vrijdag 23 mei 2014

Denken over biefstuk

Ik schrijf maandelijks een column op www.mo.be en deze keer ging het over denken over biefstuk. Dit stukje is speciaal gericht aan mensen die op alle mogelijke vlakken progressief denken, maar onze behandeling van dieren vooralsnog niet als een probleem zien dat serieuze aandacht verdient. Mijn argumentatie is dat het feit dat wie vlees eet een STEAKholder is, moeilijker objectief over deze zaken kan nadenken...

donderdag 1 mei 2014

't Is ook nooit goed

Als je iets goeds wil doen, en andere mensen weten wel dat 't iets goeds is, maar doen het zelf niet, dan zijn ze - u kent dat - zeer vrijgevig met kritische opmerkingen. Soms ervaar je zelfs dat eender wat je zegt op kritiek onthaald wordt. Vegetariërs/veganisten krijgen veel vragen naar hun hoofd geslingerd die dienen als lichte uitdagingen. De vraagsteller stelt hen als het ware op de proef. Een typisch voorbeeld is "dood je dan ook geen muggen?". Het is een vraag waarop je moeilijk een juist antwoord kan geven (nog los van wat je effectief doet met die muggen). Antwoord je: "ik laat die ook leven, inderdaad", dan ben je fanatiek. Zeg je: "die ambetanteriken doe ik dood", dan ben je inconsequent. Jawel, het is zo leuk om de persoon die inspanningen doet, dingen te verwijten, en voor wie wil, zijn die niet moeilijk te vinden.

Deze week waren er twee nieuwsberichtjes die me hieraan deden denken. In Canada is momenteel die vreselijke zeehondenjacht bezig. Morrissey - de meat is murder man - weigert in dat land op te treden vanwege die jacht. Het is zijn manier om een statement te maken. De reactie van de Canadese minister van visserij is dat hij gebrainwashed is door dienrechtenorganisaties, geen rekening wil houden met de lokale bevolking die zogezegd niet anders kan dan op zeehonden jagen, enzovoort.

Daartegenover staan de reacties op veganist Bryan Adams, die bezig is aan een tournee in het Canadese Newfoundland, waar dus diezelfde zeehondenjacht doorgaat. De man wordt nu gezien als hypocriet omdat hij zich uitlaat tegen die jacht, maar daar toch gaat optreden.

Morrissey komt niet, Bryan Adams komt wel, en ze krijgen beide kritiek. 't is ook nooit goed :-)







dinsdag 29 april 2014

De gril(l) van de mens

Dit artikel verscheen in De Standaard van 30-4-2014

Piet Huysentruyt gooit een kreeft levend op de grill en Vlaanderen kookt van woede om zoveel barbarij op TV. Mensen willen met Piet doen wat hij met de kreeften doet. Ook VIER is de kop van jut. Acteur Pol Goossen schreef dat hij er nooit voor zou willen werken.

De verontwaardiging is groot, zoals dat wel vaker gaat wanneer het om dierenleed in media of cultuur betreft - denk maar aan Jan Fabres katten. Er zijn op zo’n momenten altijd wel een aantal stemmen die zich afvragen waar al de heisa om draait, en of we ons niet beter met menselijk onrecht en onheil zouden bezighouden: de Syrische crisis, de treinramp in Congo, de verkeersdoden of armoede in eigen land, … Kreeften- en andere dierenkwesties verbleken erbij, klink het, en het zou gepaster zijn om onze verontwaardiging te reserveren voor dat mensenleed.

Er zijn echter een aantal zaken die maken dat dierenleed, en vooral dierenmishandeling, erg veel intuïtieve verontwaardiging opwekt. Er is eerst en vooral de weerloosheid van het dier. Van de zeven dieren die een Vlaamse familie neerknalt in vijf dagen in Zuid-Afrika (Terzake vorige week) tot de kreeft op de snijplank van Piet Huysentruyt: de getroffen dieren hebben geen enkel verweer. De onfairheid is wraakroepend. Des temeer omdat dieren letterlijk de vermoorde onschuld zijn.

De dieren hebben ook helemaal niets te maken met de situaties waar ze in belanden. Ze zijn geen consenting adults. Ze worden betrokken in het amusement en entertainment van mensen, zonder dat wij daar vragen bij stellen. We zien hen als gebruiksvoorwerpen waarmee we kunnen doen wat we willen. En dat terwijl we heel goed weten dat ze andere keuzes zouden maken, als ze konden.

Tergend is tenslotte ook dat het gaat om ellende die doorgaans niet algemeen afgekeurd wordt. Van onrecht tegen mensen mag je meestal aannemen dat de meeste fatsoenlijke burgers het tenminste in theorie afkeuren, en dat men er in een of andere mate politiek mee bezig is, dat er geluisterd wordt - ook al kan het allemaal lang duren. Bij dieren is het heel vaak niet zo. De woordvoerder van VIER vond het in zich om te midden van alle heisa te zeggen dat hij het probleem niet ziet en verdedigt onverdedigbare praktijken.

Samengevat, wie empathisch is en die kreeft voor een glunderende Huysentruyt ziet liggen, ziet een machteloos en onschuldig wezen, dat tegen zijn wil betrokken is geraakt in een of andere gril van de mens. Olie op het vuur is het besef dat de kwestie door velen niet serieus genomen wordt.

Voor wie deze verontwaardiging misplaatst vindt en meent dat we onze compassie in de eerste plaats moeten voorbehouden voor mensen: ons mededogen en ons gevoel voor rechtvaardigheid zijn geen eindige reservoirs, die je zorgvuldig en angstvallig moet verdelen over verschillende onderwerpen en doelgroepen. Empathie is een grondhouding, die zich uit naar alle wezens die belangen hebben. Er is geen reden waarom het zou moeten stoppen bij de soortgrens. Empathie voor dieren en mensen zijn bovendien verwant. Kinderen leren empathie op te brengen voor dieren rondom hen, op TV, in kinderboeken. Veel van diezelfde dieren vinden ze ook in de keuken en op hun bord terug. Het is daar en dan dat we hen iets kunnen leren over medeleven. Voor iedereen die voelt.

maandag 28 april 2014

Levende gegrillde kreeften en het probleem van de pacifist

Ik loop al een hele dag opgefokt rond. Ik heb vanochtend de beelden gezien van Piet Huysentruyt die - omdat dat zo het lekkerst is - met de glimlach levende kreeften op zijn grill gooit, nadat hij hun poten afgetrokken heeft. En ik moet een en ander van me afschrijven. Bij deze.



De meeste mensen kennen mij als een optimistisch en positief ingesteld individu - sommigen zouden zeggen naïef optimistisch en irritant positief. Ik kan van de vreselijkste dingen de voordelen zien, en ik kan begrip opbrengen voor heel veel. Maar af en toe kook ik, van onmacht en van woede, om zoveel leed en zoveel dommigheid.

Over dat koken wil ik het even hebben. En over wat een pacifist moet doen wanneer hij kookt, wanneer zijn begrip en geduld opgebruikt zijn.

Het probleem is dat kwaad worden weinig helpt. Integendeel: het doet zelfs meer kwaad dan goed. De mensen die echt begaan zijn met dieren - zo begaan dat ze ze niet willen opeten - zijn nog met te weinig om, zelfs als ze allemaal op hetzelfde moment koken - het verschil te maken of een impact te hebben. Wie kwaad wordt, komt minder overtuigend over, gaat vaak beschuldigen en zo anderen tegen zich in het harnas jagen. Dat werkt allemaal zelden of nooit. Het is eventjes een ontlading voor onszelf, maar het zet weinig zoden aan de dijk.

Hetzelfde wat betreft vluchten. Soms denk ik: ik wil naar een andere planeet, of tenminste een onbewoond eiland. Weinig praktische oplossingen. En ook: hoe gaan we de zaken dan vooruithelpen? Ons isoleren staat min of meer gelijk aan opgeven.

