woensdag 12 augustus 2015

Mag het even over de dieren zelf gaan?

Dit stuk verscheen in De Standaard van 12 augustus 2015

Rachida Aziz plaatste in deze krant de polemiek over onverdoofd slachten op dezelfde hoogte als het hoofddoekendebat: onversneden islamofobie. Volgens haar zijn de laatste minuten van een dierenleven een detail in vergelijking met de rest ervan. Ik hoop dat ik het daarmee oneens mag zijn zonder van islamofobie te worden beschuldigd?

Het is enkel bij dieren dat we het belang van die laatste minuten zo zouden durven relativeren. En zelfs niet bij alle dieren. Wanneer we onze kat of hond laten inslapen in de meest vredevolle omstandigheden, krijgen zij voor de dodelijke injectie eerst een verdovend spuitje. Als we respect hebben voor hun lijden, doen we dat zo.



De Europese federatie van dierenartsen zegt dat we in geen enkele omstandigheden dieren zouden mogen doden zonder verdoving. Homo sapiens maakt jaarlijks koteletten, steaks, nuggets, schoenen en handtassen van zo’n zestig miljard dieren. Zolang we hen willen eten of dragen - wat absoluut niet hoeft -  is het minimum minimorum dat we het leven van deze dieren beëindigen op een zo pijnloos en rustig mogelijke manier.

Dat zou eigenlijk een evidentie moeten zijn. Toch worden maatregelen in die richting in twijfel getrokken of gesaboteerd. De dieren - die zelf jammer genoeg geen stem hebben in dit debat - zijn hier de allereerste betrokkenen, en zijn de slachtoffers van het politiek getouwtrek. Zelfs bij Rachida Aziz, een vegetariër, gaat het uiteindelijk niet over de dieren zelf. Als ik even mag veralgemenen: xenofoben gebruiken de discussie om te fulmineren tegen moslims; atheïsten zetten er een boompje tegen religie mee op. Moslims willen met de discussie aantonen hoe onverdraagzaam Vlamingen zijn. Links gebruikt het debat om aan te tonen hoe hypocriet rechts is, rechts doet hetzelfde voor links. En vegetariers gebruiken de discussie om te tonen hoe schijnheilig al de rest is.

Ik begrijp dat velen tenminste ten dele voor het verbod zijn om xenofobe redenen. Anderen, zoals Rachida Aziz, zijn tegenstander vanuit de beste intenties. Zij maken zich zorgen over het verder in de hand werken van de discriminatie van minderheidsgroepen. We moeten waken over de vrije culturele en religieuze beleving van anderen. Maar dergelijke bezorgdheden, hoe gegrond ook, kunnen en mogen volgens mij in dit geval niet primeren.

Lijden komt voor alles. Het is dé universele subjectieve ervaring - tenminste voor alle welzijnsgevoelige wezens. Pijn vermijden we, plezier zoeken we op. Lijden is niet iets dat we geleerd hebben - in tegenstelling tot cultuur of religie - maar komt voort uit wie we zijn. We kunnen en moeten tegen het leed van onverdoofd slachten zijn, zonder ons voor een of andere kar te laten spannen.

Volgens de oppositie moet Weyts meer consistent zijn in zijn dierenwelzijnsbeleid, wil hij niet overkomen als iemand die moslims viseert. Sp.a. wijst erop dat de minister bijvoorbeeld de uitbreiding van het jachtdecreet of nieuwe pelsdierkwekerijen niet zou mogen goedkeuren. Anderen gaan nog verder: Weyts zou zijn edele motieven moeten bewijzen door ook jacht en visvangst (waarbij dieren evenmin verdoofd worden) aan te pakken, of meteen maar elke praktijk die indruist tegen dierenwelzijn. En Aziz spreekt over het starten van een dialoog over onze vleesconsumptie. Dat zijn allemaal voorstellen die ik uiteraard zeer genegen ben. Maar ze brengen ons in een straatje zonder eind.

Het leed dat wij dieren aandoen, is zo onvoorstelbaar groot en veelomvattend, dat we niet anders kunnen dan stapsgewijs gaan, en elke mogelijke stap moeten zetten. Sommige van die stappen zullen een mix van zuivere en minder zuivere motivaties achter zich hebben, maar daar valt weinig aan te doen. Politieke recuperatie is van alle tijden. We kunnen altijd redenen vinden om alles en iedereen van hypocrisie of inconsistentie te beschuldigen. Dat er nog veel andere misbruiken bestonden en bestaan, heeft ons er echter niet van weerhouden om  - ik zeg maar wat straatpaardenkoersen, kattenwerpen of legbatterijen te verbieden.

