woensdag 30 oktober 2013

Voor één dag CEO van McDonald's

Op 21 oktober 2013 deed ik een “jobswitch” met McDonald’s. Een jobswitch - een geweldig initiatief van de organisatie Kauri - houdt in dat twee CEO’s voor één dag van werk verwisselen. Stephan De Brouwer, CEO van McDonald’s Belgium, vatte dus post op het EVA hoofdkwartier in Gent, terwijl ik diezelfde dag van start ging in hun kantoor in Diegem. Bedoeling is te leren van elkaar, in het bijzonder rond alles wat met duurzaamheid te maken heeft, want daarrond werkt Kauri.


Job Switch Day EVA - McDonald's from KAURI on Vimeo.


Mijn McDonald’s-dag begon met een presentatie aan en meeting met het management-team. Je krijgt als directeur van een relatief kleine vzw niet elke dag de kans om de vleesproblematiek te schetsen aan mensen in die positie. Mooi meegenomen dus, en volgens mij lang niet overbodig. Op de middag reed ik van Diegem naar Geel, samen met de verantwoordelijke communicatie, en hadden we lunch in de plaatselijke McD. Er was - jawel - een McVeggie voor mij. Die staat naar ‘t schijnt maar in een paar van de bijna 70 restaurants op het menu, nadat hij initieel overal werd ingevoerd maar op de meeste plaatsen nauwelijks afname vond. Dat de McVeggie in Geel wel te krijgen was, heeft te maken met het feit dat in dat restaurant blijkbaar redelijk wat Indiërs binnenvallen, en komt misschien ook doordat de restaurantmanager een dochter heeft die vegetarisch eet (en ook EVA-lid is).Na de lunch ging het richting Gunther Bakeries, de industriële bakkerij die voor McD en andere bedrijven zo’n 1,2 miljoen buns per dag bakt (per dag, u leest het goed). Ik realiseer me dat veel andere “alternatief-etenden” en bewuste consumenten problemen zouden hebben met zo’n weinig ambachtelijke manier van broodjes bakken, maar ik, met mijn zwak voor automatisatie en efficiëntie, had er veeleer bewondering en fascinatie voor. De bedenking die ik maakte was: zo lang ze levenloze dingen als broodjes op een lopende band gooien maakt het me niet uit. Met dieren is het wat anders.


Na de bakkerij nam ik de trein vanuit Geel om op tijd in Gent te geraken voor de debriefing met de CEO van McDonald’s, in het bijzijn van David Leyssens, de directeur van Kauri. De meeting vond plaats in de Gentse McDonald’s op de ring. Het was van mijn studententijd en uiteraard pré-vegetarisch tijdperk geleden dat ik nog twee keer op één dag in een McD geweest was - dat was destijds op een trip met vrienden naar London. Toen aten we daar zes dagen lang twee keer per dag. En dat was niet het enige stukje duistere verleden dat die dag aan het licht kwam. Zoals ik in het filmpje zeg, had ik lang geleden, toen dat bewuste restaurant in Gent net openging, een protestactie georganiseerd met een kleine studentenorganisatie. Toen we EVA niet zo lang daarna in het leven riepen, hebben we het pad van de confrontatie al vlug verlaten en zijn we steevast de dialoog gaan opzoeken - een beslissing waarvan ik nooit spijt heb gehad.


Stephan had van zijn kant blijkbaar ook een interessante dag gehad op het EVA kantoor. Hij was onder de indruk van de ondernemers-spirit van mijn collega’s, en volgens hem zijn we een van de efficiëntste nonprofits die je kan vinden. We hebben namelijk iets dat vele andere organisaties niet hebben: EVA kan een ervaring bieden. De ervaring van koken en eten. En ervaringen zijn zoals we weten o zo belangrijk bij gedragsverandering.


Een raadseltje (of intelligentietest): Jommeke verhoudt zich tot Anatool zoals EVA zich verhoudt tot…? Jawel, de meest evidente antwoorden zijn organisaties zoals de Boerenbond of McDonald’s. En wat - zo wilt u misschien weten - denk ik ondertussen over McDonald’s? Dat vertellen is een moeilijke evenwichtsoefening tussen voldoende kritisch en voldoende aanmoedigend zijn. Met McDonald’s praten is naar bed gaan met de duivel, om het zo te zeggen. Of tenminste, zo ziet het er misschien uit voor vele grassroots activisten en NGO’s, die wellicht enkel tevreden zullen zijn wanneer McDonald’s ophoudt te bestaan.


