vrijdag 27 december 2013

Op de wereld geworpen

Hoe zou het voelen om geboren te worden zonder iemand in de buurt die om je geeft?

Sommige gevoelens kun je beter verwoorden... in het Duits.

De Duitse filosoof Martin Heidegger vond ooit het woord “Geworfenheit” uit. Letterlijk: het geworpen zijn (thrownness, in het Engels). Het is een perceptie van hoe de mens op aarde terechtkomt: we worden hier als het ware gegooid. We zijn hier plots, zonder te weten wat of hoe of waarom. Het is alsof je eensklaps neergekwakt wordt op deze planeet, verdwaasd rond je heen kijkt, en dan je eigen weg moet zoeken.

Gelukkig krijgen de meesten van ons van meet af aan heel wat steun, en valt dat in zekere zin nog mee met die "geworpenheid". We worden (tenminste in het westen) doorgaans geboren in comfortabele en hygiënische omstandigheden, we vinden ons omringd door de warmte van een gezin, maar bovenal: er is een moeder die het allerbeste met ons voorheeft en bij wie we ons van het eerste moment veilig voelen.

Hoewel Heidegger daar misschien niet stil bij heeft gestaan, is het begrip Geworfenheit in zekere zin (zoals ik het hier interpreteer) nog meer van toepassing op pasgeboren dieren in de landbouw. Zij hebben wel een moeder, maar in vele gevallen is die maar een fractie van een moment in hun leven aanwezig. Kuikens zullen hun moeder zelfs nooit zien. Kalfjes en andere zoogdieren worden er onmiddellijk van gescheiden.

Natuurlijk mogen we niet zomaar alle menselijke gevoelens projecteren op dieren, die die gevoelens misschien niet kennen of niet in die mate beleven. Maar evenzeer moeten we er ons voor hoeden om dieren niet teveel gevoelens te ontzeggen. Het lijkt voor zich te spreken dat de ouder-kind band ook bij niet-menselijke dieren een basisgegeven is - met alle instincten en emoties die daarbij horen.

We kunnen voorlopig niet in dieren hun hoofd kijken (we kunnen zelfs niet in andere mensen hun hoofd kijken), maar met een beetje gezond verstand en empathie, en met behulp van deze foto's, kan je je wel een beeld vormen van hoe het moet voelen om zo op aarde geworpen te worden...

   (http://www.janvanijken.com/)





(deze laatste afbeelding toont individuele kalverboxen in de Amerikaanse staat Oregon. Elke box bevat een individueel kalfje, dat zijn moeder na de geboorte nooit meer gezien heeft.)


donderdag 26 december 2013

Veggie rituelen: over kalkoenen en kerstkado’s

Om vlees te eten moet je - voorlopig nog - dieren doden. Wanneer ik argumenteer dat tegenover dat doden van een dier eigenlijk alleen maar een heel tijdelijk smaakgenot staat, dan realiseer ik me zelf wel dat dat misschien een tikkeltje te kort door de bocht is. Smaak is - zeker hier bij ons in het westen - met verve de belangrijkste reden waarom mensen vlees eten. Maar er zijn er ook andere. En dat wil zeggen: er zijn ook andere zaken die mensen denken te zullen verliezen wanneer ze zouden ophouden met vlees eten.

Ik ga even voorbij aan de (volgens de Boerenbond zelfs “ongelooflijke”) voedingswaarde van vlees, aangezien ondertussen wel duidelijk is dat we vlees - of dierlijke producten in het algemeen - niet nodig hebben voor onze gezondheid. Onder de dingen die volgens sommige mensen mogelijks verloren zouden gaan wanneer we vlees uit ons menu en onze cultuur schrappen, zitten zaken als tradities, gezelligheid, symboliek en rituelen. Een van de auteurs die het soms heeft over de symbolische waarde van vlees, de rituelen en de verhalen die erin zitten, is Jonathan Saffran Foer, auteur van het -als-je-het-nog-niet-gelezen-hebt-moet-je-het-nu-lezen boek Dieren Eten.*

Ergens in zijn boek - of in een of ander interview, vertelt Foer hoe we het ritueel van die kalkoen en de verhalen die we errond vertellen, kunnen vervangen door andere rituelen en andere verhalen. En inderdaad: het niet eten van die kalkoen kan aanleiding geven tot een veel betekenisvoller ritueel en interessantere verhalen dan hem wél eten. Met de familie onder elkaar het hebben over waarom dat dier niet op je bord belandt, samen even babbelen over de waarden die aan de keuze te grondslag liggen… hoeveel interessanter kan dat niet zijn dan het mindless eten van een gefolterd dier? (mindful vlees eten - de hele achtergrond indachtig - is bijzonder moeilijk denk ik)




Met mijn familie - waar gelukkig al een tijdje geen dode dieren meer op tafel komen - hebben we dit jaar voor het eerst ook een ander ritueel overboord gegooid en vervangen door een wat mij betreft veel mooier: dat van het kopen en openen van de kadootjes. Op het eerste gezicht lijkt het iets moois, dat “schenken” aan elkaar. Maar uiteindelijk gaat het om consumeren, om elkaar dingen te geven die we niet nodig hebben - ook dit jaar moest ik weer hard denken over iets wat ik wou (om te vragen bij de schoonfamilie). Ik zag ook hoe de kinderen (voor wie er wel nog kadootjes waren) al naar het volgende pakje keken terwijl het vorige nog maar half opengedaan was.

En dus was er dit jaar een nieuw gebruik: elk familielid stelt mondeling, kort en krachtig, een goed doel voor. Hij of zij vertelt waarom die of die organisatie onze steun verdient voor wat ze doen - of het nu gaat om Syrische vluchtelingen, autistische kinderen, cliniclowns, straatkatten, enzovoort. Na het horen van de verschillende opties hebben we even gediscussieerd, en vervolgens heeft iedereen op een papiertje drie, twee of één punt gegeven aan de goede doelen van zijn of haar keuze, waarna er uiteindelijk één winnaar uit de bus kwam.

Het was voor mij een gigantische verademing: geen stress meer rond die kado’s, geen consumentisme, geen dingen mee naar huis die ik niet nodig heb… maar in de plaats daarvan: een veel zinvoller ritueel dat mensen “echter” kan verbinden dan de gewone kerstpakjes. En ook: een heel warm gevoel, en alvast één organisatie die een klein beetje meer middelen heeft om haar werk te doen. Ik kan het van harte aanbevelen.

De angst om dingen te verliezen, hoe eeuwenoud ze ook zijn, houdt ons zo vaak tegen om vernieuwing en verbetering te vinden. Maar alles, van kalkoenen tot kerstkado's, kan mooier, beter, met meer compassie. We moeten er alleen maar een beetje open voor staan.



* Andere interessante lectuur over de symboliek achter vlees is Meat, a natural symbol, van Nick Fiddes.





zaterdag 21 december 2013

Plantaardige gastronomie: ze kunnen het!

Ik eet graag. Wanneer ik op reis ga (vooral in de VS), krijg ik te horen dat ik op Facebook enkel foto’s zet van eten. Eten is een van mijn passies. Koken ook.
Ik ga regelmatig uit eten, maar doorgaans zijn de plaatsen die ik bezoek van het eethuis-niveau. Dat komt niet alleen doordat alle vegetarische restaurants sowieso in die categorie zitten, maar ook omdat culinaire uitspattingen budgettair niet altijd evident zijn.
Helemaal maagd op het gebied van haute cuisine of gastronomie ben ik dan ook weer niet. Destijds, toen Frank Fol zijn restaurant Sire Pynnock in Leuven nog openhield, heb ik daar een paar keer geweldig lekker vegan gegeten. Eén keer heeft Frank me getrakteerd, en de andere keer werd ik getrakteerd door een journalist - het geld ik zo niet moest uitgeven, was ik daarna kwijt aan een taxi Leuven - Gent, nadat ik de laatste trein gemist had. Maar ik dwaal af.
Sire Pynnock dus, en een trapje lager, de gastronomische diners van EVA, in Avalon of in de Vegetarische Kookstudio, dat zijn dingen die ik al heb meegemaakt. En nu, deze week, een viergangen lunch in restaurant Coeur d’Artichaut, toen de stad Gent samen met EVA een twintigtal Gentenaars trakteerde.
Tom Van Lyssebetten is de jongeman die daar achter het fornuis staat. En boy, wat een memorabele maaltijd (hier de recepten) heeft ie ons bezorgd. Nu mag u denken: Tobias eet zelden op enig niveau, dus weet hij veel! Dat zou een terechte opmerking zijn, ware het niet dat aan mijn dis een paar andere (niet vegetarische) genodigden zaten die iets meer gewend waren van deftig te tafelen. En ook zij vonden het geheel niet te versmaden.



En ik dacht bij mezelf: ze kunnen het wél, die chefs. Een klassiek geschoolde chef die een beetje van goede wil is en een zekere creativiteit in zijn vingers heeft, kan duidelijk iets geweldigs uit zijn koksmouw schudden. Zelf ben ik al vijftien jaar een vegan amateurkok. Ik ben ongeveer elke dag met plantaardige voeding bezig. Tom Van Lyssebetten is er nauwelijks mee bezig, maar steek hem die opdracht in zijn pollen en hij maakt er iets schitterends van. Stel je dan voor dat ie zich daar eens op toelegt. Wat kan daar allemaal aan moois uitkomen!
De mogelijkheden zijn eindeloos. Ik heb me laten vertellen dat er op de wereld 80.000 eetbare plantensoorten zijn, terwijl 90 % van wat we eten wordt ingevuld door slechts 20 verschillende soorten. Dus beeld je in wat er nog allemaal te ontdekken is. En stel je voor wat er gebeurt wanneer meer en meer mensen ervaren dat je geweldig heerlijk kan eten, op dat niveau, zo esthetisch verantwoord ook, zonder dierlijke producten.
En dan ben ik nog niet eens naar een sterrenrestaurant geweest.

zondag 15 december 2013

De valse romantiek van boer Jef

Dierenrechtenorganisatie Bite Back heeft undercoverbeelden gemaakt in negen Vlaamse varkensbedrijven en het resultaat is niet fraai. Landbouworganisaties Boerenbond en ABS verdedigen zich als duivels in een wijwatervat: de beelden zouden misleidend zijn en een vertekend beeld geven van de varkenshouderij.

