Doorgaan naar hoofdcontent

Eten bij Lof

Onlangs gingen mijn vriendin en ik voor haar verjaardag eten in restaurant Lof te Gent. Dat is gelegen in het mooie Sandton Grand Hotel Reylof (Hoogstraat). Met mijn gebrek aan interieurjargon kan ik de stijl van het restaurant moeilijk omschrijven, dus even een andere recensie citeren: “prachtig ingericht met bonte ontwerpen van Lacroix en Designers.” Hopelijk weet u daar meer mee. In elk geval: ‘t is er heel mooi zitten.

De kaart telt een stuk of zes vegetarische gerechten (jammer genoeg is dit nog steeds uitzonderlijk voor dit type restaurants). Wij hadden op voorhand gebeld voor een vegan menu - je kan de menu’s in drie, vier (€ 47) of vijf (€ 52) gangen krijgen, en het vegetarische/vegan menu is tien euro goedkoper dan de vlees/vis variant. Zo zien wij het graag.

“Jullie komen voor het vega… veganische… veganistische menu?,” vroeg de eerste, overigens zeer sympathieke ober die aan onze tafel kwam. 

Nadat de sommelier onze fles had ontkurkt - een lekkere Zuid-Afrikaanse Chardonnay - kwam nog een derde ons het “wachtbordje” brengen. Op dat kleine schoteltje lagen al meteen meer verschillende en originele smaken dan ik afgelopen jaar heb geproefd: groentenkroepoek met een oostere saus, een klein langwerpig toastje met gepofte quinoa, en heel apart smakende asperges (duidelijk niet lokaal). Het was meteen een voltreffer.

Ober nummer drie kwam vervolgens de “amuse” brengen: een klein glaasje lekker gekruide couscous met truffel. De truffel leek heel erg op kaviaar. Toen we de ober vroegen wat die zwarte bolletjes waren, herhaalde "truffel", maar ze zou het navragen. Ze voegde eraan toe dat "iedereen er heel hard op let dat we niets dierlijks krijgen”. Toen dacht ik: ze hebben het concept begrepen. Niets dierlijks. Uit pure interesse haalde ik even mijn telefoon boven en googlede ik “caviaar van truffel”. En jawel hoor: dat bestaat, en is online te koop. We besloten dus de keuken en de bediening ons volle vertrouwen te geven, en realiseerden ons dat we ondertussen ontmaskerd waren als niet-kenners. 

We aten vervolgens als tussengerecht een prachtige combinatie van onder meer pastinaakmousse en peer. Samen met een koffieschuimpje, verschillende soorten kleurrijke chips, een paar blaadjes verse groenten, en wat krokante gepofte granen vormde dit gerechtje een waar texturenfestijn. 

Daarna volgde iets met opnieuw couscous, heerlijke gefituurde macadamianoten, zeekraal, lamsoor en een abrikozengelei. Alweer een schot in de roos. De gang daarop was een bord met parelgerst met een paar soorten gegrilde paddestoelen en bloemkool. 

Ons hervonden vertrouwen kreeg even later toch weer een deuk, toen ober nummer drie met de volgende gang kwam en het presenteerde als tarbot. Blijkbaar rook ze zelf al onraad, want voor wij een gezicht hadden getrokken of iets hadden gezegd, voegde ze eraan toe: “vis dus. Ik weet niet of dat een probleem is?”. Hmmm, hadden ze het dan toch niet begrepen?
“Eh, jawel,” zei ik, immer glimlachend. “Zoals u daarnet zelf zei: niets dierlijks.”
“Ik vroeg het me al af, zei ze. Ik ben zelf meer veganist dan iets anders, dus…”
Even later bleek dat iemand zich van tafel vergist had, en kwam het correcte gerecht eraan. En weer was het een kunstwerkje: we zagen gegrilde minimais, gefrituurde aardappeltjes en diverse groenten. Een schilderijtje.

We ronden af met een uitstekend nagerecht van lichi, banaan, thee en mandarijngelei.

Een geweldig kader, zeer sympathieke (ietwat onzekere) bediening, en vooral bijzonder smakelijk en prachtig eten voor een erg redelijke prijs. Niets dan lof voor restaurant Lof. We komen terug.

 Klik hieronder voor een beeld.

imagebam.com

Www.lof-restaurant.com. Zie het menu. 10% korting met een EVA kaart.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren