woensdag 12 augustus 2015

Mag het even over de dieren zelf gaan?

Dit stuk verscheen in De Standaard van 12 augustus 2015

Rachida Aziz plaatste in deze krant de polemiek over onverdoofd slachten op dezelfde hoogte als het hoofddoekendebat: onversneden islamofobie. Volgens haar zijn de laatste minuten van een dierenleven een detail in vergelijking met de rest ervan. Ik hoop dat ik het daarmee oneens mag zijn zonder van islamofobie te worden beschuldigd?

Het is enkel bij dieren dat we het belang van die laatste minuten zo zouden durven relativeren. En zelfs niet bij alle dieren. Wanneer we onze kat of hond laten inslapen in de meest vredevolle omstandigheden, krijgen zij voor de dodelijke injectie eerst een verdovend spuitje. Als we respect hebben voor hun lijden, doen we dat zo.



De Europese federatie van dierenartsen zegt dat we in geen enkele omstandigheden dieren zouden mogen doden zonder verdoving. Homo sapiens maakt jaarlijks koteletten, steaks, nuggets, schoenen en handtassen van zo’n zestig miljard dieren. Zolang we hen willen eten of dragen - wat absoluut niet hoeft -  is het minimum minimorum dat we het leven van deze dieren beëindigen op een zo pijnloos en rustig mogelijke manier.

Dat zou eigenlijk een evidentie moeten zijn. Toch worden maatregelen in die richting in twijfel getrokken of gesaboteerd. De dieren - die zelf jammer genoeg geen stem hebben in dit debat - zijn hier de allereerste betrokkenen, en zijn de slachtoffers van het politiek getouwtrek. Zelfs bij Rachida Aziz, een vegetariër, gaat het uiteindelijk niet over de dieren zelf. Als ik even mag veralgemenen: xenofoben gebruiken de discussie om te fulmineren tegen moslims; atheïsten zetten er een boompje tegen religie mee op. Moslims willen met de discussie aantonen hoe onverdraagzaam Vlamingen zijn. Links gebruikt het debat om aan te tonen hoe hypocriet rechts is, rechts doet hetzelfde voor links. En vegetariers gebruiken de discussie om te tonen hoe schijnheilig al de rest is.

Ik begrijp dat velen tenminste ten dele voor het verbod zijn om xenofobe redenen. Anderen, zoals Rachida Aziz, zijn tegenstander vanuit de beste intenties. Zij maken zich zorgen over het verder in de hand werken van de discriminatie van minderheidsgroepen. We moeten waken over de vrije culturele en religieuze beleving van anderen. Maar dergelijke bezorgdheden, hoe gegrond ook, kunnen en mogen volgens mij in dit geval niet primeren.

Lijden komt voor alles. Het is dé universele subjectieve ervaring - tenminste voor alle welzijnsgevoelige wezens. Pijn vermijden we, plezier zoeken we op. Lijden is niet iets dat we geleerd hebben - in tegenstelling tot cultuur of religie - maar komt voort uit wie we zijn. We kunnen en moeten tegen het leed van onverdoofd slachten zijn, zonder ons voor een of andere kar te laten spannen.

Volgens de oppositie moet Weyts meer consistent zijn in zijn dierenwelzijnsbeleid, wil hij niet overkomen als iemand die moslims viseert. Sp.a. wijst erop dat de minister bijvoorbeeld de uitbreiding van het jachtdecreet of nieuwe pelsdierkwekerijen niet zou mogen goedkeuren. Anderen gaan nog verder: Weyts zou zijn edele motieven moeten bewijzen door ook jacht en visvangst (waarbij dieren evenmin verdoofd worden) aan te pakken, of meteen maar elke praktijk die indruist tegen dierenwelzijn. En Aziz spreekt over het starten van een dialoog over onze vleesconsumptie. Dat zijn allemaal voorstellen die ik uiteraard zeer genegen ben. Maar ze brengen ons in een straatje zonder eind.

Het leed dat wij dieren aandoen, is zo onvoorstelbaar groot en veelomvattend, dat we niet anders kunnen dan stapsgewijs gaan, en elke mogelijke stap moeten zetten. Sommige van die stappen zullen een mix van zuivere en minder zuivere motivaties achter zich hebben, maar daar valt weinig aan te doen. Politieke recuperatie is van alle tijden. We kunnen altijd redenen vinden om alles en iedereen van hypocrisie of inconsistentie te beschuldigen. Dat er nog veel andere misbruiken bestonden en bestaan, heeft ons er echter niet van weerhouden om  - ik zeg maar wat straatpaardenkoersen, kattenwerpen of legbatterijen te verbieden.

De “beschaafde samenleving” waarover Weyts spreekt, is op alle gebieden nog ver weg - zijn partij mag gerust ook even de hand in eigen boezem steken - en er zal heel wat meer voor nodig zijn dan een verbod op rituele slacht. Maar ondertussen: voorwaarts graag.

maandag 3 augustus 2015

Het leed van een leeuw

Dit stuk verscheen in De Standaard van 3/8/2015

Cecil de leeuw, de trots van de Zimbabwaanse vlakten, is niet meer (DS 30 juli) . Hij werd neergeschoten door iemand die van plan was om een tapijtje van zijn vel te maken en zijn hoofd boven zijn haard te hangen.

Niet alleen is de tragische held van dit verhaal charismatisch en fotogeniek: ook de ‘slechterik’ spreekt tot de verbeelding: Walter Palmer, een rijke Amerikaanse tandarts, was gewapend met een kruisboog en ging ’s nachts te werk.

Cecil en Palmer zijn de sterren van het Oscarwinnend drama dat momenteel overal ter wereld mensen geboeid houdt. De strijd is al beslecht, maar ondertussen is de tandarts op de vlucht en is de jager het wild geworden. Er werden al duizenden doodsbedreigingen geuit aan Palmers adres. En dat is klein bier vergeleken met wat de man mogelijk nog te wachten staat. Een petitie voor zijn uitlevering, op de website van het Witte Huis, werd al ondertekend door ruim 220.000 mensen. En Zimbabwaanse gevangenissen hebben geen al te beste reputatie. Je zou voor minder vluchten.



Mascotte

Leeuwen zijn sowieso prachtige, grote, charismatische dieren, maar Cecil was niet zomaar een leeuw: hij was een beroemdheid onder de leeuwen in Zimbabwe, een soort mascotte. Cecil maakte deel uit van een onderzoeksproject van de universiteit van Oxford en droeg een gps – die de daders zonder succes probeerden te vernietigen. En Cecil werd illegaal gedood: hij werd weggelokt van een terrein waar niet gejaagd mocht worden.

Het zijn allemaal factoren die onze verontwaardiging over dat euvel aanwakkeren. Maar die factoren, hoewel bezwarend, zijn moreel nauwelijks relevant. Wat hier echt telt, is niet dat hij beroemd, groot, sterk, mooi of leeuw was. Wat telt, is dat hij een wezen was met gevoelens en belangen. Een wezen dat genot en pijn kon ervaren.

