woensdag 21 december 2011

Tussen de boeren

Vandaag zat ik op de eerste editie van een Gents overleg van de land- en tuinbouwers. De regio Gent telt er zo'n 180 (we waren met een stuk of 15) die samen 30% van het Gents grondgebied gebruiken, zo wist Gents schepen van economie Mathias Declerq te vertellen.
NGO's die iets met de thematiek te maken hadden waren ook uitgenodigd, dus ik was erop afgekomen in de veronderstelling dat daar nog wel andere vertegenwoordigers van vzws zouden zitten. Tijdens het voorstellingsrondje bleek echter dat ik een vreemde eend in de bijt was, tussen bijna allemaal landbouwers, waarvan het grootste deel melkveehouders.

Ik zat er niet helemaal op mijn plaats, en zal er de volgende keer niet meer aan deelnemen, maar het was zo ongeveer de eerste keer dat ik tussen een groep landbouwers zat, en in die zin was het best interessant. Die melkveehouders leken me sympathiek genoeg, sommigen hadden duidelijk bepaalde problemen die dringend moesten opgelost worden, enzovoort. Met andere woorden, ik zag daar even de mensen die zich bezighouden met hetgeen we met EVA willen verminderen of in de verre toekomst zelfs helemaal niet willen zien: dierlijke productie. En ik dacht: jammer toch dat als je voor iets wil zijn, je tegelijkertijd vaak tegen iets anders, of tegen andere mensen moet zijn. Jammer dat wanneer je voor meer duurzame, gezonde en vooral diervriendelijke voeding bent, je terzelfder tijd tegen die mensen hun stiel, hun product, hun manier van werken bent. De bedoeling van EVA's nieuwe website melkmoetniet.be, bijvoorbeeld, is dat mensen meer alternatieven voor koemelk gaan gebruiken en dus minder koemelk consumeren. Dat gaat natuurlijk diametraal in tegen de belangen van de mensen met wie ik daar aan tafel zat.

Ik zie de problemen met dierlijke productie als geen ander, maar ik ga ervan uit dat ook de producenten van ons vlees of onze melk over het algemeen niet onduurzaam of dieronvriendelijk *willen* zijn. Ik ga uit van het idee dat het systeem van de vleesproductie (inclusief zuivelproductie, zelfs voedingsproductie in het algemeen) helemaal is misgelopen en dat de vleesconsumptie uit de hand is gelopen, zonder dat dat allemaal de fout is van specifieke personen. Feit is gewoon dat we wat mij betreft van dat systeem afmoeten, en dat is alles.

Ik geloof ook dat die tijd zal komen, en dat de productie en consumptie van vlees en zuivel op een bepaald moment sterk zal beginnen te verminderen. En graag wil ik proberen bijdragen aan een manier waarop deze transitie op een zachte manier kan gebeuren. Efficiënt en snel genoeg, maar voor iedereen, inclusief de landbouwers dus, leefbaar en menselijk. Vegetarisme gaat voor een groot stuk over pacifisme, over mededogen, over de dingen mooier maken en minder schade toebrengen. Dat moet wat mij betreft slaan op alles en iedereen.

dinsdag 20 december 2011

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution"

Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen.

Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy."

Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren voor, maar mij lijkt het evident dat we dat best kunnen doen door het gedrag, de kwestie, het product... dat we willen "verkopen" zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Geen geklaag en gezaag dus, maar de voordelen tonen, tonen dat het leuk is om erbij te zijn, om mee te doen.
In het geval van vegetarisch eten: aantonen dat het lekker is, dat het in is, dat het gezond is, dat het leuk is, dat het uitdagend is... Wie wil dat mensen het allemaal meteen om de "juiste redenen" doen en dat iedereen zich bewust is van het dierenleed achter vlees enzovoort, maak je geen zorgen: die reflectie volgt wel, en hoeft daar niet noodzakelijk aan vooraf te komen.

Aanleiding voor het schrijven van dit stukje waren een aantal Facebook-commentaren op deze foto van een kreeft gemaakt van wortels. Voor een aantal mensen doet zelfs deze afbeelding teveel denken aan een dood dier.

Alle respect natuurlijk voor de frustratie, boosheid, ergernissen enz. die vele mensen hebben rond alles wat met vlees en het eten van dode dieren te maken heeft. Maar zou het niet goed zijn als we heel af en toe eens de negativiteit kunnen vergeten en gewoon even kunnen lachen? Een beweging - de vegetarische of andere - die vooral sakkert en wijst op ellende wil toch niemand?

De bottom line is uiteindelijk impact: wie krijg je mee met je issue, wie kiest er je kant? Je hebt meer kans als mensen je leuk vinden :-)

zondag 11 december 2011

Onze visie op voeding

Zodra we iets zeggen of posten (op Facebook of elders) over een of ander voedingsproduct, of zodra we ergens een recept zetten, krijgen we bij EVA vanalles te horen: dat gerecht of product is niet ok want (niet lokaal, niet gezond, niet lekker, niet dit, niet dat...). Het is alvast leuk dat voeding meer en meer mensen raakt, in die mate dat ze op zoek zijn naar de ideale voedingsproducten en zich kritisch opstellen naar alle facetten van voeding toe. Bij EVA hanteren wij een bepaalde visie op voeding, en om niet altijd hetzelfde te moeten herhalen, hebben we die even uitgeschreven. Het is een "work in progress." De tekst geeft een beetje weer hoe we op dit moment denken, maar dat kan veranderen. En alle input is welkom. Dus hier gaan we.

Voeding is complex. Je kan de kwaliteit van een maaltijd beoordelen op tal van verschillende criteria. Een chef kok zal vooral naar smaak kijken. Een non-profitorganisatie met een maatschappelijk doel, bekijkt andere criteria. Zo kunnen maaltijden, producten of voedingspatronen beter of minder goed scoren op het gebied van onder meer:

- milieuvriendelijkheid (en daarbinnen kan je nog kijken naar bvb CO2-voetafdruk, watervoetafdruk, enzovoort): is het product duurzaam geproduceerd? Is het seizoensgebonden, van lokale herkomst, biologisch...?
- fair trade: werd het product gemaakt en vermarkt met respect voor mensen?
- democratisch aspect: is het betaalbaar?
- gezondheidsaspect: is het product gezond, of tenminste niet al te ongezond?
- diervriendelijkheid: werden er dieren voor gedood of gebruikt? zo ja, werd het dierenwelzijn gerespecteerd?

Het ideale product of gerecht voldoet uiteraard aan alle mogelijke voorwaarden, maar... dat is dan natuurlijk ook maar een (voorlopig nog) zeldzaam ideaal. Soms kunnen verschillende criteria zelfs met elkaar conflicteren. Een milieuvriendelijk product is soms bijvoorbeeld niet diervriendelijk of omgekeerd.

Vandaar dat verschillende organisaties hun eigen prioriteiten hebben. Voor een organisatie als Oxfam is fair trade de "core business", en dus de prioriteit waarop zij een product afrekenen. Voor een organisatie als Velt is dat milieuvriendelijkheid. Voor gezondheidsorganisaties geldt het gezondheidsaspect als prioriteit.

Voor EVA is de belangrijkste vraag: is het product vegetarisch, of nog beter: veganistisch? Hoe minder dierlijke ingrediënten het bevat, hoe beter. EVA gelooft dat dit criterium gemiddeld gezien de grootste algemene positieve impact heeft op het welzijn van mens, dier en planeet. We beseffen dat dit voor discussie vatbaar is en niet absoluut is. Maar dit is ons uitgangspunt.