Laat me duidelijk zijn: McDonald’s is in vele opzichten een problematisch bedrijf, niet alleen voor vegetariërs, maar ook voor mensen die streven naar gezonder eten, mensenrechten, een beter milieu, enzovoort. Ik ga hier geen verzameling links opgeven, want je vindt alles snel genoeg op het web. Maar het is me evenzeer duidelijk dat er ook in dit bedrijf inspanningen worden geleverd om de zaken duurzamer te maken (je vindt die op de site van McDonald’s Belgium). McDonald’s zal niet plots ophouden te bestaan, maar veranderen kan het wel, stap voor stap. Als McDonald’s echte impact wil genereren, zal het ooit een kritische blik moeten werpen op haar core business: de voedingsproducten die het aanbiedt, en met name het vlees. De grootste winst - zowel op het gebied van gezondheid als op het gebied van milieu als op het gebied van dierenwelzijn - is te boeken door het tenminste gedeeltelijk vervangen van vleesproducten door plantaardige producten. En daar zijn we nog niet. McDonald’s Belgium doet inspanningen wat betreft groene stroom, het ophalen van afval, en zelfs rond dierenwelzijn (het was het eerste grote voedingsbedrijf dat van kooieieren afzag en ophield met vlees af te nemen van gecastreerde varkens - wij zien natuurlijk liever geen eieren en geen varkens, maar 't is een begin), maar als het over gezonde voeding gaat, wordt er steevast met de salades gezwaaid. De echte waarde - zo zeg ik in het filmpje, en schreef ik al in een vorige post over McDonald’s - van de inspanningen die een bedrijf levert op het gebied van duurzaamheid of gezondheid is vaak niet eenvoudig in te schatten, als je voorbij windowdressing en duurzaamheid wil kijken. Als je de rol van die salades (die trouwens ook allemaal vlees of vis bevatten) wat van naderbij bekijkt, ben je niet echt onder indruk. Ze nemen een minimaal aandeel in de verkoop (minder dan 1%). En de Amerikaanse foodcriticus Mark Bittman rekende even voor wat de imposant klinkende 440 miljoen koppen fruit die op een jaar verkocht werden in de VS, effectief betekenen: niet meer dan 0.04 koppen per klant per dag.


Bittman is niet de enige van wie McDonald’s vaak een veeg uit de pan krijgt in de VS: ook de invloedrijke auteur Marion Nestle durft af en toe een woordje vuil te maken aan de burgergigant (hier gaat het over McDonald’s en goede doelen). Toch denk ik dat een zekere voorzichtigheid op zijn plaats is bij het beoordelen van McDonald’s als één monolitisch bedrijf. Niet alleen wordt het in alle landen redelijk zelfstandig aangevoerd door een nationaal hoofdkwartier: ook de individuele restaurants worden voor het grootste deel zelfstandig gerund door individuele franchisenemers. Wat in Amerika gebeurt, gebeurt niet noodzakelijk in België en omgekeerd. Het meest sprekende voorbeeld van nationale verschillen is misschien wel dat McD onlangs in Indië de eerste exclusief vegetarische vestiging opende.


Veggieburgers… natuurlijk hebben we erover gepraat. CEO Stephan De Brouwer heeft er zelfs drie verschillende helpen bereiden in de EVA keuken (waarvan hij er twee ok vond en eentje minder). Die veggieburger staat niet op het McDonald’s menu omdat er niet voldoende vraag naar is. Een andere kwestie is echter in welke mate McDonald’s via haar aanbod, en het goed in de markt plaatsen ervan, de vraag kan sturen. Ik denk dat McDonald’s, als een enorm bedrijf met een heel grote impact, in de context van de problemen van vandaag, een duidelijke verantwoordelijkheid te nemen heeft en zijn klanten best een stapje voor mag zijn, zoals ketens als Delhaize en Colruyt qua duurzaamheid sneller durven gaan dan hun klanten.
If you build it, they will come, zeggen ze aan de andere kant van de oceaan.






maandag 14 oktober 2013

Mona: een lekker stuk?

Zeggen dat mensen vervreemd zijn van wat ze eten, is een open deur instampen. Voor geen enkel voedingsproduct gaat die vervreemding méér op dan voor vlees. We weten doorgaans niet waar onze biefstuk of kotelet vandaan komt, en we zien zelden het dier achter het vlees. Wanneer we vlees zien, zien we het dier niet. Wanneer we het levende dier zien, denken we niet aan vlees.
Toch kom je af en toe situaties tegen waar de link wél expliciet gemaakt wordt, en waar je niet alleen het levende dier ziet, maar ook informatie over het eten van dat dier. Hier een scene die ik tegenkwam op een kinderboerderij...


