vrijdag 27 mei 2011

Doden en laten doden

Marc Zuckerberg, oprichter van Facebook (en dus miljardair), zei recentelijk in een mail aan Fortune Magazine dat hij "basically a vegetarian" is: hij eet enkel dieren die hij zelf doodt. Zo bracht hij al onder meer een kip en een geit om het leven. Elk jaar kiest hij naar eigen zeggen een uitdaging. Zijn uitdaging voor 2011 is: dankbaar zijn voor zijn voedsel en niet meer vergeten waar het vandaan komt.

Wat moet een mens daarvan denken? Wat moet een vegetariër daarvan denken (een echte dan)? Op onze Facebookpagina (die er zonder Zuckerberg niet zou zijn, maar dat is nevens de kwestie), wordt er duchtig over gediscussieerd. Sommige mensen wijzen erop dat de Facebookbaas minder hypocriet is dan al de mensen die dieren laten doden voor hen en er verder niet bij nadenken, en geven ook aan dat Zuckerberg alvast heel wat minder vlees eet (en dus minder leed veroorzaakt) dan de gangbare omnivoor. Anderen kunnen hun walging niet onderdrukken: iemand die een dier persoonlijk kan kennen en het dan eigenhandig de keel oversnijden, daar moet iets mis mee zijn, zo zegt iemand.

Ik deel eigenlijk een beetje beide standpunten. Zuckerberg is een anecdotisch geval apart, maar we zouden zijn aanpak en attitude kunnen veralgemenen naar bijvoorbeeld jagers die enkel zelf geschoten wild eten. Enerzijds eten ze zo wellicht meestal veel minder vlees en gaan ze de confrontatie met waar hun eten vandaan komt niet uit de weg - in tegenstelling tot de gemiddelde omnivoor ("nee, ik wil dat filmpje niet zien, want mijn vlees zal me niet meer smaken"). Anderzijds bedenk ik me altijd: wat gaat er om in het hoofd van iemand die in koelen bloede naar een mooi dier kan kijken, zijn geweer kan nemen, en het een kogel door de borst kan jagen? Ik wil zo'n mensen niet veroordelen, maar alleszins: ik zou twee keer nadenken eer ik ze zou laten babysitten over mijn kinderen (als ik er al had).

Als ik me de vraag stel voor wie ik het meest respect heb - namelijk voor de persoon die de dieren die hij opeet, zelf doodt, of de persoon die dat niet aankan maar die dieren voor hem laat doden en daar verder geen erg in heeft - dan weet ik het antwoord niet. Dan maar een andere vraag bekijken. Los van wat het best/meest moreel is voor mensen om te doen: welke actie of houding geeft het beste resultaat voor de dieren? Een jager (of Zuckerberg) doodt een dier dat wellicht een beter leven gehad heeft dan een dier in de intensieve veeteelt. Maar anderzijds wordt het dier dan wellicht niet altijd op de meest pijnloze manier gedood (een jager schiet niet altijd meteen raak).

Veel dilemma's dus. Eén manier om eraan te ontsnappen is gewoon geen vlees eten. De simpelste oplossing.

zaterdag 21 mei 2011

Gedaan met de veggieworst?

Fenavian is de nationale federatie van fabrikanten van vleeswaren en vleesconserven. Als het aan deze organisatie ligt, mogen vegetarische producten in de toekomst niet langer namen krijgen als "vegetarische worst", "vegetarische burger" of "vegetarisch gehakt". Dergelijke productnamen zouden namelijk misleidend zijn voor de consument (lees VILT-artikel).
Fenavian lijkt te denken dat de consument, wanneer hij worst, paté of salami ziet - ook al wordt die duidelijk verkocht als "vegetarisch" of "zonder vlees", meent dat hij vleesproducten koopt (zoals hij ongetwijfeld denkt groenten en fruit te kopen wanneer hij "vleessalade" of "zeevruchten" in zijn karretje gooit). Volgens Fenavian schaden de huidige handelspraktijken de vleeswarenindustrie, en is de sector voorwaar het slachtoffer van oneerlijke concurrentie.

De vleesverwerkende industrie staat voor een omzet van € 3,5 miljard, 12.000 werknemers en 400 bedrijven. Ze neemt het grootste aandeel in binnen de Belgische voedingsindustrie. De markt van vegetarische producten in ons land is daarmee vergeleken niet meer dan peanuts. Het gaat om een kleine groep bedrijven, bijna uitsluitend KMO's, waar er heel wat tussen zitten bij wie factoren als duurzaamheid en gezondheid een heel grote rol spelen. Een beetje kleingeestig dus, dat Fenavian zich daardoor oneerlijk beconcurreerd voelt, denk ik dan.