En ik begrijp dat sommige mensen voorbij het kookpunt gaan, geen geduld meer hebben en zich helemaal laten gaan. Ze gaan dingen saboteren, vandaliseren… alles om het gevoel te hebben dat ze een verschil maken. Maar ook dat is niet de meest pragmatische oplossing, denk ik.

Zelfs al hadden we de perfecte reclamespot en miljoenen en miljoenen euro's voor prime time advertenties, dan nog zou het niet lukken om van vandaag op morgen de wereld te creëren die we willen.

Ik vrees dat we vooral nog steeds veel begrip en geduld nodig hebben, hoe moeilijk we die soms ook kunnen opbrengen. Ons best doen, het goede voorbeeld geven, een positieve boodschap uitdragen, alternatieven tonen. En een gemeenschap vormen met gelijkgezinden. Tot de dag er is waarop er genoeg mensen zijn die geven om dieren, of om eender wat voor problematiek. De dag waarop het kantelpunt bereikt zal zijn, en genoeg mensen zeggen dat het genoeg geweest is.

Die dag komt. Zeker weten. Nog even volhouden.

PS: je kan je ongenoegen laten weten aan VT4, via smakelijk@vier.be. Of op de facebookpagina van Likoké, het restaurant van PH. Of op de facebookpagina van Smakelijk. Overtref jezelf, en wees begripvol en vriendelijk :-)

dinsdag 22 april 2014

Je zou er vlees van gaan eten

Af en toe kom ik - live of op het web - vegetariërs of veganisten tegen die zo drammen, preken, duwen en doorbomen dat ik bij mezelf denk: ik zou er voorwaar bijna vlees van gaan eten. (Ik ben ook zo geweest, dus ik versta die mensen - maar dit terzijde.)

Dat is uiteraard geen serieuze gedachte, maar toch, de mogelijke negatieve effecten van goed bedoelde communicatie moeten we serieus nemen. Gisteren stootte ik op het artikeltje "Is Richard Dawinks leading people to Jesus?" Dawkins is zo ongeveer het vleesgeworden athëisme. De gedachte dat mensen het geloof nader zouden onderzoeken omdat ze zijn pogingen om anderen tot het atheïsme te bekeren te opdringerig of slecht geargumenteerd vinden, moet een kaakslag zijn voor de arme man.

Het doet me wat denken aan wat men in de wereld van de sales persuasion resistance noemt, of de natuurlijke afkeer die we hebben tegen pogingen om ons van iets te overtuigen. Mensen willen uiteraard niet overtuigd worden om iets te doen dat ze eigenlijk niet willen doen. Meer nog, de meeste mensen willen überhaupt niet overtuigd worden tout court, omdat overtuigd worden door iemand anders in hun ogen ergens gezichtsverlies betekent. Hun mening was niet goed genoeg, iemand anders heeft hen iets moeten doen inzien waar ze niet zelfstandig toe gekomen zijn, enzovoort. "Ik zal mijn leven zelf wel veranderen," hoor ik een vriend nog kwaad reageren op een boek waarop stond "dit boek verandert je leven".

Dat niet willen overtuigd worden slaat natuurlijk maar op weinig - we worden allemaal de hele tijd door vanalles en iedereen beïnvloed of overtuigd, soms druppelsgewijs, soms directer - maar het is nu eenmaal hoe we in elkaar lijken te zitten.

Als je wil dat mensen van mening of gedrag veranderen, kan je hen best niet het gevoel geven dat je ze wil overtuigen van iets.

Overtuigd?

vrijdag 18 april 2014

Over vage-tariërs, vergeetariërs en veel-te-gaar-iërs

Eten is vandaag een ingewikkelde zaak geworden. We zijn enorm bezig met wat nu gezonde of duurzame voeding is (de bewuste consumenten onder ons, tenminste). We weten niet meer wat we moeten eten, en - meer nog - we weten soms ook niet meer wat we eten: rundvlees blijkt paardenvlees, kaas bevat geen kaas, er kan met genen geprutst worden, enzoverder. En als het spreekwoord "je bent wat je eet" klopt, dan weten we dus niet meer wie we zijn. Sta me toe de verwarring een beetje te vergroten, en even de verschillende mogelijke verschijningsvormen van de eter te schetsen, volgens de schaal van veel naar weinig vlees.

- helemaal beneden hebben we de "echte vleeseter": de persoon die bijna geen groenten eet. Meestal is het een (vaak wat oudere) man. Hij is fier op zijn vleeslust - wil zijn biefstuk liefst bleu of ten hoogste saignant - en vindt groenten voor mietjes. Deze groep van mensen wordt vandaag gelukkig met uitsterven bedreigd.

- daarboven zitten onbewuste eters of omnivoren - nog altijd een grote groep van mensen. Ze hebben niet bepaald een carnivore ideologie zoals de echte carnivoren, maar het is nu eenmaal zo dat ze door opvoeding, cultuur... bijna elke dag vlees op hun bord liggen hebben. Ze zijn eigenlijk niet vrij: ze eten wat hun ouders en grootouders aten, wat de reclame hen vertelt, wat de supermakt afprijst, enzovoort.

- de eendagsvegetariër of Donderdag Vegetariër staat al een heel stuk verder: hier zien we voor het eerst een intentie, een bewust omgaan met af en toe geen vlees. De Donderdag Vegetariër sluit bewust vlees voor een dag per week uit, omdat hij of meestal zij weet dat dat een goede zaak is voor dier en milieu, en niet in het minst voor de eigen gezondheid.

- de flexitariër of parttime vegetariër doet daar een stukje bovenop. We zitten aan zeker drie dagen vegetarisch per week - doe je 3.5 dagen dan ben je een demitariër. Hier zitten veel groene en bewuste mensen, bakfietsmama's, andersdenkenden en anderslevenden. Soms gaat het hier over het subtype de vergeetariër, die groenten zodanig lekker vindt dat ze ze niet meer mist en eigenlijk vergeet om vlees te eten. Je kan ze soms ook tragetariërs noemen. Ze doen het op 't gemak.

- de voorkeursvegetariër zal voor vegetarisch kiezen waar de optie er is. Ze wordt verleid door vlees wanneer het haar aangeboden wordt, wanneer er voor de zoveelste keer alleen maar kaaskroketten of omeletten op het menu staan, enz. Het zijn mensen die naar buiten toe overkomen als vegetariërs maar die er niet expliciet over doen. Vandaar dat ze ook bekend staan als vage-tariërs. Ze doen er wat vaag over. Vandaar dat ze door kwatongen soms ook worden aanzien als fake-tariërs.

- hier ergens tussen zitten pescotariers (geen vlees wel vis) en pollotariërs (geen rood vlees, wel kip)
- de bijna-vegetariër of bijnatarier is de persoon die nog slechts héél af en toe een uitzondering maakt. Ze eet, zeg maar, één keer per jaar de stoverij van de oma. Of wanneer ze bij een onontdekte stam in Afrika of het amazonewoud belandt en daar speciaal voor haar het beste plaatselijke zoogdier wordt geslacht, zal ze het niet weigeren

- de vegetariër tout court - of lacto-ovo vegetariër, is de persoon die consistent en uitzonderingsloos alle vlees en vis - en producten waarin ingrediënten zitten van geslachte dieren, zal weigeren

- de veganist eet geen dierlijke producten tout court meer, enkel nog plantaardig. Dus geen vlees, geen vis, geen zuivel, geen eieren, geen honing. Een veganist kan natuurlijk ook bijna-veganist of flexi-veganist zijn. Een subtype van de veganist is vaak (maar niet altijd) de rawfoodie, die enkel rauwe plantaardige producten eet, of de fruitariër, die alleen de vruchten van planten eet (inclusief noten en zaden), maar niet de planten zelf.