Dit varken, Mona, zat alleen in haar stal. Ze wou er duidelijk uit, maar ze genoot zichtbaar van de aandacht die ze van ons kreeg. Voor mij is ze geen ding, maar iemand. Iemand met behoeften en gevoelens. Maar naast haar hing een poster waarop uitgelegd werd welk deel van Mona we waarvoor gebruiken - niet alleen voor vlees, maar ook voor lijm, pillen en veel andere doeleinden. Het vreselijke woord dat we voor varkens en andere dieren gebruiken, is "nutsdier". Een nutsdier is niet echt een levend wezen, maar een object of een instrument, dat Homo sapiens gebruikt voor een bepaald doel.

Nochtans denk ik dat heel veel mensen zich in haar nabijheid zouden realiseren dat Mona in intelligentie of emoties niet moet onderdoen voor een hond of kat. Ze zouden - daar ben ik zeker van - iets herkennen wanneer ze in Mona's ogen zouden kijken. Ze zouden er een nieuwsgierig, vriendelijk wezen zien. Als ze zichzelf tenminste zouden toestaan om... te voelen.

PS: Wie dit alles afdoet als "emotie", vergeet wellicht dat de hoofdreden waarom we vlees eten - omdat we het lekker vinden - ook emotie is.

zaterdag 12 oktober 2013

Geld verdienen om het weg te geven

De lonen van topmanagers, bankdirecteurs, politici en anderen zijn tegenwoordig nogal een hot topic. Bonussen, premies en gouden handdrukken zijn al gauw het voorwerp van een redelijk plat-populistisch discours, waarbij termen als "profiteurs" en "zakkenvullers" schering en inslag zijn.
Ik heb zelf ook altijd vragen gehad bij hoe hoog het salaris van vele mensen wel is, maar ik denk dat er interessantere invalshoeken zijn om naar dit thema te kijken dan botweg iedereen die meer verdient dan jezelf te bombarderen tot harteloze egoïsten.

We leven momenteel sowieso in een maatschappij waar inkomensongelijkheid welig tiert - dat is een feit. Je hoort dat dat in dit systeem van vrije markt en vraag en aanbod gewoon niet anders kan. Laat ons dat even in het midden. Waarin ik geïnteresseerd ben is: als er dan toch zoveel verdiend wordt, wat moeten we doen met al dat geld?

Met geld kan je leuke dingen doen, niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de dilemma's die filosoof Peter Singer (zie onder andere The Life you can Save) ons voorschotelt: welke plichten hebben wij tegenover (bijvoorbeeld) mensen die niet eens geld hebben om genoeg te eten, gegeven dat wij voldoende middelen hebben om effectief een verschil te maken voor hen? Singer gebruikt daarbij onder meer de vergelijking tussen een verdrinkend kind redden uit een vijver en een kind redden van de hongerdood in een ver land. Voor hem is er geen verschil, en in beide gevallen hebben we, als we dat kunnen, de morele plicht om te helpen.

Wie meer geld heeft, kan natuurlijk méér helpen. Vandaag stootte ik voor het eerst op het concept "earning to give" op de site 80000hours.org. Daar lees je dat je in een gemiddelde carrière 80.000 uren ter beschikking hebt, die je, als je wil, kan gebruiken om de wereld beter te maken. Een voor de hand liggende keuze voor mensen die daarin geïnteresseerd zijn (en dat zijn er gelukkig meer en meer) is te kiezen voor een job in de non-profit. Maar als jonge persoon kan je ook, van bij je studiekeuze, focussen op een carrière waarin je veel geld zal verdienen, om daar dan goed mee te doen. Je kan er een nieuw wereldverbeterend project mee starten, of je kan het geven aan een organisatie (liefst een efficiënte) met een goed doel . Dat kan allemaal nog tijdens je leven. Zo is The Giving Pledge een initiatief van Bill Gates en Warren Buffet dat miljardairs wil aanzetten om het grootste deel van hun fortuin nog voor hun dood weg te geven aan goede doelen. Het kan natuurlijk ook na je dood. In België zet Testament.be zich in om zoveel mogelijk mensen warm te maken om ten minste een deel van hun bezit na te laten aan een wereldverbeterend project.

Het is allemaal niet zo eenvoudig natuurlijk. Vaak (maar lang niet altijd) zijn goedverdienende functies ook deel van het probleem, en het zogenaamde filantrocapitalisme is niet meer dan de exponent van een maatschappelijke structuur waarbij we ons grote vragen kunnen stellen. En volgens onderzoek maakt geld corrupt, dus op het "rechte pad" blijven kan moeilijker zijn naarmate iemand geld geroken heeft.

