vrijdag 24 januari 2014

Als slachthuizen glazen muren hadden...

"Als slachthuizen glazen muren hadden zou iedereen vegetariër zijn," zo luidt het bekende citaat van Paul McCartney. Het klinkt zeer logisch dat onze gewoonte om vlees te eten voor een belangrijk deel mee in stand wordt gehouden door de grote scheiding tussen vlees en dier. Mensen kopen een in cellofaan verpakte kotelet of biefstuk in de supermarkt, en denken niet na over wat er met dat vlees gebeurde toen het nog dier was. Zouden ze het varken of de koe in het vlees herkennen, er zouden er heel wat minder gegeten worden.

Tenminste, dat is de theorie. Soms stoot ik op situaties waar de link tussen vlees en dier juist niet uit de weg wordt gegaan. Gisteren trof ik bijvoorbeeld onderstaand tafereel in een supermarkt. Op een scherm worden de levende varkens getoond die in de toonbank te koop aangeboden worden. Geen dissociatie tussen vlees en dier dus. Ofwel weten de uitbaters van de supermarkt niet dat het aanhalen van de link tussen dier en vlees niet goed is voor de verkoop. Ofwel maakt het gewoon niets uit, en kunnen mensen aan alles gewoon worden, ook aan slachthuizen met glazen muren...? Of misschien kunnen bepaalde beelden van dieren zelfs de verkoop bevorderen en mensen op hun gemak stellen. Want uiteraard wordt in de video het slachtproces niet getoond, en wordt het geheel wel een stukje positiever voorgesteld dan het is.


In elk geval, ook bij directe confrontatie met de dieren die we eten, blijft dissociatie perfect mogelijk - in vele andere landen worden levende dieren op markten aangeprezen en zelfs ter plekke gedood. Desalniettemin geloof ik dat het mentale scheiden van vlees en dier moeilijker wordt naarmate het dier meer aanwezig is. Voor wie de wereld wil helpen verplantaardigen, loont het dus zeker de moeite om het dier meer zichtbaar te maken. Al is het - zoals altijd - slechts een deel van de oplossing. Mensen blijven dissociëren omdat ze graag vlees willen blijven eten. Als we het zichtbaar maken van het dier kunnen combineren met het laten proeven van een smakelijk alternatief, zodat mensen minder de behoefte voelen om op zoek te blijven gaan naar die biefstuk, zijn we sterk bezig.

zondag 19 januari 2014

Vergeet het bloedgroepdieet

Af en toe hoor ik mensen zeggen dat een vegetarisch voedingspatroon niet voor iedereen is. Bedoeld wordt dat sommigen onmogelijk gezond kunnen zijn zonder vlees. Mensen die dit beweren halen - bewust of onbewust - een deel van de mosterd bij het befaamde bloedgroepdieet. Dat is een dieettheorie van Amerikaanse arts Peter D'Adamo, die zegt dat er een relatie is tussen wat goed is voor mensen om te eten, en hun bloedgroep. Mensen met bloedgroep A zouden het bijvoorbeeld goed doen wanneer ze vegetarisch eten, terwijl dat net niet het geval is  voor mensen met bloedgroep O.

Nu is dat hele bloedgroepverhaal gewoon onjuist en op niets gebaseerd. Dat wisten wetenschappers al langer, maar vele leken duidelijk nog steeds niet - afgaande op hoeveel keer je mensen hoort spreken over het bloedgroepdieet. Niet zo verwonderlijk eigenlijk, als je weet dat het boek van D'Adamo, Eat right for your type - schrik niet - zeven miljoen keer over de toonbank ging (in 52 talen).

Een nieuwe, pas gepubliceerde studie kan hopelijk helpen om het bloedgroepdieet nog verder op weg te helpen naar het rijk der fabelen. Wetenschappers aan de universiteit van Toronto vonden na een onderzoek bij 1455 proefpersonen geen enkel bewijs voor de bloedgroepdieet-theorie. Meer uitleg van de Amerikaanse vegan diëtist Jack Norris, die er wel op wijst dat er in principe een klinisch onderzoek nodig is, maar dat niemand het wellicht de moeite vindt daarin te investeren, vind je hier.

Als iemand zich niet goed voelt bij een vegetarisch voedingspatroon, zal dat wellicht liggen aan het feit dat hij ongezond eet (ook als vegetariër is dat perfect mogelijk), en niet aan zijn bloedgroep.

zaterdag 18 januari 2014

Vlees: doet de kleur ertoe?

Dit stuk verscheen in De Standaard van 18 jan 2014 onder de titel "Eet je rood of eet je wit..."

Rood vlees moet met mate, zo stond afgelopen week te lezen in ongeveer alle media. Het is een conclusie die het Wereld Kanker Onderzoek Fonds al een paar jaar geleden maakte, en die nu blijkbaar officieel overgenomen wordt door de Hoge Gezondheidsraad. Dat rood (en verwerkt) vlees zijn impact op de gezondheid niet mist, is ondertussen vrij duidelijk. Ik stel me alleen de vraag:  doet de kleur er werkelijk zoveel toe?



Rood vlees, dat is alles behalve gevogelte en vis. Kippenboeren (en viswinkel-uitbaters) zijn voorstander van een massale switch, maar ook gevogelte heeft zijn eigen gezondheidsproblemen - veel van dat vlees blijkt met vervelende bacteria besmet. Maar sta me toe om er ook even de factor dieren bij te halen. Een gemiddelde Vlaming eet in zijn leven aan rood vlees: 42 volledige varkens, 5 koeien, 7 schapen, 24 konijnen en ander wild, en een derde van een paard. Samen nog geen honderd dieren. Aan wit vlees: bijna 900 kippen, 43 kalkoenen, en 800 vissen. Om evenveel wit vlees te voorzien als één koe voorziet, heb je een bijna 200 kippen nodig (ontdek zelf hoeveel dieren je eet of spaart met EVA's dierenteller)

En een kip, ziet u, is ook maar een dier. In België slachten we er per jaar zo’n driehonderd miljoen. Daarvan zit 98% op bedrijven van tien duizend dieren of meer. Intensieve massaproductie dus. In een parodiërend reclamespotje noemt de Nederlandse organisatie Wakker Dier kip “het meest mishandelde stukje vlees” en vertelt ze de consument dat een kip nooit zoveel plaats had …als bij jou in de oven.

Is vis een alternatief?  Gezonder dan rood vlees misschien (vergeet echter antibiotica en zware metalen niet), maar voor de vis zelf minder interessant. Kweekvissen hebben sowieso geen comfortabel leven, maar ook bij wild gevangen vissen zijn er problemen. Zij worden levend ingevroren of gevild, of sterven door verstikking: een doodstrijd die tientallen minuten tot - bij schol en tong - vier uur kan duren.

Onze voeding heeft een integrale benadering nodig. Goede voeding is - naast lekker en betaalbaar - gezond, duurzaam, en eerlijk tegenover mens en dier. Ja, misschien zijn kip en vis minder ongezond en minder milieuonvriendelijk dan koe of varken. Maar als zij tevens de dieren zijn waarvan we de grootste aantallen nodig hebben, en als zij een ellendig leven lijden of een pijnlijke dood sterven, willen we daar dan massaal naar overschakelen?

Dieren eten - rood of wit - hoeft niet. Onder de vele voordelen van vegetarisch eten: je bord ziet er veel kleurrijker uit, en de toekomst van zowel je lijf als de kippen is plots een heel stuk rooskleuriger.

woensdag 8 januari 2014

Leven voor het goede doel

Af en toe kruis ik het pad van mensen die op zoek zijn naar een echt zinvol beroep, en die bij wijze van spreken hun leven willen wijden aan de goede zaak. Dat kan iets zijn als dieren helpen of vegetarisme, maar ook het milieu, ontwikkelingssamenwerking, of andere zaken.

Ik ben altijd blij wanneer ik zo iemand tegenkom, niet alleen voor de wereld, maar ook voor die mensen zelf. Een echt doel hebben in je leven - en ik denk dat niets zo passioneert als een echt goed doel - is een geweldige hulp. Zoals Nietzsche zei: “Wer ein Warom zum Leben hat, erträgt fast jedes Wie”, oftewel: “Wie een Waarom heeft, kan leven met bijna eender welk Hoe”. Zo voel ik het ook aan.

Nu is het jammer dat het (relatief) gemakkelijk is om geld te verdienen door zeep of auto’s te verkopen (en rijke mensen nog rijker te maken), maar dat er weinig dingen zo moeilijk zijn om er in je levensonderhoud mee te voorzien als goede doelen. Tussen de twee (het commerciële en de nonprofit) ligt natuurlijk een groot veld van zeer eerbare beroepen en bezigheden, zoals werken in het onderwijs, in ziekenhuizen, enzovoort, waar het iets makkelijker is.