Al deze mensen verschillen niet alleen in termen van hoeveel dierlijk of plantaardig ze eten, maar ook hoe ze erover communiceren. Tegenover de vage-tariër, die er heel vaag over doet, staat bijvoorbeeld de houding van de veel-te-gaariër, die soms een tikkeltje te fanatiek met zijn overtuiging omspringt.


maandag 14 april 2014

Bullshit detector

Het ene dier strelen we, het andere dier eten we of (dragen we, in de vorm van schoenen of een handtas). Het is de befaamde vleesparadox. Er zijn al vele artikels en boeken over geschreven. Melanie Joy's why we love dogs eat pigs and wear cows, bijvoorbeeld. Of Hal Herzogs Some we love, some we hate, some we eat

Maar niet allen in ons gedrag, maar ook in ons denken rond dieren zit een grote vleesparadox. Een voorbeeld vond ik in het editoriaal in Knack Weekend van enige tijd geleden (nov. 213), van hoofredacteur Lene Kemps. De column heette de hamvraag, en mevrouw Kemps schrijft over - jawel - de vleesparadox. Leuk, in elk geval, dat ze die aanhaalt, in een mainstream magazine. Ze heeft het over schrijvers  als John Berger, Michael Pollan en Jonathan Saffran Foer, behandelt een paar argumenten, zegt dat ze "een tikje jaloers is op de morele discipline van en helderheid van een vegetariër"... Kortom, ze geeft blijk van een zekere belezenheid, capaciteit tot helder denken, moreel besef, enzovoort. Maar dan - en hier is de paradox - eindigt ze, zoals zoveel mensen doen, met een of andere pijnlijk lege platitude. "Haar boerenverstand" vertelt haar namelijk dat "dieren er zijn om opgegeten te worden, om eieren of melk te leveren."

Ik ga zelfs geen poging doen om te duiden hoe onzinnig, arbitrair en ongegrond een dergelijk non-argument wel is. Feit is dat paradoxaal genoeg schrandere mensen plots de grootste onzin uitkramen wanneer het gaat om het rechtvaardigen van dieren eten. 

Nadat bij mij begon te dagen dat ik eigenlijk vegetariër moest zijn, had ik nog tien jaar nodig om dat idee in de praktijk om te zetten. Ik had het moeilijk, omdat ik graag vlees at. Ik begrijp dus dat zo'n transitie niet voor iedereen evident is, dat we verknocht zijn aan onze biefstuk of kotelet. Ik begrijp dat mensen niet meteen veranderen, en ik verwacht het ook niet (al zou ik het leuk vinden als ze sneller waren dan ik). Maar als we tenminste, wanneer we nadenken en argumenteren over al dan niet vlees eten, onze eigen bullshit detector iets scherper zouden kunnen afstellen, 't zou al heel wat zijn.

vrijdag 4 april 2014

Niets is zo onduurzaam als goedkoop

Dit stuk verscheen in De Standaard Avond van 3 april 2014

Vorige zomer, ergens in een vreselijk lelijk shoppingcentrum in Washington DC, bevond ik me in de kledingzaak Forever 21. Ik stond er verveeld wat artikels op mijn smartphone te lezen, terwijl een vriendin van me genoot van haar koopervaring: samen met vele anderen schuimde ze de kledingrekken af, keer op keer verbaasd over de goedkope prijskaartjes. Ondertussen schalde boven onze hoofden de juiste muziek en liepen hippe verkoopsters vriendelijk en behulpzaam te wezen.

Het fenomeen van spotgoedkope en toch trendy kledij bestaat ook bij ons. Naast H&M is het nu nog opzichtiger aanwezig, zo stond vandaag te lezen in deze krant, in de gedaante van de Ierse kledingketen Primark. Voorlopig enkel nog in Luik, maar blijkbaar zijn er succesvolle Facebookgroepen opgericht door jongeren die de winkel ook in andere steden willen zien. Van een hype gesproken.

De vraag waar die goedkope topjes en broeken vandaan komen, en in welke omstandigheden ze geproduceerd worden ligt - tenminste, voor de kritische consument of journalist - voor de hand. Zelfs van veel dure merkkledij is het al twijfelachtig of de productieomstandigheden duurzaam en rechtvaardig zijn. Van een T-shirt van 2 euro weten we bijna zeker dat dat niet het geval kan zijn. Het drama van de ingestorte kledingfabriek in Bangladesh (waar Primark afnemer van is) zit nog vers in ons geheugen. Een medewerkster van een of andere schonekleren-NGO hamert in het artikel op de arbeidsomstandigheden, maar voegt eraan toe dat het kopen van dergelijke producten mensen uit armere landen kan helpen in hun levensonderhoud. Het is wellicht een argument dat al te snel door shoppende jongeren als excuus wordt gehanteerd: als ik ze niet koop, help ik ook niemand.

Maar dat is zelfs niet de enige manier waarop dergelijke goedkope spullen sociaal rechtvaardig lijken. Iedereen heeft het recht op leuke dingen, en als die zo gefabriceerd kunnen worden dat ze kunnen passen binnen ieders budget, wie kan daar iets tegen hebben?

Het probleem is dat niets zo onduurzaam is als goedkoop. De kans bestaat dat u in de IKEA al spullen gekocht heeft omdat ze zo goedkoop zijn. U had ze misschien niet nodig, u was niet zeker of ze pasten bij uw interieur, of de oude waren eigenlijk nog niet echt versleten, maar ach, voor die paar euro’s kan je ze niet laten liggen. Onderzoek zou aantonen dat 75% van de aankopen in discountkledingzaken als Primark ter plekke gebeurt binnen de drie seconden. Zorgwekkend, lijkt me dat. Natuurlijk kunnen vele producten een pak duurzamer worden geproduceerd dan nu gebeurt, maar geproduceerd moeten ze worden. Een absurd resultaat is dat meer en meer mensen ondertussen extra opslagruimte moeten huren voor de spullen die ze thuis niet meer kwijt kunnen.

Goedkoop klinkt rechtvaardig, maar is vijand nummer één van onze planeet. Iemand die een oplossing heeft voor dit dilemma, mag zich melden. Een verschuiving van de belastingen van arbeid naar consumptie en milieu is een mogelijkheid. Maar ergens blijf ik denken dat de eigenlijke oplossing dichter bij onszelf moet liggen. Misschien in een andere invulling van wat “genoeg” is.

donderdag 3 april 2014

Door de strot

Dit stuk verscheen in De Standaard Avond van 3 april 2014

De Vlaamse varkenssector staat al jarenlang onder grote economische druk. De problemen werden nog aangescherpt doordat Rusland onlangs de markt sloot voor Europees varkensvlees, zogezegd uit vrees voor varkenspest. De oplossing die de sector bedenkt is ingenieus: massaal varkensvlees promoten.

Zowel uit de hoek van de gezondheid, het milieu als het dierenwelzijn klinkt de boodschap dat we minder vlees moeten eten elk jaar luider en dapperder. Vleesproductie en -consumptie worden beschouwd als een van de grootste milieuproblemen van deze tijd. Wat gaan we doen? Aan de hand van reclame de consumptie opdrijven en het varkensvlees bij wijze van spreken door de strot van elke Vlaming duwen.

Dat de sector, die moet instaan voor zijn eigen voortbestaan, zo denkt en handelt hoeft verwondering noch verontwaardiging op te wekken. Maar daarnaast zijn er andere actoren in het spel. De sector wordt vertegenwoordigd door VLAM, het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing. De campagnemiddelen van VLAM komen grotendeels van de landbouwbedrijven zelf, maar VLAM wordt voor zijn algemene werking gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, en ontvangt voor bepaalde projecten ook heel wat Europese subsidies. Publiek geld dus.

Wat VLAM graag verder vermarkt ziet, wordt nutritioneel gepromoot door NICE (Nutrition Information Center), een onderdeel van VLAM. Je kan er donder op zeggen dat in de voedingsinfo die NICE naar zowel leken als gezondheidsprofessionals verspreidt, varkensvlees de nodige aandacht zal krijgen.

