. In het andere kamp: mensen die menen dat ze moreel én fysiek superieur zijn, dat ze uiteindelijk Bru zullen pissen en rozenblaadjes zullen kaken en op hun honderste verjaardag gezond zullen blozen van pure dierenliefde en ecovriendelijkeheid, omdat ze hun leven lang een bal gehakt hebben gerefuseerd ten faveure van een klont tofu."


Mooi gezegd, dat wel, maar jammerlijk clichématig en simplistisch. Rokers en vleeseters genieten van het leven, vegetariërs en niet-rokers zijn ijdele moraalridders die voor wie alle plezier moet wijken ten voordele van de gezondheid en onze planeet. Zo eenvoudig is het universum van Patrick De Witte. Nu, in alle clichés zit een grond van waarheid. Zo ook hier: vegetariërs (over niet-rokers of anti-rokers heb ik het even niet) zijn vaak een brok te ernstig en durven al es zeuren. Maar dit terzijde. Alleen al de verschillende redenen die er zijn om geen (of minder) vlees te eten, en die Mr De Witte zelf ook aanhaalt, zouden moeten aantonen dat het allemaal zo zwart-wit niet is. Sommige vegetariërs zijn enkel en alleen (of hoofzakelijk) vegetariër om gezondheidsredenen. Ze "refuseren" vlees niet omdat het nefast is voor het milieu of voor de dieren. Wie dat wel doet, geeft heel vaak geen bal om zijn gezondheid, en kan gerust de bon-vivant (jawel, dat kan ook als veggie) uithangen, en roken en drinken dat het een lieve lust is.

Zelf heb ik altijd heel graag en veel vlees gegeten, zo tot mijn 22ste (dat heb ik hier al es gezegd). Steak au poivre à la crème, met frieten: dat was mijn lievelingseten. Maar het feit dat ik sinds een jaar of vijftien andere dingen belangrijker vindt, en dat ik die steak niet meer eet, doet niets af aan mijn levenskwaliteit, en betekent niet dat ik niet meer kan genieten van eten. Integendeel.

Soit, het is zo evident dat we er niet verder op in hoeven te gaan, maar nog dit: het badinerend discours van meneer De Witte is minder onschuldig (o jee!) dan het lijkt. Als we de mythe bestendigen dat genot en ongezond+onduurzaam gedrag onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dan zijn we ver van huis. Mr. De Witte realiseert zich ook wel dat hij zichzelf iets wijsmaakt, en weet hopelijk dat we wel degelijk stappen moeten ondernemen om onze planeet een handje te helpen. We moeten met andere woorden gaan geloven (en zo'n opvattingen en attitudes worden mede *gemaakt* door het discours dat errond gevoerd wordt) dat het op zijn minst mogelijk is om te genieten van eten, van gewoontes, van hobby's... van dingen die duurzaam en gezond zijn.

En tenslotte moet ik hierover nog iets kwijt:

"Hier is een tip: ga naar een café waar ze niet roken. Ik ben geen balletfan en - raad eens? - ik ga dan ook niet naar het ballet! Ik weet namelijk dat ze daar gaan balletdansen, zoals ik weet: in een café wordt er gerookt. Zo is het altijd geweest en zo hoort het te zijn."

Mag ik naar de kliklijn bellen om bullshit aan te geven? Bij mijn weten spreken we nog altijd over Café De Sportwereld en niet over Rookruimte De Sportwereld. Roken lijkt me allerminst een noodzakelijk onderdeel van het fenomeen "café". Gezelschap, en hoogstens alcohol, dààr gaat het om. Roken is situationeel. Ik vermoed dat sommige hevige pro-rokers vroeger hetzelfde durfden te zeggen over het restaurant: het hóórt er nu eenmaal bij dat je na het eten een sigaret opsteekt (en wie naar Mad Men kijkt, weet dat tabak vroeger ook schijnbaar onlosmakelijk hoorde bij het bed, het werk, seks, TV-kijken, het bad, de treinrit, en het koken). Dus nee, binnen een paar jaar is het voor iedereen duidelijk dat Mr De Witte z'n argument geen hout snijdt (maar laat dat ons niet beletten om het nu reeds te bestempelen als nonsens).

Soit, om positief te eindigen, we zijn toch blij dat we zover gekomen zijn dat dergelijke columnisten de schade die vlees toebrengt toch al publiekelijk kunnen herkennen. Laten wij, wijze en verstandige vegetariërs (mezelf en mijn vriendinnen Merel, Linde, Vlinder & Annemarijn) deze brave man vergeven, aangezien hij niet weet wat hij doet, terwijl hij zichzelf zo jammerlijk in de vernieling rookt, en het onze Moeder, de Aarde, zo moeilijk maakt met die godslasterlijke biefstukken die hij eet, terwijl hij zijn negatieve energie de wereld instuurt.

Genoeg gezwetst. Deze vegetariër stapt van zijn spreekgestoelte en gaat op zijn terras in de zon een goede Chardonnay drinken bij een maaltijd van nieuwe aardappeltjes, verse tuinbonen en een toch wel zeer te smaken seitansteak met sojaroomsaus. En mochten we toevallig roken zouden we na het eten eventueel een sigaret opsteken.