maandag 5 augustus 2013

Kweekvlees: Verder kijken dan onze vork lang is

Vandaag werd in Londen het eerste prototype van een kweekvleesburger voorgesteld aan de pers (zie ook De Standaard). Dat dit product nog lang geen commercialiseerbaar item is, belet niemand om heel uitgesproken meningen te hebben over de voor- en nadelen, en zelfs over het nut of de nutteloosheid van in vitro vlees.
Het is blijkbaar een onderwerp dat gevoelig ligt, en misschien nog meer onder vegetariërs. Toen de Amerikaanse dierenrechtenorganisatie Peta een lange tijd geleden een beloning van een miljoen dollar beloofde aan de eerste partij die een volwaardige, in smaak niet van het origineel te onderscheiden in vitro vleeslapje op de markt kon brengen, resulteerde dat blijkbaar in enorm veel interne discussies binnen de organisatie.

Ook onder de veggie enthousiastelingen alhier merk ik veel verdeeldheid over dit experiment (want dat is het momenteel nog steeds). De reacties vallen grosso modo onder te verdelen in drie categorieën: 1. geweldig; 2. interessant, maar niet voor mij; 3. totaal overbodig en geldverspilling (en vies).

Het verschil in meningen valt voor een groot stuk terug te leiden tot de vraag of we vanuit onszelf denken, of vanuit de anderen. Wie zich niet verplaatst in de schoenen van de miljarden mensen die graag een stukje vlees eten, en vooral uitgaat van zijn eigen smaak, verguist en verkettert kunstvlees als een onnatuurlijk iets. Een dier met twee hoofden. Iets dat er niet moet zijn. Overbodig, want iedereen weet toch dat er al genoeg voldoende heerlijke en gezonde plantaardige producten op de markt zijn? Mensen die deze mening zijn toegedaan, hebben vaak ook een hekel aan de meer traditionele vleesvervangers, om min of meer dezelfde reden. Waarom zouden we vlees nabootsen, zo luidt het, als er al vanalles beschikbaar is?

Een andere veggie insteek, daarentegen, is ervan uit te gaan dat de gemiddelde mens niet noodzakelijk hetzelfde denkt als jezelf. Ook bij EVA denken we pragmatisch: kan een product helpen om meer mensen warm te maken voor vegetarisch eten? Kan het een bestaand gat opvullen? Uit onderzoek weten we dat vele (maar zeker niet alle) mensen die vlees eten het wel degelijk appreciëren wanneer een vleesvervanger smaakt naar, voelt als, ruikt naar, klaargemaakt wordt als... vlees.
We hebben zeker een heel aantal bedenkingen bij de ontwikkeling van kunstvlees (zie EVA's standpunt), maar dat het overbodig of nutteloos zou zijn, valt daar niet onder. Nog steeds zijn er in de meeste westerse landen niet meer dan drie à vier procent vegetariërs. Een heel groot deel van de bevolking is dus nog niet op de kar gesprongen. Dat komt gedeeltelijk doordat ze niet of nauwelijks geïnformeerd zijn over de nadelen van vleesconsumptie en voordelen van vegetarisch eten, maar ook doordat ze hun gading niet vinden in het aanbod. Er zijn dus nog grote gaten in de markt. Om die gaten op te vullen, is het noodzakelijk om goed te luisteren en te kijken naar wat de consument wil.

We moeten, met andere woorden, verder kijken dan onze eigen vork lang is. Want de evolutie naar een meer plantaardige toekomst is veel belangrijker dan onze persoonlijke smaken en voorkeuren.