Dan zijn er de media. Op de reclame - pardon, “boodschappen van algemeen nut” - die VLAM op de VRT zal voeren, krijgt ze sowieso korting. Er komen publireportages - u weet wel, die betaalde, half inhoudelijke ondingen -  in verschillende kranten (waaronder ook deze), in bladen als Libelle (om de consumptie op te krikken bij de vrouwelijke, minder vlees etende consument), en er is natuurlijk een samenwerking met kookprogramma’s. In 2013 betaalde VLAM aan de VRT bijna 300.000 euro voor haar partnership met Dagelijkse Kost. Mag ik Jeroen Meus vriendelijk voorstellen om tussen de soep en de patatten even stil te staan bij de gedachte dat zijn impact op de eetgewoonten van de Vlaming wellicht groter is dan die van alle gezondheidsorganisaties samen?

Ik begrijp natuurlijk het ijzeren dictaat van de economische wetmatigheden - ook voor de media zijn het harde tijden en advertentie-inkomsten zijn welgekomener dan ooit. Het jammere is dat we in dagen van crisis als maatschappij in de eerste plaats onze toevlucht nemen tot beproefde modellen en kortetermijndenken. Vooral omdat het gaat om problemen - overproductie, oversubsidiëring, overintensifiëring - die systemisch van aard zijn en eigen zijn aan het landbouwmodel dat we zelf ontwikkeld hebben.

Deze week nog stond in alle media dat we niet voldoende voorbereid zijn op de gevolgen van de klimaatverandering. We vragen, om deze en andere redenen, bescheiden en voorzichtig, om vlees te matigen, maar prijzen het tegelijkertijd als maatschappij gezamenlijk aan. Hoe kan je verwachten van burgers dat ze op de gewenste manier handelen als je hen continu tegenstrijdige boodschappen geeft? Hoe kan je verwachten dat we naar meer duurzaamheid evolueren als we voortdurend paniekvoetbal spelen en de economie vooralsnog altijd het laatste woord geven?

Kunnen we een klein beetje creatiever zijn alstublieft?

dinsdag 1 april 2014

De zin van de zoo

Dit stuk verscheen in De Standaard Avond van 31 maart

In onze land raken de belangrijker kwesties wel vaker ondergesneeuwd door communautaire bekommernissen. Dat is ook het geval met het koppel panda’s dat gisteren bezocht werd door het Chinese first couple.

Over die dieren is de jongste tijd al heel wat inkt gevloeid. In De Standaard van dit weekend mocht Eric Domb, de oprichter en zaakvoerder van Pairi Daiza die de twee bamboevreters uit China kon binnenhalen, zijn verhaal doen. De man wordt her en der afgeschilderd als een pester die de subsidies van de Zoo van Antwerpen wil ontmantelen, en die de berenbuit binnenhaalde dankzij gelobby via Di Rupo. Het interview schetst een ander beeld. Domb wil dat de strijd eerlijk gespeeld wordt, en dat Antwerpen geen (Europese) subsidies krijgt.

Maar te midden van het communautaire debat, en ondanks het debacle rond de Deense giraf Marius, hebben we één vraag nauwelijks gehoord: wat doen die panda’s daar eigenlijk? Meer nog: we moeten ons afvragen of dierentuinen vandaag überhaupt nog bestaansrecht hebben.

De nobele doelen waarmee een zoo doorgaans schermt om dat bestaansrecht te verdedigen, zijn bekend: voornamelijk educatie en conservatie van soorten. Over beide bestaan grote twijfels. Een documentaire van David Attenborough bekijken kan je wellicht meer bijbrengen over wilde dieren dan een bezoek aan de zoo, waar je ze enkel achter tralies kan bekijken. En conservatie? Het nut van dierentuinen op dat gebied staat allesbehalve vast, en à la limite kunnen we ons afvragen of we per se alle diersoorten – sowieso sterven ze ooit allemaal uit – moeten bewaren. In elk geval niet ten koste van alles.

Als we dierentuinen willen, moeten we dieren opsluiten, en hoewel zoos hun best doen om de natuurlijke habitat van een dier zo goed mogelijk te imiteren, lukt dat zelden helemaal, en is onder meer de bewegingsvrijheid doorgaans sterk beperkt. Het ene dier is natuurlijk het andere niet, en een arend in een zoo is problematischer dan een muis – dat spreekt voor zich. En toegegeven, het leven van een dier in een dierentuin kan soms beter zijn dan dat van zijn soortgenoten in het wild.

Maar los van het dierenwelzijn moeten we ons bezinnen over wat het betekent voor ons, mensen, om dieren op te sluiten en het recht te verkopen om ernaar te gapen aan een paar honderd of duizend bezoekers per dag. Dierentuinen doen vandaag meer en meer denken aan de koloniale tentoonstellingen, waarbij mensen met een andere huidskleur werden meegebracht naar onze contreien en hier werden voorgesteld als curiosa.

Ik vrees dat Domb in mij geen bondgenoot zal vinden, maar ik ben het alvast met hem eens dat de subsidies die de Zoo van Antwerpen ontvangt, niet aan de orde zijn.

zaterdag 15 maart 2014

Eekhoorns eten

Dit stuk verscheen in De Standaard van 15 maart 2014

In VOLT ging het woensdag over het eten van eekhoorns. Een of ander restaurant plaatste die beestjes onlangs op het menu. Evi Swinnen van Timelab pleitte ervoor om dieren waarvan er te veel zijn op te eten in plaats van te verdelgen. Voor Chef Bart De Pooter zijn eekhoorns exoten die niet op ons menu horen en bovendien weinig smaak hebben.

Er valt ergens wel te beargumenteren dat het ecologischer is om wilde dieren die toch worden gedood op te eten, in plaats van andere dieren - koeien, kippen, varkens - massaal te kweken. Wat vlees betreft is alles immers beter dan de intensieve veeteelt. Maar de vraag die moet gesteld worden is natuurlijk: moeten die eekhoorns - of die Canadese ganzen, nog zo’n voorbeeld - echt dood?



Het klassieke ecologische gedachtegoed is in wezen niet erg diervriendelijk. Haar aanhangers bekommeren zich doorgaans om groepen van dieren - soorten - maar nauwelijks om individuele dieren. Is een dier met uitsterven bedreigd of zeldzaam, dan is het belangrijk en wordt er soms zelfs wetgeving rond gemaakt. Telt een soort voldoende dieren, dan krijgt die weinig aandacht. Zijn er te veel van, dan spreken we vaak zelfs van een “pest”. Tot er plots weer te weinig zijn, waarop de diersoort opnieuw beschermd wordt. Als de eekhoorn zo zeldzaam was als een eenhoorn zouden we hem niet opeten.

Dit alles houdt steek binnen de context van de biodiversiteit (soortenrijkdom heeft waarde), maar los daarvan is het enorm arbitrair. Ook het individuele dier - uiteindelijk de enige entiteit die lijdt - heeft waarde. In die zin is het doden van de allerlaatste panda eigenlijk niet erger dan het doden van één van de elf miljoen varkens die in België jaarlijks worden gekweekt.

Bijkomend probleem met het eten van “pesten” zoals grijze eekhoorns of Canadese ganzen is dat het het onze afhankelijkheid van het eten van dieren verhoogt in plaats van verkleint. Voor je het weet zit je trouwens weer met een situatie waarin je de jacht op die dieren kunstmatig in stand houdt, of ze zelfs gaat kweken. En over de manier waarop de eekhoorns van bos naar bord gaan, heb ik het nog niet eens.