Laten we niet flauw doen: als je iets op televisie wil krijgen, moet je selecteren en monteren, en zet je de spots op een aantal in het oog springende zaken. Dat kan niet anders. Nochtans zouden de beelden van geplette biggen zelfs niet nodig moeten zijn. De dagelijkse werkelijkheid waarin deze dieren leven is ook zonder incidenten erg genoeg. Het gaat om korte levens waarin verveling, ongemak en stress de belangrijkste constanten zijn. Vervang in het filmpje van Bite Back de varkens door honden en je krijgt een idee van wat er eigenlijk aan de gang is.

Boerenbond en ABS hebben gelijk: verkeerde beeldvorming over de vleesproductie is een probleem. Maar in de omgekeerde zin. Als we überhaupt al een beeld hebben van het dier achter onze kotelet, kippenpoot of biefstuk (en vaak hebben we dat helemaal niet meer), dan is dat nog steeds het idee van gelukkige, blij rondscharrelende, kakelende of door de wei huppelende dieren, die boer Jef, riek in de hand, stuk voor stuk bij naam kent. Die illusie wordt overigens wél nog in stand gehouden in reclamespotjes voor vlees van Vlam, dat instaat voor de marketing van Vlaamse landbouwproducten. In hun animaties hebben we voorwaar al varkens gezien die gemasseerd worden (u leest het goed). Van welke kant komt de misleiding dan precies?



Nu, dat dergelijke campagnes de boeren op de zenuwen werken, kan ik begrijpen. Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche deed in Reyers laat een oproep om de boeren niet te criminaliseren. Hier ben ik het met hem eens: hen treft niet alle schuld, en ik geloof in de goede intenties van de meesten. Maar ik stel me voor dat we op een dag allemaal samen tot de conclusie komen dat de intensieve veeteelt een voedselproductiesysteem is dat niet deugt. Daarbij zullen we niemand met de vinger wijzen. Het maakt niet uit wie het systeem ontwikkelde, wie er nu van profiteert of wie het in stand houdt – producent, supermarkt, of consument. Ergens is het fout gelopen en we willen ervan af. We zullen ons realiseren dat er leukere jobs zijn dan dieren kweken in donkere hokken, dat er mooiere manieren bestaan om geld te verdienen, en dat er gezondere en meer diervriendelijke alternatieven zijn om te eten.

Is het idee voor zo’n evolutie naar een mooier, ethischer en duurzamer voedselsysteem naïef? Misschien, maar het is zeker niet naïever dan het idee dat de vleesindustrie in haar huidige vorm zal blijven voortbestaan.

Dit stuk verscheen in De Standaard van 14/12/2013 





dinsdag 3 december 2013

Voedselverspilling en vleesvermindering in het Europees Parlement

Dinsdag was ik in het Europees parlement voor een meeting over duurzame voeding. Initiatiefnemer was Edward McMillan Scott, een van de vice presidents van het parlement. Hij introduceerde zijn assistente als een vegan, die hem overtuigd had om te stoppen met vlees te eten. Vervolgens had hij het over de dokter van het Europees Parlement, die verantwoordelijk is voor de gezondheid van 6.000 mensen daar: ook die brave man eet geen vlees. Ook een ex-Europees parlementslid in het publiek outte zich als vegetariër en ditto voor de persoon die naast mij zat en voor het European Heart Network werkt. In de korte presentaties, tenslotte, kwam vleesvermindering eveneens geregeld aan bod - onder andere in de speech van Duncan Williamson van WWF. En Janez Potocnik, eurocommissaris voor het milieu, ziet er helemaal een veggie uit, maar het kan zijn dat hij het niet durft zeggen.


Dus ‘t is niet dat het thema vleesvermindering/veggie afwezig is in deze hogere Europese kringen. Maar toch. Het belangrijkste onderwerp van discussie was een zogenaamde “communication” (een soort nota) over duurzame voeding die ergens volgend voorjaar (veel later dan verwacht) zal verspreid worden. Die nota zal zo ongeveer helemaal focussen op slechts één aspect van duurzame voeding: voedselverspilling.


Voedselverspilling is natuurlijk een belangrijk onderwerp waarmee veel duurzaamheidswinst te boeken is. Het is echter ook een heel makkelijk thema: niemand is tegen het terugdringen van voedselverspilling. Dat maakt dat het mogelijk erg impactvol is (want zeer pragmatisch gekozen), maar tegelijkertijd ook een beetje flauw. Voedseverspilling, hoe belangrijk ook, ligt politiek niet gevoelig. Ook onder de consument is het op heel korte tijd een hot en algemeen aanvaard topic geworden, waarover de verontwaardiging groot en tastbaar is.
Verschillende organisaties probeerden al te lobbyen om te zorgen dat de nota over méér zou gaan dan enkel die verspilling, maar Potocnik was heel duidelijk: het kan niet, het lukt niet. Praten over consumptie ligt véél te gevoelig en veroorzaakt veel te veel politieke tegenstand. We kunnen enkel doen wat haalbaar is, aldus de eurocommissaris.


Terug naar voeselverspilling. De link tussen dat thema en het vegetarische (minder/geen dieren eten) thema is er wel degelijk. Langs de ene kant gaat heel veel voedsel dat direct door mensen consumeerbaar is, naar dieren, en dat betekent verspilling. Langs de andere kant betekent een reductie van voedselverspilling en een meer efficiënt gebruik van het bestaande voedsel, ook dat er minder voedsel moet worden geproduceerd, en dat er dus minder dieren moeten gedood worden. Niet minder dan een derde van ons voedsel wordt weggegooid. Neem daar dan ook nog eens bij dat de gemiddelde westerse consument een derde te veel eet. Als niemand nog iets weggooit en niemand te veel eet, heb je plots voldoende aan één derde van het geproduceerde voedsel en dus het aantal gedode dieren.

De strijd tegen voedselverspilling is dus enorm belangrijk, om vele redenen. Maar op zich is hij niet voldoende, en zal de overheid op een gegeven moment niet anders kunnen dan zich te focussen op consumentengedrag. Het is een kwestie van tijd.

donderdag 28 november 2013

Thanksgiving en dankbaarheid

Gisteren was het in de Verenigde Staten Thanksgiving. Hier bij ons bestaat dat feest niet, en ergens is dat jammer, want eens stilstaan bij waar je dankbaar voor bent, is een mooi en nuttig gebaar.

Een van de vele zaken waar ik dankbaar voor ben, is voor de grote en steeds groeiende massa mensen die samen zonder ophouden ijveren voor de veggie zaak. Ik heb het geluk gehad vele activisten te mogen ontmoeten, zowel in Noord- en Zuid-Amerika, Azië als Europa. Geweldig is het, hoe je, waar je ook komt, mensen ontmoet die ijveren voor hetzelfde, die in hetzelfde geloven en helemaal met dezelfde dingen bezig zijn. Ik ben mensen tegengekomen die individueel actief zijn, mensen in grassroots clubjes, tot mensen met belangrijke functies in grote organisaties. Vaak zijn die mensen vrijwilligers, maar als ze betaald worden, werken ze hard voor een beperkt loon. Het zijn mensen die organiseren, die koken, die brieven schrijven, die protesteren, die websites onderhouden, geld inzamelen, schrijven, lezingen houden, etentjes plannen, lobbyen of campagnevoeren. Ik zie overal een eindeloze betrokkenheid, een gigantische passie, een enorme drive om van veggie het nieuwe normaal te maken, om de planeet vooruit te helpen, en vooral om de dieren uit de voedselketen te halen.

De enige reden waarom eender welke beweging kan doodbloeden, is wanneer haar activisten het opgeven. Ik zie geen spoor van opgeven. Ik zie mensen die al decennia bezig zijn en ongetwijfeld nog evenveel jaren verder zullen gaan. Ik zie wereldwijd altijd maar meer acties, altijd maar meer bewustzijn, altijd maar meer creativiteit, altijd maar meer middelen, altijd maar meer resultaten.

Dank zij het werk van al deze geweldige mensen zijn we ondertussen voorbij het point of no return geraakt. Het zal nog zijn tijd nodig hebben, maar ik zie geen enkele reden waarom we niet zouden slagen in ons opzet. Ik zie geen enkele reden waarom we ooit allemaal samen niet zouden inzien dat dieren eten overbodig is.

