vrijdag 27 maart 2015

Twee keer nadenken bij vleespromotie

De tijden zijn aan het het veranderen. Een minister die zegt dat we vlees nodig hebben en er zeker niet minder van moeten eten, die kan vandaag op serieus wat kritiek rekenen vanuit diverse hoeken.

Naar aanleiding van het persbericht van federaal minister van landbouw Willy Borsus met "negen goede redenen om ook vlees te eten", kreeg de minister de wind van voren.

Ik schreef zelf een opiniestuk in De Standaard. Uit een opvolgstuk in De Standaard van de dag erna blijkt duidelijk de defensieve positie van Borsus. Het bevat onder andere volgende hilarische quote (altijd opletten natuurlijk met quotes) van Borsus: "‘Men zegt dat ons communiqué niet helemaal correct is, maar in het artikel in Femmes d’Aujourd’hui [met negen redenen om minder vlees te eten, TL] staan ook onwaarheden.’ Met andere woorden: zij liegen, dus ik ook!  Ook Vilt besteedde aandacht aan de bijzondere démarche van de minister.

In een korte reportage op RTBF komt Olivier De Schutter aan het woord. Hij geeft aan hoe onduurzaam onze huidige vleesconsumptie wel is. Een zeer kritisch stuk op (zelfs) La Dernière Heure, waarin Borsus' negen argumenten punt per punt worden onderzocht en doorgaans (maar nog net niet vaak genoeg) worden weggeveegd.

Maar de grappigste reactie die ik tegenkwam was deze tweet: "Sauvons la planète, mangeons Willy Borsus :-D"






donderdag 26 maart 2015

Nieuwe plannen

Onderstaande is het editoriaal in EVA Magazine van april 2015

In het vorige nummer heb ik geschreven dat ik aan een pauze toe was, wegens een burn-out. Ik heb tijd en afstand genomen - en neem die nog steeds. Ik keer niet terug zoals vroeger. Maar ondertussen zijn de contouren van een nieuw plan zichtbaar geworden. Een plan dat me in staat stelt nog zoveel mogelijk te betekenen voor EVA, zonder dat ik erin verdrink.

Ik word zelfstandige, en zal EVA bijstaan als freelance consultant. Dus niet meer als directeur, niet meer aan het hoofd. Er komt ook geen nieuwe directeur. EVA heeft zich het afgelopen anderhalf jaar kunnen herorganiseren en werkt in een nieuwe organisatiestructuur (volgens de agile filosofie) die geen directie vereist.
Dat geeft me bovendien meer vrijheid om ook in eigen naam dingen te doen voor de veggie zaak, die ik als directeur misschien niet zou of kon doen. Nee, ik ga geen McDonaldsen beginnen opblazen, maar wil tijd nemen om andere organisaties in binnen- en buitenland vooruit te helpen. En tenslotte krijg ik zo ook de tijd om een aantal andere passies te exploreren (want die heb ik).

Dit is dus mijn afscheid als directeur, maar het is niet mijn afscheid van EVA. Het editoriaal zal in de toekomst door de hoofdredactie worden verzorgd, maar ik zal nog columns voor het magazine schrijven en blijf als freelancer meewerken aan de groei van de organisatie. En je zal mij waarschijnlijk nog regelmatig hier en daar zien opduiken om mijn gedacht te geven in de media en op andere plaatsen.

Je richt iets op, en in het begin voelt het aan alsof het van jou is. Maar uiteindelijk is het de bedoeling dat, zeker als je project een non-profit is, het helemaal van de gemeenschap wordt. Het voelt aan alsof ik wat ik heb helpen maken, eindelijk kan weggeven. Ik kan het weggeven met een gerust gemoed en in volle vertrouwen. Dat voelt goed. Want enkel wat je weggeeft, kan verder leven.

Alle goeds


woensdag 25 maart 2015

Minister van Vleespropaganda

Dit stuk verscheen in De Standaard van 24 maart 2015

Wie houdt de pen van onze landbouwminister vast?

Minister van Landbouw Willy Borsus doet niet aan Dagen Zonder Vlees. Dat is zijn goed recht, maar in een tegenreactie oproepen om vlees te blijven eten omdat het goed is voor mens en planeet, dat ruikt naar propaganda van de vleesindustrie, zegt Tobias Leenaert.

‘Negen goede redenen om ook vlees te eten.’ Dat is de titel van een persbericht dat onze federale minister van Landbouw, Willy Borsus (MR), vorige vrijdag rondstuurde. Hij deed dat omdat 20 maart een internationale vleesloze dag is – en misschien ook omdat Dagen Zonder Vlees nog in alle hevigheid doorwoedt. Het persbericht is je reinste propaganda, een minister onwaardig. ‘Vlees is een lokaal product, veilig, goed voor de gezondheid en milieuvriendelijk’, zo luidt de conclusie. De tekst had geen groter pleidooi voor vlees kunnen zijn, als het door een veeboer was geschreven. Het is een feest van citaten van onder meer de FWA – de Fédération Wallonne des Agriculteurs. Een mens zou gaan vermoeden dat de minister nu een grote partij biefstukken in zijn diepvries heeft zitten.