Dat EVA het vegetarische aspect als prioriteit neemt, wil zeggen dat EVA in de regel nooit een niet-vegetarisch product zal verkiezen boven een vegetarisch, ook al mag blijken dat het niet-vegetarische beter scoort op een of ander gebied (gezondheid, milieuvriendelijkheid, fair trade). De bottom line is dat de enige producten die door ons a priori worden uitgesloten, niet-vegetarische producten zijn. Veganistische producten worden verkozen boven vegetarische producten (als we een marge laten voor lacto-ovo-vegetarische producten, dan is dat vooral omdat het aanbod van 100% plantaardige producten niet altijd voldoende groot is).

Als we een tweede belangrijkste criterium moeten noemen dan is dat voor ons: smaak. Of het product/gerecht lekker is of niet, is van het grootste belang voor de afname ervan. Als we mensen willen enthousiasmeren voor een bepaald vegetarisch product of gerecht, dan moet het in de eerste plaats lekker zijn. EVA wil bovendien niet constant met “vegetarisch” naar buiten komen als een concept dat ethisch zeer zwaar is. Vegetarisch eten kampt nog altijd met vooroordelen omtrent smaak, variatie en creativiteit, en de beste manier om die te doorbreken is volgens ons... verleidelijk veggie zijn.

EVA kan om die reden in sommige omstandigheden “lekker” boven gezond en milieuvriendelijk stellen. Geef iemand een vegetarische maaltijd die wel gezond, maar niet lekker is, en in de meeste gevallen zal hij/zij ze niet opnieuw eten. Omgekeerd: een lekkere, maar nutritioneel niet volwaardige vegetarische maaltijd zal (onder de meeste omnivoren) wél het imago van vegetarische voeding ten goede komen. Dus ja, EVA kan bij momenten een veggieburger met frieten verkiezen boven een oergezond slaatje, wanneer het gaat om het bereiken van een breed publiek. Een heerlijke pasta die misschien niet helemaal volwaardig is omdat dit of dat nutriënt ontbreekt, kan te verkiezen zijn boven een perfect uitgekiende maaltijd als deze laatste minder aanspreekt. Of een gesuikerde cupcake boven een cupcake die zo on-zoet is dat een meerderheid hem té gezond noemt. EVA gaat ervan uit dat minder gezonde of niet 100% volwaardige maaltijden enkel een probleem zijn als ze te regelmatig (meer dan twee keer per week, pakweg) worden genuttigd.

Dit gezegd zijnde streeft EVA er altijd naar dat de maaltijden/producten die zij aanbiedt of ondersteunt, tegemoetkomen aan zoveel mogelijk criteria, en niet alleen vegetarisch (liefst veganistisch) zijn maar ook gezond, milieu- en mensvriendelijk. Aangezien dat, zoals gezegd niet altijd even haalbaar is, stelt EVA haar prioriteiten.

EVA gaat hier uit van stapsgewijze gedragsverandering. De meeste consumenten zullen hun voedingsgewoonten stap voor stap kunnen wijzigen, en niet alles ineens veranderen. EVA hoopt dat de bekommernis van de consument zich stapsgewijs uitbreidt, van een beperkt belang hechten aan één of twee factoren, naar een totale bezorgdheid die rekening houdt met zoveel mogelijk maatschappelijk relevante criteria.

Deze benadering, waarbij we niet hyperkritisch zijn ten opzichte van de producten die we ondersteunen, en duidelijke prioriteiten stellen, heeft volgende voordelen:

1. de consument wordt aangemoedigd. Hij of zij voelt zich niet overladen met verantwoordelijkheden die opgelegd worden zonder dat hij of zij er een eigen idee over kan of mag vormen aangezien de normen ‘vastliggen’. Wie het allemaal veel te moeilijk, te zwaar en te ingewikkeld vindt, houdt er in veel gevallen op voorhand mee op…
2. het is goed voor de uitbreiding van het marktaanbod. Wat vegetarische producten betreft is al te kieskeurig zijn een luxe die we ons nog niet kunnen permitteren. Aangezien een van de grootste drempels juist de vrees voor het ontbreken van goede producten is, is het belangrijk niet überstrikt te zijn bij de beoordeling van het aanbod.
3. de producent wordt aangemoedigd om goede vegetarische producten op de markt te brengen. De eisen zijn niet onhaalbaar.