Mijn dank dus, aan iedereen zich hiervoor inzet.

donderdag 7 november 2013

Veggie met sterren als wegbereider

Dit stuk verscheen in De Standaard van 7/11/2013

Gidsen zoals de Bib Gourmand gaan op zoek naar het betere restaurant waar je voor minder dan 35 euro kunt tafelen. In heel het landschap van vegetarische restaurants is echter nauwelijks een restaurant te vinden waar een hoofdgerecht meer dan 10 à 15 euro kost. Vegetarische restaurants zijn bijna allemaal opgevat als dagschotelrestaurants: je kunt er degelijk, lekker en betaalbaar eten, maar deze zaken hebben bijna per definitie niet de ambitie om op gastronomisch niveau te werken.
Risico
Enerzijds is dat een soort zelfbevestigende traditie geworden. Wanneer nieuwe vegetarische restaurants opengaan, wordt die dagschotelformule niet ter discussie gesteld. Ze werkt namelijk. Voorlopig is het nog een niche en dus gaat er – in een al niet gemakkelijk horecaklimaat – een groter risico gepaard met het openen van een meer gastronomisch vegetarisch restaurant. Misschien ontbreekt het de vegetarisch gezinde Vlaming ook nog aan ondernemingsgeest en lef. Neem daarbij dat vegetarisch koken in een restaurant wellicht arbeidsintensiever en mogelijk duurder is. Groenten schillen, snijden en prepareren vergt meer werk dan een stuk vlees bakken.
Toch is het niet onbelangrijk om een vegetarische keuken van gastronomisch niveau te ontwikkelen – zoals onder meer in de Verenigde Staten het geval is. Omwille van de duurzaamheid zal de westerse eetcultuur ongetwijfeld evolueren naar een keuken waar de nadruk meer ligt op plantaardige producten dan op dierlijke. Meer vegetarisch eten is dus meer dan een kwestie van smaak: het levert een bijdrage aan een meer duurzame samenleving. Vegetarische gastronomie kan en moet een rol spelen om het algemene imago van de vegetarische keuken op te krikken. Wie kan of moet daar iets aan doen?
De opleidingen tot kok en restauranthouder, zo luidt een voor de hand liggend antwoord. Laat nu daar net het schoentje wringen. Er bestaat geen enkele officiële vegetarische kookopleiding die tot een waardevol diploma leidt. Omgekeerd: volg je de klassieke koksopleiding in een hotelschool, dan komt de veggiekeuken daar bitter weinig aan bod. Een vegetariër heeft er dus weinig te zoeken, en kan er in sommige gevallen niet eens afstuderen.
Hof van Cleve
Samen met een aantal andere landen, en met behulp van Europese subsidies, heeft EVA het initiatief genomen om iets aan deze situatie te doen. In samenwerking met de hotelschool KTA in Wemmel en Syntra West wordt een uitgebreide vegetarische module ontwikkeld die geïmplementeerd kan worden in dag- en avondonderwijs. Ze moet garanderen dat wie een koksopleiding volgt ook kennis opdoet van de vegetarische keuken. Voorts is er een kookwedstrijd waarbij 13 hotelscholen strijden om de titel ‘Chef van de Toekomst’ (finale op de Horeca-expo op 21 november).
Ook de ‘gewone’ gastronomische restaurants, van Bib Gourmand tot driesterrenniveau, kunnen een rol spelen. Er is nog veel werk aan de winkel, maar langzaam maar zeker – en alweer sneller in andere landen – zien we de interesse toenemen. Een aantal sterrenrestaurants (waaronder Hof van Cleve) heeft al een veggiemenu op de kaart. Groentekok Frank Fol trekt al jaren aan de kar om groenten de belangrijkste plaats te geven op het bord. In de nieuwe Gault Millau zal de vegetarische keuken meer in de schijnwerpers staan.
Ook tv-koks kunnen een voortrekkersrol spelen. Door de focus meer te leggen op de plantaardige keuken en ze hipper te maken, kunnen ze interesse wekken bij jongeren. Behalve een programma met veggiechef Philippe Van den Bulck op Njam pakt vooralsnog geen enkele zender uit met een vegetarisch kookprogramma.
Nochtans is de vraag er: één op de twee Vlamingen zou de intentie hebben om minder vlees te eten. Vegetarische restaurants, ook op topniveau, kookprogramma’s, ondernemend jong veggietalent en de Peters, Jeroenen en Pascalen van deze wereld kunnen en zullen daarbij helpen.

woensdag 30 oktober 2013

Voor één dag CEO van McDonald's

Op 21 oktober 2013 deed ik een “jobswitch” met McDonald’s. Een jobswitch - een geweldig initiatief van de organisatie Kauri - houdt in dat twee CEO’s voor één dag van werk verwisselen. Stephan De Brouwer, CEO van McDonald’s Belgium, vatte dus post op het EVA hoofdkwartier in Gent, terwijl ik diezelfde dag van start ging in hun kantoor in Diegem. Bedoeling is te leren van elkaar, in het bijzonder rond alles wat met duurzaamheid te maken heeft, want daarrond werkt Kauri.


Job Switch Day EVA - McDonald's from KAURI on Vimeo.


Mijn McDonald’s-dag begon met een presentatie aan en meeting met het management-team. Je krijgt als directeur van een relatief kleine vzw niet elke dag de kans om de vleesproblematiek te schetsen aan mensen in die positie. Mooi meegenomen dus, en volgens mij lang niet overbodig. Op de middag reed ik van Diegem naar Geel, samen met de verantwoordelijke communicatie, en hadden we lunch in de plaatselijke McD. Er was - jawel - een McVeggie voor mij. Die staat naar ‘t schijnt maar in een paar van de bijna 70 restaurants op het menu, nadat hij initieel overal werd ingevoerd maar op de meeste plaatsen nauwelijks afname vond. Dat de McVeggie in Geel wel te krijgen was, heeft te maken met het feit dat in dat restaurant blijkbaar redelijk wat Indiërs binnenvallen, en komt misschien ook doordat de restaurantmanager een dochter heeft die vegetarisch eet (en ook EVA-lid is).Na de lunch ging het richting Gunther Bakeries, de industriële bakkerij die voor McD en andere bedrijven zo’n 1,2 miljoen buns per dag bakt (per dag, u leest het goed). Ik realiseer me dat veel andere “alternatief-etenden” en bewuste consumenten problemen zouden hebben met zo’n weinig ambachtelijke manier van broodjes bakken, maar ik, met mijn zwak voor automatisatie en efficiëntie, had er veeleer bewondering en fascinatie voor. De bedenking die ik maakte was: zo lang ze levenloze dingen als broodjes op een lopende band gooien maakt het me niet uit. Met dieren is het wat anders.


Na de bakkerij nam ik de trein vanuit Geel om op tijd in Gent te geraken voor de debriefing met de CEO van McDonald’s, in het bijzijn van David Leyssens, de directeur van Kauri. De meeting vond plaats in de Gentse McDonald’s op de ring. Het was van mijn studententijd en uiteraard pré-vegetarisch tijdperk geleden dat ik nog twee keer op één dag in een McD geweest was - dat was destijds op een trip met vrienden naar London. Toen aten we daar zes dagen lang twee keer per dag. En dat was niet het enige stukje duistere verleden dat die dag aan het licht kwam. Zoals ik in het filmpje zeg, had ik lang geleden, toen dat bewuste restaurant in Gent net openging, een protestactie georganiseerd met een kleine studentenorganisatie. Toen we EVA niet zo lang daarna in het leven riepen, hebben we het pad van de confrontatie al vlug verlaten en zijn we steevast de dialoog gaan opzoeken - een beslissing waarvan ik nooit spijt heb gehad.


Stephan had van zijn kant blijkbaar ook een interessante dag gehad op het EVA kantoor. Hij was onder de indruk van de ondernemers-spirit van mijn collega’s, en volgens hem zijn we een van de efficiëntste nonprofits die je kan vinden. We hebben namelijk iets dat vele andere organisaties niet hebben: EVA kan een ervaring bieden. De ervaring van koken en eten. En ervaringen zijn zoals we weten o zo belangrijk bij gedragsverandering.


Een raadseltje (of intelligentietest): Jommeke verhoudt zich tot Anatool zoals EVA zich verhoudt tot…? Jawel, de meest evidente antwoorden zijn organisaties zoals de Boerenbond of McDonald’s. En wat - zo wilt u misschien weten - denk ik ondertussen over McDonald’s? Dat vertellen is een moeilijke evenwichtsoefening tussen voldoende kritisch en voldoende aanmoedigend zijn. Met McDonald’s praten is naar bed gaan met de duivel, om het zo te zeggen. Of tenminste, zo ziet het er misschien uit voor vele grassroots activisten en NGO’s, die wellicht enkel tevreden zullen zijn wanneer McDonald’s ophoudt te bestaan.


Laat me duidelijk zijn: McDonald’s is in vele opzichten een problematisch bedrijf, niet alleen voor vegetariërs, maar ook voor mensen die streven naar gezonder eten, mensenrechten, een beter milieu, enzovoort. Ik ga hier geen verzameling links opgeven, want je vindt alles snel genoeg op het web. Maar het is me evenzeer duidelijk dat er ook in dit bedrijf inspanningen worden geleverd om de zaken duurzamer te maken (je vindt die op de site van McDonald’s Belgium). McDonald’s zal niet plots ophouden te bestaan, maar veranderen kan het wel, stap voor stap. Als McDonald’s echte impact wil genereren, zal het ooit een kritische blik moeten werpen op haar core business: de voedingsproducten die het aanbiedt, en met name het vlees. De grootste winst - zowel op het gebied van gezondheid als op het gebied van milieu als op het gebied van dierenwelzijn - is te boeken door het tenminste gedeeltelijk vervangen van vleesproducten door plantaardige producten. En daar zijn we nog niet. McDonald’s Belgium doet inspanningen wat betreft groene stroom, het ophalen van afval, en zelfs rond dierenwelzijn (het was het eerste grote voedingsbedrijf dat van kooieieren afzag en ophield met vlees af te nemen van gecastreerde varkens - wij zien natuurlijk liever geen eieren en geen varkens, maar 't is een begin), maar als het over gezonde voeding gaat, wordt er steevast met de salades gezwaaid. De echte waarde - zo zeg ik in het filmpje, en schreef ik al in een vorige post over McDonald’s - van de inspanningen die een bedrijf levert op het gebied van duurzaamheid of gezondheid is vaak niet eenvoudig in te schatten, als je voorbij windowdressing en duurzaamheid wil kijken. Als je de rol van die salades (die trouwens ook allemaal vlees of vis bevatten) wat van naderbij bekijkt, ben je niet echt onder indruk. Ze nemen een minimaal aandeel in de verkoop (minder dan 1%). En de Amerikaanse foodcriticus Mark Bittman rekende even voor wat de imposant klinkende 440 miljoen koppen fruit die op een jaar verkocht werden in de VS, effectief betekenen: niet meer dan 0.04 koppen per klant per dag.


Bittman is niet de enige van wie McDonald’s vaak een veeg uit de pan krijgt in de VS: ook de invloedrijke auteur Marion Nestle durft af en toe een woordje vuil te maken aan de burgergigant (hier gaat het over McDonald’s en goede doelen). Toch denk ik dat een zekere voorzichtigheid op zijn plaats is bij het beoordelen van McDonald’s als één monolitisch bedrijf. Niet alleen wordt het in alle landen redelijk zelfstandig aangevoerd door een nationaal hoofdkwartier: ook de individuele restaurants worden voor het grootste deel zelfstandig gerund door individuele franchisenemers. Wat in Amerika gebeurt, gebeurt niet noodzakelijk in België en omgekeerd. Het meest sprekende voorbeeld van nationale verschillen is misschien wel dat McD onlangs in Indië de eerste exclusief vegetarische vestiging opende.


Veggieburgers… natuurlijk hebben we erover gepraat. CEO Stephan De Brouwer heeft er zelfs drie verschillende helpen bereiden in de EVA keuken (waarvan hij er twee ok vond en eentje minder). Die veggieburger staat niet op het McDonald’s menu omdat er niet voldoende vraag naar is. Een andere kwestie is echter in welke mate McDonald’s via haar aanbod, en het goed in de markt plaatsen ervan, de vraag kan sturen. Ik denk dat McDonald’s, als een enorm bedrijf met een heel grote impact, in de context van de problemen van vandaag, een duidelijke verantwoordelijkheid te nemen heeft en zijn klanten best een stapje voor mag zijn, zoals ketens als Delhaize en Colruyt qua duurzaamheid sneller durven gaan dan hun klanten.
If you build it, they will come, zeggen ze aan de andere kant van de oceaan.






maandag 14 oktober 2013

Mona: een lekker stuk?

Zeggen dat mensen vervreemd zijn van wat ze eten, is een open deur instampen. Voor geen enkel voedingsproduct gaat die vervreemding méér op dan voor vlees. We weten doorgaans niet waar onze biefstuk of kotelet vandaan komt, en we zien zelden het dier achter het vlees. Wanneer we vlees zien, zien we het dier niet. Wanneer we het levende dier zien, denken we niet aan vlees.
Toch kom je af en toe situaties tegen waar de link wél expliciet gemaakt wordt, en waar je niet alleen het levende dier ziet, maar ook informatie over het eten van dat dier. Hier een scene die ik tegenkwam op een kinderboerderij...


Dit varken, Mona, zat alleen in haar stal. Ze wou er duidelijk uit, maar ze genoot zichtbaar van de aandacht die ze van ons kreeg. Voor mij is ze geen ding, maar iemand. Iemand met behoeften en gevoelens. Maar naast haar hing een poster waarop uitgelegd werd welk deel van Mona we waarvoor gebruiken - niet alleen voor vlees, maar ook voor lijm, pillen en veel andere doeleinden. Het vreselijke woord dat we voor varkens en andere dieren gebruiken, is "nutsdier". Een nutsdier is niet echt een levend wezen, maar een object of een instrument, dat Homo sapiens gebruikt voor een bepaald doel.

Nochtans denk ik dat heel veel mensen zich in haar nabijheid zouden realiseren dat Mona in intelligentie of emoties niet moet onderdoen voor een hond of kat. Ze zouden - daar ben ik zeker van - iets herkennen wanneer ze in Mona's ogen zouden kijken. Ze zouden er een nieuwsgierig, vriendelijk wezen zien. Als ze zichzelf tenminste zouden toestaan om... te voelen.

PS: Wie dit alles afdoet als "emotie", vergeet wellicht dat de hoofdreden waarom we vlees eten - omdat we het lekker vinden - ook emotie is.

zaterdag 12 oktober 2013

Geld verdienen om het weg te geven

De lonen van topmanagers, bankdirecteurs, politici en anderen zijn tegenwoordig nogal een hot topic. Bonussen, premies en gouden handdrukken zijn al gauw het voorwerp van een redelijk plat-populistisch discours, waarbij termen als "profiteurs" en "zakkenvullers" schering en inslag zijn.
Ik heb zelf ook altijd vragen gehad bij hoe hoog het salaris van vele mensen wel is, maar ik denk dat er interessantere invalshoeken zijn om naar dit thema te kijken dan botweg iedereen die meer verdient dan jezelf te bombarderen tot harteloze egoïsten.

We leven momenteel sowieso in een maatschappij waar inkomensongelijkheid welig tiert - dat is een feit. Je hoort dat dat in dit systeem van vrije markt en vraag en aanbod gewoon niet anders kan. Laat ons dat even in het midden. Waarin ik geïnteresseerd ben is: als er dan toch zoveel verdiend wordt, wat moeten we doen met al dat geld?

Met geld kan je leuke dingen doen, niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de dilemma's die filosoof Peter Singer (zie onder andere The Life you can Save) ons voorschotelt: welke plichten hebben wij tegenover (bijvoorbeeld) mensen die niet eens geld hebben om genoeg te eten, gegeven dat wij voldoende middelen hebben om effectief een verschil te maken voor hen? Singer gebruikt daarbij onder meer de vergelijking tussen een verdrinkend kind redden uit een vijver en een kind redden van de hongerdood in een ver land. Voor hem is er geen verschil, en in beide gevallen hebben we, als we dat kunnen, de morele plicht om te helpen.

Wie meer geld heeft, kan natuurlijk méér helpen. Vandaag stootte ik voor het eerst op het concept "earning to give" op de site 80000hours.org. Daar lees je dat je in een gemiddelde carrière 80.000 uren ter beschikking hebt, die je, als je wil, kan gebruiken om de wereld beter te maken. Een voor de hand liggende keuze voor mensen die daarin geïnteresseerd zijn (en dat zijn er gelukkig meer en meer) is te kiezen voor een job in de non-profit. Maar als jonge persoon kan je ook, van bij je studiekeuze, focussen op een carrière waarin je veel geld zal verdienen, om daar dan goed mee te doen. Je kan er een nieuw wereldverbeterend project mee starten, of je kan het geven aan een organisatie (liefst een efficiënte) met een goed doel . Dat kan allemaal nog tijdens je leven. Zo is The Giving Pledge een initiatief van Bill Gates en Warren Buffet dat miljardairs wil aanzetten om het grootste deel van hun fortuin nog voor hun dood weg te geven aan goede doelen. Het kan natuurlijk ook na je dood. In België zet Testament.be zich in om zoveel mogelijk mensen warm te maken om ten minste een deel van hun bezit na te laten aan een wereldverbeterend project.

Het is allemaal niet zo eenvoudig natuurlijk. Vaak (maar lang niet altijd) zijn goedverdienende functies ook deel van het probleem, en het zogenaamde filantrocapitalisme is niet meer dan de exponent van een maatschappelijke structuur waarbij we ons grote vragen kunnen stellen. En volgens onderzoek maakt geld corrupt, dus op het "rechte pad" blijven kan moeilijker zijn naarmate iemand geld geroken heeft.

Maar sowieso is het hoopgevend te zien dat er steeds meer mooie initiatieven rond geld en geven opduiken. Ik heb dan nog niet eens gesproken over dingen als crowdfunding, alternatieve munten, collaborative consumption, LETS, of organisaties zoals Fairfin die de investeringen van banken nauwlettend in het oog houden, enzovoort. Steeds opnieuw vind ik tussen alle zooi zoveel mooie dingen die vandaag voor 't eerst gebeuren. Ik kan er niet aan doen, sorry, maar ik heb hoop voor de toekomst.

