dinsdag 3 maart 2015

Biovlees? Toch maar niet

dit stuk werd geschreven samen met Stijn Bruers

Dat, met al de aandacht die Dagen Zonder Vlees krijgt in de media, er een aantal tegenreacties zouden komen, was te verwachten. Dat een van de meest inhoudelijke zou komen van uitgerekend Bioforum - dat de belangen van bioboeren verdedigt - niet echt.
Via deze reactie op het stuk “Dagen met biovlees” van Esmeralda Borgo van Bioforum willen we geenszins bijdragen aan een verdere polarisering. Ecologische voeding is ook voor ons ontzettend belangrijk, en het concept biologische voeding en het biolabel vormen alleszins een hulpmiddel bij de keuze voor duurzaam eten. Wel willen we een en ander in perspectief plaatsen.

Bio vs. veggie
Esmeralda Borgo geeft terecht aan dat duurzame voeding meer is dan enkel geen vlees eten. Onze eerste reactie: zeer juist: ook zuivel (vooral kaas) heeft een hoge voetafdruk - maar dat is natuurlijk niet wat de auteur bedoelt. In alle eerlijkheid: haar opmerking is terecht, uiteraard. Je kan makkelijk onduurzaam (en ongezond, en onsmakelijk…) vegetarisch of veganistisch eten. Naast het aandeel dierlijke producten in je voeding zijn er immers andere factoren die je voedselvoetafdruk beïnvloeden: ook plantaardige producten hebben inderdaad een impact (chocolade, bijvoorbeeld, vergt jammer genoeg heel veel water). En daarnaast zijn er aspecten als verpakking, voedselkilometers, enzovoort.

Toch is er een consensus dat dierlijke producten in ons voedselpakket het meeste doorwegen.
Volgens een recente studie van Ecolife (*) is het overschakelen naar een plantaardig voedingspatroon veruit de belangrijkste maatregel om de ecologische voedselvoetafdruk van België te verminderen. Als biovoeding op zich de voetafdruk al kan verminderen, zal die vermindering zeer klein zijn. Uit die studie blijkt dat andere maatregelen op het vlak van voeding, zoals het eten van lokale, seizoensgebonden en vetarme producten en het vermijden van voedselverspilling, belangrijker zijn dan het eten van biovoeding.

Landbouw zonder dieren?
Esmeralda Borgo pleit voor agro-ecologische landbouw, waar dieren op een andere, minder intensieve manier worden ingezet. Dit soort landbouw - volgens de auteur de enige in zijn geheel duurzame - kan zogezegd niet zonder dieren, en kan dus niet vegetarisch (of vegan).
De vraag of veeteelt nodig is om de wereldbevolking te voeden, is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Het is hier niet onze bedoeling om aan te tonen dat een landbouw zonder enig gebruik van dieren noodzakelijkerwijs de meest efficiënte of de meeste ecologische oplossing is, maar op zijn minst willen we een paar vraagtekens plaatsen bij de aldus Borgo noodzakelijkheid van het dier in de landbouw. De schets van de mondiale nutriëntencyclus in het rapport Our Nutrient World van het Centre for Ecology and Hydrology (**) doet vermoeden dat een landbouw zonder veeteelt de akkers nog wel voldoende vruchtbaar kan maken. En waarschijnlijk is zelfs een mondiale biologische plantaardige landbouwproductie haalbaar. Een studie van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (***) toont dan weer aan dat de huidige wereldwijde oppervlakte akkerland reeds voldoende is voor een volledig plantaardige landbouw. Al het grasland kan dan natuurgebied worden. De landbouwers van het Vegan Organic Network tonen alvast in de praktijk aan - zij het op kleine schaal voorlopig - dat vegan agro-ecologie wel degelijk kan.
(Daarnaast zijn er nog diverse andere factoren waarmee we nu of in de toekomst rekening mee kunnen houden. Bijvoorbeeld: 1) restproducten van gewassenteelt kunnen ook nog anders eindigen dan als veevoeder (we denken aan de productie van elektriciteit, of mest). 2) Op termijn kunnen er systemen ontwikkeld worden om ook humane mest te gebruiken (denk aan de reeds bestaande composttoiletten) en 3) de ontwikkeling van nieuwe toepassingen van bestaande plantaardige producten - zelfs grassap kunnen we drinken.)

