zaterdag 7 mei 2011

Over het taboe van minder vlees

Onderstaande column verscheen op www.cera.be. Reacties achterlaten kan daar.

Ondanks het succes van campagnes als Donderdag Veggiedag of Dagen zonder Vlees (wat heeft u tijdens de Vasten gelaten?) rust op het thema vleesvermindering (en zeker, godbetert, vegetarisme) in vele kringen nog steeds een groot taboe. Anno 2011 is de vleesconsumptie nog steeds een heilig huisje.

De potentiële voordelen van minder vlees - of minder dierlijke producten eten in het algemeen - zijn nochtans groot: een lagere CO2-uitstoot, een kleinere voetafdruk, minder waterverbruik, beter voor het dierenwelzijn, goed voor de volksgezondheid (verlaging van het risico op hart- en vaatziekten, sommige kankers, overgewicht...), beter voor de wereldvoedselvoorziening, een leuke variatie op de dagelijkse kost, enzovoort.

Kortom, eigenlijk zijn er weinig acties die zoveel positieve effecten tegelijk creëren als vaker eens vegetarisch eten. Vorige week publiceerde EVA de resultaten van een onderzoek dat we lieten uitvoeren door iVOX. Daaruit mag blijken dat ongeveer 1 op 2 Vlamingen alvast de intentie heeft om minder vlees te eten. Toch blijft de tegenstand groot - vooral vanuit sectoren die economisch betrokken zijn bij de vleesproductie. Maar is dat verzet terecht, en ook: is het wel de beste strategie?

Langzaam groeit de maatschappelijke consensus - zelfs in veeleer conservatieve kringen - dat de huidige dierlijke productie en consumptie niet duurzaam is, noch voor onze planeet, noch voor onze gezondheid. Bovenal is ze niet globaliseerbaar: Dat landen als China en India de westerse vleesconsumptie zouden evenaren, is praktisch onhaalbaar, maar de evolutie is bezig.
Laat ons dus even aannemen dat de vermindering van de dierlijke productie onvermijdelijk is. Kunnen we daar dan beter niet samen over nadenken? Een vegetarische organisatie als EVA juicht deze evolutie uiteraard toe, maar wil ze ook begeleiden. We willen de maatschappij, sector of consument ertoe verleiden na te denken over alternatieven, en vrijwillig de keuze te maken voor minder - nog voor we plots met ons hoofd tegen de muur lopen en het van moetens is.

Organisaties zoals EVA hebben trouwens ook raakpunten met andere groeperingen. Er is een plaats waar wij en onze vermeende “oppositie” elkaar kunnen ontmoeten. Eerst en vooral: wie minder vlees eet, blijft nog steeds een consument van voedingsproducten. Vleesminderaars en vegetariërs eten vaak meer groenten, fruit en andere producten van eigen bodem. Daarnaast zijn ook wij voor rechtvaardigheid: we willen een gezonde, duurzame, diervriendelijke wereld, maar ook een rechtvaardig inkomen voor onze lokale landbouwers. Het beperkte budget dat mensen maar aan voeding willen besteden, is niet bevorderlijk voor die rechtvaardigheid. Misschien moeten wij, de volgende keer dat Piet Vanthemsche bij IKEA protesteert tegen goedkoop vlees, naast hem staan en zijn boodschap versterken. Vegetariërs en de Boerenbond, voor één dag één front: het zou ongezien zijn.