PS: ik voeg hier even het artikel "10 geldvragen aan Tobias Leenaert" aan toe, dat een aantal maanden geleden verscheen in De Tijd.






donderdag 10 oktober 2013

Veeteelt nog schadelijker voor klimaat dan gedacht

Het IPCC (het klimaatpanel van de VN) publiceerde heel onlangs haar langverwachte vijfde Assessment Report over de klimaatverandering. De bottom line die vooral in de media kwam, was dat we nu nog zekerder zijn dat wij mensen de belangrijkste oorzaak zijn van de klimaatverandering. Maar er stond nog iets anders in dat interessant is: het broeikasgas methaan (CH4) blijkt nog schadelijker dan gedacht. Een van de belangrijkste bronnen van methaanuitstoot in de atmosfeer zijn de befaamde maag- en darmgassen (de boeren en winden, zeg maar) van koeien, geiten en andere herkauwers. In hun pens wordt methaan geproduceerd door bacteria. Samen met CO2 en lachgas is methaan een van de gassen die, wanneer ze vrijkomen, de klimaatverandering in de hand werken door warmte in de atmosfeer van de aarde vast te houden. CO2 is zo’n beetje het standaardgas, en als we willen weten hoe schadelijk de andere gassen zijn wat betreft hun klimaatveranderende effect, dan vergelijken we met CO2. CO2 heeft een zogenaamd global warming potential (GWP) van 1. Tot voor kort werd het GWP van methaan vastgelegd op 25: dat wil zeggen dat methaan 25 keer zo krachtig is als CO2 voor het veranderen van de temperatuur in onze atmosfeer. In haar laatste rapport stelde het IPCC het GWP van methaan echter bij naar 34, ofwel een verhoging van zomaar eventjes 40%. Maar hier houdt het niet op. De kracht van broeikasgassen neemt af met de tijd. Daarom verschilt hun GWP op basis van welk tijdskader men in acht neemt. Standaard gaat men uit van een tijdskader van honderd jaar. Als methaan dus een GWP van 34 (vroeger 25) krijgt, is dat op basis van die honderd jaar. In haar laatste rapport zegt het IPCC echter dat er geen wetenschappelijk argument is om voor een tijdsframe van honderd jaar te kiezen. Er zijn goede redenen om veeleer een periode van twintig jaar in acht te nemen, omdat we snel mogelijke zogenaamde tipping points aan het naderen zijn, en de komende decennia dus cruciaal zijn. Gezien op een periode van twintig jaar is het GWP van methaan niet 34, maar 86 (vroeger 72). De directe emissies van de Vlaamse landbouwsector bedragen in 2011 volgens het Voortgangsrapport 2011 7391 kiloton CO2 equivalenten. Dat is ongeveer 15% van de Vlaamse emissies buiten de Europese emissiehandel (niet-ETS). Het aandeel van de broeikasgassen binnen de landbouwsector bedraagt  39% methaan, 36% koolstofdioxide en 25% lachgas. De veehouderij is daarbij verantwoordelijk voor ongeveer 70% van de broeikasgasemissies van de landbouw. De methaanemissies van de veehouderij tekenen zelfs voor 77% van de totale methaanuitstoot in Vlaanderen. Wanneer de nieuwe IPCC waarden zullen gebruikt worden in de klimaatrapportering zal het belang van de methaanuitstoot van de veehouderij aanzienlijk toenemen in de totale uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen. De methaanemissies binnen de Vlaamse veeteelt stijgen in CO2-equivalenten met zo’n 60%, en de totale emissies van de Vlaamse veeteelt stijgen in CO-equivalenten met 20%. Vooral de niet-ETS emissies zijn van belang voor het Vlaamse beleid omdat de reducties onder de verantwoordelijkheid vallen van onze beleidsmakers: tegen 2020 moeten de niet-ETS emissies van België met 15% dalen in vergelijking met 2005, volgens de Europese effort sharing decision. In België lijkt de vleesconsumptie ondertussen licht achteruit te gaan, en durft ondertussen zelfs de Boerenbond schoorvoetend toe te geven dat we te veel vlees eten. Consumptievermindering heeft echter wel een goed effect op de volksgezondheid, maar als we de milieu-impact van vlees willen aanpakken, en als België haar uitstoot wil verminderen, dan is het tijd dat we de afbouw van de veestapel op de agenda plaatsen.

Met dank aan Mathias Bienstman en Guy Frederickx

donderdag 26 september 2013

Shooting the messenger

Als wereldverbeteraars (ik gebruik die term nogal vaak, omdat hij redelijk duidelijk is) een boodschap willen verspreiden, dan is het verleidelijk en makkelijk om te denken dat het waarheidsgehalte en de dringendheid van die boodschap de belangrijkste factoren zijn voor de algemene verspreiding en aanvaarding ervan. Jammer genoeg is het uiteraard niet zo simpel. Ik heb hier al vaak geschreven en gesproken over het belang van de verpakking van zo'n boodschap. Hoe formuleer je je vraag, wat is precies je call for action (in het geval van vegetarische voeding kan dat iets zijn ergens  op de schaal van "doe mee aan Donderdag Veggiedag" tot "go vegan"), welke tools reik je aan, enzovoort.

Maar daarnaast is er nog een andere factor: de boodschapper zelf. Don't shoot the messenger, luidt het gezegde, maar nieuwe studies (verschenen in het European Journal of Social Psychology) wijzen erop dat dat precies is wat zovele mensen - die een deel van ons doelpubliek vormen - juist doen: ze luisteren meer of minder naar de boodschap naar gelang ze de boodschapper oké vinden. Dat het doelpubliek daarbij stereotypen en clichés niet schuwt, mag duidelijk zijn. Feministen worden omschreven als onhygiënische mannenhaters, milieu-activisten als treehuggers en hippies.

Een en ander is onlosmakelijk verbonden met de aard van activisme, zeggen de auteurs:

“Unfortunately, the very nature of activism leads to negative stereotyping. By aggressively promoting change and advocating unconventional practices, activists become associated with hostile militancy and unconventionality or eccentricity.”

Actievoerders, activisten, wereldverbeteraars... zullen de perceptie van zichzelf bij het doelpubliek nooit helemaal kunnen controleren, in de eerste plaats omdat die clichés vaak verouderd zijn en onterecht gebruikt worden. En op zijn minst zijn het ernstige veralgemeningen. Bovendien is het wellicht zo dat veel mensen uit het doelpubliek actief op zoek gaan naar redenen om bepaalde moeilijke boodschappen niet te moeten horen. Een van die manieren is de boodschapper in diskrediet te brengen.

Toch kunnen activisten een belangrijke invloed uitoefenen op hoe ze gepercipieerd worden: door, wanneer ze daartoe bereid zijn, de gewraakte clichés zo weinig mogelijk te bevestigen. Het is belangrijk dat wie iets zinnigs te vertellen heeft, de ander zo weinig mogelijk excuses geeft om niet te luisteren.








vrijdag 6 september 2013

De vier generaties vleesvervangers

Delhaize introduceerde vorige week nieuwe veggie producten van de Vegetarische Slager in haar gamma. De Vegetarische Slager staat hoofdzakelijk voor wat ik de vierde generatie vleesvervangers noem, of 4G. Even de generaties op een rijtje.

Als we het over "vleesvervanger" hebben, dan kan dat "vervangen" op twee dingen slaan: vervangen van de voedingsstoffen (eiwitten, b-vitamines, mineralen als ijzer en zink...) die in vlees zitten, of het vervangen van een aantal andere aspecten van vlees, zoals smaak, bite, vorm, enz.

1G: peulvruchten. De eerste generatie gaat om voedingsmiddelen (bonen, linzen, kikkererwten...) die vlees enkel nutritioneel (en dan nog gedeeltelijk) kunnen vervangen. In vele minder welstellende landen worden dergelijke producten nog heel vaak en door grote delen van de bevolking gegeten als eerste eiwitbron. Uiterlijk hebben deze producten natuurlijk niets met vlees te maken. Ze zijn ook geen volwaardige vervangers, want bieden op zich niet dezelfde eiwitkwaliteit als vlees. In combinatie met graanproducten zijn ze wel volwaardig. Voor mensen die al die vleesvervangers (en dan bedoelen we de producten die op vlees lijken) maar niets vinden, of voor hen die bijvoorbeeld allergisch zijn aan soja, kunnen deze producten soelaas bieden)

2G: eeuwenoude vleesvervangers zoals soja, seitan en tempeh. Bij deze producten werd wel al een zekere inspanning gedaan om hen enigszins op vlees te doen lijken. Ze werden vele eeuwen geleden ontwikkeld, in de eerste plaats door monniken die om religieuze en andere redenen geen of weinig vlees wilden eten. Vandaag bestaan ze nog steeds. Het zijn vleesvervangers waarmee je geen carnivoor voor de gek houdt. Het zijn doorgaans geen kant-en-klaar producten. Je kan er meer mee doen dan ze zomaar in de pan gooien: ze kunnen ook verwerkt worden in stoofpotten, pasta's, enzovoort...

3G: wat de meeste mensen onder vleesvervangers verstaan valt binnen de derde generatie. Het zijn de vele soorten vegetarische hamburgers, worsten, broodbeleg die je vandaag in de supermarkt en de natuurvoedingswinkel vindt. Deze producten zijn moderner, meer bewerkt, en lijken in alle aspecten meer op de equivalente vleesproducten dan 1G en 2G, maar benaderen vlees nog niet zo goed als 4G...

4G: hier gaat het om producten die nauwelijks nog van vlees te onderscheiden zijn en die omzeggens een blinde proeving zouden kunnen doorstaan. Het zijn producten waarvan je kan aannemen dat de "die hard" carnivoor ze ook wel wil eten, omdat ze nu eenmaal hetzelfde smaken en aanvoelen als vlees. In deze producten wordt momenteel, vooral in de VS, ook zwaar geïnvesteerd.

Afhankelijk van de vraag of je het vlees noemt of niet, zou kweekvlees eventueel een 5G product kunnen worden genoemd. Maar anderzijds... als de commercialisering ervan nog zo lang op zich zal laten wachten als sommigen vermoeden, kunnen er nog een paar andere generaties tussen zitten... 3G en 4G producten leggen vaken meer de nadruk op imitatie qua bite en uitzicht dan qua voedingswaarde. Dat wil zeggen dat deze producten niet noodzakelijk vlees nutriënt per nutriënt kunnen vervangen (eigenlijk ken ik zo geen enkele vleesvervanger) en niet noodzakelijk allemaal gezond zijn (vaak bevatten ze teveel vet en/of zout). Vegetariërs en andere mensen die vleesvervangers eten, moeten er enerzijds dus niet vanuit gaan dat ze dan altijd gezond eten, maar hoeven anderzijds ook niet te denken dat ze vleesvervangers *moeten* eten. Wat we uit vlees halen kan immers ook op andere manieren op ons bord komen dan via vleesvervangers (groenten, fruit, noten, zaden enzovoort bieden alle nutriënten die je in vlees vindt - behalve vitamine B12). In elk geval, wie voor vleesvervangers kiest in plaats van vlees, boekt sowieso bijna altijd een degelijke winst voor het milieu en het dierenwelzijn.