Biovlees
En dan wat de oproep betreft om Dagen met Biovlees te doen. Ten eerste is het maar de vraag of biologisch vlees per kilogram wel zoveel milieuvriendelijker is dan gangbaar vlees. De opbrengst van de biologische veeteelt in Europa, uitgedrukt in ton vlees per hectare, is vaak significant lager in vergelijking met conventionele veeteelt. Daardoor is de ecologische voetafdruk van biovlees en andere dierlijke producten vaak hoger. Als we overschakelen van gewoon vlees naar biovlees, is er meer land nodig, met als gevolg meer ontbossing. Op vele andere milieuvlakken, zoals de uitstoot van broeikasgassen en de overbemesting, lijkt biovlees het slechter te doen dan gangbaar vlees, of zijn mogelijke voordelen van biovlees onvoldoende bewezen. (****) Het biovlees in de winkel is dus niet noodzakelijk milieuvriendelijker dan gangbaar vlees, en al zeker niet milieuvriendelijker dan plantaardige eiwitbronnen.
Ja, grazende dieren in natuurreservaten en bepaalde graslanden dragen wel bij aan de biodiversiteit, maar ten eerste is die vleesopbrengst niet zo hoog. Als we enkel nog dergelijk “natuurreservatenvlees” zouden eten, dan zijn slechts veertig veggiedagen per jaar verre van voldoende, en zouden bijna volledig vegan moeten eten. Ten tweede zorgt het kweken van grazende dieren nog steeds voor een hoge uitstoot van broeikasgassen, ook in natuurgebieden. En ten derde is het doden van die dieren voor hun vlees vanuit het perspectief van de dieren bekeken stank voor dank: in ruil voor hun bijdrage aan de biodiversiteit in natuurreservaten worden ze opgegeten...

Het welzijn van “biodieren”
Los van de vraag of dieren eten ecologisch interessant kan zijn, is er natuurlijk het ethische punt. Het lijkt ons niet verstandig om te ontkennen dat er voor dieren effectief verschillen zijn in de manier waarop ze gekweekt worden, en dat de ene manier minder slecht kan zijn dan de andere. Maar ten eerste zijn in de “gangbare bioveeteelt” de verschillen met de conventionele veeteelt niet zo groot: dieren in de bioveeteelt leven doorgaans wel iets langer dan hun soortgenoten in de gangbare veeteelt, maar het is nog steeds maar een fractie van hun normale leven. Dat een bio “vleeskip” dubbel zo lang leeft als een gangbare mag een spectaculaire verbetering klinken, tot je de cijfers vergelijkt: hun leven duurt 82 dagen (in plaats van 42), terwijl een kip acht jaar oud kan worden. Varkens worden net zoals in de gangbare veeteelt op zes maanden geslacht terwijl ze tien jaar kunnen worden. De biodieren gaan overigens naar dezelfde slachthuizen als de gangbare dieren.
Maar is het leven van deze dieren - ook al blijft het extreem kort - beter dan in de gangbare landbouw? Niet echt. Dieren hebben inderdaad iets meer ruimte. Vleeskippen zitten “maar” met 10 dieren per vierkante meter (in plaats van met negentien in de gangbare veeteelt), en een varken krijgt 2,3m² ruimte (0,65m² in de gangbare veeteelt), waarvan 1 m² buitenruimte is.
In de biologische veeteelt worden ook vaak dezelfde rassen hoogproductieve varkens, legkippen en melkkoeien gebruikt als in de gangbare veeteelt, met heel wat gezondheidsproblemen tot gevolg (uierontstekingen bij melkvee, ademhalingsproblemen bij vleeskippen,...). En ook mogen leghennen gesnavelkapt worden en bij varkens mogen de staarten en tanden geknipt worden, zolang het maar niet routinematig gebeurt en het lijden beperkt blijft. Omdat dit vaag en moeilijk te definiëren is, hangt het dus sterk van de boer zelf af. Het biolabel op een stuk vlees kan dus verschillende invullingen hebben.

Het algemene plaatje is natuurlijk dat dieren ook in de bioveeteelt gezien worden als een product dat zijn waarde ontleedt aan hoe nuttig het is voor de mens. Het is ook en vooral in die benadering van het dier dat vegetariërs zich niet kunnen vinden.

Compassie en respect
Borgo probeert een holistische idee te schetsen: we hebben een algemeen kader nodig voor duurzaamheid, dat veel meer is dan geen-vlees-eten. Dat moet dan de agro-ecologie zijn, waarin dieren doden voor consumptie een plaats heeft. Voor ons blijft het een pervers idee. Waarom het niet omdraaien? We hebben, in de eerste plaats, een filosofie en wereldbeeld nodig waarin rechtvaardigheid, en compassie en respect voor welzijnsgevoelig leven centraal staan en waarin het doden van dieren voor consumptie geen plaats heeft. Op basis van zo’n visie kan dan een systeem worden ontwikkeld dat ook ecologisch steek houdt.

Tobias Leenaert
Stijn Bruers

(*)
Ecolife (2015) Halvering van de ecologische voetafdruk van België. http://do.vlaanderen.be/rapport-over-de-halvering-belgische-voetafdruk

(**)
Sutton, M.A. e.a. (2013) Our Nutrient World, Centre for Ecology and Hydrology

(***)
Stehfest, E. e.a. (2008), Vleesconsumptie en klimaatbeleid, Planbureau voor de Leefomgeving

(****)
Blonk, H. (2009) Naar een gecombineerde meetlat voor milieu en dierenwelzijn. Blonk Milieuadvies.
Mondelaers, K.e.a. (2009) A meta‐analysis of the differences in environmental impacts between organic and conventional farming British Food Journal 111:10, pp.1098-1119
Tuomisto, H.L. e.a. (2012) Does organic farming reduce environmental impacts? - A meta-analysis of European research. Journal of Environmental Management  112, pp.309-320