Ik begrijp de wens van creatieve koks om nieuwe ingrediënten te gebruiken en verrassingen op het menu te zetten, of van de consument om zijn culinaire grenzen te verleggen. Maar moet dat noodzakelijk door weer maar eens een nieuwe diersoort te serveren, terwijl we nog letterlijk duizenden nieuwe plantensoorten in onze keuken kunnen halen om naar hartelust mee te experimenteren?

dinsdag 4 maart 2014

Dagen zonder suiker

Er is geen Dagen zonder Vlees actie dit jaar, en bovendien eet ik uiteraard sowieso al geen vlees, dus ik zocht en vond me een andere uitdaging: veertig dagen zonder suiker.

Ik heb het al vaak gehoord: suiker is vergif. Vandaag, zo zeggen sommigen, zou het niet op de markt mogen gebracht worden. Ik heb de zaak niet voldoende onderzocht, en hier en daar zal er wel wat overdrijving tussen zitten, maar dat neemt niet weg dat binnen een o zo controversieel gebied als voeding en gezondheid, de ongewenstheid van suiker een van de minst controversiële zaken lijkt te zijn. Behalve de suikerindustrie, de Coca Cola Company en andere belanghebbenden, zijn er weinig geïnformeerde mensen die een lans willen breken voor suiker. Uiteraard blijf je het "suiker kan thuishoren in een gezond voedingspatroon" adagio horen - maar dat is vooral omdat overheden, gezondheidsorganisaties enzovoort geen enkel product of productgroep volledig in de ban willen slaan, omdat zoiets teveel economische repercussies kan hebben (wat gebeurt er met de Tiense suikerraffinaderijen, waarover we allemaal leerden in de basisschool, als we plots zouden stoppen met suiker te consumeren? U kent het deuntje).



Of het nodig of wenselijk is suiker helemaal uit onze voeding te bannen? Geen idee, maar ik probeer het even en kijk wat het geeft - mijn vriendin doet gelukkig mee. Mijn regels, grosso modo:

- ik gebruik geen suiker van eender welke aard, en ook geen andere zoetmiddelen (geen agave- of maisstroop of whatever)
- ik consumeer ook geen producten waar deze of gelijkaardige ingrediënten vermeld staan op de ingrediëntlijst

ik sta me toe om:
- alcohol te consumeren (ja, daar zit ook suiker in)
- wanneer ik op restaurant ga de hartige gerechten gewoon te consumeren zonder te vragen of er suiker inzit (ik ga er geen desserts eten)
- drie uitzonderingen te maken in de loop van die 40 dagen

de producten mét suiker in mijn kast veilig verzameld in een doos


Hopelijk helpt dit openbare engagement me mijn voornemen waar te maken. Ik eet heel graag zoete dingen. Ik eet trouwens ook heel graag hartige dingen. Ik eet gewoon heel graag.

Voor wie wat meer wil te weten komen over suiker: een van de bekendste kruisvaarders tegen (overmatig gebruik van) suiker is Robert Lustig, wiens sugar: the bitter truth video op youtube al bijna 4.5 miljoen keer bekeken werd. Of lees dit lange New York Times artikel of bekijk, als je het korter wil, deze CNN reportage over Lustigs werk. En om het allemaal niet te simpel te maken kan je ook dit wederwoord lezen...






zaterdag 1 maart 2014

10 Veggie trends

Op EVA's nieuwjaarsbrunch, ondertussen een paar weken geleden, presenteerde ik deze tien veggie en food trends...

1. De aandacht voor vegetarisch eten groeit zienderogen, en meer en meer mensen zeggen vlees vaarwel, maar dat wil niet zeggen dat ze dat consistent of openlijk doen. Er waren al parttime vegetariërs en flexitariërs, nu zijn er ook de vage-tariërs. Die doen een beetje "vaag" over hun vegetarisme. Om een of andere reden komen ze er niet helemaal vooruit: misschien omdat ze niet al te politiek correct willen zijn, of omdat ze bang zijn om als inconsistent beschuldigd te worden wanneer ze eens een slippertje maken. Naast de vage-tariër is er ook de vergeet-ariër: hij of zij vindt genoeg alternatieven voor vlees zodat hij bij wijze van spreken vergeet om nog vlees te eten. Hij mist niets.

2. Wordt de biefstuk een delicatesse? De directeur van de koepelvereniging van de Nederlandse horeca voorspelt dat het voor goedkopere eetcafés op termijn niet rendabel zal blijven om biefstuk te serveren. Ook doordat de klant meer duurzaam wil eten zullen volgens hem de menukaarten sterk veranderen.

3. Vegan! Helemaal plantaardig eten, zonder zuivel of eieren, komt opzetten. In de VS zijn er meer vegans dan vegetariërs. Ook hier zien we het bewustzijn rond de nadelen van eieren en zuivel snel stijgen.

4. Groentenliefde. Moestuintjes - gemeenschappelijk of niet - vergeten groenten, groentecocktails, groentesapjes, groentemenu's... overal groenten. En er zijn nog duizenden plantensoorten te proberen die voorlopig nog niet op het menu staan! We kunnen nog een tijdje voort.

5. Rauw. Mensen die deels of helemaal rauw eten zweren bij de gezondheidseffecten: je zou je fitter voelen op een hoofdzakelijk rauwe voeding omdat je lichaam die beter verteert.

6. Bloemkool. Als we de trendwatchers mogen geloven wordt dit de groente van het jaar.

7. Glutenvrij. In de VS al langer ingeburgerd, hier ook in opkomst.

8. Plantaardige gastronomie. We hebben er lang op moeten wachten, maar topchefs beginnen eindelijk volwaardige veggie en vegan menu's uit hun koksmouw te schudden. Het Hof van Cleve, Hertog Jan  en anderen... je kan er gerust terecht als vegetariër of veganist.

9. De vierde generatie vleesvervangers - die zijn niet meer van vlees te onderscheiden. Een goede zaak, want niemand staat erop een dood dier te eten: we zijn enkel op zoek naar een bepaalde smaak of bite. Als die bezorgd kan worden met plantaardige producten, waarom niet?

10. Nieuwe businessmodellen. Het internet geeft zoveel mogelijkheden om voedsel en eten opnieuw te ontdekken. Smartmat.be levert ingrediënten aan huis; via thuisafgehaald.be kan je kijken wie wat te koop aanbiedt in je buurt. Freecycling gaat om het gratis weggeven van voedsel.

vrijdag 28 februari 2014

Een geefcultuur kweken

Vandaag staat mijn MO column over Een geefcultuur kweken online. Ik heb het over het geven aan goede doelen en daar transparant over zijn. Het argument is dat wie geeft, daar beter niet al te bescheiden over is, zodat anderen ook geïnspireerd raken om te geven. En dat geven zo een beetje meer de norm wordt...

woensdag 12 februari 2014

Over Marius en vele varkens

Eind vorig jaar bracht dierenrechtenorganisatie Bite Back undercoverbeelden naar buiten over leven en dood in Vlaamse varkensbedrijven.

In Denemarken werd deze week Marius, een kerngezonde jonge giraf, gedood, gedissecteerd en vervolgens aan de leeuwen gevoerd.

Gemeenschappelijk aan beide situaties is de kwestie transparantie. Wat maken we zichtbaar, wat houden we verborgen? Verschillende partijen hebben daarbij verschillende wensen. Vele ouders van jonge kinderen willen wellicht dat hun kroost gespaard blijf van een dergelijke harde realiteit. Varkensboeren zien ongetwijfeld de binnenkant van hun stallen doorgaans liever niet op het tv-nieuws, wetende dat dat meestal geen fraaie beelden oplevert voor de kijker. De keuze van de Deense zoo was anders. Directeur Bengt Holst - wiens ontslagpetitie al werd ondertekend door 70.000 mensen - opteerde voor een “educatief” project. Een live dissectie voor de ogen van jong en oud.



In beide gevallen - de varkensbeelden en het ei zo na publiek ombrengen van Marius de giraf - was er sprake van grote verontwaardiging, zowel over wat er met de dieren gebeurt of gebeurde zelf, als over het feit dat dit alles zo publiek werd getoond.

