dinsdag 12 maart 2013

Wat eet je dan in godsnaam?

Het moet een van de meest gestelde vragen zijn aan vegetariërs (en a fortiori aan veganisten): "wat kan je dan eigenlijk nog eten?". In de ogen van elke doorwinterde veggie, of zelfs maar van een flexitarische amateurkok, is het een vreemde vraag, en mijn antwoord erop is steevast: ik ben er 100% zeker van dat ik een rijker arsenaal aan ingrediënten en producten in mijn keuken heb dan 99% van de omnivore Vlamingen. Waarom? Als je vlees en vis vermijdt, ga je automatische op zoek naar alternatieven. Je komt in biowinkels, Aziatische specialiteitszaken, bij Afrikaanse kruideniertjes en weet ik veel, waar je producten ontdekt die je nog nooit geproefd of in je kast gehad hebt. Je verbreedt je horizonten, wordt avontuurlijker, breidt je smakenpalet uit en gaat voorbij de kerktoren van aardappelen-vlees-bloemkool kijken.

Toch is de vraag niet zo verwonderlijk. Eigenlijk is ons deel van de wereld (West-Europa zeg maar) misschien wel de minst goede voedingsbodem voor vegetarisch eten die je je maar kan inbeelden. De Franse (en andere Europese keukens) leggen de focus op vlees, en groenten zijn een versiering. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor de meeste mensen nog steeds een moeilijk in te beelden concept. En er is ook helemaal geen traditie om op terug te vallen. In lezingen en presentaties vraag ik het publiek altijd: "wie van jullie kan me een vegetarisch hoofdgerecht opnoemen dat hij of zij doorgekregen heeft van moeder of grootmoeder?". Afgezien van de sporadische stoemp, of niet helemaal correcte antwoorden zoals bijgerechten of soep, is het altijd stil in de zaal.

Ik vertelde dit laatste gisteren even aan twee Indische journalisten die me interviewden. De dames konden hun oren niet geloven. Tijdens een reis in India vertelde een gastvrouw me dat ze drie keer per dag voor me kon koken, een heel jaar lang, zonder ooit hetzelfde gerecht te maken. De twee journalisten bevestigden dat een Indische vrouw inderdaad vaak een repertoire heeft van meer dan duizend recepten (die dan nog per regio verschillen). Die wat-eet-je-dan?-vraag, die zij ook soms krijgen wanneer ze westerse landen bezoeken, is voor hen dus ook totaal niet te begrijpen.

Vegetarische Indiërs die niet-vegetarische landgenoten willen bewustmaken van de voordelen van vegetarisch eten, moeten eigenlijk alleen het waarom uitleggen. Eens iemand dat waarom inziet, weet hij of zij wat te doen in de keuken. Niet zo hier. Als wij aan sensibilisering doen, moeten we het hebben over het waarom en het hoe. Als we duurzamer, gezonder en diervriendelijker willen leven, zullen Vlamingen, net zoals andere Europeanen, een beetje opnieuw (of voor de eerste keer) moeten leren koken. Ze kunnen daarbij leentje-buur spelen bij culturen die al vele jaren een rijke vegetarische traditie hebben.

Of ze kunnen het leren van de mensen die al vegetarisch eten. Dat zijn de mensen die, de volgende keer dat ze de wat-eet-je-vraag krijgen, kunnen antwoorden: "hoeveel tijd heb je?"