Natuurlijk kan je op een meer bescheiden en in tijd beperkte manier veel goeds doen voor de wereld, maar als je dus zegt: ik wil echt een impact hebben en iets doen aan de klimaatverandering, aan het dierenleed, aan weet ik veel wat, en ik wil daar een groot deel van je dagen mee vullen... Wat voor mogelijkheden heb je dan? Ik som er even een paar op.





Van je passie je beroep maken
Misschien is dat je ideaal: je hebt geld nodig om te leven, maar wil het verdienen door iets goeds te doen. Er zijn verschillende mogelijkheden: de meest evidente is om gewoon (fulltime of parttime) voor een NGO werken. Hoeveel posities er beschikbaar zijn voor je, hangt samen met je kieskeurigheid. Wil je gewoon in de nonprofit, of wil je in een heel specifieke sector. Voor mij moest het met vegetarisme te maken hebben, dus mijn keuze was beperkt (en dan heb ik zelf maar EVA opgericht, samen met een aantal andere mensen). De beste bron in België voor nonprofit vacatures is http://www.11.be/vacatures/.

Als je interesse hebt voor een bepaald goed doel of organisatie, ga er dan niet van uit (zoals vele zeer goed bedoelende wereldverbeteraars doen) dat je in die organisatie eender wat graag zou doen. Je moet de functie, jouw rol, ook interessant vinden, of anders is er veel kans dat je het er niet lang uithoudt, en dat is voor niemand goed.

Zelf een nonprofit opstarten is niet evident, en het kan enige tijd duren eer je ervan kan leven, maar het is uiteraard ook een optie. Je kan natuurlijk je eigen nonprofit ook na je werkuren runnen, maar dan heb je veel minder tijd om die behoorlijk uit te bouwen - hangt een beetje van je ambities af. Meer kans heb je misschien met zelf een forprofit (of in dit geval social profit) startup te beginnen. In de veggie sector kan dat bijvoorbeeld zijn: een cateringbedrijfje, broodjeszaak, tearoom, restaurant, kleding, productie, distributie... De nieuwe economie en de sociale media bieden geweldige kansen voor creatieve en ondernemende geesten. Een van mijn favoriete voorbeelden van een jonge, ondernemende vegan is de Amerikaan Josh Tetrick. Lees en be inspired.

Geen NGO-job in zicht, en niet zoveel zin om zelf iets op te starten? Verbreed even je horizon: je kan ook in KMO’s en grotere bedrijven wel degelijk iets betekenen voor de goede zaak. Je kan in een voedingsbedrijf gaan werken, of de aandacht voor maatschappelijke thema’s in een groot bedrijf proberen verhogen. Uiteraard kan je bij heel wat media veel betekenen en de zaak die je passioneert meer aandacht helpen geven dankzij geëngageerde journalistiek. Of je kan een academische carrière beginnen en doctoreren over een zinvol thema. Dat kan in veel verschillende academische disciplines.

Wat als het niet onmiddellijk lukt? Het hoeft niet altijd onmiddellijk te lukken. Soms kan je door eerst voor een aantal jaren een gewone job te doen, ervaring opdoen die geweldig nuttig is voor wanneer je later dan toch in de nonprofit iets kan vinden. Het kan ook goed staan op je CV. Ik heb zelf al duizenden CVs bekeken en jobinterviews afgenomen bij honderden mensen, en ervaring in de profit is voor mij een groot pluspunt. Hoe nuttiger die ervaring is, hoe beter natuurlijk. Het zijn vooral de hardere skills die in de nonprofitsector vaak moeilijk te vinden zijn: mensen met financiële of commerciële (marketing, sales...) kennis bijvoorbeeld. Misschien was het jouw idee om met een economisch diploma op zak onmiddellijk de wereld te gaan verbeteren via een nonprofit job. Maar als dat niet lukt, is dat mogelijks een goede zaak. Doe ervaring op, leer misschien zelfs de tegenstander kennen. Ik ontmoette onlangs iemand die voor zichzelf had beslist om eerst tien jaar in een PR-bureau te werken, om te weten hoe bedrijven omgaan met hun NGO tegenstanders, om dan vervolgens de opgedane kennis (voor zover natuurlijk niet onder een NDA :-) toe te passen in de nonprofit.