Boeiend vond ik vooral de antwoorden van de partijen in het defensief - de varkens- en zoohouders. Die waren opvallend gelijklopend. Waar ik had verwacht - zeker bij de varkenshouders - dat men zou wijzen op de uitzonderlijkheid van de aanstootgevende feiten, werd net benadrukt dat dit de normaalste zaak van de wereld was. De spreekbuizen van de varkensboeren wezen erop dat wat getoond werd schering en inslag was, hoorde bij het leven in het varkensbedrijf, en niet te vermijden was. Hetzelfde voor de zoos: het laten inslapen van gezonde dieren gebeurt heel regelmatig, klonk het.

Opvallend, die openheid in beide gevallen. Misschien wilden de getroffen varkensboeren en de Deense zoo verduidelijken dat zij het niet slechter doen dan hun concullega’s. Misschien heeft het iets te maken met de door de social media en youtube immer transparanter wordende samenleving, die minder en minder verdoezeling duldt. Misschien probeert men door open kaart te spelen de schade te beperken, wetende dat de ware toedracht wellicht toch aan het licht komt?

Of misschien gaat men ervan uit dat alles went. Dat als we ophouden met het verbergen van de dingen die wij niet willen zien, we het allemaal wel gewoon zullen worden.

Dat Homo sapiens gewoon kan raken aan de meeste dingen des levens is terzelfder tijd een vloek en een zegen. Jammer genoeg worden we snel gewend aan alles wat nieuw en leuk en mooi is, zodat we immer op zoek gaan naar meer. Anderzijds vermindert de intensiteit van ons eigen leed, verdriet of gemis doordat we het gewoon worden.

Maar of het nu over mensen (inclusief boeren), giraffen of varkens gaat: wanneer het leed of onrecht van anderen betreft, kunnen we maar beter waakzaam zijn dat we daar zo weinig mogelijk aan wennen. Hoe zichtbaar het ook wordt.

PS: Als je verontwaardigd bent over wat er met Marius gebeurde: ga niet meer naar de zoo.

vrijdag 24 januari 2014

Als slachthuizen glazen muren hadden...

"Als slachthuizen glazen muren hadden zou iedereen vegetariër zijn," zo luidt het bekende citaat van Paul McCartney. Het klinkt zeer logisch dat onze gewoonte om vlees te eten voor een belangrijk deel mee in stand wordt gehouden door de grote scheiding tussen vlees en dier. Mensen kopen een in cellofaan verpakte kotelet of biefstuk in de supermarkt, en denken niet na over wat er met dat vlees gebeurde toen het nog dier was. Zouden ze het varken of de koe in het vlees herkennen, er zouden er heel wat minder gegeten worden.

Tenminste, dat is de theorie. Soms stoot ik op situaties waar de link tussen vlees en dier juist niet uit de weg wordt gegaan. Gisteren trof ik bijvoorbeeld onderstaand tafereel in een supermarkt. Op een scherm worden de levende varkens getoond die in de toonbank te koop aangeboden worden. Geen dissociatie tussen vlees en dier dus. Ofwel weten de uitbaters van de supermarkt niet dat het aanhalen van de link tussen dier en vlees niet goed is voor de verkoop. Ofwel maakt het gewoon niets uit, en kunnen mensen aan alles gewoon worden, ook aan slachthuizen met glazen muren...? Of misschien kunnen bepaalde beelden van dieren zelfs de verkoop bevorderen en mensen op hun gemak stellen. Want uiteraard wordt in de video het slachtproces niet getoond, en wordt het geheel wel een stukje positiever voorgesteld dan het is.


In elk geval, ook bij directe confrontatie met de dieren die we eten, blijft dissociatie perfect mogelijk - in vele andere landen worden levende dieren op markten aangeprezen en zelfs ter plekke gedood. Desalniettemin geloof ik dat het mentale scheiden van vlees en dier moeilijker wordt naarmate het dier meer aanwezig is. Voor wie de wereld wil helpen verplantaardigen, loont het dus zeker de moeite om het dier meer zichtbaar te maken. Al is het - zoals altijd - slechts een deel van de oplossing. Mensen blijven dissociëren omdat ze graag vlees willen blijven eten. Als we het zichtbaar maken van het dier kunnen combineren met het laten proeven van een smakelijk alternatief, zodat mensen minder de behoefte voelen om op zoek te blijven gaan naar die biefstuk, zijn we sterk bezig.

zondag 19 januari 2014

Vergeet het bloedgroepdieet

Af en toe hoor ik mensen zeggen dat een vegetarisch voedingspatroon niet voor iedereen is. Bedoeld wordt dat sommigen onmogelijk gezond kunnen zijn zonder vlees. Mensen die dit beweren halen - bewust of onbewust - een deel van de mosterd bij het befaamde bloedgroepdieet. Dat is een dieettheorie van Amerikaanse arts Peter D'Adamo, die zegt dat er een relatie is tussen wat goed is voor mensen om te eten, en hun bloedgroep. Mensen met bloedgroep A zouden het bijvoorbeeld goed doen wanneer ze vegetarisch eten, terwijl dat net niet het geval is  voor mensen met bloedgroep O.

Nu is dat hele bloedgroepverhaal gewoon onjuist en op niets gebaseerd. Dat wisten wetenschappers al langer, maar vele leken duidelijk nog steeds niet - afgaande op hoeveel keer je mensen hoort spreken over het bloedgroepdieet. Niet zo verwonderlijk eigenlijk, als je weet dat het boek van D'Adamo, Eat right for your type - schrik niet - zeven miljoen keer over de toonbank ging (in 52 talen).

Een nieuwe, pas gepubliceerde studie kan hopelijk helpen om het bloedgroepdieet nog verder op weg te helpen naar het rijk der fabelen. Wetenschappers aan de universiteit van Toronto vonden na een onderzoek bij 1455 proefpersonen geen enkel bewijs voor de bloedgroepdieet-theorie. Meer uitleg van de Amerikaanse vegan diëtist Jack Norris, die er wel op wijst dat er in principe een klinisch onderzoek nodig is, maar dat niemand het wellicht de moeite vindt daarin te investeren, vind je hier.

Als iemand zich niet goed voelt bij een vegetarisch voedingspatroon, zal dat wellicht liggen aan het feit dat hij ongezond eet (ook als vegetariër is dat perfect mogelijk), en niet aan zijn bloedgroep.

zaterdag 18 januari 2014

Vlees: doet de kleur ertoe?

Dit stuk verscheen in De Standaard van 18 jan 2014 onder de titel "Eet je rood of eet je wit..."

Rood vlees moet met mate, zo stond afgelopen week te lezen in ongeveer alle media. Het is een conclusie die het Wereld Kanker Onderzoek Fonds al een paar jaar geleden maakte, en die nu blijkbaar officieel overgenomen wordt door de Hoge Gezondheidsraad. Dat rood (en verwerkt) vlees zijn impact op de gezondheid niet mist, is ondertussen vrij duidelijk. Ik stel me alleen de vraag:  doet de kleur er werkelijk zoveel toe?



Rood vlees, dat is alles behalve gevogelte en vis. Kippenboeren (en viswinkel-uitbaters) zijn voorstander van een massale switch, maar ook gevogelte heeft zijn eigen gezondheidsproblemen - veel van dat vlees blijkt met vervelende bacteria besmet. Maar sta me toe om er ook even de factor dieren bij te halen. Een gemiddelde Vlaming eet in zijn leven aan rood vlees: 42 volledige varkens, 5 koeien, 7 schapen, 24 konijnen en ander wild, en een derde van een paard. Samen nog geen honderd dieren. Aan wit vlees: bijna 900 kippen, 43 kalkoenen, en 800 vissen. Om evenveel wit vlees te voorzien als één koe voorziet, heb je een bijna 200 kippen nodig (ontdek zelf hoeveel dieren je eet of spaart met EVA's dierenteller)

En een kip, ziet u, is ook maar een dier. In België slachten we er per jaar zo’n driehonderd miljoen. Daarvan zit 98% op bedrijven van tien duizend dieren of meer. Intensieve massaproductie dus. In een parodiërend reclamespotje noemt de Nederlandse organisatie Wakker Dier kip “het meest mishandelde stukje vlees” en vertelt ze de consument dat een kip nooit zoveel plaats had …als bij jou in de oven.