Allemaal goed en wel dat de heer Borsus de belangen van een bepaalde economische sector behartigt. Maar zijn onwetendheid of intellectuele oneerlijkheid leidt ertoe dat de burger verkeerde informatie krijgt en wordt aangespoord tot consumptie die noch zijn gezondheid, noch die van de planeet dient. Schaamte, waar is uw blos?

Goed voor de planeet

Laten we even enkele highlights bekijken uit het hilarische persbericht. ‘De mens heeft vlees nodig’, zegt Borsus. Niemand, en zeker een minister niet, kan dit anno 2015 nog beweren. Wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van honderdduizenden vegetariërs in ons land hebben allang uitgewezen dat vlees niet alleen onnodig is, maar dat vegetariërs doorgaans gezonder eten dan de omnivore bevolking.

Borsus interpreteert het advies van de Hoge Gezondheidsraad, die afraadt om meer dan 300 gram rood vlees per week te eten, op zijn eigen manier: hij reduceert rood vlees tot rundvlees. De Belgische consumptie van rood vlees – wat ook varkens- en schapenvlees inhoudt – bedraagt gemiddeld 640 gram per week, terwijl Borsus beweert dat we niet boven die 300 gram komen.

Het is wellicht met eenzelfde soort creativiteit dat Borsus durft te beweren dat de vleesconsumptie de laatste dertig jaar met de helft is gedaald. God en de FWA alleen weten waar hij dat cijfer vandaan haalt. In elk geval, zonder gêne stelt de minister voor om het huidige niveau van vleesconsumptie te bewaren. We kunnen ons slechts verbazen over zoveel moedwillige misleiding.

‘Vlees is goed voor de planeet’, schrijft Borsus. En vervolgens geeft hij wat cijfers die alleen gaan over rundveeteelt in Wallonië – terwijl rundvlees slechts een klein deel is van de vleesconsumptie van de Belg. We lezen dat vleesproductie nodig is om de planeet te voeden – en dat terwijl we momenteel bijna de helft van het graan en het allergrootste deel van de sojaproductie aan dieren voederen en het zo op een doorgaans inefficiënte manier omzetten in vlees.

Nationale trots

Ook het Belgisch witblauw, de befaamde dikbil, passeert nog eens de revue. Borsus noemt het een ‘nationale trots’. Arm België, arme sector, als je nationale trots een dier is dat zo ver is doorgefokt voor het vlees dat het grote aangeboren gezondheidsproblemen vertoont. Zo kunnen de dikbillen niet op een natuurlijke manier baren en is een keizersnede bijna altijd noodzakelijk. Buiten onze grenzen geniet deze ‘nationale trots’ overigens niet veel aanzien. In de Scandinavische landen, Nederland en Zwitserland is het fokken met het ras verboden, wegens onethisch.

Onze veeteelt helpt ons zelfvoorzienend te zijn, zegt Borsus nog. Hij heeft wellicht nog niet gedacht aan hoeveel ingevoerde soja en graan onze dieren eten. Als we met onze veestapel werkelijk zelfvoorzienend zouden willen zijn, dan hebben we veel meer landbouwgrond nodig.

Ook al zijn er verschillen tussen de Vlaamse en de Waalse situatie, ik zie de Vlaamse minister van Landbouw – die gelukkig meer bevoegdheid heeft dan de federale – dergelijke propaganda niet zo gauw spuien. Een en ander toont nog maar eens dat er allesbehalve sprake is van een coherent overheidsbeleid op het gebied van vleesconsumptie en de diverse aspecten (gezondheid, milieu, dierenwelzijn) die daaraan vasthangen.

Gelukkig zijn er intussen wel initiatieven zoals Dagen Zonder Vlees of Donderdag Veggiedag, die met hun wervende aanpak hun effect op ons consumptiegedrag niet missen. Misschien ziet op die manier zelfs onze minister van Vleespropaganda uiteindelijk wel het licht.

dinsdag 3 maart 2015

Biovlees? Toch maar niet

dit stuk werd geschreven samen met Stijn Bruers

Dat, met al de aandacht die Dagen Zonder Vlees krijgt in de media, er een aantal tegenreacties zouden komen, was te verwachten. Dat een van de meest inhoudelijke zou komen van uitgerekend Bioforum - dat de belangen van bioboeren verdedigt - niet echt.
Via deze reactie op het stuk “Dagen met biovlees” van Esmeralda Borgo van Bioforum willen we geenszins bijdragen aan een verdere polarisering. Ecologische voeding is ook voor ons ontzettend belangrijk, en het concept biologische voeding en het biolabel vormen alleszins een hulpmiddel bij de keuze voor duurzaam eten. Wel willen we een en ander in perspectief plaatsen.

Bio vs. veggie
Esmeralda Borgo geeft terecht aan dat duurzame voeding meer is dan enkel geen vlees eten. Onze eerste reactie: zeer juist: ook zuivel (vooral kaas) heeft een hoge voetafdruk - maar dat is natuurlijk niet wat de auteur bedoelt. In alle eerlijkheid: haar opmerking is terecht, uiteraard. Je kan makkelijk onduurzaam (en ongezond, en onsmakelijk…) vegetarisch of veganistisch eten. Naast het aandeel dierlijke producten in je voeding zijn er immers andere factoren die je voedselvoetafdruk beïnvloeden: ook plantaardige producten hebben inderdaad een impact (chocolade, bijvoorbeeld, vergt jammer genoeg heel veel water). En daarnaast zijn er aspecten als verpakking, voedselkilometers, enzovoort.

Toch is er een consensus dat dierlijke producten in ons voedselpakket het meeste doorwegen.
Volgens een recente studie van Ecolife (*) is het overschakelen naar een plantaardig voedingspatroon veruit de belangrijkste maatregel om de ecologische voedselvoetafdruk van België te verminderen. Als biovoeding op zich de voetafdruk al kan verminderen, zal die vermindering zeer klein zijn. Uit die studie blijkt dat andere maatregelen op het vlak van voeding, zoals het eten van lokale, seizoensgebonden en vetarme producten en het vermijden van voedselverspilling, belangrijker zijn dan het eten van biovoeding.

Landbouw zonder dieren?
Esmeralda Borgo pleit voor agro-ecologische landbouw, waar dieren op een andere, minder intensieve manier worden ingezet. Dit soort landbouw - volgens de auteur de enige in zijn geheel duurzame - kan zogezegd niet zonder dieren, en kan dus niet vegetarisch (of vegan).
De vraag of veeteelt nodig is om de wereldbevolking te voeden, is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Het is hier niet onze bedoeling om aan te tonen dat een landbouw zonder enig gebruik van dieren noodzakelijkerwijs de meest efficiënte of de meeste ecologische oplossing is, maar op zijn minst willen we een paar vraagtekens plaatsen bij de aldus Borgo noodzakelijkheid van het dier in de landbouw. De schets van de mondiale nutriëntencyclus in het rapport Our Nutrient World van het Centre for Ecology and Hydrology (**) doet vermoeden dat een landbouw zonder veeteelt de akkers nog wel voldoende vruchtbaar kan maken. En waarschijnlijk is zelfs een mondiale biologische plantaardige landbouwproductie haalbaar. Een studie van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (***) toont dan weer aan dat de huidige wereldwijde oppervlakte akkerland reeds voldoende is voor een volledig plantaardige landbouw. Al het grasland kan dan natuurgebied worden. De landbouwers van het Vegan Organic Network tonen alvast in de praktijk aan - zij het op kleine schaal voorlopig - dat vegan agro-ecologie wel degelijk kan.
(Daarnaast zijn er nog diverse andere factoren waarmee we nu of in de toekomst rekening mee kunnen houden. Bijvoorbeeld: 1) restproducten van gewassenteelt kunnen ook nog anders eindigen dan als veevoeder (we denken aan de productie van elektriciteit, of mest). 2) Op termijn kunnen er systemen ontwikkeld worden om ook humane mest te gebruiken (denk aan de reeds bestaande composttoiletten) en 3) de ontwikkeling van nieuwe toepassingen van bestaande plantaardige producten - zelfs grassap kunnen we drinken.)

Biovlees
En dan wat de oproep betreft om Dagen met Biovlees te doen. Ten eerste is het maar de vraag of biologisch vlees per kilogram wel zoveel milieuvriendelijker is dan gangbaar vlees. De opbrengst van de biologische veeteelt in Europa, uitgedrukt in ton vlees per hectare, is vaak significant lager in vergelijking met conventionele veeteelt. Daardoor is de ecologische voetafdruk van biovlees en andere dierlijke producten vaak hoger. Als we overschakelen van gewoon vlees naar biovlees, is er meer land nodig, met als gevolg meer ontbossing. Op vele andere milieuvlakken, zoals de uitstoot van broeikasgassen en de overbemesting, lijkt biovlees het slechter te doen dan gangbaar vlees, of zijn mogelijke voordelen van biovlees onvoldoende bewezen. (****) Het biovlees in de winkel is dus niet noodzakelijk milieuvriendelijker dan gangbaar vlees, en al zeker niet milieuvriendelijker dan plantaardige eiwitbronnen.
Ja, grazende dieren in natuurreservaten en bepaalde graslanden dragen wel bij aan de biodiversiteit, maar ten eerste is die vleesopbrengst niet zo hoog. Als we enkel nog dergelijk “natuurreservatenvlees” zouden eten, dan zijn slechts veertig veggiedagen per jaar verre van voldoende, en zouden bijna volledig vegan moeten eten. Ten tweede zorgt het kweken van grazende dieren nog steeds voor een hoge uitstoot van broeikasgassen, ook in natuurgebieden. En ten derde is het doden van die dieren voor hun vlees vanuit het perspectief van de dieren bekeken stank voor dank: in ruil voor hun bijdrage aan de biodiversiteit in natuurreservaten worden ze opgegeten...