Wees wel waakzaam: we zijn allemaal maar mensen, en ‘t is niet gezegd dat je, eens gesetteld in een comfortabele job, er makkelijk weer uitgeraakt. Eens je huis en kinderen hebt en gewoon bent geworden aan een zeker loon, is het niet simpel om plots minder te verdienen (wat meestal wel het geval is bij een switch van profit naar nonprofit).

Vrijwilligerswerk
Vrijwilligerswerk blijft natuurlijk ook altijd een mogelijkheid. Dat kan altijd bovenop een fulltimejob (maak je echter niet teveel illusies), maar je kan ook halftijds gaan werken om de wereld te redden. Met halftijds werken kom je niet toe? Hangt ervan af hoeveel je nodig hebt (samenhuizen is bijvoorbeeld goedkoper dan alleen wonen), hoeveel je halftijds loon is, wat je partner verdient, enzovoort. En natuurlijk kan je ook ¾ of ⅘ werken en de rest invullen met vrijwilligerswerk.

Er zijn ook mensen die de luxe hebben om niet te moeten werken. Mensen die geërfd hebben, of die lang genoeg gewerkt hebben en op hun vijftigste besluiten te stoppen en zich aan een goede zaak te wijden. Dat zijn zeer welgekomen witte raven voor een nonprofit organisatie. Misschien kan je het je wel permitteren om tijdelijk niet te werken, en voor een afgebakende tijd (laat ons zeggen minimum drie maand, maar beter zes of meer) onbetaald te werken voor een nonprofit (of zelfs een profit) en nuttige ervaring op te doen. Dat kan bijvoorbeeld net na je studies. Sommige mensen maken dan een lange reis, maar dit is dus een alternatief. Of je kan natuurlijk de twee combineren. Ikzelf deed na mijn studies stages in vier organisaties in de VS. Een site die je helpt om (doorgaans minder ambitieuze) jobs, annex verblijf, in buitenland te vinden is www.workaway.info.
Geld in plaats van tijd geven?
Je kan ook een andere strategie toepassen om de wereld te veranderen: geen tijd geven, maar geld. Je kan altijd een donatie doen aan eender welke organisatie, maar je kan het ook meteen, van bij het begin van je carrière, meer doordacht aanpakken. Ga eens kijken op de website 80000hours.org, waar men onder meer het advies geeft om eventueel gewoon voor een goed betaalde job te gaan en een deel van je loon af te staan aan een goed doel, zodat zij er vanalles mee kunnen doen. Dat kan natuurlijk na je dood, via een legaat (alles over schenken aan goede doelen lees je op testament.be), maar beter nog tijdens je leven. Kijk maar eens naar rijke stinkerds zoals Warren Beatty en Bill Gates. Na heel hun leven lang poen te scheppen, kunnen ze nu meer impact hebben dan honderd NGO’s samen, bij wijze van spreken.

Je goede doel is niet alles
Hoe belangrijk ik het werken voor het goede doel ook vind, staar je er niet blind op, en vergeet niet dat er ook nog andere dingen bestaan. Naast je ethische idealen, moet je ook je geluk volgen. Ik geloof dat je doel en je geluk in het leven niet veel van elkaar verschillen. Martelaarschap is niet meer van deze tijd.
Als je een beetje spiritualiteit wel kan smaken, lees dan ook even wat Eckhart Tolle zegt over je inner en outer purpose in het leven. Tot slot
Geef niet te snel op! Mensen en dieren in nood, en de planeet, kunnen je hulp, je skills, je talenten, je passie en jouw geweldige goede wil hard gebruiken. Zeg niet te snel dat het niet lukt. En als het tijdelijk niet lukt, hou je doel in het achterhoofd, en maak er een beslissing van om het ooit, op een of andere manier, te bereiken.
"The secret of life is to have a task, something you devote your entire life to, something you bring everything to, every minute of the day for the rest of your life. And the most important thing is, it must be something you cannot possibly do."
-Henry Moore

"Here we are on this earth, with only a few more decades to live, and we lose many irreplaceable hours brooding over grievances that, in a year's time will be forgotten by us and by everybody. No, let us devote our life to worth-while actions and feelings, to great thoughts, real affections and enduring undertakings. For life is too short to be little."
André Maurois

zondag 5 januari 2014

Een beetje compassie voor Beyoncé alstublieft

Beyoncé en haar vriendje Jay-Z hebben een vegan "kuur" (een "cleanse") van 21 dagen gevolgd. Wat mij betreft: goede reclame om veganisme verder te mainstreamen. Toch stootte ik online op veel negatieve reacties vanuit de veggie- en dierenrechtenhoek.