Is vis een alternatief?  Gezonder dan rood vlees misschien (vergeet echter antibiotica en zware metalen niet), maar voor de vis zelf minder interessant. Kweekvissen hebben sowieso geen comfortabel leven, maar ook bij wild gevangen vissen zijn er problemen. Zij worden levend ingevroren of gevild, of sterven door verstikking: een doodstrijd die tientallen minuten tot - bij schol en tong - vier uur kan duren.

Onze voeding heeft een integrale benadering nodig. Goede voeding is - naast lekker en betaalbaar - gezond, duurzaam, en eerlijk tegenover mens en dier. Ja, misschien zijn kip en vis minder ongezond en minder milieuonvriendelijk dan koe of varken. Maar als zij tevens de dieren zijn waarvan we de grootste aantallen nodig hebben, en als zij een ellendig leven lijden of een pijnlijke dood sterven, willen we daar dan massaal naar overschakelen?

Dieren eten - rood of wit - hoeft niet. Onder de vele voordelen van vegetarisch eten: je bord ziet er veel kleurrijker uit, en de toekomst van zowel je lijf als de kippen is plots een heel stuk rooskleuriger.

woensdag 8 januari 2014

Leven voor het goede doel

Af en toe kruis ik het pad van mensen die op zoek zijn naar een echt zinvol beroep, en die bij wijze van spreken hun leven willen wijden aan de goede zaak. Dat kan iets zijn als dieren helpen of vegetarisme, maar ook het milieu, ontwikkelingssamenwerking, of andere zaken.

Ik ben altijd blij wanneer ik zo iemand tegenkom, niet alleen voor de wereld, maar ook voor die mensen zelf. Een echt doel hebben in je leven - en ik denk dat niets zo passioneert als een echt goed doel - is een geweldige hulp. Zoals Nietzsche zei: “Wer ein Warom zum Leben hat, erträgt fast jedes Wie”, oftewel: “Wie een Waarom heeft, kan leven met bijna eender welk Hoe”. Zo voel ik het ook aan.

Nu is het jammer dat het (relatief) gemakkelijk is om geld te verdienen door zeep of auto’s te verkopen (en rijke mensen nog rijker te maken), maar dat er weinig dingen zo moeilijk zijn om er in je levensonderhoud mee te voorzien als goede doelen. Tussen de twee (het commerciële en de nonprofit) ligt natuurlijk een groot veld van zeer eerbare beroepen en bezigheden, zoals werken in het onderwijs, in ziekenhuizen, enzovoort, waar het iets makkelijker is.

Natuurlijk kan je op een meer bescheiden en in tijd beperkte manier veel goeds doen voor de wereld, maar als je dus zegt: ik wil echt een impact hebben en iets doen aan de klimaatverandering, aan het dierenleed, aan weet ik veel wat, en ik wil daar een groot deel van je dagen mee vullen... Wat voor mogelijkheden heb je dan? Ik som er even een paar op.





Van je passie je beroep maken
Misschien is dat je ideaal: je hebt geld nodig om te leven, maar wil het verdienen door iets goeds te doen. Er zijn verschillende mogelijkheden: de meest evidente is om gewoon (fulltime of parttime) voor een NGO werken. Hoeveel posities er beschikbaar zijn voor je, hangt samen met je kieskeurigheid. Wil je gewoon in de nonprofit, of wil je in een heel specifieke sector. Voor mij moest het met vegetarisme te maken hebben, dus mijn keuze was beperkt (en dan heb ik zelf maar EVA opgericht, samen met een aantal andere mensen). De beste bron in België voor nonprofit vacatures is http://www.11.be/vacatures/.

Als je interesse hebt voor een bepaald goed doel of organisatie, ga er dan niet van uit (zoals vele zeer goed bedoelende wereldverbeteraars doen) dat je in die organisatie eender wat graag zou doen. Je moet de functie, jouw rol, ook interessant vinden, of anders is er veel kans dat je het er niet lang uithoudt, en dat is voor niemand goed.

Zelf een nonprofit opstarten is niet evident, en het kan enige tijd duren eer je ervan kan leven, maar het is uiteraard ook een optie. Je kan natuurlijk je eigen nonprofit ook na je werkuren runnen, maar dan heb je veel minder tijd om die behoorlijk uit te bouwen - hangt een beetje van je ambities af. Meer kans heb je misschien met zelf een forprofit (of in dit geval social profit) startup te beginnen. In de veggie sector kan dat bijvoorbeeld zijn: een cateringbedrijfje, broodjeszaak, tearoom, restaurant, kleding, productie, distributie... De nieuwe economie en de sociale media bieden geweldige kansen voor creatieve en ondernemende geesten. Een van mijn favoriete voorbeelden van een jonge, ondernemende vegan is de Amerikaan Josh Tetrick. Lees en be inspired.

Geen NGO-job in zicht, en niet zoveel zin om zelf iets op te starten? Verbreed even je horizon: je kan ook in KMO’s en grotere bedrijven wel degelijk iets betekenen voor de goede zaak. Je kan in een voedingsbedrijf gaan werken, of de aandacht voor maatschappelijke thema’s in een groot bedrijf proberen verhogen. Uiteraard kan je bij heel wat media veel betekenen en de zaak die je passioneert meer aandacht helpen geven dankzij geëngageerde journalistiek. Of je kan een academische carrière beginnen en doctoreren over een zinvol thema. Dat kan in veel verschillende academische disciplines.

Wat als het niet onmiddellijk lukt? Het hoeft niet altijd onmiddellijk te lukken. Soms kan je door eerst voor een aantal jaren een gewone job te doen, ervaring opdoen die geweldig nuttig is voor wanneer je later dan toch in de nonprofit iets kan vinden. Het kan ook goed staan op je CV. Ik heb zelf al duizenden CVs bekeken en jobinterviews afgenomen bij honderden mensen, en ervaring in de profit is voor mij een groot pluspunt. Hoe nuttiger die ervaring is, hoe beter natuurlijk. Het zijn vooral de hardere skills die in de nonprofitsector vaak moeilijk te vinden zijn: mensen met financiële of commerciële (marketing, sales...) kennis bijvoorbeeld. Misschien was het jouw idee om met een economisch diploma op zak onmiddellijk de wereld te gaan verbeteren via een nonprofit job. Maar als dat niet lukt, is dat mogelijks een goede zaak. Doe ervaring op, leer misschien zelfs de tegenstander kennen. Ik ontmoette onlangs iemand die voor zichzelf had beslist om eerst tien jaar in een PR-bureau te werken, om te weten hoe bedrijven omgaan met hun NGO tegenstanders, om dan vervolgens de opgedane kennis (voor zover natuurlijk niet onder een NDA :-) toe te passen in de nonprofit.

Wees wel waakzaam: we zijn allemaal maar mensen, en ‘t is niet gezegd dat je, eens gesetteld in een comfortabele job, er makkelijk weer uitgeraakt. Eens je huis en kinderen hebt en gewoon bent geworden aan een zeker loon, is het niet simpel om plots minder te verdienen (wat meestal wel het geval is bij een switch van profit naar nonprofit).

