zaterdag 26 december 2009

Over geiten, persvrijheid en kerstmis

Koeien (BSE), kippen (dioxine) en varkens (varkenspest) hebben we al zien “ruimen”. Geiten hadden tot nu toe nooit de hoofdrol, maar afgelopen week was het hun beurt: in Nederland bracht men preventief 40.000 drachtige geiten en schapen om, om de verdere verspreiding van Q-koorts een halt toe te roepen.

De beelden van bulldozers, containers, brandstapels en massagraven met duizenden dieren zijn we nog niet vergeten. Niet dat we er massaal vegetariër door geworden zijn, maar dergelijke apocalyptische taferelen hebben hun impact in de huiskamer alleszins niet gemist. En dat weet ook Nederlands minister van landbouw Gerda Verburg. Samen met minister van volksgezondheid Klink schreef zij een brief aan het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Daarin vragen beiden aan de media om “terughoudendheid te betrachten” bij het verslaan van de ruimingen. Het is iets wat ruikt naar wat ze in Nederland “persbreidel” noemen, ofwel het beperken van de persvrijheid. Er werd één modelmediabezoek georganiseerd aan een te ruimen bedrijf, en verder moeten de journalisten het gebeuren maar filmen vanaf de openbare weg. Niet veel van te zien, aldus een Nederlands journalist op onze Radio 1, maandag.

Verburgs motivatie voor haar vraag? De positie van de geitenhouders. “Het zien ruimen van een deel van hun dieren is een ingrijpende en aangrijpende gebeurtenis.” Wat een schaamteloze larie is dit. De Nederlandse Vereniging van Journalisten adviseert haar leden gelukkig om “zelf een afweging te maken op welke wijze verslag zal worden gedaan van de ruimingen en verwacht dat het ministerie de media hierbij niet zal hinderen”. Dezelfde autonomie wil Marianne Thieme, voorzitster van de Partij voor de Dieren, voor de geitenhouders: waarom zouden zij zelf niet mogen beslissen wie ze toelaten op hun erf?

Uiteraard spelen hier andere dingen mee. Eerst en vooral was er ooit beloofd dat gezonde dieren niet meer zouden geruimd worden. Dat staat niet goed. Maar nu “moet” het weer, en dat kunnen we maar beter niet aan de grote klok hangen. De overheid zou ook te laat ingegrepen hebben. Maar er is meer dan dat. De veeteelt moet worden beschermd, en die ruimingen kunnen maar beter niet getoond worden om dezelfde reden waarom slachthuizen geen glazen muren hebben: we willen niet weten wat we eten.
Een tegelijkertijd moedwillig én inmiddels onbewust vermijden van alles wat met het doden van een dier te maken heeft, is de hoofdreden waarom vleesconsumptie en de intensieve veeteelt konden groeien tot hun hedendaagse proporties. De paradoxen en conflicten worden zo goed mogelijk weggemoffeld, maar steken nu en dan toch de kop op. Een goedmenend dierenarts op de radio vindt de methode van doden (een spuitje voor verdoving en een spuitje dat doodt) niet humaan. Wordt het leven van deze dieren in het (rituele) slachthuis dan nog zachtaardiger beëindigd? De geitenboeren vinden het allemaal zeer onwerkelijk om hun dieren zo te zien doodgaan. Maar wat doen ze met de pasgeboren bokjes die geen melk geven en waarvoor de vraag naar vlees niet voldoende groot is? Juist: ongeveer hetzelfde als met de haantjes in de eierindustrie

Willen we dierlijke producten consumeren – en dan vooral van dieren uit de vandaag gangbare veeteelt – dan moeten we de confrontatie vermijden met wat ermee gebeurde toen het nog dier was. Toen ging het nog om leven, dat gewoon leven wou.

