vrijdag 17 september 2010

Het vleeskleed van Lady Gaga


(Onderstaande tekst werd gepubliceerd in De Standaard, 16/9/2010)

Op de MTV music video awards daagde Lady Gaga op in een kleed dat helemaal van vlees was gemaakt. Mevrouw Gaga zegt dat ze veel respect heeft voor vegetariërs en dat het niet de bedoeling was hen te choqueren. Attent van haar om dat te melden, maar ik denk niet dat vegetariërs zijn gechoqueerd moeten voelen of gedragen omdat mevrouw een paar kilogram vleeslappen draagt – zij weten immers wel hoe de vork in de steel zit. Nee, zo’n jurk is wellicht eerder confronterend voor de vleesetende medemens. En natuurlijk zie ik Lady Gaga persoonlijk liever zonder vleesjurk, en ben ik meer te vinden voor de vegetarische Lettuce Ladies of Broccoli Boys van PETA (People for the Ethical Treatment of Animals), maar ik denk dat zo’n confrontatie met vlees in al zijn rauwheid, zo nu en dan, geen kwaad kan. Integendeel.

Vandaag is vlees zo alomtegenwoordig en is de vleesproductie zo groot dat we stilaan kunnen spreken van een ecologische ramp – zeker wanneer landen als India en China binnenkort het westerse voedingspatroon imiteren. Misschien vergis ik me, in al mijn naïeve wereldverbeterarij, maar de afschuw die velen voelen bij het zien van Lady Gaga’s kledingstuk kan misschien helpen om even de evidentie van onze boterham met hesp in vraag te stellen.

Vlees is voor de meeste consumenten iets heel klinisch geworden. Wanneer het in onze mond zit, is het gesneden, gebakken en gekruid. Daarvoor werd het keurig versneden en verpakt in cellofaan. Nóg daarvoor werd het van het geraamte van een dier gehaald, dat eerst geslacht werd en vervolgens uitgebloed.
Terwijl veel mensen vlees liefst in een zo onherkenbaar mogelijke vorm kopen (een speenvarken aan het spit bekijken de meesten liever niet van al te dichtbij) toont Gaga’s jurkje ons het vlees in een ruwere vorm. We zien wat we anders niet zo goed zien, wat anders veel meer verborgen is. En het is precies die verborgenheid, en die onthechting tussen het eten op ons bord en de oorsprong ervan, die het mogelijk heeft gemaakt dat we vandaag wereldwijd vijftig miljard dieren per jaar oppeuzelen zonder erover na te denken. De confrontatie met de herkomst, of tenminste de rauwe vorm van wat we eten, kan alleen maar goed zijn. De meeste mensen willen immers wel biefstuk, maar er zijn er ongetwijfeld heel wat minder die koeien willen eten.

Vanuit die optiek vraag ik me trouwens af of de Dag van de Landbouw volgend weekend (“waar je ontdekt hoe ’t echt werkt”) wel zo’n goed idee is van de sector. Natuurlijk menen de mensen die die dag hun bedrijf openstellen oprecht dat ze niets te verbergen hebben. Maar wanneer ik op de campagnewebsite lees dat je bij een van de bedrijven “de koeien en kalfjes kan bewonderen, maar we de varkens liever rustig laten luieren”, dan rijst in mij het vermoeden dat het hier niet enkel om hygiëne gaat, en dat ook sommige veeboeren zich bewust zijn van… het Gaga-effect.

zondag 12 september 2010

Vleesvervangers: voor of tegen?

Vleesvervangers zijn nogal controversieel onder vegetariërs. Hoe meer ze op vlees lijken, naar vlees ruiken, als vlees aanvoelen... hoe problematischer ze worden. Of toch voor veel veggies, want er zijn er ook die grote fan zijn van vleesvervangers. Waaronder schrijver dezes.

De vegetariërs die tegen vleesvervangers zijn, tekenen bezwaar aan tegen het idee dat zij iets zouden nodig hebben dat smaakt naar of doet denken aan vlees. Ze missen geen vlees, ze willen geen vlees, ze moeten geen vlees. Dus geef hen alstublieft ook geen vleesvervangers. Bovendien zijn dergelijke producten voor vele vegetariërs niet gezond genoeg: te zout, te vet, te bewerkt...

De voorstanders denken er anders over. Zij eten graag vleesvervangers, en die mogen gerust goed (of erg goed) op vlees lijken. Misschien zijn zij de mensen die vroeger erg graag vlees aten (zoals ondergetekende, die niets liever at dan steak au poivre, tot hij vegetariër werd rond zijn 22ste).

Over smaak moeten we niet discussiëren. Zeker niet onder vegetariërs. Er is echter een andere reden dan subjectieve smaakbeleving om PRO vleesvervangers te zijn: ze zijn makkelijk, en dus (tenminste de beste onder hen) geschikt om de grotere massa over de brug te krijgen. Meer geschikt, alvast, dan linzen, zeewier, adukibonnen of kikkererwten.

Ik hoop steeds opnieuw dat de vleesvervangerhatende vegetariërs dat inzien, en dat ze even ophouden met zeuren over al-die-producten-die-zo-op-vlees lijken. Niemand wordt immers verplicht ze te eten, en wie andere dingen wil klaarmaken, die heeft keuze genoeg. Ik verwacht dat de meeste vegetariërs het een goede zaak vinden wanneer niet-vegetariërs worden warm gemaakt voor vegetarische voeding. Vleesvervangers en andere convenience producten zijn daarvoor in zekere mate noodzakelijk. De consument die biefstuk en hamburgers gewoon is, wordt geconfronteerd met een lege plek op zijn of haar bord. Een vleesvervanger kan een makkelijke en logische opvolger of vervanger van biefstuk, burger of kotelet zijn. Niet noodzakelijk de meest gezonde, haute cuisine of creatieve optie, maar makkelijk. En makkelijk, da's belangrijk.

Voor de vegetariërs die zich afvragen hoe de producenten het in hun kop halen dat al die veggies producten willen die op vlees lijken en naar vlees smaken: wel, in de eerste plaats wordt je veggieburger niet voor jou gemaakt. Veggies maken maar twee procent van de bevolking uit. Vleesverminderaars en potentiële vleesverminderaars zijn een veel grotere markt, vandaar...

Dus, vleesvervanger-averse vegetariërs: ben je niet voor vleesvervangers, eet ze dan gewoon niet, maar juich tenminste toe dat de lekkerste onder hen de overstap naar meer vegetarisch eten makkelijker kunnen maken voor veel mensen.