Na een mislukt kruisboogschot van Palmer heeft Cecil veertig uur liggen lijden voor hij gevonden en afgemaakt werd. Het is daarnaar dat onze aandacht moet uitgaan. Als we Cecils lijden en doden niet oké vinden en menen dat hij dat niet heeft verdiend, dat niemand dat verdient, dan kunnen we misschien ook, langzaam maar zeker, gaan openstaan en ontvankelijk worden voor het leed van zovele anderen.

De miljarden andere

Want die enige relevant eigenschap, zijn welzijnsgevoeligheid, heeft Cecil gemeen met miljarden andere wezens, die geen naam hebben, maar die evenzeer afzien. Ik ben erg blij dat zoveel mensen verontwaardigd zijn over wat er met deze leeuw gebeurde. En ik hoop dat die verontwaardiging en compassie kunnen overvloeien naar andere domeinen. Cecil was één dier. De andere, jaarlijks 600 gestroopte leeuwen voelen zoals Cecil. Alle andere geslachte dieren voelen zoals leeuwen. En de 180 miljoen kippen, varkens en koeien die dagelijks (jawel) gedood worden voor voedsel, zij voelen evenzeer.

Het is ook die welzijnsgevoeligheid, de capaciteit tot geluk en leed, die mensen en dieren verbindt. Het is de eigenschap die niet alleen mensen van een verschillende huidskleur, geslacht, seksuele oriëntatie of religie, maar ook menselijke en niet-menselijke dieren verenigt. Het is de eigenschap die over de soortgrenzen heen springt. Je kan lijden en genieten, of je nu blank bent of zwart, man of vrouw, een opponeerbare duim hebt of manen, een slurf, een staart of vleugels hebt. Het zal nog even duren, maar eens komt het besef dat we in het vermogen tot genot en lijden allemaal heel erg gelijkend zijn.

vrijdag 12 juni 2015

Vijf levenslessen

Dit artikel verscheen in De Standaard van 12 juni 2015 onder de titel "De Vijf Levenslessen van Tobias Leenaert."



1. Een missie hebben in je leven is een zegen
‘Nietzsche zei ooit: “Wie een waarom heeft waarvoor hij kan leven, kan bijna elke hoe verdragen.” De laatste twintig jaar heb ik altijd een missie gehad: ik wist waarvoor ik stond en wat de bedoeling van mijn leven was. Die houvast ben ik vorig jaar even kwijtgeraakt. Het was verwarrend: was ik mijn missie kwijt of de concrete invulling ervan?’

‘Nu besef ik des te meer wat die missie waard is. Het leven is volgens mij zinloos als je geen invulling voor je leven hebt.’

2. Geluk heeft weinig te maken met je externe situatie
‘Ik heb ongeveer alles wat ik wil: een goed lief, een fijn huis, een geweldige job. Dat ik me plots lange tijd niet goed meer voelde, had met die externe factoren niets te maken, het kwam van binnen. Geluk hangt niet zozeer af van de gebeurtenissen in je leven, wel van hoe je er op reageert.’

‘Ik kon wel vechten en inspanningen leveren, maar het lag grotendeels buiten mijn controle. Afstand nemen van mijn werk en een therapeut hebben daar tot op zekere hoogte bij geholpen. Maar je moet het vooral uitzitten. Plots was dat gevoel van geluk terug en ik weet nog altijd niet waaraan dat ligt.’

3. Ga ervan uit dat we niets kennen van communicatie
‘Toen ik een vriendin op haar sterfbed bezocht, vertelde ze me dat ze van een aantal aanwezigen niet wilde dat die er waren. Ze had nog een paar weken te leven, maar ze kon nog altijd niet zeggen wat ze echt wou.’

‘We zijn moeilijk in staat om over te brengen wat er leeft in ons, wat we voelen of denken. Bang om beoordeeld te worden, te kwetsen of gekwetst te worden. Compassievolle communicatie leer je niet van vandaag op morgen. Beseffen dat we niet goed bezig zijn is een goed begin.

Ik ben open geweest over mijn burn-out en kreeg daar veel begrip voor. Idealiter komt er door sociale media ooit een wereld waarin privacy passé is, waarin iedereen elkaars onnozele of geile gedachten kent.’

4. Wees traag in het vellen van een oordeel
‘Ik vind het zeer vermoeiend om steeds een mening te moeten hebben of die van anderen te kennen. Op Facebook kun je je in vijf seconden een mening vormen, terwijl we daarin net trager zouden moeten zijn. De maatschappij is complexer, het internet biedt zo veel meer informatie, een verhaal heeft geen twee, maar zes kanten. Ik heb nog altijd geen mening over ggo’s.’

‘Het is schandalig ook hoe snel mensen worden afgekraakt, op basis van veralgemeningen. Ik betrap mezelf er ook op en daarom schort ik een oordeel zo veel mogelijk op, uit respect voor anderen. Dat heeft ook nadelen: het houdt in dat je niet snel tot beslissingen komt. Als leidinggevende was dat voor mij heel problematisch.’

5. Het is nooit zo erg als je denkt
‘Toen ik besliste om te stoppen als directeur bij EVA, stelde ik me spontaan de vraag: wie ben ik dan nog? We hebben te veel de neiging om te denken in alles of niets, terwijl het vaak niet om dilemma’s gaat, er zitten veel meer mogelijkheden tussenin.’

‘Als je bang bent voor de toekomst, rampscenario’s in je hoofd hebt, moet je er op een metaniveau over kunnen nadenken. Wees je ervan bewust dat je door een tunnelvisie misschien niet alle opties ziet.’

INFO

Tobias Leenaert is oprichter en ex-directeur van Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA)

donderdag 11 juni 2015

Genoeg geslacht: de toekomst is plantaardig

Een kreupel varken dat bruut behandeld wordt door een individu in een slachthuis in Zele is nieuws. Dat zoiets zoveel aandacht krijgt, is positief, maar ergens ook eigenaardig te noemen. Er zijn in Vlaanderen zo’n zes miljoen varkens - evenveel als Vlamingen. Dagelijks worden bij ons meer dan dertig duizend van deze dieren naar de slachtbank gebracht.



Hoewel nog steeds slechts een paar procent van onze bevolking vegetariër is, zijn de meeste mensen het erover eens dat dieren “een goed leven” moeten krijgen en goed behandeld moeten worden voor ze gedood worden. Wat dat goede leven dan wel moet inhouden en of het voor dieren in de intensieve veeteelt wel bestaat, is nog maar de vraag. Maar feit is dat ongeveer iedereen die meent dat we varkens, koeien en kippen zo weinig mogelijk leed moet berokkenen, doorgaans toch in eender welke supermarket vlees koopt en in eender welk restaurant vlees eet.