De duidelijkste illustratie daarvan vond ik in een Amerikaans artikel op onegreenplanet.com. De auteur, een 23 jarige vrouw, is niet verrast dat Beyoncé gesignaleerd werd in een gewoon restaurant waar ze kreeft bestelde. Beyoncé zou het immers allemaal niet om de juiste redenen (namelijk: mededogen) doen.

Ik ga even voorbij aan het feit dat Beyoncé en Jay-Z nooit gezegd hebben dat ze veganisten gingen worden. Ze hebben, voor zover ik weet, hun engagement van 21 dagen volgehouden. Maar tot daar de celebrity gossip.



De auteur van het artikel gaat uit van heel wat aannames. Ze neemt aan dat ze weet waarom Beyoncé en partner begonnen aan die kuur, en waarom ze nu stopten, waarom ze naar dat restaurant gegaan zijn, enzovoort. En ze neemt aan dat dat allemaal voor de "verkeerde" redenen was. Nu zijn er duidelijk wel enige indicaties dat het koppel misschien wel wat speciaal wou doen, aandacht wou trekken enzovoort (hoewel je je kan afvragen of ze daar tekort aan hebben), maar dat zijn op zich geen voldoende redenen om aan te nemen dat we alles weten wat er te weten is. Zoals iemand me onlangs zei: misschien moeten we naast "slow food" en slow everything ook eens beginnen denken aan "slow opinion".

Ten tweede, en belangrijker: de auteur veroordeelt Beyoncé en Jay-Z omdat ze niet om de juiste redenen (ethische redenen) vegan eten, en omdat ze niet verder gaan dan voeding (Beyoncé draagt bont en droeg dat ook tijdens haar kuur). Als je vegetariër/veganist wordt, zo luidt het, moet het om de dieren zijn. En vandaar is veganisme dan ook meer dan een voedingswijze: je vermijdt dierenleed, niet enkel via je voeding, maar in je hele levensstijl, die gebaseerd moet zijn op mededogen en niets anders (zeker niet op trendy willen zijn, of gezondheidsissues, of wat dan ook).

Ik denk dat dit een redenering is die weinig zoden aan de veggiedijk zet:

Als iemand die zelf veganist werd - en het nog steeds is - om in de eerste plaats de dieren, begrijp ik natuurlijk wat de auteur bedoelt. We vinden het geweldig als mensen empathie kunnen opbrengen voor het leed van (landbouw)dieren, we willen dat ze compassie voelen, en dat ze om déze redenen geen dierlijke producten consumeren. Maar kunnen we even stilstaan en nadenken over hoe we dat willen bereiken?

Mensen kunnen de weg naar vegetarisme/veganisme en mededogen aanvatten voor andere redenen dan... veganisme en mededogen. Ze kunnen beginnen met vegetarisch eten vanuit peer pressure, om gezondheidsoverwegingen, omdat ze niet graag vlees eten, om weet ik veel wat voor redenen. Maar het belangrijkste is dat, eens ze op weg zijn, ze zich realiseren dat plantaardig eten lekkerder, makkelijker en haalbaarder is dan ze dachten, en dat op die manier ook hun weerstand tegenover de hele dierenrechtenfilosofie begint af te brokkelen. Hun hart en geest kunnen zich openen voor de ethische argumenten, nu er veel minder is dat hen tegenhoudt.

Belangrijk is dan dat mensen in elke stap aangemoedigd worden, hoe klein die ook is, en voor welke reden hij ook genomen wordt. We veranderen sneller door aanmoediging dan door veroordeling.

Bijna niemand van ons arriveert op het eindpunt (wat dat ook moge zijn) met één enkele stap. Ieder van ons heeft blinde vlekken, ieder van ons heeft dingen te leren. Geduld, begrip, en compassie, zowel voor onszelf als voor anderen, kunnen ons het beste vooruit helpen.

PS: Als ik veroordelend was ten opzichte van veroordelers, dan moet dat maar helpen om mijn punt te bewijzen :-)