Vrijwilligerswerk
Vrijwilligerswerk blijft natuurlijk ook altijd een mogelijkheid. Dat kan altijd bovenop een fulltimejob (maak je echter niet teveel illusies), maar je kan ook halftijds gaan werken om de wereld te redden. Met halftijds werken kom je niet toe? Hangt ervan af hoeveel je nodig hebt (samenhuizen is bijvoorbeeld goedkoper dan alleen wonen), hoeveel je halftijds loon is, wat je partner verdient, enzovoort. En natuurlijk kan je ook ¾ of ⅘ werken en de rest invullen met vrijwilligerswerk.

Er zijn ook mensen die de luxe hebben om niet te moeten werken. Mensen die geërfd hebben, of die lang genoeg gewerkt hebben en op hun vijftigste besluiten te stoppen en zich aan een goede zaak te wijden. Dat zijn zeer welgekomen witte raven voor een nonprofit organisatie. Misschien kan je het je wel permitteren om tijdelijk niet te werken, en voor een afgebakende tijd (laat ons zeggen minimum drie maand, maar beter zes of meer) onbetaald te werken voor een nonprofit (of zelfs een profit) en nuttige ervaring op te doen. Dat kan bijvoorbeeld net na je studies. Sommige mensen maken dan een lange reis, maar dit is dus een alternatief. Of je kan natuurlijk de twee combineren. Ikzelf deed na mijn studies stages in vier organisaties in de VS. Een site die je helpt om (doorgaans minder ambitieuze) jobs, annex verblijf, in buitenland te vinden is www.workaway.info.
Geld in plaats van tijd geven?
Je kan ook een andere strategie toepassen om de wereld te veranderen: geen tijd geven, maar geld. Je kan altijd een donatie doen aan eender welke organisatie, maar je kan het ook meteen, van bij het begin van je carrière, meer doordacht aanpakken. Ga eens kijken op de website 80000hours.org, waar men onder meer het advies geeft om eventueel gewoon voor een goed betaalde job te gaan en een deel van je loon af te staan aan een goed doel, zodat zij er vanalles mee kunnen doen. Dat kan natuurlijk na je dood, via een legaat (alles over schenken aan goede doelen lees je op testament.be), maar beter nog tijdens je leven. Kijk maar eens naar rijke stinkerds zoals Warren Beatty en Bill Gates. Na heel hun leven lang poen te scheppen, kunnen ze nu meer impact hebben dan honderd NGO’s samen, bij wijze van spreken.

Je goede doel is niet alles
Hoe belangrijk ik het werken voor het goede doel ook vind, staar je er niet blind op, en vergeet niet dat er ook nog andere dingen bestaan. Naast je ethische idealen, moet je ook je geluk volgen. Ik geloof dat je doel en je geluk in het leven niet veel van elkaar verschillen. Martelaarschap is niet meer van deze tijd.
Als je een beetje spiritualiteit wel kan smaken, lees dan ook even wat Eckhart Tolle zegt over je inner en outer purpose in het leven. Tot slot
Geef niet te snel op! Mensen en dieren in nood, en de planeet, kunnen je hulp, je skills, je talenten, je passie en jouw geweldige goede wil hard gebruiken. Zeg niet te snel dat het niet lukt. En als het tijdelijk niet lukt, hou je doel in het achterhoofd, en maak er een beslissing van om het ooit, op een of andere manier, te bereiken.
"The secret of life is to have a task, something you devote your entire life to, something you bring everything to, every minute of the day for the rest of your life. And the most important thing is, it must be something you cannot possibly do."
-Henry Moore

"Here we are on this earth, with only a few more decades to live, and we lose many irreplaceable hours brooding over grievances that, in a year's time will be forgotten by us and by everybody. No, let us devote our life to worth-while actions and feelings, to great thoughts, real affections and enduring undertakings. For life is too short to be little."
André Maurois

zondag 5 januari 2014

Een beetje compassie voor Beyoncé alstublieft

Beyoncé en haar vriendje Jay-Z hebben een vegan "kuur" (een "cleanse") van 21 dagen gevolgd. Wat mij betreft: goede reclame om veganisme verder te mainstreamen. Toch stootte ik online op veel negatieve reacties vanuit de veggie- en dierenrechtenhoek.

De duidelijkste illustratie daarvan vond ik in een Amerikaans artikel op onegreenplanet.com. De auteur, een 23 jarige vrouw, is niet verrast dat Beyoncé gesignaleerd werd in een gewoon restaurant waar ze kreeft bestelde. Beyoncé zou het immers allemaal niet om de juiste redenen (namelijk: mededogen) doen.

Ik ga even voorbij aan het feit dat Beyoncé en Jay-Z nooit gezegd hebben dat ze veganisten gingen worden. Ze hebben, voor zover ik weet, hun engagement van 21 dagen volgehouden. Maar tot daar de celebrity gossip.



De auteur van het artikel gaat uit van heel wat aannames. Ze neemt aan dat ze weet waarom Beyoncé en partner begonnen aan die kuur, en waarom ze nu stopten, waarom ze naar dat restaurant gegaan zijn, enzovoort. En ze neemt aan dat dat allemaal voor de "verkeerde" redenen was. Nu zijn er duidelijk wel enige indicaties dat het koppel misschien wel wat speciaal wou doen, aandacht wou trekken enzovoort (hoewel je je kan afvragen of ze daar tekort aan hebben), maar dat zijn op zich geen voldoende redenen om aan te nemen dat we alles weten wat er te weten is. Zoals iemand me onlangs zei: misschien moeten we naast "slow food" en slow everything ook eens beginnen denken aan "slow opinion".

Ten tweede, en belangrijker: de auteur veroordeelt Beyoncé en Jay-Z omdat ze niet om de juiste redenen (ethische redenen) vegan eten, en omdat ze niet verder gaan dan voeding (Beyoncé draagt bont en droeg dat ook tijdens haar kuur). Als je vegetariër/veganist wordt, zo luidt het, moet het om de dieren zijn. En vandaar is veganisme dan ook meer dan een voedingswijze: je vermijdt dierenleed, niet enkel via je voeding, maar in je hele levensstijl, die gebaseerd moet zijn op mededogen en niets anders (zeker niet op trendy willen zijn, of gezondheidsissues, of wat dan ook).

Ik denk dat dit een redenering is die weinig zoden aan de veggiedijk zet:

Als iemand die zelf veganist werd - en het nog steeds is - om in de eerste plaats de dieren, begrijp ik natuurlijk wat de auteur bedoelt. We vinden het geweldig als mensen empathie kunnen opbrengen voor het leed van (landbouw)dieren, we willen dat ze compassie voelen, en dat ze om déze redenen geen dierlijke producten consumeren. Maar kunnen we even stilstaan en nadenken over hoe we dat willen bereiken?

Mensen kunnen de weg naar vegetarisme/veganisme en mededogen aanvatten voor andere redenen dan... veganisme en mededogen. Ze kunnen beginnen met vegetarisch eten vanuit peer pressure, om gezondheidsoverwegingen, omdat ze niet graag vlees eten, om weet ik veel wat voor redenen. Maar het belangrijkste is dat, eens ze op weg zijn, ze zich realiseren dat plantaardig eten lekkerder, makkelijker en haalbaarder is dan ze dachten, en dat op die manier ook hun weerstand tegenover de hele dierenrechtenfilosofie begint af te brokkelen. Hun hart en geest kunnen zich openen voor de ethische argumenten, nu er veel minder is dat hen tegenhoudt.

Belangrijk is dan dat mensen in elke stap aangemoedigd worden, hoe klein die ook is, en voor welke reden hij ook genomen wordt. We veranderen sneller door aanmoediging dan door veroordeling.

Bijna niemand van ons arriveert op het eindpunt (wat dat ook moge zijn) met één enkele stap. Ieder van ons heeft blinde vlekken, ieder van ons heeft dingen te leren. Geduld, begrip, en compassie, zowel voor onszelf als voor anderen, kunnen ons het beste vooruit helpen.

PS: Als ik veroordelend was ten opzichte van veroordelers, dan moet dat maar helpen om mijn punt te bewijzen :-)