Wanneer gevallen van dierenmishandeling in de vleesindustrie naar buiten komen, is de sector er altijd als de kippen bij om erop te wijzen dat het om uitzonderingen gaat. Dat was ook het geval bij de undercoverbeelden die BiteBack wereldkundig maakte. Zelfs als dat waar zou zijn, dan nog maakt dat weinig uit, want dierenleed is structureel. Varkens zitten hun hele leven in kleine hokken op betonnen vloeren. De meesten van hen voelen pas voor het eerst de buitenlucht als ze onderweg zijn naar het slachthuis. Deze nieuwsgierige dieren die intelligenter zijn dan honden, kennen in de zes maanden dat ze leven vooral verveling en frustratie. Natuurlijk gedrag zoals woelen in de grond, zonnebaden en modderbaden nemen, zitten er voor hen niet in.

De gevoeligheid voor dierenwelzijn onder de bevolking blijft groeien - wat ook wordt bevestigd door een heel recente enquete van GAIA. De duurzaamheidsproblemen van vleesconsumptie worden hoe langer hoe meer bekend. En een gezond imago heeft vlees ondertussen al een tijdje niet meer. Het vlees-establishment in ons land moet de bui ondertussen stilaan voelen hangen, maar blijft voorlopig vastklampen aan oude oplossingen. Minister van landbouw Borsus (bekend van zijn “negen goede redenen om vlees te eten”) zit in China Belgisch varkensvlees te versjacheren (terwijl wij hier met de mest blijven zitten) en de sector blijft proberen de stagnerende vleesconsumptie in ons op te krikken door varkensvlees via gesubsidieerde televisiespots door de strot van elke Vlaming te duwen.

Als burger en consument hoeven we echter niet te wachten tot het onvermijdelijke moment dat de hele maatschappij, inclusief onze overheid, tot de conclusie komt dat dit systeem geen toekomst heeft. We kunnen vandaag neen zeggen tegen vlees en ja zeggen tegen de overvloed aan plantaardige producten en de alternatieven die steeds beter en breder beschikbaar worden. We kunnen beslissen dat het genoeg geweest is, en de kookpot in eigen handen nemen, nieuwe smaken leren kennen en op restaurant het vegetarische gerecht bestellen. Wie dat nog niet helemaal ziet zitten maar alvast stappen wil ondernemen, kan beginnen op donderdag veggiedag. En EVA is er om te helpen, met honderden plantaardige recepten, restauranttips, en een community.

Er is een wisselwerking tussen consument en producent, tussen vraag en aanbod. Hoe meer mensen vleesverminderaar of vegetariër worden, hoe interessanter de markt wordt voor fabrikanten. En naarmate zij meer en meer producten lanceren, wordt het dan weer makkelijker voor consumenten om meer en meer vegetarisch te eten.

In beide richtingen begint een stroomversnelling op gang te komen. Neem Duitsland. Pas gepubliceerd onderzoek toont aan dat al vijftien procent van de jongeren tussen 16 en 24 zich vegetariër noemt. En er zijn in hetzelfde land ondertussen al tientallen vleesbedrijven (jawel) die druk in de weer zijn met vegetarische productie. De grote slager Rügenwalder Mühle heeft een heus vegetarisch offensief ingezet, en Tonnies, Duitslands grootste vleesproducent, wil dit jaar een vegetarische productlijn op de markt brengen. In Nederland is onderzoeker Mark Post bezig met het produceren van artificieel vlees, met onder meer geld van Google. In de Verenigde Staten is er de ene na de andere startup die, gesteund door grote risico-entrepreneurs zoals Bill Gates, op zoek gaat naar de ideale vleesvervanger.

Het is een kwestie van tijd voor het kantelpunt eraan komt, wanneer vlees iets van gisteren zal zijn. De toekomst is plantaardig. Jij kan er vandaag al deel van uitmaken.

maandag 1 juni 2015

Laten we een koe een koe noemen

Dit stuk verscheen in De Standaard van 1 juni

"een alternatief voor melk is beter voor elk"

De kans is groot dat u vandaag een melkcocktail in de handen geduwd krijgt van de zuivelindustrie. Al die pogingen om melk meer in de markt te zetten, hoeven voor Tobias Leenaert niet: er zijn alternatieven die minstens even gezond zijn voor de mens, en beter voor dier en planeet.

1 juni, oftewel Wereldmelkdag, is de hoogmis van de zuivelindustrie. Dit jaar deelt ze in een aantal treinstations melkcocktails uit in de hoop melk hipper te maken. Melk staat immers onder druk. Laten we de Belgische zuivelsector even een plezier doen met een bescheiden gratis risicoanalyse.

De gezondheidsvoordelen van melkconsumptie worden door meer en meer studies in twijfel getrokken. De link tussen melk drinken en een verminderd risico op botbreuk is nog steeds allesbehalve duidelijk. We weten dat er ook goede plantaardige bronnen zijn van calcium, en dat ook beweging ontzettend belangrijk is voor sterke beenderen. Bovendien moeten we zuivel zeker niet consumeren voor de eiwitten: daarvan krijgen we er toch al te veel binnen.

Kunstmelk

Ondertussen nemen plantaardige melk-alternatieven in de VS (in dezen een gidsland voor gezonde voeding, jawel) al bijna 10 procent van de zuivelmarkt in, ondanks jarenlange agressieve zuivelreclame. En net zoals men aardig op weg is om ‘kunstvlees’ te ontwikkelen, is ook ‘kunstmelk’ in aantocht. Muufri (moo-free, of zonder geloei, heeft u ’m?), een start-up in Silicon Valley, ontwikkelt een biotechnologisch product waarbij de eiwitten die je in melk vindt, geproduceerd worden op basis van gist. Uiteindelijk zouden smaak en samenstelling identiek moeten zijn aan die van koemelk. Dergelijke producten hebben misschien niet het aura van ‘natuurlijk, maar voor wie goed kijkt heeft koemelk dat ook al lang niet meer.

Al die alternatieven bieden meteen ook een oplossing voor andere problemen van zuivel. We weten dat koeien broeikasgassen uitstoten via hun maag- en darmgassen en via mest. Ook de groeiende bekommernis voor dierenwelzijn is een uitdaging voor de sector. Voor melkproductie moeten koeien jaarlijks een kalf krijgen. Die worden van hun moeder gescheiden bij de geboorte, want de melk is voor ons, niet voor hen. Sentimenteel? Niet als je het geloei van een moederdier hoort dat moet toezien hoe haar jong wordt weggehaald op dag één.