De “beschaafde samenleving” waarover Weyts spreekt, is op alle gebieden nog ver weg - zijn partij mag gerust ook even de hand in eigen boezem steken - en er zal heel wat meer voor nodig zijn dan een verbod op rituele slacht. Maar ondertussen: voorwaarts graag.

maandag 3 augustus 2015

Het leed van een leeuw

Dit stuk verscheen in De Standaard van 3/8/2015

Cecil de leeuw, de trots van de Zimbabwaanse vlakten, is niet meer (DS 30 juli) . Hij werd neergeschoten door iemand die van plan was om een tapijtje van zijn vel te maken en zijn hoofd boven zijn haard te hangen.

Niet alleen is de tragische held van dit verhaal charismatisch en fotogeniek: ook de ‘slechterik’ spreekt tot de verbeelding: Walter Palmer, een rijke Amerikaanse tandarts, was gewapend met een kruisboog en ging ’s nachts te werk.

Cecil en Palmer zijn de sterren van het Oscarwinnend drama dat momenteel overal ter wereld mensen geboeid houdt. De strijd is al beslecht, maar ondertussen is de tandarts op de vlucht en is de jager het wild geworden. Er werden al duizenden doodsbedreigingen geuit aan Palmers adres. En dat is klein bier vergeleken met wat de man mogelijk nog te wachten staat. Een petitie voor zijn uitlevering, op de website van het Witte Huis, werd al ondertekend door ruim 220.000 mensen. En Zimbabwaanse gevangenissen hebben geen al te beste reputatie. Je zou voor minder vluchten.



Mascotte

Leeuwen zijn sowieso prachtige, grote, charismatische dieren, maar Cecil was niet zomaar een leeuw: hij was een beroemdheid onder de leeuwen in Zimbabwe, een soort mascotte. Cecil maakte deel uit van een onderzoeksproject van de universiteit van Oxford en droeg een gps – die de daders zonder succes probeerden te vernietigen. En Cecil werd illegaal gedood: hij werd weggelokt van een terrein waar niet gejaagd mocht worden.

Het zijn allemaal factoren die onze verontwaardiging over dat euvel aanwakkeren. Maar die factoren, hoewel bezwarend, zijn moreel nauwelijks relevant. Wat hier echt telt, is niet dat hij beroemd, groot, sterk, mooi of leeuw was. Wat telt, is dat hij een wezen was met gevoelens en belangen. Een wezen dat genot en pijn kon ervaren.

Na een mislukt kruisboogschot van Palmer heeft Cecil veertig uur liggen lijden voor hij gevonden en afgemaakt werd. Het is daarnaar dat onze aandacht moet uitgaan. Als we Cecils lijden en doden niet oké vinden en menen dat hij dat niet heeft verdiend, dat niemand dat verdient, dan kunnen we misschien ook, langzaam maar zeker, gaan openstaan en ontvankelijk worden voor het leed van zovele anderen.

De miljarden andere

Want die enige relevant eigenschap, zijn welzijnsgevoeligheid, heeft Cecil gemeen met miljarden andere wezens, die geen naam hebben, maar die evenzeer afzien. Ik ben erg blij dat zoveel mensen verontwaardigd zijn over wat er met deze leeuw gebeurde. En ik hoop dat die verontwaardiging en compassie kunnen overvloeien naar andere domeinen. Cecil was één dier. De andere, jaarlijks 600 gestroopte leeuwen voelen zoals Cecil. Alle andere geslachte dieren voelen zoals leeuwen. En de 180 miljoen kippen, varkens en koeien die dagelijks (jawel) gedood worden voor voedsel, zij voelen evenzeer.

Het is ook die welzijnsgevoeligheid, de capaciteit tot geluk en leed, die mensen en dieren verbindt. Het is de eigenschap die niet alleen mensen van een verschillende huidskleur, geslacht, seksuele oriëntatie of religie, maar ook menselijke en niet-menselijke dieren verenigt. Het is de eigenschap die over de soortgrenzen heen springt. Je kan lijden en genieten, of je nu blank bent of zwart, man of vrouw, een opponeerbare duim hebt of manen, een slurf, een staart of vleugels hebt. Het zal nog even duren, maar eens komt het besef dat we in het vermogen tot genot en lijden allemaal heel erg gelijkend zijn.