Zie ook

Vleesvervangers: voor of tegen? Inzetten op vleesvervangers
















maandag 5 augustus 2013

Kweekvlees: Verder kijken dan onze vork lang is

Vandaag werd in Londen het eerste prototype van een kweekvleesburger voorgesteld aan de pers (zie ook De Standaard). Dat dit product nog lang geen commercialiseerbaar item is, belet niemand om heel uitgesproken meningen te hebben over de voor- en nadelen, en zelfs over het nut of de nutteloosheid van in vitro vlees.
Het is blijkbaar een onderwerp dat gevoelig ligt, en misschien nog meer onder vegetariërs. Toen de Amerikaanse dierenrechtenorganisatie Peta een lange tijd geleden een beloning van een miljoen dollar beloofde aan de eerste partij die een volwaardige, in smaak niet van het origineel te onderscheiden in vitro vleeslapje op de markt kon brengen, resulteerde dat blijkbaar in enorm veel interne discussies binnen de organisatie.

Ook onder de veggie enthousiastelingen alhier merk ik veel verdeeldheid over dit experiment (want dat is het momenteel nog steeds). De reacties vallen grosso modo onder te verdelen in drie categorieën: 1. geweldig; 2. interessant, maar niet voor mij; 3. totaal overbodig en geldverspilling (en vies).

Het verschil in meningen valt voor een groot stuk terug te leiden tot de vraag of we vanuit onszelf denken, of vanuit de anderen. Wie zich niet verplaatst in de schoenen van de miljarden mensen die graag een stukje vlees eten, en vooral uitgaat van zijn eigen smaak, verguist en verkettert kunstvlees als een onnatuurlijk iets. Een dier met twee hoofden. Iets dat er niet moet zijn. Overbodig, want iedereen weet toch dat er al genoeg voldoende heerlijke en gezonde plantaardige producten op de markt zijn? Mensen die deze mening zijn toegedaan, hebben vaak ook een hekel aan de meer traditionele vleesvervangers, om min of meer dezelfde reden. Waarom zouden we vlees nabootsen, zo luidt het, als er al vanalles beschikbaar is?

Een andere veggie insteek, daarentegen, is ervan uit te gaan dat de gemiddelde mens niet noodzakelijk hetzelfde denkt als jezelf. Ook bij EVA denken we pragmatisch: kan een product helpen om meer mensen warm te maken voor vegetarisch eten? Kan het een bestaand gat opvullen? Uit onderzoek weten we dat vele (maar zeker niet alle) mensen die vlees eten het wel degelijk appreciëren wanneer een vleesvervanger smaakt naar, voelt als, ruikt naar, klaargemaakt wordt als... vlees.
We hebben zeker een heel aantal bedenkingen bij de ontwikkeling van kunstvlees (zie EVA's standpunt), maar dat het overbodig of nutteloos zou zijn, valt daar niet onder. Nog steeds zijn er in de meeste westerse landen niet meer dan drie à vier procent vegetariërs. Een heel groot deel van de bevolking is dus nog niet op de kar gesprongen. Dat komt gedeeltelijk doordat ze niet of nauwelijks geïnformeerd zijn over de nadelen van vleesconsumptie en voordelen van vegetarisch eten, maar ook doordat ze hun gading niet vinden in het aanbod. Er zijn dus nog grote gaten in de markt. Om die gaten op te vullen, is het noodzakelijk om goed te luisteren en te kijken naar wat de consument wil.

We moeten, met andere woorden, verder kijken dan onze eigen vork lang is. Want de evolutie naar een meer plantaardige toekomst is veel belangrijker dan onze persoonlijke smaken en voorkeuren.

maandag 1 april 2013

Een zen-gevoel bij het vissen?

Al enige tijd geleden (september 2012) stond in Knack een artikel over de opkomende populariteit van vissen ("de hengelsport") bij jongeren. De streamer van dat artikel luidde: "Ik hou van het zen-gevoel bij het vissen". Jongeren leiden een jachtig leven met heel veel prikkels, en de rust die ze vinden bij het vissen is welkom, zo klinkt het.

Dat snap ik wel, die nood aan rust. Maar wat voor een rust is het? Met "zen-gevoel" associeer ik stilte, rust, maar ook vrede. Die zie ik niet meteen in de "hengelsport", jammer genoeg. Hier en daar (of eigenlijk, overal) vind je dingen in onze maatschappij - bezigheden, voorwerpen, activiteiten, beroepen... whatever - waarbij de keerzijde van de medaille wordt doodgezwegen. Soms gaat het over dingen die helemaal worden opgehemeld. Vissen is er zo eentje. Lijkt op het eerste gezicht fantastisch, toch? Genieten van de natuur, de rust, het mooie weer, het gras... Wie kan daar nu iets tegen hebben?

Wel, de vissen zelf, om te beginnen. Als we even in onze verbeelding de rollen zouden omkeren bij het sportvissen, dan moet het om zoiets gaan: je zwemt nietsvermoedend ergens in een vijver of rivier. Plots zie je daar een lekker hapje in het water liggen. Het drijft zo recht voor je mond. Je hapt ernaar, maar zodra je je mond gesloten hebt, word je meegesleurd onder water. Je mond doet vreselijke pijn, en je dreigt te stikken. Je voelt een panische angst en spartelt voor je leven. Dan plots (als je geluk hebt) wordt je mond bevrijd en schiet je omhoog, weer uit het water. Je hebt 't overleefd, maar dit wil je echt niet nog een keer meemaken.

Voor iemand me zegt dat ik antropomorfiseer: de wetenschap is er er ondertussen al een tijdje over uit dat vissen pijn, angst en stress kunnen ervaren. Weinig zen-gevoel dus, voor die dieren.

In het Knack artikel wordt met geen woord gerept over dat aspect van "de hengelsport". Giovanni Vanhoren, jeugdcoordinator van de Vlaamse Vereniging van Hengelsportverbonden, verklaart de stijgende populariteit deels door hun eigen inspanningen: "Onze jeugdcel probeert zo veel mogelijk de sport te promoten bij jongeren." Een van hen getuigt: "Het heeft ook iets onnozels: lang zitten wachten tot je een vis vangt om hem vervolgens terug te gooien. Maar het gevoel wanneer je een vis vangt, is onbeschrijfelijk. Dat is pure adrenaline." (Ook adrenaline lijkt me incompatibel met zen-gevoel, maar soit.)

Terwijl de hengelbonden jongeren proberen aan te trekken voor hun "sport", hoop ik dat meer en meer mensen slimmer zijn dan dat en vissen kunnen zien voor wat het is, en dat onze jongeren rust mogen vinden in andere, meer vredelievende activiteiten. Ik denk maar aan fotografie ("take nothing but photographs, leave nothing but footprints"), of gewoon rustig aan de waterkant zitten, of vogels of insecten bestuderen.

dinsdag 19 maart 2013

Kiezen voor optimisme

"Optimisme is een morele plicht." Die bekende oneliner van Karl Popper, af en toe in de mond genomen door Guy Verhofstadt (doch dit terzijde), is een van mijn favoriete quotes. Een andere, daarbij nauw aansluitende, klinkt als volgt: of je nu gelooft of je iets kunt, of gelooft dat je iets niet kunt: in beide gevallen heb je wellicht gelijk. Doordenkertje :-)

De positieve kant van de dingen zien is een gewoonte die ik heb moeten aanleren - ze kwam niet van nature. Vroeger was ik eerder een zwartkijker. Maar ik weet niet hoeveel jaar geleden realiseerde ik me dat je niet alleen kan kiezen waar je op focust (op het positieve of op het negatieve bijvoorbeeld), maar dat die keuze ook een belangrijke impact heeft op je geluk, op je succes, op wat je doet in de wereld, op je energiepeil... Zo evident, maar toch... mocht iedereen dat constant in het achterhoofd houden (en ook ik kan het nog lang niet altijd), dan zou de wereld er wellicht heel anders uitzien.

Ik heb de indruk dat een positieve kijk onder mensen die willen werken aan een beter milieu, een andere wereld, een betere situatie voor dieren, of wat dan ook, nog minder evident is dan onder de "algemene" bevolking. Zo vaak lees of hoor ik: "mensen zijn egoïsten". "Mensen zullen niet veranderen". "Mensen denken enkel aan zichzelf". Enzovoort. Natuurlijk raak ik ook wel eens ontmoedigd, en heb ik van die gedachten, maar er zijn dan altijd snel andere, positievere gedachten die meer op de voorgrond komen. Ik geef er u een paar.

Je mag zeggen wat je wil van mensen, maar het is in de geschiedenis van onze aarde, voor zover we die kennen, nog nooit eerder gebeurd dat een diersoort zo massaal bezig was met het lot van anderen. Denk eens aan alle mensen in de ziekenzorg, armenzorg, mensen die actief zijn voor het milieu, in dierenorganisaties... Ja, misschien is het geweld vandaag ongezien (en dan nog, Steven Pinker toont aan dat 't vroeger erger was), maar ook dit is ongezien: miljoenen mensen die bezig zijn met andere mensen (en zelfs andere diersoorten) te helpen. Of zoals Jane Goodall zegt: je kan geen probleem vinden in de wereld waarvoor er geen mensen aan een oplossing aan het werken zijn.

Daarnaast bedenk ik me ook altijd: mensen veranderen. Mensen evolueren. Mensen groeien. Zelf was ik vroeger de grootste vleeseter die je je maar kon indenken, en vegetariërs ging ik te lijf met massa's onlogische en absurde argumenten. Vandaag is het anders.