Boerenbedrog

Laten we een koe een koe noemen: als de Vlam lustig de boodschap blijft verspreiden dat we drie glazen melk of porties melkproducten per dag moeten consumeren, dan is dat boerenbedrog. Letterlijk. De Vlam, het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, is de belangenorganisatie van onder meer vlees- en zuivelproducenten. Het voedingskundig advies dat ze meegeeft, is wel gebaseerd op de voedingsdriehoek, maar het is selectief. In de driehoek staan ‘melk- en calciumrijke sojaproducten’. Dat gezwegen wordt over die laatste is te begrijpen, maar het is op zijn minst misleidend. Melk, calcium en botgezondheid zijn niet synoniem.

Melk mag wel een makkelijke bron zijn van calcium en een aantal andere nutriënten, het is niet de gezondste, duurzaamste of diervriendelijkste. Terwijl de melkindustrie ons heel graag aan de uier wil houden, is het verstandiger om open te staan voor alternatieven en geleidelijk aan de koe uit de voedselketen te halen.

zondag 24 mei 2015

Denk in kleur, niet in zwart-wit

Dit stuk verscheen in De Standaard van 21 mei 2015 in de rubriek "7 dagen om de wereld te veranderen"

'Denk aan dieren met je hoofd en je hart, niet met je maag' en andere tips van Tobias Leenaert om de wereld te veranderen.

DENK IN KLEUR, NIET IN ZWART-WIT

‘De wereld zou er mee gebaat zijn als we allemaal eerst wat dieper nadenken  vooraleer we tot conclusies en oordelen komen. Gun mensen toch het voordeel van de twijfel en stel je mening uit. Durf te zeggen dat je geen mening hebt, dat je iets niet genoeg onderzocht hebt of dat je nog geen definitief antwoord hebt. Slow opinion noem ik dat graag. Meestal kennen we maar een heel klein deel van het verhaal. Daarbovenop is de wereld zodanig complex geworden dat  er weinig dingen zwart-wit zijn. En toch zijn we almaar bezig met zwart-witte meningen te formuleren.’

WAT JE WAARD BENT IS NIET IN GELD TE VATTEN

‘Aan de knapste koppen ter wereld zou ik willen vragen een nieuw systeem uit te denken waarbij wie we zijn niet langer afhangt van hoeveel geld we hebben. Vandaag bepaalt hoeveel geld je hebt wat je al dan niet kan doen. Dat is fundamenteel oneerlijk, want niet iedereen  heeft de kans om aan evenveel geld te geraken.  Het is een idealistisch en vergaand idee, maar waarom kan waardering niet afhangen van iets wat écht relevant is? Of je een goed mens bent bijvoorbeeld. Wat mij betreft moet iets anders bepalen wat we waard zijn en wat we kunnen doen in de wereld.’

DENK OVER DIEREN MET JE HART EN JE VERSTAND, NIET MET JE MAAG  

‘Het eten van dieren is een van de grootste morele blinde vlekken van deze tijd. Als kind vroeg ik me al af wat het verschil was tussen een hond die braaf en warm onder de stoof lag en die koe daar buiten in de regen. Klaar om geslacht en opgegeten te worden. Rationeel krijg je dat verschil in behandeling niet uitgelegd. Het is me blijven fascineren en heel veel later heb ik van die thematiek mijn beroep van gemaakt. Gelukkig zie je nu overal groei van vegetarische consumptie. Restaurants, producenten en handelaars, iedereen doet mee. Ik geloof dat we ooit zullen terugkijken naar deze tijd en ons zullen afvragen van  hoe het in godsnaam mogelijk is geweest.’

WIE IS TOBIAS LEENAERT ?

Tobias is oprichter van de vegetarische organisatie EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief), onder andere bekend van hun campagne Donderdag Veggiedag . Eva wil plantaardig  eten makkelijker maken en doet dat met een hippe website en positief nieuws. Hij noemt zichzelf een Slow Opinionist. In zijn ideale wereld oordelen mensen niet zo snel, maar vormen ze onderbouwde meningen.



vrijdag 27 maart 2015

Twee keer nadenken bij vleespromotie

De tijden zijn aan het het veranderen. Een minister die zegt dat we vlees nodig hebben en er zeker niet minder van moeten eten, die kan vandaag op serieus wat kritiek rekenen vanuit diverse hoeken.

Naar aanleiding van het persbericht van federaal minister van landbouw Willy Borsus met "negen goede redenen om ook vlees te eten", kreeg de minister de wind van voren.

Ik schreef zelf een opiniestuk in De Standaard. Uit een opvolgstuk in De Standaard van de dag erna blijkt duidelijk de defensieve positie van Borsus. Het bevat onder andere volgende hilarische quote (altijd opletten natuurlijk met quotes) van Borsus: "‘Men zegt dat ons communiqué niet helemaal correct is, maar in het artikel in Femmes d’Aujourd’hui [met negen redenen om minder vlees te eten, TL] staan ook onwaarheden.’ Met andere woorden: zij liegen, dus ik ook!  Ook Vilt besteedde aandacht aan de bijzondere démarche van de minister.

In een korte reportage op RTBF komt Olivier De Schutter aan het woord. Hij geeft aan hoe onduurzaam onze huidige vleesconsumptie wel is. Een zeer kritisch stuk op (zelfs) La Dernière Heure, waarin Borsus' negen argumenten punt per punt worden onderzocht en doorgaans (maar nog net niet vaak genoeg) worden weggeveegd.

Maar de grappigste reactie die ik tegenkwam was deze tweet: "Sauvons la planète, mangeons Willy Borsus :-D"






donderdag 26 maart 2015

Nieuwe plannen

Onderstaande is het editoriaal in EVA Magazine van april 2015

In het vorige nummer heb ik geschreven dat ik aan een pauze toe was, wegens een burn-out. Ik heb tijd en afstand genomen - en neem die nog steeds. Ik keer niet terug zoals vroeger. Maar ondertussen zijn de contouren van een nieuw plan zichtbaar geworden. Een plan dat me in staat stelt nog zoveel mogelijk te betekenen voor EVA, zonder dat ik erin verdrink.

Ik word zelfstandige, en zal EVA bijstaan als freelance consultant. Dus niet meer als directeur, niet meer aan het hoofd. Er komt ook geen nieuwe directeur. EVA heeft zich het afgelopen anderhalf jaar kunnen herorganiseren en werkt in een nieuwe organisatiestructuur (volgens de agile filosofie) die geen directie vereist.
Dat geeft me bovendien meer vrijheid om ook in eigen naam dingen te doen voor de veggie zaak, die ik als directeur misschien niet zou of kon doen. Nee, ik ga geen McDonaldsen beginnen opblazen, maar wil tijd nemen om andere organisaties in binnen- en buitenland vooruit te helpen. En tenslotte krijg ik zo ook de tijd om een aantal andere passies te exploreren (want die heb ik).

Dit is dus mijn afscheid als directeur, maar het is niet mijn afscheid van EVA. Het editoriaal zal in de toekomst door de hoofdredactie worden verzorgd, maar ik zal nog columns voor het magazine schrijven en blijf als freelancer meewerken aan de groei van de organisatie. En je zal mij waarschijnlijk nog regelmatig hier en daar zien opduiken om mijn gedacht te geven in de media en op andere plaatsen.