Dezer viert een dergelijke ‘morele spreidstand’ (kwestie van het woord hypocrisie niet te gebruiken) trouwens haar hoogdagen: nooit eten we meer geslachte dieren op dan in de tijd van “vrede op aarde”.

zaterdag 12 december 2009

Mensen of dieren, mensen en dieren

Michiko Kakutani is een van de meest gerespecteerde literaire critici in de Verendigde Staten. Ze won onder meer de Pulitzer Prize voor haar werk, en schrijft voor een van de meest gereputeerde kranten ter wereld, de New York Times. Men zou dus verwachten: een intelligent iemand, die een dom argument weet te onderscheiden van een schrander.

Maar ofwel is mevrouw Kakutani niet zo intelligent, ofwel ben ik dat niet. Beide zijn eigenlijk, in alle bescheidenheid, niet zo waarschijnlijk, en dus moet er nog iets anders aan de hand zijn.
Maar laat ons eerst even kijken waarover we 't hier eigenlijk hebben. Mevrouw Kakutani schreef een (jawel) literaire kritiek van Eating Animals, de laatste pennevrucht van bestseller-auteur Jonathan Safran Foer. Eating animals gaat over de feiten achter ons dagelijks lapje vlees, en ik kan het werk alleen maar aanraden.

Mevrouw Kakutani kan dat niet. In haar recensie in de New York Times komt ze dus, zoals reeds geïnsinueerd, niet bijzonder intelligent over. En een beetje harteloos ook, eigenlijk. Ik verbaas me er steeds weer over hoe mensen, wanneer ze geconfronteerd worden met wreedheden tegenover dieren, toch andere reacties kunnen manifesteren dan gewoon zeggen "miljaar, dat is erg, en dat moet gewoon ophouden." Onze literaire criticus is zo iemand. Ze is weinig onder de indruk van de wantoestanden die Foer aanhaalt, en beschuldigt hem van sentimentaliteit (de wereld zou veel mooier zijn met wat meer sentiment, en vrouwen hoeven wat mij betreft écht niet te bewijzen dat ze niet sentimenteel zijn, maar goed). En meer dan dat. Mevrouw Kakutani stelt zich ernstige vragen bij Foers "sense of priorities and proportion". Foer waagt het voorwaar, zegt zij, om in in de context van dieren te spreken over "atrocities" (wreedheden) en meer nog, hij durft vergelijkingen maken met wantoestanden met mensen!

En zo zien we dat ook een normaal gezien intelligent persoon na een lange inleiding eindigt bij een huizenhoog cliché, een platitude en een enorme dwazigheid: Kakutani vraagt zich af

"how the author can expend so much energy and caring on the fate of pigs and chickens, when, say, malaria kills nearly a million people a year (most of them children), and conflict and disease in Congo since the mid-1990s have left an estimated five million dead and hundreds of thousands of women and girls raped and have driven more than a million people from their homes."

Misschien schrijf ik een ander keertje iets meer over waarom het een het ander niet uitsluit. Laat ons ondertussen volstaan met te veronderstellen dat Mevrouw Kakutani zelf wel beter weet, en de zoveelste persoon is die zal blijven proberen niet te horen wat ze niet wil horen, en daartoe alle mogelijke absurde redenen uitvindt.

donderdag 3 december 2009

Een historisch moment

Vandaag vond Less Meat = Less Heat plaats, een evenement in het Europees Parlement over vleesvermindering. Twee prominente vegetariërs kregen met een bijna volle "plenary chamber" en heel wat pers een enorm forum om hun boodschap over vleesvermindering te verspreiden: poplegende Paul McCartney en IPCC voorzitter Rachendra Pachauri. Ook present was de VN rapporteur voor het Recht op Voedsel Olivier De Schutter. Van zijn assistent vernam ik achteraf dat hij zelf nooit vlees koopt of kookt, maar het op verplaatsing soms eet.