Je kan je gedachten kiezen. Of dat alleszins leren. Als ik ergens een vreselijke youtube video tegenkom van groot onrecht of leed, dan dacht ik vroeger: wat voor een klootzakken die zo'n dingen doen. Vandaag denk ik: hoe geweldig, dat die zaken vandaag aan het licht komen, dankzij moderne technologie en mensen die er genoeg om geven om ze te verspreiden.

Wie weet raak ik ooit ontmoedigd, maar vandaag kies ik ervoor om in mensen te geloven. Ik geloof in onze rationaliteit en onze empathie. Als die er nog niet zijn, dan komen die er. Het heeft weinig zin om iets anders te geloven.

Kijk even naar deze foto's. Het zijn de gezichten van een aantal toeschouwers, die beelden van wrede slachthuisbeelden zien. Ja, het is makkelijk om te zeggen: ze zien dat, en dan gaan ze thuis vlees eten. Wellicht wel, maar je ziet dat deze mensen voelen. En dat, als ze maar genoeg voelen, als die deur altijd maar een beetje wijder wordt opengezet en als ze altijd maar een tikkeltje minder bang worden, ze ooit anders zullen handelen. Het klinkt misschien naief, maar mij geeft die gedachte energie. En deze gezichten geven me hoop. Ze vertonen misschien, ondanks het verdriet en de afschuw die erop te lezen staan, de mooiste gelaatsuitdrukkingen die ik ken.

zondag 17 maart 2013

Zo vrij als een veggie

Wij mensen hebben een hoge drang naar vrijheid. We willen liefst zoveel mogelijk kunnen doen wat we willen, zonder restricties. De dames van Pussy Riot moeten kunnen zingen wat ze willen, Salman Rushdie moet kunnen schrijven wat ie wil. We willen de vrijheid om Sarkozy een "con" te noemen en de vrijheid om een nationale vlag te verbranden.

Natuurlijk zijn er grenzen en meningsverschillen daarover. De vrijheid om wapens te dragen in de VS wordt niet door iedereen als nastrevenswaardig gezien. Maar op het gebied van eten is vrijheid nog steeds koning. We willen vrij zijn om te eten wat we willen. Ik eet mijn biefstuk, jij eet je zeewier en je bonenprutje. Verplicht me zelfs niet om één dag vegetarisch te eten. Geen betutteling! Raak niet aan mijn keuzevrijheid. Zo gaat de redenering.

Ik ben de laatste om keuzevrijheid weg te nemen (ook op Donderdag willen we dat mensen nog steeds kunnen kiezen voor vlees), maar laat ons even eerlijk zijn daarover. Die keuzevrijheid is vaak voor een groot stuk een illusie. Zeker op het gebied van eten. In welke mate kiezen we zelf wat we in onze mond steken? Natuurlijk beslist de gemiddelde supermarktbezoeker zelf of er vanavond worst of kotelet op het menu staat, met frieten of met aardappelpuree. Maar hoeveel wordt zijn keuze beïnvloed door traditie? Door wat zijn ouders aten? Door afprijzingen? Door het aanbod in de supermarkt en dus door de aankopers? Door wat de TV-chefs gekookt hebben de avond ervoor? Door de reclame (zie een vorig stukje daarover)? Vorige week bleek duidelijk hoe groot de invloed van commerciële belangen op ons bord wel is. Het populaire VRT programma Dagelijkse Kost "krijgt 282.500 euro van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) om bepaalde ingrediënten in de kijker te zetten," zo schreef De Standaard. Als dat geen (slinkse) betutteling is van de Vlaamse consument dan weet ik het ook niet meer...

De meeste vegetariërs die ik ken zijn heel bewust bezig met voeding. Ze weten meer dan gemiddeld waar hun eten vandaan komt en wat er in zit. Ze hebben voor zichzelf heel duidelijke criteria opgesteld rond wat ze wel en niet willen eten. Ze laten zich een pak minder misleiden door reclame. Ze eten niet zomaar wat hun ouders en grootouders aten, maar hebben over hun voeding nagedacht. En dat neemt allemaal niet weg dat ze genieten van lekker eten. Misschien nog meer dan andere mensen.

Dus ik durf zeggen: wat voedingskeuzes betreft, is niemand zo vrij als vegetariërs en andere bewuste eters.

dinsdag 12 maart 2013

Wat eet je dan in godsnaam?

Het moet een van de meest gestelde vragen zijn aan vegetariërs (en a fortiori aan veganisten): "wat kan je dan eigenlijk nog eten?". In de ogen van elke doorwinterde veggie, of zelfs maar van een flexitarische amateurkok, is het een vreemde vraag, en mijn antwoord erop is steevast: ik ben er 100% zeker van dat ik een rijker arsenaal aan ingrediënten en producten in mijn keuken heb dan 99% van de omnivore Vlamingen. Waarom? Als je vlees en vis vermijdt, ga je automatische op zoek naar alternatieven. Je komt in biowinkels, Aziatische specialiteitszaken, bij Afrikaanse kruideniertjes en weet ik veel, waar je producten ontdekt die je nog nooit geproefd of in je kast gehad hebt. Je verbreedt je horizonten, wordt avontuurlijker, breidt je smakenpalet uit en gaat voorbij de kerktoren van aardappelen-vlees-bloemkool kijken.

Toch is de vraag niet zo verwonderlijk. Eigenlijk is ons deel van de wereld (West-Europa zeg maar) misschien wel de minst goede voedingsbodem voor vegetarisch eten die je je maar kan inbeelden. De Franse (en andere Europese keukens) leggen de focus op vlees, en groenten zijn een versiering. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor de meeste mensen nog steeds een moeilijk in te beelden concept. En er is ook helemaal geen traditie om op terug te vallen. In lezingen en presentaties vraag ik het publiek altijd: "wie van jullie kan me een vegetarisch hoofdgerecht opnoemen dat hij of zij doorgekregen heeft van moeder of grootmoeder?". Afgezien van de sporadische stoemp, of niet helemaal correcte antwoorden zoals bijgerechten of soep, is het altijd stil in de zaal.

Ik vertelde dit laatste gisteren even aan twee Indische journalisten die me interviewden. De dames konden hun oren niet geloven. Tijdens een reis in India vertelde een gastvrouw me dat ze drie keer per dag voor me kon koken, een heel jaar lang, zonder ooit hetzelfde gerecht te maken. De twee journalisten bevestigden dat een Indische vrouw inderdaad vaak een repertoire heeft van meer dan duizend recepten (die dan nog per regio verschillen). Die wat-eet-je-dan?-vraag, die zij ook soms krijgen wanneer ze westerse landen bezoeken, is voor hen dus ook totaal niet te begrijpen.

Vegetarische Indiërs die niet-vegetarische landgenoten willen bewustmaken van de voordelen van vegetarisch eten, moeten eigenlijk alleen het waarom uitleggen. Eens iemand dat waarom inziet, weet hij of zij wat te doen in de keuken. Niet zo hier. Als wij aan sensibilisering doen, moeten we het hebben over het waarom en het hoe. Als we duurzamer, gezonder en diervriendelijker willen leven, zullen Vlamingen, net zoals andere Europeanen, een beetje opnieuw (of voor de eerste keer) moeten leren koken. Ze kunnen daarbij leentje-buur spelen bij culturen die al vele jaren een rijke vegetarische traditie hebben.

Of ze kunnen het leren van de mensen die al vegetarisch eten. Dat zijn de mensen die, de volgende keer dat ze de wat-eet-je-vraag krijgen, kunnen antwoorden: "hoeveel tijd heb je?"

donderdag 28 februari 2013

Liever een beetje vegetarisch dan helemaal niet

Dit stuk verscheen bij Kort en Bondig in De Standaard van 28/2/2013

De logica in ons discours over vlees en dierenwelzijn is ver te zoeken schreef Joyce Brekelmans (DS 26 februari) naar aanleiding van het aanzwellende paardenvleesschandaal.

Klopt als een bus. Onze relatie met dieren is heel paradoxaal. De hond ligt gezellig bij de haard, terwijl jaarlijks ruim vijf miljoen Belgische varkens in het donker wachten om kotelet te worden. Zelfs onze houding tegenover één diersoort is vaak inconsistent. Zo las ik ooit bij de zoekertjes: ‘Konijnen te koop. Als gezelschapsdieren of voor de diepvries'.

De voornaamste reden voor die wat kromme logica is dat we enorme belangen hebben bij het gebruik van dieren. We schakelen ze in voor alles. Jaarlijks eten we er wereldwijd zestig miljard op. We gebruiken ze voor entertainment, voor gezelschap, we maken er jassen en tassen van en we doen er proeven op.

Maar wie tot de conclusie is gekomen dat er iets schort aan onze behandeling van dieren, dat er iets niet rechtvaardig is, moet ergens beginnen. Mevrouw Brekelmans vindt dat we mensen die bezorgd zijn over onverdoofd geslachte schapen en alle dagen plofkip kopen, maar beter kunnen uitlachen in plaats van er wetsvoorstellen voor in te dienen. Haar discours komt eigenlijk hierop neer: doe meteen alles, of begin er niet aan.

Het is een eis die we overal zien opduiken, ook in ecologische discussies: ‘Als je echt zo groen wil zijn en alleen biologisch wil eten, moet je ook niet met de auto rijden.' ‘Als je niet met de auto wil rijden, moet je ook niet met het vliegtuig reizen.' Wees consequent, is de oproep. En wie het niet is, is hypocriet.