Je richt iets op, en in het begin voelt het aan alsof het van jou is. Maar uiteindelijk is het de bedoeling dat, zeker als je project een non-profit is, het helemaal van de gemeenschap wordt. Het voelt aan alsof ik wat ik heb helpen maken, eindelijk kan weggeven. Ik kan het weggeven met een gerust gemoed en in volle vertrouwen. Dat voelt goed. Want enkel wat je weggeeft, kan verder leven.

Alle goeds


woensdag 25 maart 2015

Minister van Vleespropaganda

Dit stuk verscheen in De Standaard van 24 maart 2015

Wie houdt de pen van onze landbouwminister vast?

Minister van Landbouw Willy Borsus doet niet aan Dagen Zonder Vlees. Dat is zijn goed recht, maar in een tegenreactie oproepen om vlees te blijven eten omdat het goed is voor mens en planeet, dat ruikt naar propaganda van de vleesindustrie, zegt Tobias Leenaert.

‘Negen goede redenen om ook vlees te eten.’ Dat is de titel van een persbericht dat onze federale minister van Landbouw, Willy Borsus (MR), vorige vrijdag rondstuurde. Hij deed dat omdat 20 maart een internationale vleesloze dag is – en misschien ook omdat Dagen Zonder Vlees nog in alle hevigheid doorwoedt. Het persbericht is je reinste propaganda, een minister onwaardig. ‘Vlees is een lokaal product, veilig, goed voor de gezondheid en milieuvriendelijk’, zo luidt de conclusie. De tekst had geen groter pleidooi voor vlees kunnen zijn, als het door een veeboer was geschreven. Het is een feest van citaten van onder meer de FWA – de Fédération Wallonne des Agriculteurs. Een mens zou gaan vermoeden dat de minister nu een grote partij biefstukken in zijn diepvries heeft zitten.

Allemaal goed en wel dat de heer Borsus de belangen van een bepaalde economische sector behartigt. Maar zijn onwetendheid of intellectuele oneerlijkheid leidt ertoe dat de burger verkeerde informatie krijgt en wordt aangespoord tot consumptie die noch zijn gezondheid, noch die van de planeet dient. Schaamte, waar is uw blos?

Goed voor de planeet

Laten we even enkele highlights bekijken uit het hilarische persbericht. ‘De mens heeft vlees nodig’, zegt Borsus. Niemand, en zeker een minister niet, kan dit anno 2015 nog beweren. Wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van honderdduizenden vegetariërs in ons land hebben allang uitgewezen dat vlees niet alleen onnodig is, maar dat vegetariërs doorgaans gezonder eten dan de omnivore bevolking.

Borsus interpreteert het advies van de Hoge Gezondheidsraad, die afraadt om meer dan 300 gram rood vlees per week te eten, op zijn eigen manier: hij reduceert rood vlees tot rundvlees. De Belgische consumptie van rood vlees – wat ook varkens- en schapenvlees inhoudt – bedraagt gemiddeld 640 gram per week, terwijl Borsus beweert dat we niet boven die 300 gram komen.

Het is wellicht met eenzelfde soort creativiteit dat Borsus durft te beweren dat de vleesconsumptie de laatste dertig jaar met de helft is gedaald. God en de FWA alleen weten waar hij dat cijfer vandaan haalt. In elk geval, zonder gêne stelt de minister voor om het huidige niveau van vleesconsumptie te bewaren. We kunnen ons slechts verbazen over zoveel moedwillige misleiding.

‘Vlees is goed voor de planeet’, schrijft Borsus. En vervolgens geeft hij wat cijfers die alleen gaan over rundveeteelt in Wallonië – terwijl rundvlees slechts een klein deel is van de vleesconsumptie van de Belg. We lezen dat vleesproductie nodig is om de planeet te voeden – en dat terwijl we momenteel bijna de helft van het graan en het allergrootste deel van de sojaproductie aan dieren voederen en het zo op een doorgaans inefficiënte manier omzetten in vlees.

Nationale trots

Ook het Belgisch witblauw, de befaamde dikbil, passeert nog eens de revue. Borsus noemt het een ‘nationale trots’. Arm België, arme sector, als je nationale trots een dier is dat zo ver is doorgefokt voor het vlees dat het grote aangeboren gezondheidsproblemen vertoont. Zo kunnen de dikbillen niet op een natuurlijke manier baren en is een keizersnede bijna altijd noodzakelijk. Buiten onze grenzen geniet deze ‘nationale trots’ overigens niet veel aanzien. In de Scandinavische landen, Nederland en Zwitserland is het fokken met het ras verboden, wegens onethisch.

Onze veeteelt helpt ons zelfvoorzienend te zijn, zegt Borsus nog. Hij heeft wellicht nog niet gedacht aan hoeveel ingevoerde soja en graan onze dieren eten. Als we met onze veestapel werkelijk zelfvoorzienend zouden willen zijn, dan hebben we veel meer landbouwgrond nodig.

Ook al zijn er verschillen tussen de Vlaamse en de Waalse situatie, ik zie de Vlaamse minister van Landbouw – die gelukkig meer bevoegdheid heeft dan de federale – dergelijke propaganda niet zo gauw spuien. Een en ander toont nog maar eens dat er allesbehalve sprake is van een coherent overheidsbeleid op het gebied van vleesconsumptie en de diverse aspecten (gezondheid, milieu, dierenwelzijn) die daaraan vasthangen.

Gelukkig zijn er intussen wel initiatieven zoals Dagen Zonder Vlees of Donderdag Veggiedag, die met hun wervende aanpak hun effect op ons consumptiegedrag niet missen. Misschien ziet op die manier zelfs onze minister van Vleespropaganda uiteindelijk wel het licht.

dinsdag 3 maart 2015

Biovlees? Toch maar niet

dit stuk werd geschreven samen met Stijn Bruers

Dat, met al de aandacht die Dagen Zonder Vlees krijgt in de media, er een aantal tegenreacties zouden komen, was te verwachten. Dat een van de meest inhoudelijke zou komen van uitgerekend Bioforum - dat de belangen van bioboeren verdedigt - niet echt.
Via deze reactie op het stuk “Dagen met biovlees” van Esmeralda Borgo van Bioforum willen we geenszins bijdragen aan een verdere polarisering. Ecologische voeding is ook voor ons ontzettend belangrijk, en het concept biologische voeding en het biolabel vormen alleszins een hulpmiddel bij de keuze voor duurzaam eten. Wel willen we een en ander in perspectief plaatsen.

