zaterdag 21 mei 2011

Gedaan met de veggieworst?

Fenavian is de nationale federatie van fabrikanten van vleeswaren en vleesconserven. Als het aan deze organisatie ligt, mogen vegetarische producten in de toekomst niet langer namen krijgen als "vegetarische worst", "vegetarische burger" of "vegetarisch gehakt". Dergelijke productnamen zouden namelijk misleidend zijn voor de consument (lees VILT-artikel).
Fenavian lijkt te denken dat de consument, wanneer hij worst, paté of salami ziet - ook al wordt die duidelijk verkocht als "vegetarisch" of "zonder vlees", meent dat hij vleesproducten koopt (zoals hij ongetwijfeld denkt groenten en fruit te kopen wanneer hij "vleessalade" of "zeevruchten" in zijn karretje gooit). Volgens Fenavian schaden de huidige handelspraktijken de vleeswarenindustrie, en is de sector voorwaar het slachtoffer van oneerlijke concurrentie.

De vleesverwerkende industrie staat voor een omzet van € 3,5 miljard, 12.000 werknemers en 400 bedrijven. Ze neemt het grootste aandeel in binnen de Belgische voedingsindustrie. De markt van vegetarische producten in ons land is daarmee vergeleken niet meer dan peanuts. Het gaat om een kleine groep bedrijven, bijna uitsluitend KMO's, waar er heel wat tussen zitten bij wie factoren als duurzaamheid en gezondheid een heel grote rol spelen. Een beetje kleingeestig dus, dat Fenavian zich daardoor oneerlijk beconcurreerd voelt, denk ik dan.

Vleesvervangers hebben ook onder (parttime) vegetariërs hun voor- en tegenstanders. Voor vele veggies hoeven vegetarische producten niet op vlees te lijken, naar vlees te smaken of als vlees aan te voelen. Maar voor vele anderen, en vooral voor de grote massa van consumenten die redelijk nieuw zijn wat vegetarisch maaltijden betreft, kunnen vleesvervangers - zeker als ze een naam hebben die aan vlees doet denken - de kloof helpen dichten tussen wat vertrouwd en wat nieuw is. Als een vleesvervanger de vorm heeft van een worst en ook (vegetarische) worst genoemd wordt, zegt dat aan de onervaren consument zoveel als: "ik doe denken aan worst, je kan me klaarmaken als worst." En op die manier wordt zo'n product al makkelijker meegegraaid uit het winkelrek. Dat Fenavian dat wellicht liever niet ziet, is te begrijpen - elke verkochte veggieburger is immers een vleesburger minder verpatst - maar het is een uitstekende zaak voor het milieu, voor de gezondheid van de consument, en voor het dierenwelzijn.

Wie geen zand in zijn ogen heeft, weet dat de westerse wereld haar vleesconsumptie dringend moet verminderen. De grote vraag blijft: hoe? Er is immers totaal geen vegetarische traditie in West-Europese landen. Drempelverlagende producten (inclusief hun namen) kunnen een belangrijk steentje bijdragen. Alle redenen dus om te pleiten voor het laten voortbestaan van veggieworsten, veggie préparé, veggie filets, veggie salami en konsoorten. Trouwens, ik ben er vrij zeker van dat vleesverwerkende bedrijven zich in de toekomst meer en meer zullen bezighouden met vleesvervangers (Enkco is een voorbeeld). Met haar huidige aanval snijdt Fenavian dus... in haar eigen vlees.