Dit is de weg die we voorlopig bewandelen. Andere organisaties, of individuen, bewandelen een andere weg. Maar wellicht heeft iedereen die op een of andere manier met de waarden van voeding bezig is, hetzelfde doel: zorgen dat alle mensen lekker en voldoende kunnen eten van gezonde producten die geproduceerd werden in zo optimaal mogelijke omstandigheden voor alle betrokkenen (weze het de planeet of iedereen die ze bewoont).

donderdag 1 december 2011

Afbouw, groei en export

Afgelopen dagen verschenen twee berichten over de toekomst van de veeteelt. Eén bericht ging over Nederland, het andere over Vlaanderen. Dat over Nederland had als titel "Nederland wil geen ongebreidelde groei van veebedrijven". Dat over Vlaanderen klonk als "overheid gaat Vlaamse varkenssector steunen". Het zijn twee verschillende artikels, over verschillende landen, over deels verschillende situaties, en ik wil niet teveel parallellen trekken, maar toch. Ook in Nederland viert de intensieve veeteelt hoogtij, maar tegelijkertijd beweegt er wel wat. Nederland heeft beslist dat de hele vleesproductie tegen 2020 duurzaam moet zijn. Als ze dat tenminste niet oplossen met een nog intensievere veeteelt, dan zijn we op goede weg.
In eigenland "waardeert de varkenssector de inspanningen die gedaan worden om het varkensvlees in het buitenland te promoten." (DS). De markt stagneert hier, dus we focussen op wie nog niet genoeg heeft van varkensvlees. Maar de echte interessante en relevante overheidssteun voor varkensbedrijven is steun voor afbouw. Steun om meer te exporteren naar het buitenland is wat duurzaamheid betreft korte termijndenken. Meer nog, het betekent in de eerste plaats de export van onze westerse milieu- en gezondheidsproblemen.

woensdag 5 oktober 2011

Hamburger duurder, burger gezonder

(dit stuk verscheen in De Morgen van 5 okt)

Als alles volgens plan verloopt, eten de Denen binnenkort minder ongezonde voeding dankzij een net geïntroduceerde vettaks. Bij ons werd het idee bijna begraven nog voor het goed en wel geopperd werd. Onterecht, want de strijd tegen zwaarlijvigheid is dermate urgent dat vrijblijvende maatregelen niet langer volstaan.

Een paar cijfers: in België is bijna één inwoner op twee te zwaar. In Europa stijgt het aantal kinderen met overgewicht met 400.000. Doordat overgewicht en zwaarlijvigheid risicofactoren zijn voor diverse chronische aandoeningen, verhogen ze de kans op een vroegtijdige dood met dertig procent. De gezondheidskosten die gepaard gaan met een te hoog gewicht bedroegen in België in 2004 zes procent van het totale RIZIV-budget. Personen met obesitas kosten de gezondheidszorg gemiddeld 25% meer.

Gerenommeerde gezondheidsorganisaties trokken met dergelijke cijfers al meermaals aan de alarmbel, maar een oplossing voor het probleem is nog niet in zicht. Enkel wanneer consumenten, de voedingsindustrie en de overheid hun eigen specifieke verantwoordelijkheid opnemen, kunnen we echte stappen vooruit zetten. Alles overlaten aan de burger, die dagelijks gebombardeerd worden met reclameboodschappen, is onrealistisch. Vele van de geadverteerde producten zijn bovendien letterlijk verslavend, en zijn goedkoper en makkelijker vindbaar dan gezondere alternatieven.
Zelfregulering van de sector kan een belangrijke rol spelen, maar heeft ook zijn grenzen. Wat dan met de overheid? Die is niet alleen medeverantwoordelijk voor de gezondheid van haar burgers, maar ook voor de economische gezondheid van het land. Gezondheidsbudgetten blijven pompen in steeds meer ongezonde mensen, zonder dat dit vergezeld gaat van sterkere maatregelen, staat gelijk aan dweilen met de kraan open.