Bio vs. veggie
Esmeralda Borgo geeft terecht aan dat duurzame voeding meer is dan enkel geen vlees eten. Onze eerste reactie: zeer juist: ook zuivel (vooral kaas) heeft een hoge voetafdruk - maar dat is natuurlijk niet wat de auteur bedoelt. In alle eerlijkheid: haar opmerking is terecht, uiteraard. Je kan makkelijk onduurzaam (en ongezond, en onsmakelijk…) vegetarisch of veganistisch eten. Naast het aandeel dierlijke producten in je voeding zijn er immers andere factoren die je voedselvoetafdruk beïnvloeden: ook plantaardige producten hebben inderdaad een impact (chocolade, bijvoorbeeld, vergt jammer genoeg heel veel water). En daarnaast zijn er aspecten als verpakking, voedselkilometers, enzovoort.

Toch is er een consensus dat dierlijke producten in ons voedselpakket het meeste doorwegen.
Volgens een recente studie van Ecolife (*) is het overschakelen naar een plantaardig voedingspatroon veruit de belangrijkste maatregel om de ecologische voedselvoetafdruk van België te verminderen. Als biovoeding op zich de voetafdruk al kan verminderen, zal die vermindering zeer klein zijn. Uit die studie blijkt dat andere maatregelen op het vlak van voeding, zoals het eten van lokale, seizoensgebonden en vetarme producten en het vermijden van voedselverspilling, belangrijker zijn dan het eten van biovoeding.

Landbouw zonder dieren?
Esmeralda Borgo pleit voor agro-ecologische landbouw, waar dieren op een andere, minder intensieve manier worden ingezet. Dit soort landbouw - volgens de auteur de enige in zijn geheel duurzame - kan zogezegd niet zonder dieren, en kan dus niet vegetarisch (of vegan).
De vraag of veeteelt nodig is om de wereldbevolking te voeden, is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Het is hier niet onze bedoeling om aan te tonen dat een landbouw zonder enig gebruik van dieren noodzakelijkerwijs de meest efficiënte of de meeste ecologische oplossing is, maar op zijn minst willen we een paar vraagtekens plaatsen bij de aldus Borgo noodzakelijkheid van het dier in de landbouw. De schets van de mondiale nutriëntencyclus in het rapport Our Nutrient World van het Centre for Ecology and Hydrology (**) doet vermoeden dat een landbouw zonder veeteelt de akkers nog wel voldoende vruchtbaar kan maken. En waarschijnlijk is zelfs een mondiale biologische plantaardige landbouwproductie haalbaar. Een studie van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (***) toont dan weer aan dat de huidige wereldwijde oppervlakte akkerland reeds voldoende is voor een volledig plantaardige landbouw. Al het grasland kan dan natuurgebied worden. De landbouwers van het Vegan Organic Network tonen alvast in de praktijk aan - zij het op kleine schaal voorlopig - dat vegan agro-ecologie wel degelijk kan.
(Daarnaast zijn er nog diverse andere factoren waarmee we nu of in de toekomst rekening mee kunnen houden. Bijvoorbeeld: 1) restproducten van gewassenteelt kunnen ook nog anders eindigen dan als veevoeder (we denken aan de productie van elektriciteit, of mest). 2) Op termijn kunnen er systemen ontwikkeld worden om ook humane mest te gebruiken (denk aan de reeds bestaande composttoiletten) en 3) de ontwikkeling van nieuwe toepassingen van bestaande plantaardige producten - zelfs grassap kunnen we drinken.)

Biovlees
En dan wat de oproep betreft om Dagen met Biovlees te doen. Ten eerste is het maar de vraag of biologisch vlees per kilogram wel zoveel milieuvriendelijker is dan gangbaar vlees. De opbrengst van de biologische veeteelt in Europa, uitgedrukt in ton vlees per hectare, is vaak significant lager in vergelijking met conventionele veeteelt. Daardoor is de ecologische voetafdruk van biovlees en andere dierlijke producten vaak hoger. Als we overschakelen van gewoon vlees naar biovlees, is er meer land nodig, met als gevolg meer ontbossing. Op vele andere milieuvlakken, zoals de uitstoot van broeikasgassen en de overbemesting, lijkt biovlees het slechter te doen dan gangbaar vlees, of zijn mogelijke voordelen van biovlees onvoldoende bewezen. (****) Het biovlees in de winkel is dus niet noodzakelijk milieuvriendelijker dan gangbaar vlees, en al zeker niet milieuvriendelijker dan plantaardige eiwitbronnen.
Ja, grazende dieren in natuurreservaten en bepaalde graslanden dragen wel bij aan de biodiversiteit, maar ten eerste is die vleesopbrengst niet zo hoog. Als we enkel nog dergelijk “natuurreservatenvlees” zouden eten, dan zijn slechts veertig veggiedagen per jaar verre van voldoende, en zouden bijna volledig vegan moeten eten. Ten tweede zorgt het kweken van grazende dieren nog steeds voor een hoge uitstoot van broeikasgassen, ook in natuurgebieden. En ten derde is het doden van die dieren voor hun vlees vanuit het perspectief van de dieren bekeken stank voor dank: in ruil voor hun bijdrage aan de biodiversiteit in natuurreservaten worden ze opgegeten...

Het welzijn van “biodieren”
Los van de vraag of dieren eten ecologisch interessant kan zijn, is er natuurlijk het ethische punt. Het lijkt ons niet verstandig om te ontkennen dat er voor dieren effectief verschillen zijn in de manier waarop ze gekweekt worden, en dat de ene manier minder slecht kan zijn dan de andere. Maar ten eerste zijn in de “gangbare bioveeteelt” de verschillen met de conventionele veeteelt niet zo groot: dieren in de bioveeteelt leven doorgaans wel iets langer dan hun soortgenoten in de gangbare veeteelt, maar het is nog steeds maar een fractie van hun normale leven. Dat een bio “vleeskip” dubbel zo lang leeft als een gangbare mag een spectaculaire verbetering klinken, tot je de cijfers vergelijkt: hun leven duurt 82 dagen (in plaats van 42), terwijl een kip acht jaar oud kan worden. Varkens worden net zoals in de gangbare veeteelt op zes maanden geslacht terwijl ze tien jaar kunnen worden. De biodieren gaan overigens naar dezelfde slachthuizen als de gangbare dieren.
Maar is het leven van deze dieren - ook al blijft het extreem kort - beter dan in de gangbare landbouw? Niet echt. Dieren hebben inderdaad iets meer ruimte. Vleeskippen zitten “maar” met 10 dieren per vierkante meter (in plaats van met negentien in de gangbare veeteelt), en een varken krijgt 2,3m² ruimte (0,65m² in de gangbare veeteelt), waarvan 1 m² buitenruimte is.
In de biologische veeteelt worden ook vaak dezelfde rassen hoogproductieve varkens, legkippen en melkkoeien gebruikt als in de gangbare veeteelt, met heel wat gezondheidsproblemen tot gevolg (uierontstekingen bij melkvee, ademhalingsproblemen bij vleeskippen,...). En ook mogen leghennen gesnavelkapt worden en bij varkens mogen de staarten en tanden geknipt worden, zolang het maar niet routinematig gebeurt en het lijden beperkt blijft. Omdat dit vaag en moeilijk te definiëren is, hangt het dus sterk van de boer zelf af. Het biolabel op een stuk vlees kan dus verschillende invullingen hebben.

