dinsdag 12 juli 2011

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs.

En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bijna-vegetariërs te wijzen op hun uitzonderlijke "fouten", en die die ochot ene keer dat persoon x zich vergrijpt aan een stuk vis of een lamsbout, moord en brand schreeuwen.

Nee, ik vind vlees eten niet iets dat echt te verantwoorden is. Maar ik bedacht me: ik hoorde al zo vaak zeggen: ik zou wel vegetariër willen worden, maar [vul gerecht naar keuze in] zou ik nooit kunnen missen. En vaak doen dergelijke mensen dan maar niets. Waarom niet? Om verschillende redenen, maar wellicht ook voor een deel omdat vele "echte" vegetariërs deze would-be veggies met of zonder woorden wel duidelijk maken dat ze dan niet echt zijn, dat ze er dan niet bijhoren (jawel, ik heb het zelf ook nog gedaan, mea culpa). Is er niet iets te zeggen voor een minder strikt, minder zwart-wit beeld van vegetarisme? Flexitarisme met de betekenis die ik graag aan het woord zou geven: vegetariër maar met af en toe een uitzondering.

Laat ons niet vergeten dat het voor veel mensen, die niet zo overtuigd zijn als de "echte" vegetariërs, niet altijd makkelijk is om nee te zeggen, om te weerstaan aan sociale druk, om voor de zeventiende keer dezelfde schotel te eten omdat je vlees en vis weigert. En laat ons ook echt zeer goed bedoelde redenen voor uitzonderingen in acht nemen: het niet willen tonen aan je tafelgenoten dat je per sé een moeilijke persoon moet zijn als je liefst vegetarisch eet. En soms - ik weet het, het kan bij velen op weinig begrip rekenen - wil je je gastvrouw of gastheer niet voor de borst stoten en maak je... die uitzondering.

De reacties van de "echte", uitzonderingsloze vegetariërs kunnen goed bedoeld zijn. Men wil er bijvoorbeeld over waken dat het begrip vegetariër of vegetarisme niet verwatert tot iets dat noch mossel noch vis is (pun intended). Of men wil aantonen dat je écht wel zonder vlees en vis kan. Maar soms komt de reactie ook vanuit een soort verlangen om zuiver en puur en echt te zijn. Ik vraag me af wat we, de planeet en de dieren, met dat soort van ideologie geholpen zijn. Meer nog, ik vraag me af of de nadruk op puurheid en zuiverheid en uitzonderingsloosheid, niet meer kwaad dan goed doet. Dit is geen pleidooi voor uitzonderingen. Wel voor grotere tolerantie, wat meer nadenken, meer begrip, en minder blindstaarderij op die uitzonderingen.

Ik ben niet voor principes omwille van principes. Ik bekijk graag het effect in de praktijk. En wellicht zijn de reacties die onze voedingswijze bij anderen teweegbrengt, minstens even belangrijk (qua impact en effect) als het eten dat al dan niet op ons eigen bord belandt. Meer aandacht voor communicatie dus, en minder voor navelstaarderij en vitterij.

P.S: Iets waar ik zelf het antwoord nog niet op gevonden heb (misschien kan je me helpen): stel iemand eet een heel jaar vegetarisch, zonder uitzonderingen, eet dan 1 x een schotel met vlees, en eet dan weer een heel jaar uitzonderingsloos vegetarisch. Vraag: hoe lang was deze persoon (if ever) vegetariër?