Maar sowieso is het hoopgevend te zien dat er steeds meer mooie initiatieven rond geld en geven opduiken. Ik heb dan nog niet eens gesproken over dingen als crowdfunding, alternatieve munten, collaborative consumption, LETS, of organisaties zoals Fairfin die de investeringen van banken nauwlettend in het oog houden, enzovoort. Steeds opnieuw vind ik tussen alle zooi zoveel mooie dingen die vandaag voor 't eerst gebeuren. Ik kan er niet aan doen, sorry, maar ik heb hoop voor de toekomst.

PS: ik voeg hier even het artikel "10 geldvragen aan Tobias Leenaert" aan toe, dat een aantal maanden geleden verscheen in De Tijd.






donderdag 10 oktober 2013

Veeteelt nog schadelijker voor klimaat dan gedacht

Het IPCC (het klimaatpanel van de VN) publiceerde heel onlangs haar langverwachte vijfde Assessment Report over de klimaatverandering. De bottom line die vooral in de media kwam, was dat we nu nog zekerder zijn dat wij mensen de belangrijkste oorzaak zijn van de klimaatverandering. Maar er stond nog iets anders in dat interessant is: het broeikasgas methaan (CH4) blijkt nog schadelijker dan gedacht. Een van de belangrijkste bronnen van methaanuitstoot in de atmosfeer zijn de befaamde maag- en darmgassen (de boeren en winden, zeg maar) van koeien, geiten en andere herkauwers. In hun pens wordt methaan geproduceerd door bacteria. Samen met CO2 en lachgas is methaan een van de gassen die, wanneer ze vrijkomen, de klimaatverandering in de hand werken door warmte in de atmosfeer van de aarde vast te houden. CO2 is zo’n beetje het standaardgas, en als we willen weten hoe schadelijk de andere gassen zijn wat betreft hun klimaatveranderende effect, dan vergelijken we met CO2. CO2 heeft een zogenaamd global warming potential (GWP) van 1. Tot voor kort werd het GWP van methaan vastgelegd op 25: dat wil zeggen dat methaan 25 keer zo krachtig is als CO2 voor het veranderen van de temperatuur in onze atmosfeer. In haar laatste rapport stelde het IPCC het GWP van methaan echter bij naar 34, ofwel een verhoging van zomaar eventjes 40%. Maar hier houdt het niet op. De kracht van broeikasgassen neemt af met de tijd. Daarom verschilt hun GWP op basis van welk tijdskader men in acht neemt. Standaard gaat men uit van een tijdskader van honderd jaar. Als methaan dus een GWP van 34 (vroeger 25) krijgt, is dat op basis van die honderd jaar. In haar laatste rapport zegt het IPCC echter dat er geen wetenschappelijk argument is om voor een tijdsframe van honderd jaar te kiezen. Er zijn goede redenen om veeleer een periode van twintig jaar in acht te nemen, omdat we snel mogelijke zogenaamde tipping points aan het naderen zijn, en de komende decennia dus cruciaal zijn. Gezien op een periode van twintig jaar is het GWP van methaan niet 34, maar 86 (vroeger 72). De directe emissies van de Vlaamse landbouwsector bedragen in 2011 volgens het Voortgangsrapport 2011 7391 kiloton CO2 equivalenten. Dat is ongeveer 15% van de Vlaamse emissies buiten de Europese emissiehandel (niet-ETS). Het aandeel van de broeikasgassen binnen de landbouwsector bedraagt  39% methaan, 36% koolstofdioxide en 25% lachgas. De veehouderij is daarbij verantwoordelijk voor ongeveer 70% van de broeikasgasemissies van de landbouw. De methaanemissies van de veehouderij tekenen zelfs voor 77% van de totale methaanuitstoot in Vlaanderen. Wanneer de nieuwe IPCC waarden zullen gebruikt worden in de klimaatrapportering zal het belang van de methaanuitstoot van de veehouderij aanzienlijk toenemen in de totale uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen. De methaanemissies binnen de Vlaamse veeteelt stijgen in CO2-equivalenten met zo’n 60%, en de totale emissies van de Vlaamse veeteelt stijgen in CO-equivalenten met 20%. Vooral de niet-ETS emissies zijn van belang voor het Vlaamse beleid omdat de reducties onder de verantwoordelijkheid vallen van onze beleidsmakers: tegen 2020 moeten de niet-ETS emissies van België met 15% dalen in vergelijking met 2005, volgens de Europese effort sharing decision. In België lijkt de vleesconsumptie ondertussen licht achteruit te gaan, en durft ondertussen zelfs de Boerenbond schoorvoetend toe te geven dat we te veel vlees eten. Consumptievermindering heeft echter wel een goed effect op de volksgezondheid, maar als we de milieu-impact van vlees willen aanpakken, en als België haar uitstoot wil verminderen, dan is het tijd dat we de afbouw van de veestapel op de agenda plaatsen.

Met dank aan Mathias Bienstman en Guy Frederickx