Het algemene plaatje is natuurlijk dat dieren ook in de bioveeteelt gezien worden als een product dat zijn waarde ontleedt aan hoe nuttig het is voor de mens. Het is ook en vooral in die benadering van het dier dat vegetariërs zich niet kunnen vinden.

Compassie en respect
Borgo probeert een holistische idee te schetsen: we hebben een algemeen kader nodig voor duurzaamheid, dat veel meer is dan geen-vlees-eten. Dat moet dan de agro-ecologie zijn, waarin dieren doden voor consumptie een plaats heeft. Voor ons blijft het een pervers idee. Waarom het niet omdraaien? We hebben, in de eerste plaats, een filosofie en wereldbeeld nodig waarin rechtvaardigheid, en compassie en respect voor welzijnsgevoelig leven centraal staan en waarin het doden van dieren voor consumptie geen plaats heeft. Op basis van zo’n visie kan dan een systeem worden ontwikkeld dat ook ecologisch steek houdt.

Tobias Leenaert
Stijn Bruers

(*)
Ecolife (2015) Halvering van de ecologische voetafdruk van België. http://do.vlaanderen.be/rapport-over-de-halvering-belgische-voetafdruk

(**)
Sutton, M.A. e.a. (2013) Our Nutrient World, Centre for Ecology and Hydrology

(***)
Stehfest, E. e.a. (2008), Vleesconsumptie en klimaatbeleid, Planbureau voor de Leefomgeving

(****)
Blonk, H. (2009) Naar een gecombineerde meetlat voor milieu en dierenwelzijn. Blonk Milieuadvies.
Mondelaers, K.e.a. (2009) A meta‐analysis of the differences in environmental impacts between organic and conventional farming British Food Journal 111:10, pp.1098-1119
Tuomisto, H.L. e.a. (2012) Does organic farming reduce environmental impacts? - A meta-analysis of European research. Journal of Environmental Management  112, pp.309-320

vrijdag 27 februari 2015

Vegetarisch of groentengerecht?

Ik keek gisteren naar Reyers Laat, waarin Kobe Desramaults de vegetarische keuken kwam promoten. Dat was naar aanleiding van de lancering van EVA’s vegetarische kookopleiding, Vegucation. Ik vond het een geweldige illustratie van hoe interessant, eigentijds en lekker de vleesloze keuken wel kan zijn. Toegegeven, wat Kobe daar allemaal op tafel bracht gaf niet direct het idee van toegankelijkheid, maar vandaag heeft veggie misschien nog meer te kampen met stigma’s als saai en niet origineel, dan met ontoegankelijk. Dus dat vooroordeel is bij deze van de baan.

Desramaults begon met te zeggen dat hij een beetje een probleem heeft met de term vegetarisch (en a fortiori met vegan, zo mogen we aannemen). Het woord stoot mensen eerder af dan het hen aantrekt, aldus de chef. Op zijn kaart staan de veggie gerechten dus niet alsdusdanig vermeld, maar zijn het gewoon groentengerechten.

Ik heb enerzijds wel oren naar dit soort van pleidooien. Een deel van het probleem is wellicht dat een vegetarisch gerecht nog steeds te zeer wordt gezien als een gerecht (enkel) voor vegetariërs. Net zoals een glutenvrij gerecht - de glutenvrije hype even daargelaten - enkel wordt gekozen door coeliakie-lijders.

Dat moet natuurlijk anders. Een vegetarisch gerecht is een gerecht voor iedereen die het kan smaken. Maar zolang we met bovenstaand probleem zitten, kan het inderdaad interessanter zijn om vegetarisch niet als vegetarisch te labelen, en zo, paradoxaal genoeg, meer mensen te laten ervaren hoe lekker eten zonder vlees of vis kan zijn.

Toch is mijn gevoel dubbel. Want labels hebben natuurlijk ook hun nut. Als ik zeker wil zijn dat er geen vlees of vis in mijn eten zit, dan wil ik meer dan een “groentengerecht”, zoals Kobe dat noemt, want in groentengerechten kan nog vanalles zitten. Ik eet zelf vegan, dus ik heb graag dat ik ergens kan zien dat een product, laat staan een maaltijd waarvan ik de ingrediënten niet allemaal visueel kan identificeren, vegan is.

Wat is dan het ideaal, bijvoorbeeld op een menukaart? Ik zou zeggen: een subtiele aanduiding van het feit dat het gerecht veggie (vegan) is. Iets waar de mensen die daar naar op zoek zijn (de veggies/vegans dus) niet naast zullen kijken, maar dat anderzijds niet afstoot voor anderen. Dat kan dus een asterisk zijn met onderaan in ‘t klein “veggie”, of een icoontje (zoals EVA’s v-label), maar wellicht best geen aparte rubriek op de kaart.

De wereld verplantaardigen is een kunst, en ook hier, zoals in alles, is het zoeken naar een evenwicht tussen te fel en te soft.

donderdag 26 februari 2015

Dagen Zonder Vlees-gemopper

Dit stuk verscheen in De Standaard van 26/2/2015

Wie beweert dat Dagen Zonder Vlees mensen dicteert wat ze moeten eten, schrijft niet alleen onwaarheden, vindt Tobias Leenaert, maar gaat ook voorbij aan het feit dat Jeroen Meus, de VRT en Vlam hetzelfde doen, maar dan subtieler. En hun boodschap is minder vriendelijk voor milieu, dier en gezondheid.

Met alle aandacht die Dagen Zonder Vlees krijgt, was het te verwachten dat een paar knorpotten het nut van vleesvermindering zouden relativeren. Maarten Goethals, redacteur van deze krant, vond dat hij al genoeg deed voor het milieu en zo (DS 18 februari) . In een opiniestuk schreef Pieter Boussemaere over het geringe effect van veggie-eten op het klimaat (DS 25 februari) . En Jeroen Meus promoot ondertussen de dag van stoverij met friet.

Het laatste eerst.

De stoofvlees-friet-dag van Meus is eigenlijk niet meer dan de verjaardag van het programma Dagelijkse kost, dat aan zijn duizendste aflevering toe is. Voor die gelegenheid mochten de kijkers dé Vlaamse klassieker kiezen – stoverij dus. Wie denkt dat hier een bewuste anti-‘Dagen Zonder Vlees’-strategie achter zit, heeft het mis. Het moet overigens ook gezegd dat Meus – zijn achterhaalde perceptie van vegetariërs ten spijt – al eens zijn best doet om de Vlaming tussen de soep en de patatten een vegetarisch gerecht voor te schotelen.