Vleesvervangers hebben ook onder (parttime) vegetariërs hun voor- en tegenstanders. Voor vele veggies hoeven vegetarische producten niet op vlees te lijken, naar vlees te smaken of als vlees aan te voelen. Maar voor vele anderen, en vooral voor de grote massa van consumenten die redelijk nieuw zijn wat vegetarisch maaltijden betreft, kunnen vleesvervangers - zeker als ze een naam hebben die aan vlees doet denken - de kloof helpen dichten tussen wat vertrouwd en wat nieuw is. Als een vleesvervanger de vorm heeft van een worst en ook (vegetarische) worst genoemd wordt, zegt dat aan de onervaren consument zoveel als: "ik doe denken aan worst, je kan me klaarmaken als worst." En op die manier wordt zo'n product al makkelijker meegegraaid uit het winkelrek. Dat Fenavian dat wellicht liever niet ziet, is te begrijpen - elke verkochte veggieburger is immers een vleesburger minder verpatst - maar het is een uitstekende zaak voor het milieu, voor de gezondheid van de consument, en voor het dierenwelzijn.

Wie geen zand in zijn ogen heeft, weet dat de westerse wereld haar vleesconsumptie dringend moet verminderen. De grote vraag blijft: hoe? Er is immers totaal geen vegetarische traditie in West-Europese landen. Drempelverlagende producten (inclusief hun namen) kunnen een belangrijk steentje bijdragen. Alle redenen dus om te pleiten voor het laten voortbestaan van veggieworsten, veggie préparé, veggie filets, veggie salami en konsoorten. Trouwens, ik ben er vrij zeker van dat vleesverwerkende bedrijven zich in de toekomst meer en meer zullen bezighouden met vleesvervangers (Enkco is een voorbeeld). Met haar huidige aanval snijdt Fenavian dus... in haar eigen vlees.

zaterdag 7 mei 2011

Over het taboe van minder vlees

Onderstaande column verscheen op www.cera.be. Reacties achterlaten kan daar.

Ondanks het succes van campagnes als Donderdag Veggiedag of Dagen zonder Vlees (wat heeft u tijdens de Vasten gelaten?) rust op het thema vleesvermindering (en zeker, godbetert, vegetarisme) in vele kringen nog steeds een groot taboe. Anno 2011 is de vleesconsumptie nog steeds een heilig huisje.

De potentiële voordelen van minder vlees - of minder dierlijke producten eten in het algemeen - zijn nochtans groot: een lagere CO2-uitstoot, een kleinere voetafdruk, minder waterverbruik, beter voor het dierenwelzijn, goed voor de volksgezondheid (verlaging van het risico op hart- en vaatziekten, sommige kankers, overgewicht...), beter voor de wereldvoedselvoorziening, een leuke variatie op de dagelijkse kost, enzovoort.

Kortom, eigenlijk zijn er weinig acties die zoveel positieve effecten tegelijk creëren als vaker eens vegetarisch eten. Vorige week publiceerde EVA de resultaten van een onderzoek dat we lieten uitvoeren door iVOX. Daaruit mag blijken dat ongeveer 1 op 2 Vlamingen alvast de intentie heeft om minder vlees te eten. Toch blijft de tegenstand groot - vooral vanuit sectoren die economisch betrokken zijn bij de vleesproductie. Maar is dat verzet terecht, en ook: is het wel de beste strategie?

Langzaam groeit de maatschappelijke consensus - zelfs in veeleer conservatieve kringen - dat de huidige dierlijke productie en consumptie niet duurzaam is, noch voor onze planeet, noch voor onze gezondheid. Bovenal is ze niet globaliseerbaar: Dat landen als China en India de westerse vleesconsumptie zouden evenaren, is praktisch onhaalbaar, maar de evolutie is bezig.
Laat ons dus even aannemen dat de vermindering van de dierlijke productie onvermijdelijk is. Kunnen we daar dan beter niet samen over nadenken? Een vegetarische organisatie als EVA juicht deze evolutie uiteraard toe, maar wil ze ook begeleiden. We willen de maatschappij, sector of consument ertoe verleiden na te denken over alternatieven, en vrijwillig de keuze te maken voor minder - nog voor we plots met ons hoofd tegen de muur lopen en het van moetens is.

Organisaties zoals EVA hebben trouwens ook raakpunten met andere groeperingen. Er is een plaats waar wij en onze vermeende “oppositie” elkaar kunnen ontmoeten. Eerst en vooral: wie minder vlees eet, blijft nog steeds een consument van voedingsproducten. Vleesminderaars en vegetariërs eten vaak meer groenten, fruit en andere producten van eigen bodem. Daarnaast zijn ook wij voor rechtvaardigheid: we willen een gezonde, duurzame, diervriendelijke wereld, maar ook een rechtvaardig inkomen voor onze lokale landbouwers. Het beperkte budget dat mensen maar aan voeding willen besteden, is niet bevorderlijk voor die rechtvaardigheid. Misschien moeten wij, de volgende keer dat Piet Vanthemsche bij IKEA protesteert tegen goedkoop vlees, naast hem staan en zijn boodschap versterken. Vegetariërs en de Boerenbond, voor één dag één front: het zou ongezien zijn.