zaterdag 12 december 2009

Mensen of dieren, mensen en dieren

Michiko Kakutani is een van de meest gerespecteerde literaire critici in de Verendigde Staten. Ze won onder meer de Pulitzer Prize voor haar werk, en schrijft voor een van de meest gereputeerde kranten ter wereld, de New York Times. Men zou dus verwachten: een intelligent iemand, die een dom argument weet te onderscheiden van een schrander.

Maar ofwel is mevrouw Kakutani niet zo intelligent, ofwel ben ik dat niet. Beide zijn eigenlijk, in alle bescheidenheid, niet zo waarschijnlijk, en dus moet er nog iets anders aan de hand zijn.
Maar laat ons eerst even kijken waarover we 't hier eigenlijk hebben. Mevrouw Kakutani schreef een (jawel) literaire kritiek van Eating Animals, de laatste pennevrucht van bestseller-auteur Jonathan Safran Foer. Eating animals gaat over de feiten achter ons dagelijks lapje vlees, en ik kan het werk alleen maar aanraden.

Mevrouw Kakutani kan dat niet. In haar recensie in de New York Times komt ze dus, zoals reeds geïnsinueerd, niet bijzonder intelligent over. En een beetje harteloos ook, eigenlijk. Ik verbaas me er steeds weer over hoe mensen, wanneer ze geconfronteerd worden met wreedheden tegenover dieren, toch andere reacties kunnen manifesteren dan gewoon zeggen "miljaar, dat is erg, en dat moet gewoon ophouden." Onze literaire criticus is zo iemand. Ze is weinig onder de indruk van de wantoestanden die Foer aanhaalt, en beschuldigt hem van sentimentaliteit (de wereld zou veel mooier zijn met wat meer sentiment, en vrouwen hoeven wat mij betreft écht niet te bewijzen dat ze niet sentimenteel zijn, maar goed). En meer dan dat. Mevrouw Kakutani stelt zich ernstige vragen bij Foers "sense of priorities and proportion". Foer waagt het voorwaar, zegt zij, om in in de context van dieren te spreken over "atrocities" (wreedheden) en meer nog, hij durft vergelijkingen maken met wantoestanden met mensen!

En zo zien we dat ook een normaal gezien intelligent persoon na een lange inleiding eindigt bij een huizenhoog cliché, een platitude en een enorme dwazigheid: Kakutani vraagt zich af

"how the author can expend so much energy and caring on the fate of pigs and chickens, when, say, malaria kills nearly a million people a year (most of them children), and conflict and disease in Congo since the mid-1990s have left an estimated five million dead and hundreds of thousands of women and girls raped and have driven more than a million people from their homes."

Misschien schrijf ik een ander keertje iets meer over waarom het een het ander niet uitsluit. Laat ons ondertussen volstaan met te veronderstellen dat Mevrouw Kakutani zelf wel beter weet, en de zoveelste persoon is die zal blijven proberen niet te horen wat ze niet wil horen, en daartoe alle mogelijke absurde redenen uitvindt.