Vlam

Toch mag het geweten zijn dat Vlam, het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, een grote sponsor is (een ‘partner’, heet dat) van Dagelijkse kost. Vlam is verantwoordelijk voor de marketing van Vlaamse landbouwproducten, onder meer voor die geweldige ‘mededelingen van openbaar nut’ over vlees en melk. In 2013 betaalde Vlam aan de VRT bijna 300.000 euro voor zijn partnership met Dagelijkse kost. In ruil daarvoor mag Vlam ingrediënten ‘suggereren’. Omdat het grootste deel van de Vlam-middelen van vlees- en zuivelproducenten komt, is het niet moeilijk de link te snappen met de kost die ons door Meus vooral gevoerd wordt.

Wat me naadloos brengt bij de ergernis van Maarten Goethals en anderen, die vinden dat de veggie-fundamentalisten de mensen dicteren wat ze moeten eten. Allereerst: wie stoverij of iets anders wil eten en niet wil meedoen, doe maar, eet smakelijk. Voorts: ons vertellen wat we moeten eten, dat doen Meus, de VRT en Vlam dus ook. Alleen doen ze het subtieler. En met een minder milieu-, dier- en hart-vriendelijke boodschap.

Is 9 procent dan niet significant?

Tot slot de opiniebijdrage van Pieter Boussemaere. Die is intellectueel een beetje oneerlijk, eigenlijk. Hij doet uitschijnen dat de geschatte bijdrage van veeteelt aan de klimaatverandering gezakt is van 51 naar 9 procent. Nu was die 51 procent nooit een aanvaard cijfer, maar alleen de conclusie van twee wetenschappers, die daarvoor heel wat kritiek hebben gekregen. De FAO heeft inderdaad de schattingen naar beneden bijgesteld, maar dan nog spreken we over een zeer significante bijdrage van veeteelt aan klimaatverandering. Dat anders gaan eten op zich de wereld niet zal redden, daar is iedereen zich van bewust, en dat fossiele brandstoffen ook moeten worden aangepakt… euh, ja. Duh?

Dagen Zonder Vlees is een burgerinitiatief van de bovenste plank, dat een concrete bijdrage levert aan niet één, maar aan een veelvoud van problemen, die allemaal beginnen op ons bord. We mogen er, als Vlaanderen, heel fier op zijn.

Nog dit: wie het initiatief van Meus wil combineren met Dagen Zonder Vlees, dat kan. Ga naar www.evavzw.be/veganstoverij voor een alternatief recept voor 1 maart.

maandag 2 februari 2015

Eten bij Lof

Onlangs gingen mijn vriendin en ik voor haar verjaardag eten in restaurant Lof te Gent. Dat is gelegen in het mooie Sandton Grand Hotel Reylof (Hoogstraat). Met mijn gebrek aan interieurjargon kan ik de stijl van het restaurant moeilijk omschrijven, dus even een andere recensie citeren: “prachtig ingericht met bonte ontwerpen van Lacroix en Designers.” Hopelijk weet u daar meer mee. In elk geval: ‘t is er heel mooi zitten.

De kaart telt een stuk of zes vegetarische gerechten (jammer genoeg is dit nog steeds uitzonderlijk voor dit type restaurants). Wij hadden op voorhand gebeld voor een vegan menu - je kan de menu’s in drie, vier (€ 47) of vijf (€ 52) gangen krijgen, en het vegetarische/vegan menu is tien euro goedkoper dan de vlees/vis variant. Zo zien wij het graag.

“Jullie komen voor het vega… veganische… veganistische menu?,” vroeg de eerste, overigens zeer sympathieke ober die aan onze tafel kwam. 

Nadat de sommelier onze fles had ontkurkt - een lekkere Zuid-Afrikaanse Chardonnay - kwam nog een derde ons het “wachtbordje” brengen. Op dat kleine schoteltje lagen al meteen meer verschillende en originele smaken dan ik afgelopen jaar heb geproefd: groentenkroepoek met een oostere saus, een klein langwerpig toastje met gepofte quinoa, en heel apart smakende asperges (duidelijk niet lokaal). Het was meteen een voltreffer.

Ober nummer drie kwam vervolgens de “amuse” brengen: een klein glaasje lekker gekruide couscous met truffel. De truffel leek heel erg op kaviaar. Toen we de ober vroegen wat die zwarte bolletjes waren, herhaalde "truffel", maar ze zou het navragen. Ze voegde eraan toe dat "iedereen er heel hard op let dat we niets dierlijks krijgen”. Toen dacht ik: ze hebben het concept begrepen. Niets dierlijks. Uit pure interesse haalde ik even mijn telefoon boven en googlede ik “caviaar van truffel”. En jawel hoor: dat bestaat, en is online te koop. We besloten dus de keuken en de bediening ons volle vertrouwen te geven, en realiseerden ons dat we ondertussen ontmaskerd waren als niet-kenners. 

We aten vervolgens als tussengerecht een prachtige combinatie van onder meer pastinaakmousse en peer. Samen met een koffieschuimpje, verschillende soorten kleurrijke chips, een paar blaadjes verse groenten, en wat krokante gepofte granen vormde dit gerechtje een waar texturenfestijn. 

Daarna volgde iets met opnieuw couscous, heerlijke gefituurde macadamianoten, zeekraal, lamsoor en een abrikozengelei. Alweer een schot in de roos. De gang daarop was een bord met parelgerst met een paar soorten gegrilde paddestoelen en bloemkool. 

Ons hervonden vertrouwen kreeg even later toch weer een deuk, toen ober nummer drie met de volgende gang kwam en het presenteerde als tarbot. Blijkbaar rook ze zelf al onraad, want voor wij een gezicht hadden getrokken of iets hadden gezegd, voegde ze eraan toe: “vis dus. Ik weet niet of dat een probleem is?”. Hmmm, hadden ze het dan toch niet begrepen?
“Eh, jawel,” zei ik, immer glimlachend. “Zoals u daarnet zelf zei: niets dierlijks.”
“Ik vroeg het me al af, zei ze. Ik ben zelf meer veganist dan iets anders, dus…”
Even later bleek dat iemand zich van tafel vergist had, en kwam het correcte gerecht eraan. En weer was het een kunstwerkje: we zagen gegrilde minimais, gefrituurde aardappeltjes en diverse groenten. Een schilderijtje.

We ronden af met een uitstekend nagerecht van lichi, banaan, thee en mandarijngelei.

Een geweldig kader, zeer sympathieke (ietwat onzekere) bediening, en vooral bijzonder smakelijk en prachtig eten voor een erg redelijke prijs. Niets dan lof voor restaurant Lof. We komen terug.

 Klik hieronder voor een beeld.

imagebam.com

Www.lof-restaurant.com. Zie het menu. 10% korting met een EVA kaart.