Het welzijn van “biodieren”
Los van de vraag of dieren eten ecologisch interessant kan zijn, is er natuurlijk het ethische punt. Het lijkt ons niet verstandig om te ontkennen dat er voor dieren effectief verschillen zijn in de manier waarop ze gekweekt worden, en dat de ene manier minder slecht kan zijn dan de andere. Maar ten eerste zijn in de “gangbare bioveeteelt” de verschillen met de conventionele veeteelt niet zo groot: dieren in de bioveeteelt leven doorgaans wel iets langer dan hun soortgenoten in de gangbare veeteelt, maar het is nog steeds maar een fractie van hun normale leven. Dat een bio “vleeskip” dubbel zo lang leeft als een gangbare mag een spectaculaire verbetering klinken, tot je de cijfers vergelijkt: hun leven duurt 82 dagen (in plaats van 42), terwijl een kip acht jaar oud kan worden. Varkens worden net zoals in de gangbare veeteelt op zes maanden geslacht terwijl ze tien jaar kunnen worden. De biodieren gaan overigens naar dezelfde slachthuizen als de gangbare dieren.
Maar is het leven van deze dieren - ook al blijft het extreem kort - beter dan in de gangbare landbouw? Niet echt. Dieren hebben inderdaad iets meer ruimte. Vleeskippen zitten “maar” met 10 dieren per vierkante meter (in plaats van met negentien in de gangbare veeteelt), en een varken krijgt 2,3m² ruimte (0,65m² in de gangbare veeteelt), waarvan 1 m² buitenruimte is.
In de biologische veeteelt worden ook vaak dezelfde rassen hoogproductieve varkens, legkippen en melkkoeien gebruikt als in de gangbare veeteelt, met heel wat gezondheidsproblemen tot gevolg (uierontstekingen bij melkvee, ademhalingsproblemen bij vleeskippen,...). En ook mogen leghennen gesnavelkapt worden en bij varkens mogen de staarten en tanden geknipt worden, zolang het maar niet routinematig gebeurt en het lijden beperkt blijft. Omdat dit vaag en moeilijk te definiëren is, hangt het dus sterk van de boer zelf af. Het biolabel op een stuk vlees kan dus verschillende invullingen hebben.

Het algemene plaatje is natuurlijk dat dieren ook in de bioveeteelt gezien worden als een product dat zijn waarde ontleedt aan hoe nuttig het is voor de mens. Het is ook en vooral in die benadering van het dier dat vegetariërs zich niet kunnen vinden.

Compassie en respect
Borgo probeert een holistische idee te schetsen: we hebben een algemeen kader nodig voor duurzaamheid, dat veel meer is dan geen-vlees-eten. Dat moet dan de agro-ecologie zijn, waarin dieren doden voor consumptie een plaats heeft. Voor ons blijft het een pervers idee. Waarom het niet omdraaien? We hebben, in de eerste plaats, een filosofie en wereldbeeld nodig waarin rechtvaardigheid, en compassie en respect voor welzijnsgevoelig leven centraal staan en waarin het doden van dieren voor consumptie geen plaats heeft. Op basis van zo’n visie kan dan een systeem worden ontwikkeld dat ook ecologisch steek houdt.

Tobias Leenaert
Stijn Bruers

(*)
Ecolife (2015) Halvering van de ecologische voetafdruk van België. http://do.vlaanderen.be/rapport-over-de-halvering-belgische-voetafdruk

(**)
Sutton, M.A. e.a. (2013) Our Nutrient World, Centre for Ecology and Hydrology

(***)
Stehfest, E. e.a. (2008), Vleesconsumptie en klimaatbeleid, Planbureau voor de Leefomgeving

(****)
Blonk, H. (2009) Naar een gecombineerde meetlat voor milieu en dierenwelzijn. Blonk Milieuadvies.
Mondelaers, K.e.a. (2009) A meta‐analysis of the differences in environmental impacts between organic and conventional farming British Food Journal 111:10, pp.1098-1119
Tuomisto, H.L. e.a. (2012) Does organic farming reduce environmental impacts? - A meta-analysis of European research. Journal of Environmental Management  112, pp.309-320