Op een of ander intellectueel niveau lijkt dat logisch. Maar de redenering zet weinig zoden aan de dijk. Le mieux est l'ennemi du bien , schreef Voltaire. Aandringen op perfectie resulteert vaak gewoon in niets doen. Geef mij maar inconsistent goed in plaats van consistent fout. Geef mij maar mensen die proberen, die een stap zetten, die met een open geest, en eerlijk tegenover zichzelf, kijken naar wat ze wél al kunnen doen, en waar ze nog niet aan toe zijn. En die plofkip-eters die inzitten met dat onverdoofde schaap? Consistent zijn ze niet, maar ik zie daar een begin van iets. Een begin dat maar verder kan groeien als we het aanmoedigen, en dat in de kiem gesmoord wordt wanneer we het belachelijk maken of hypocriet noemen.

Allemaal zijn we op zoveel gebieden inconsistent en hypocriet. Dus heel veel betekent dat niet. Laten we dus vooral ophouden om begrippen als ‘consistentie' in te roepen als excuus om niets te ondernemen. Want als er in de wereld positieve evoluties plaatsvinden, dan is dat mede door al die kleine eerste stappen die al die inconsistente, goed bedoelende mensen zetten.

dinsdag 12 februari 2013

Veggie fundamentalisme

11 februari was ik even te gast bij Hautekiet op Radio 1 (herbeluister), waar we het hadden over het vegetarisch aanbod op restaurant, naar aanleiding van Dagen Zonder Vlees. Op een bepaald moment werd het commentaar van een luisteraar voorgelezen: naast de vleeseters die meedoen aan dagen zonder vlees, kunnen de vegetariërs misschien aangespoord worden om een dag wél vlees te eten, om zo een einde te helpen maken aan “het fundamentalisme”. Aldus die luisteraar.

Er was geen tijd om daarop te reageren op de radio, dus eventjes hier, in 't kort. Vegetariërs hoeven zich naar mijn bescheiden mening niet aangesproken te voelen wanneer anderen het hebben over fundamentalisme, fanatisme, of radicalisme. Als het je overtuiging is dat we dieren beter laten leven, of dat je geen producten van dierenleed wil eten, dan is er niets fundamentalistisch of radicaals aan om daar consequent in te zijn (en ik heb het hier over het dierenargument omdat dat eigenlijk het enige argument is om zo consequent géén vlees - of dierlijke producten - te eten). Er is niets verkeerds aan het consequent proberen te vermijden van vermijdbaar leed (ook al is volledige consequentie niet haalbaar, maar dat is een andere zaak).

Radicaliteit of fundamentalisme kunnen wél zitten in de manier waarop iemand met vegetarisme omgaat, en dan vooral in relatie tot de mensen rond hem of haar. Iemand kan fanatiek communiceren en zich intolerant opstellen naar mensen die anders eten dan hij.

Je kan dus fanatiek communiceren en handelen met anderen over het al dan niet eten van dieren, maar het al dan niet eten van dieren op zich, hoe consequent ook, hoeft niet radicaal, extreem, fundamentalistisch of fanatiek te zijn. Omgekeerd heeft tolerantie dus te maken met de manier van communiceren en omgaan met mensen, niet met wat je eet of niet eet.

zaterdag 19 januari 2013

Worden wij slimmer (en beter)?


Zoals in vorige post vermeld ga ik even verder door op Steven Pinkers The Better Angels of our Nature, het boek waarin betoogd wordt dat geweld op alle gebied verminderd is en dat we in de meest vredevolle eeuw ooit leven.

Een van de verklaringen die Pinker geeft voor deze positieve evolutie is de ontwikkeling van de rede en de intelligentie. Daarbij haalt hij het zogenaamde "Flynn effect" aan. Lees even Wikipedia's omschrijving van dat effect:

Het Flynn-effect is een verschijnsel in de psychodiagnostiek waarbij de gemiddelde score op intelligentietesten bij hernormering stijgt over de jaren heen (...) Een IQ test wordt in de regel genormeerd op een representatieve groep proefpersonen, waarbij het gemiddelde op 100 gesteld wordt. Berekent men enkele jaren later nieuwe normen, dan blijkt dat deze strenger worden: men moet meer vragen goed beantwoorden voor eenzelfde IQ score. Dit komt doordat de ruwe score (aantal goede antwoorden) van de nieuwe normgroep hoger ligt dan die van de eerdere. Zonder hernormering zou dit leiden tot een verhoging van het gemiddeld gemeten IQ (op de langer geleden genormeerde test) van zo'n 3 à 5 punten per decennium.

Het Flynn-effect zou (het is natuurlijk aan kritiek onderhevig) met andere woorden het volgende willen zeggen: wij worden slimmer. Nu zal u zeggen: slimmer (of rationeler) worden leidt niet noodzakelijk tot minder geweld of ethischer handelen (een aap kan geen atoombom ontwikkelen). Pinker betoogt echter dat intelligentie en rationaliteit wel een "vredebrengend" effect hebben. Ze zouden ertoe leiden dat we makkelijker afstand kunnen nemen van onmiddellijke bevrediging, dingen kunnen bekijken vanuit een wijder - minder parochiaal - perspectief, en ideeën kunnen framen in meer universele termen. Dat kan leiden tot betere morele engagementen, inclusief het vermijden van geweld.

Geweldige en hoopgevende these vond ik dit. Maar Pinker gaat nog wat verder en wordt nog concreter: we kunnen, zegt hij voorzichtig, onze recente voorouders "morally retarded" noemen. En opdat we niet zouden denken dat hij onrespectvol is naar die mensen toe, volgen een aantal sprekende voorbeelden. Ik citeer:

A century ago dozens of great writers and artists extolled the beauty and nobility of war, and eagerly looked forward to World War I. One "progressive" president, Theodore Roosevelt, wrote that the decimation of Native Amercians was necessary to prevent the continent from becoming a "game preserve for squalid savages," and that in nine out of ten cases, "the only good Indians are the dead Indians." Another, Woodrow Wilson, was a white supremacist who kept black students out of Princeton when h was president of the university, praised the Ku Klux Klan, cleansed the federal government of black employes (...). A third, Franklin Roosevelt, drove a hundred thousand American citizens into concentration camps because they were of the same race as the Japanese enemy. 

En dat ging er niet alleen in de VS zo aan toe:

On the other side of the Atlantic, the young Winston Churchill wrote of taking part in “a lot of jolly little wars against barbarous peoples” in the British Empire. In one of those jolly little wars, he wrote, “we proceeded systematically, village by village, and we destroyed the houses, filled up the wells, blew down the towers, cut down the shady trees, burned the crops and broke the reservoirs in punitive devastation.” Churchill defended these atrocities on the grounds that “the Aryan stock is bound to triumph,” and he said he was “strongly in favor of using poisoned gas against uncivilized tribes.” He blamed the people of India for a famine caused by British mismanagement because they kept “breeding like rabbits,” adding, “I hate Indians. They are a beastly people with a beastly religion” 

Vrij choquerend toch.

Zou het, in het licht van dergelijke morele en rationale evoluties, erg ongerijmd zijn om te stellen dat we binnen x aantal jaar met dezelfde verbazing zullen terugkijken naar hoe we dachten over dieren? Daarover gaat 't in een volgend stukje.

zondag 13 januari 2013

Zijn we minder gewelddadig dan vroeger?

We leven in het meest vredevolle tijdperk ooit, en nooit werden er minder mensen gedood dan in de twintigste eeuw. Het klinkt - gegeven de wereldoorlogen, Stalin, Mao, en alle andere vrij recente dictators en genocides - nogal contra-intuitief, maar het is de these van Steven Pinkers The Better Angels of our Nature. Pinker voert daarvoor een massa statistieken en onderzoeken aan uit sociologie, archeologie, psychologie enzvoort. Het resultaat is een geweldig interessant en imposant werk van 850 tjokvolle pagina's.

Eerst en vooral: ik geloof Pinkers these. Ik geloof dat we erop vooruitgaan, als mensen. Ik geloof dat we steeds fijngevoeliger worden, dat ons morele apparaat evolueert, dat onze maatschappij verandert en verbetert dankzij wetten en regels die dingen verbieden die we niet ok vinden (en die we vroeger blijkbaar wel ok vonden). Ik besef tegelijkertijd dat dit (en Pinkers boek) op veel scepticisme of zelfs cynisme onthaald kan worden, en dat er veel "ja maars" opduiken, terecht of onterecht. En ik besef dat er zij die geloven in een dergelijke vooruitgang waakzaam moeten zijn voor wishful thinking. En dus ben ik blij dat iemand eens een gedegen poging heeft ondernomen om een en ander te bewijzen.

Voor Pinker is het overduidelijk: overal, op alle gebieden en op elke schaal, van individuele gevallen van hate crime tot genocide of etnische zuivering, gaan de cijfers consistent naar beneden. De wereld is tevens een betere plaats geworden voor niet-blanken, vrouwen, kinderen en jawel dieren (wablieft? meer daarover later). Dat is het onderwerp van het hoofdstuk "the rights revolutions", over de opkomst van verschillende rechten-bewegingen.

De cijfers, onderzoeken en grafieken waarmee Pinker zijn these ondersteunt, vormen de eerste helft van het boek. In het tweede deel lezen we mogelijke verklaringen. Daaronder vallen voor hem: overheid, moraal, "vervrouwelijking", internationale handel ("gentle commerce") en het rationele denken.

Wie het thema interessant vindt kan uiteraard het boek lezen, maar er zijn ook voldoende zowel lovende als kritische recensies, samenvattingen of deze TED talk van Pinker te vinden online. Ik schrijf in de loop van de komende dagen of weken, volgens de inspiratie van het moment, nog een aantal stukjes over dit fascinerende werk, en leg dan de linken die ik zie met vegetarisme, vlees eten en onze behandeling van dieren.