Doorgaan naar hoofdcontent

Wat eet je dan in godsnaam?

Het moet een van de meest gestelde vragen zijn aan vegetariërs (en a fortiori aan veganisten): "wat kan je dan eigenlijk nog eten?". In de ogen van elke doorwinterde veggie, of zelfs maar van een flexitarische amateurkok, is het een vreemde vraag, en mijn antwoord erop is steevast: ik ben er 100% zeker van dat ik een rijker arsenaal aan ingrediënten en producten in mijn keuken heb dan 99% van de omnivore Vlamingen. Waarom? Als je vlees en vis vermijdt, ga je automatische op zoek naar alternatieven. Je komt in biowinkels, Aziatische specialiteitszaken, bij Afrikaanse kruideniertjes en weet ik veel, waar je producten ontdekt die je nog nooit geproefd of in je kast gehad hebt. Je verbreedt je horizonten, wordt avontuurlijker, breidt je smakenpalet uit en gaat voorbij de kerktoren van aardappelen-vlees-bloemkool kijken.

Toch is de vraag niet zo verwonderlijk. Eigenlijk is ons deel van de wereld (West-Europa zeg maar) misschien wel de minst goede voedingsbodem voor vegetarisch eten die je je maar kan inbeelden. De Franse (en andere Europese keukens) leggen de focus op vlees, en groenten zijn een versiering. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor de meeste mensen nog steeds een moeilijk in te beelden concept. En er is ook helemaal geen traditie om op terug te vallen. In lezingen en presentaties vraag ik het publiek altijd: "wie van jullie kan me een vegetarisch hoofdgerecht opnoemen dat hij of zij doorgekregen heeft van moeder of grootmoeder?". Afgezien van de sporadische stoemp, of niet helemaal correcte antwoorden zoals bijgerechten of soep, is het altijd stil in de zaal.

Ik vertelde dit laatste gisteren even aan twee Indische journalisten die me interviewden. De dames konden hun oren niet geloven. Tijdens een reis in India vertelde een gastvrouw me dat ze drie keer per dag voor me kon koken, een heel jaar lang, zonder ooit hetzelfde gerecht te maken. De twee journalisten bevestigden dat een Indische vrouw inderdaad vaak een repertoire heeft van meer dan duizend recepten (die dan nog per regio verschillen). Die wat-eet-je-dan?-vraag, die zij ook soms krijgen wanneer ze westerse landen bezoeken, is voor hen dus ook totaal niet te begrijpen.

Vegetarische Indiërs die niet-vegetarische landgenoten willen bewustmaken van de voordelen van vegetarisch eten, moeten eigenlijk alleen het waarom uitleggen. Eens iemand dat waarom inziet, weet hij of zij wat te doen in de keuken. Niet zo hier. Als wij aan sensibilisering doen, moeten we het hebben over het waarom en het hoe. Als we duurzamer, gezonder en diervriendelijker willen leven, zullen Vlamingen, net zoals andere Europeanen, een beetje opnieuw (of voor de eerste keer) moeten leren koken. Ze kunnen daarbij leentje-buur spelen bij culturen die al vele jaren een rijke vegetarische traditie hebben.

Of ze kunnen het leren van de mensen die al vegetarisch eten. Dat zijn de mensen die, de volgende keer dat ze de wat-eet-je-vraag krijgen, kunnen antwoorden: "hoeveel tijd heb je?"

Reacties

  1. cool! Ik wil altijd de volgende generatie leren koken op niet culinair, snelle hap niveau. In het algemeen mis ik bij veel (jonge) mensen de basis kook vaardigheden, gelijk welk soort keuken ze eten...En kook het voort kan daar bij helpen, niet?

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren