donderdag 10 oktober 2013

Veeteelt nog schadelijker voor klimaat dan gedacht

Het IPCC (het klimaatpanel van de VN) publiceerde heel onlangs haar langverwachte vijfde Assessment Report over de klimaatverandering. De bottom line die vooral in de media kwam, was dat we nu nog zekerder zijn dat wij mensen de belangrijkste oorzaak zijn van de klimaatverandering. Maar er stond nog iets anders in dat interessant is: het broeikasgas methaan (CH4) blijkt nog schadelijker dan gedacht. Een van de belangrijkste bronnen van methaanuitstoot in de atmosfeer zijn de befaamde maag- en darmgassen (de boeren en winden, zeg maar) van koeien, geiten en andere herkauwers. In hun pens wordt methaan geproduceerd door bacteria. Samen met CO2 en lachgas is methaan een van de gassen die, wanneer ze vrijkomen, de klimaatverandering in de hand werken door warmte in de atmosfeer van de aarde vast te houden. CO2 is zo’n beetje het standaardgas, en als we willen weten hoe schadelijk de andere gassen zijn wat betreft hun klimaatveranderende effect, dan vergelijken we met CO2. CO2 heeft een zogenaamd global warming potential (GWP) van 1. Tot voor kort werd het GWP van methaan vastgelegd op 25: dat wil zeggen dat methaan 25 keer zo krachtig is als CO2 voor het veranderen van de temperatuur in onze atmosfeer. In haar laatste rapport stelde het IPCC het GWP van methaan echter bij naar 34, ofwel een verhoging van zomaar eventjes 40%. Maar hier houdt het niet op. De kracht van broeikasgassen neemt af met de tijd. Daarom verschilt hun GWP op basis van welk tijdskader men in acht neemt. Standaard gaat men uit van een tijdskader van honderd jaar. Als methaan dus een GWP van 34 (vroeger 25) krijgt, is dat op basis van die honderd jaar. In haar laatste rapport zegt het IPCC echter dat er geen wetenschappelijk argument is om voor een tijdsframe van honderd jaar te kiezen. Er zijn goede redenen om veeleer een periode van twintig jaar in acht te nemen, omdat we snel mogelijke zogenaamde tipping points aan het naderen zijn, en de komende decennia dus cruciaal zijn. Gezien op een periode van twintig jaar is het GWP van methaan niet 34, maar 86 (vroeger 72). De directe emissies van de Vlaamse landbouwsector bedragen in 2011 volgens het Voortgangsrapport 2011 7391 kiloton CO2 equivalenten. Dat is ongeveer 15% van de Vlaamse emissies buiten de Europese emissiehandel (niet-ETS). Het aandeel van de broeikasgassen binnen de landbouwsector bedraagt  39% methaan, 36% koolstofdioxide en 25% lachgas. De veehouderij is daarbij verantwoordelijk voor ongeveer 70% van de broeikasgasemissies van de landbouw. De methaanemissies van de veehouderij tekenen zelfs voor 77% van de totale methaanuitstoot in Vlaanderen. Wanneer de nieuwe IPCC waarden zullen gebruikt worden in de klimaatrapportering zal het belang van de methaanuitstoot van de veehouderij aanzienlijk toenemen in de totale uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen. De methaanemissies binnen de Vlaamse veeteelt stijgen in CO2-equivalenten met zo’n 60%, en de totale emissies van de Vlaamse veeteelt stijgen in CO-equivalenten met 20%. Vooral de niet-ETS emissies zijn van belang voor het Vlaamse beleid omdat de reducties onder de verantwoordelijkheid vallen van onze beleidsmakers: tegen 2020 moeten de niet-ETS emissies van België met 15% dalen in vergelijking met 2005, volgens de Europese effort sharing decision. In België lijkt de vleesconsumptie ondertussen licht achteruit te gaan, en durft ondertussen zelfs de Boerenbond schoorvoetend toe te geven dat we te veel vlees eten. Consumptievermindering heeft echter wel een goed effect op de volksgezondheid, maar als we de milieu-impact van vlees willen aanpakken, en als België haar uitstoot wil verminderen, dan is het tijd dat we de afbouw van de veestapel op de agenda plaatsen.

Met dank aan Mathias Bienstman en Guy Frederickx