donderdag 28 februari 2013

Liever een beetje vegetarisch dan helemaal niet

Dit stuk verscheen bij Kort en Bondig in De Standaard van 28/2/2013

De logica in ons discours over vlees en dierenwelzijn is ver te zoeken schreef Joyce Brekelmans (DS 26 februari) naar aanleiding van het aanzwellende paardenvleesschandaal.

Klopt als een bus. Onze relatie met dieren is heel paradoxaal. De hond ligt gezellig bij de haard, terwijl jaarlijks ruim vijf miljoen Belgische varkens in het donker wachten om kotelet te worden. Zelfs onze houding tegenover één diersoort is vaak inconsistent. Zo las ik ooit bij de zoekertjes: ‘Konijnen te koop. Als gezelschapsdieren of voor de diepvries'.

De voornaamste reden voor die wat kromme logica is dat we enorme belangen hebben bij het gebruik van dieren. We schakelen ze in voor alles. Jaarlijks eten we er wereldwijd zestig miljard op. We gebruiken ze voor entertainment, voor gezelschap, we maken er jassen en tassen van en we doen er proeven op.

Maar wie tot de conclusie is gekomen dat er iets schort aan onze behandeling van dieren, dat er iets niet rechtvaardig is, moet ergens beginnen. Mevrouw Brekelmans vindt dat we mensen die bezorgd zijn over onverdoofd geslachte schapen en alle dagen plofkip kopen, maar beter kunnen uitlachen in plaats van er wetsvoorstellen voor in te dienen. Haar discours komt eigenlijk hierop neer: doe meteen alles, of begin er niet aan.

Het is een eis die we overal zien opduiken, ook in ecologische discussies: ‘Als je echt zo groen wil zijn en alleen biologisch wil eten, moet je ook niet met de auto rijden.' ‘Als je niet met de auto wil rijden, moet je ook niet met het vliegtuig reizen.' Wees consequent, is de oproep. En wie het niet is, is hypocriet.

Op een of ander intellectueel niveau lijkt dat logisch. Maar de redenering zet weinig zoden aan de dijk. Le mieux est l'ennemi du bien , schreef Voltaire. Aandringen op perfectie resulteert vaak gewoon in niets doen. Geef mij maar inconsistent goed in plaats van consistent fout. Geef mij maar mensen die proberen, die een stap zetten, die met een open geest, en eerlijk tegenover zichzelf, kijken naar wat ze wél al kunnen doen, en waar ze nog niet aan toe zijn. En die plofkip-eters die inzitten met dat onverdoofde schaap? Consistent zijn ze niet, maar ik zie daar een begin van iets. Een begin dat maar verder kan groeien als we het aanmoedigen, en dat in de kiem gesmoord wordt wanneer we het belachelijk maken of hypocriet noemen.

Allemaal zijn we op zoveel gebieden inconsistent en hypocriet. Dus heel veel betekent dat niet. Laten we dus vooral ophouden om begrippen als ‘consistentie' in te roepen als excuus om niets te ondernemen. Want als er in de wereld positieve evoluties plaatsvinden, dan is dat mede door al die kleine eerste stappen die al die inconsistente, goed bedoelende mensen zetten.

dinsdag 12 februari 2013

Veggie fundamentalisme

11 februari was ik even te gast bij Hautekiet op Radio 1 (herbeluister), waar we het hadden over het vegetarisch aanbod op restaurant, naar aanleiding van Dagen Zonder Vlees. Op een bepaald moment werd het commentaar van een luisteraar voorgelezen: naast de vleeseters die meedoen aan dagen zonder vlees, kunnen de vegetariërs misschien aangespoord worden om een dag wél vlees te eten, om zo een einde te helpen maken aan “het fundamentalisme”. Aldus die luisteraar.

Er was geen tijd om daarop te reageren op de radio, dus eventjes hier, in 't kort. Vegetariërs hoeven zich naar mijn bescheiden mening niet aangesproken te voelen wanneer anderen het hebben over fundamentalisme, fanatisme, of radicalisme. Als het je overtuiging is dat we dieren beter laten leven, of dat je geen producten van dierenleed wil eten, dan is er niets fundamentalistisch of radicaals aan om daar consequent in te zijn (en ik heb het hier over het dierenargument omdat dat eigenlijk het enige argument is om zo consequent géén vlees - of dierlijke producten - te eten). Er is niets verkeerds aan het consequent proberen te vermijden van vermijdbaar leed (ook al is volledige consequentie niet haalbaar, maar dat is een andere zaak).

Radicaliteit of fundamentalisme kunnen wél zitten in de manier waarop iemand met vegetarisme omgaat, en dan vooral in relatie tot de mensen rond hem of haar. Iemand kan fanatiek communiceren en zich intolerant opstellen naar mensen die anders eten dan hij.

Je kan dus fanatiek communiceren en handelen met anderen over het al dan niet eten van dieren, maar het al dan niet eten van dieren op zich, hoe consequent ook, hoeft niet radicaal, extreem, fundamentalistisch of fanatiek te zijn. Omgekeerd heeft tolerantie dus te maken met de manier van communiceren en omgaan met mensen, niet met wat je eet of niet eet.