Daarnaast waren er kortere interventies van een aantal sprekers. Daaronder Alain Dangour, van de London School of Hygiene en Tropical Medecine, die de nieuwe Lancet studie over de gezondheids- en klimaatvoordelen van minder veeteelt coordineerde. Daarin lees je dat een vermindering van de veeteelt van 30% een daling zou veroorzaken van 17% van de gevallen van hart- en vaatziekten alleen.
Dangour deed even de wenkbrauwen fronsen bij sommigen in de zaal toen hij zei dat vlees wel noodzakelijk blijkt bij kinderen onder de vijf jaar. Toen groene MEP Caroline Lucas (VK) vroeg waar hij dit haalde zei hij dat hij vooral bedoelde dat het in arme landen niet zo evident was om kinderen vegetarisch op te voeden. Hmm.

Grotere nonsens kwam van mevrouw Mairead McGuiness, rapporteur voor de CAP (Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid) en lid van de commissie landbouw. "Ik eet havermoutpap 's morgens, maar dat wil niet zeggen dat ik iedereen havermoutpap door de strot wil duwen." Mevrouw McGuiness ontkende zo ongeveer alles, maar dat was niets vergeleken met Meneer Paul Nuttall, die het jammer genoeg ook tot Europees Parlementslid heeft geschopt. De man kondige tijdens zijn interpellatie voorwaar aan dat iedereen welkom was vlak naast het parlement op een BBQ, onder de titel "All you need is meat". Aan het applaus dat volgde te horen - en ook aan sommige van de interventies - zaten er genoeg 'tegenstanders' in de zaal die helemaal niet opgezet waren met de hele zaak en speciaal daarvoor naar het Parlement waren afgezakt.

Pachauri was expliciet in zijn boodschap. Net zoals McCartney pleitte hij voor een vleesloze dag, maar hij stak zijn sympathie voor vegetarisme as such niet onder stoelen of banken. Hij citeerde Einstein ("niets kan de mensheid zo helpen als de evolutie naar een vegetarische levenswijze") en Tolstoy ("als een mens een rechtvaardig leven wil leiden, dan moet hij zich eerst en vooral onthouden van dierlijke producten").

En tenslotte kwam Sir Paul zelf zijn zegje doen. Zoals Edward McMillan Scott, vicepresident van het parlement en organisator van het evenement (en zelf pescatarier) aankondigde: "he wrote the world's most popular song: Yesterday. But today, he talks about tomorrow." Paul haalde nog wat feiten aan (voor een hamburger heb je evenveel water nodig als voor een douche van vier uur - volgens mij is het meer, maar soit) en zei dat de overheid en specifiek Europa werk moest maken van het aanmoedigen van haar burgers om minder vlees te eten. Veel vlees eten is immers niet langer een persoonlijke keuze, maar een daad die gevolgen heeft voor de hele planeet. Hij pleitte er ook voor dat de boeren geholpen zouden worden om zich in te stellen op nieuwe praktijken - iets wat in de geschiedenis constant gebeurd is. Verrassend was dat Sir Paul een quote voorlas van Al Gore, waar hij hem om had gevraagd (als je Paul McCartney bent kan je dat). Ik heb ze niet genoteerd, maar blijkbaar kan ook Al niet langer ontkennen dat minder vlees eten een serieuze impact kan hebben op het klimaat.

Aangezien ik geholpen had bij de voorbereiding van het evenement mocht ik achteraf mee eten in de "presidential dining room", op de 12de verdieping, met een prachtig zicht op Brussel. McCartney was al snel naar Berlijn vertrokken voor een optreden (en hij kwam van Hamburg die morgen), maar Pachauri at met ons mee en was duidelijk erg gelukkig met het hele gebeuren. De lunch was uiteraard vegetarisch en best te pruimen.

Alles bij mekaar is dit weer een van de zovele tekenen des tijds: bekende vegetariërs die hun boodschap zo massaal de wereld kunnen insturen en de kwestie eindelijk ter sprake kunnen brengen. Zoals De Schutter zei: we kunnen alleen maar vooruitgang boeken wanneer taboes doorbroken worden, en wanneer een aantal mensen dapper genoeg zijn om vragen te stellen die anderen liefst onbeantwoord zien.

Een mijlpaal, jawel.

PS We zijn vanuit EVA uiteraard fier dat alle belangrijke sprekers verwezen naar de Stad Gent als voorbeeld.