Een beleid dat enkel gericht is op preventie is gedoemd om te falen. Volgens het rapport Fit not Fat van de OESO (sterk aanbevolen lectuur) is de situatie dermate dramatisch dat er moet gestreden worden op diverse fronten: preventie, individuele begeleiding, sensibiliserende campagnes én fiscale maatregelen. Het spreekt voor zich dat de eerste drie luiken handenvol geld kosten - geld dat je onder meer kan genereren met fiscale maatregelen.

Tegenstanders van een vettaks argumenteren dat die niet democratisch zou zijn en minder gegoede mensen het zwaarst zou treffen. Laat ons het inderdaad vooral hebben over sociale onrechtvaardigheid. Nog volgens de OESO hebben lager opgeleide vrouwen twee à drie keer meer kans om zwaarlijvig te worden dan hoger opgeleiden mensen. Zwaarlijvige mensen verdienen tot achttien procent minder dan niet zwaarlijvigen. Daarnaast hebben kinderen met minstens één zwaarlijvige ouder drie à vier keer meer kans om zelf zwaarlijvig te worden. De overheid kan net sociale rechtvaardigheid nastreven door deze situatie aan te pakken.

Het lijkt natuurlijk sympathieker om ons te beperken tot het goedkoper maken van gezonde voeding, maar op dat gebied zouden we wel eens bedrogen kunnen uitkomen: een recente experimentele psychologische studie toont aan dat ongezonde voeding duurder maken efficiënter zou zijn dan gezonde voeding goedkoper. Dat laatste zorgde in het experiment namelijk voor een hogere aankoop in calorieën, omdat met het uitgespaarde geld ongezonde voeding werd aangekocht.

Waar zou in deze tijden bovendien het geld gehaald moeten worden om gezonde voeding goedkoper te maken? De opbrengsten van een taks op ongezonde producten kan je meteen opnieuw besteden om groenten, fruit, peulvruchten, volle granen, enzovoort goedkoper te maken of te promoten, de begeleiding door diëtisten te ondersteunen, sportinfrastructuur uit te bouwen, enzovoort.

Het gaat hier niet om regeltjes en verbodstekens die de levensvreugde wegnemen en de burger vertellen wat hij wel of niet moet eten, maar om een verhoging van de levenskwaliteit, niet alleen op latere leeftijd, maar ook hier en nu. Een vettaks kan deel uitmaken van een pakket van maatregelen om de toenemende welvaartsziekten een halt toe te roepen. En aangezien ongezonde producten vaak ook meer milieubelastend zijn (denk vooral aan vlees en andere dierlijke producten), zou zo’n taks ook grote winst kunnen betekenen voor het milieu en de CO2-uitstoot kunnen helpen reduceren. Goed voor de mensen, goed voor de planeet, én het brengt geld op. Van hoeveel dingen kan je dat vandaag nog zeggen?

Een overheid bewijst haar burgers dus geen dienst wanneer ze een urgente gezondheidsoefening onder het mom van butteling en spijzing van de staatskas meteen naar de prullenbak verwijst. De vettaks verdient een degelijk debat.

EVA organiseert op 5 november een studiedag met onder meer een politiek debat over fiscale maatregelen om gezonde voeding te bevorderen (veggiestudiedag.blogspot.com)

woensdag 14 september 2011

Duurder vlees is in ieders belang

Deze post verscheen eerst als opiniestuk in De Standaard van 13 sept 2011


De mededeling dat de provincie Oost-Vlaanderen voortaan in al haar scholen EVA’s Donderdag Veggiedagcampagne zou invoeren, werd afgelopen donderdag door de Boerenbond niet bepaald enthousiast onthaald. De positieve weerklank die de campagne echter kreeg in de media en bij het brede publiek, toont aan dat het draagvlak voor vleesvermindering de laatste jaren sterk is gegroeid. Nu nog een overheidscampagne die de voordelen van meer plantaardig eten in de verf zet.

Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche verraste donderdagavond in Terzake vriend en vijand met de mededeling dat de VLAM maandag een campagne zou starten “waarin aangeraden wordt om 100 gram vlees per dag te eten, in plaats van de huidige 150 gram”.

Vandaag is de campagne “Vlees van hier” inderdaad gelanceerd, maar veel meer dan een lofzang over de kwaliteit van lokaal vlees kunnen we er niet in zien. De boodschap over vleesvermindering waar Vanthemsche over sprak, lijkt ergens goed verstopt op een subpagina van de campagnesite. Mensen gaan niet minder vlees eten wanneer ze worden geconfronteerd met alle troeven van dat vlees: “... een stukje vlees brengt belangrijke voedingsstoffen aan (...) Bovendien weet ik dat onze kwekers duurzame inspanningen leveren voor de diervriendelijkheid en het milieu. Ik geniet dus gerust van vlees van hier (...), lezen we onder een campagnebeeld.

Van de sector zelf hoeven we - laat ons eerlijk zijn - niet veel meer te verwachten. Piet Vanthemsche en de Boerenbond durven al toegeven dat de Belg teveel vlees consumeert. Vragen dat ze zichzelf aan banden gaan leggen of de veggiedag actief beginnen te promoten is - zelfs in tijden van crisis onder de groententelers en grote ecologische problemen - hetzelfde als vragen aan de slager om wat minder vlees te verkopen.

De VLAM is echter een zogenaamd Extern Verzelfstandigd Agentschap, en haalt de middelen voor haar campagnes niet alleen bij de producenten, maar ook bij de Vlaamse Overheid. En het is vooral op die laatste dat we nog zitten wachten. Wanneer komt de eerste publieke campagne op de buis die informeert over de voordelen van meer plantaardig eten? Ze lijkt nog niet meteen in zicht: in het Vlaamse Actieplan Voeding en Beweging zit vleesvermindering niet opgenomen als een expliciete doelstelling. En met het financieren van commerciële boodschappen over de veiligheid van ons vlees zijn we verder van huis dan ooit. Op tv krijgen dergelijke spotjes, naast de financiële steun, bovendien ook nog eens de vertrouwenwekkende stempel “boodschap van algemeen nut” opgekleefd.

De promotie van een meer plantaardig voedingspatroon mag niet meer te lang op zich laten wachten. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties behoort veeteelt wereldwijd tot de top drie oorzaken van elk belangrijk milieuprobleem, van klimaatverandering en ontbossing tot watervervuiling en verlies aan biodiversiteit. Wat gezondheid betreft verhoogt de westerse consumptie van dierlijke producten het risico op hart- en vaatziekten, overgewicht en sommige kankers. Maar het is vooral de groeiende vraag naar dierlijke producten in landen als India en China die verontrustend is. De FAO voorspelt dat tegen 2050 de wereldwijde vraag naar vlees zal verdubbelen. Dat is niet alleen een ramp voor het milieu: de vraag is ook of we negen miljard mensen kunnen voeden als zij allemaal veel vlees willen eten.

Het westen heeft dus een voorbeeldfunctie te spelen, en de consumptie moet hier naar omlaag. Een overheidsbeleid gericht op een transitie naar een meer plantaardige voedingspatroon hoeft trouwens niet te betekenen dat de veeboeren in de steek gelaten worden. Als een overheid kan mogelijk maken dat vlees duurder wordt, dan is dat niet alleen beter voor de volksgezondheid (en dus de staatskas), de dieren en onze planeet, maar ook voor onze landbouwers. En laat “duurder vlees” nu net zo ongeveer het enige punt zijn waarover Boerenbond en vegetarische lobby het eens kunnen geraken...

dinsdag 30 augustus 2011

Vegetariër zijn of vegetarisch eten?

In een paar vorige posts (flexibel vegetariër zijn en one bite of turkey) had ik het over de mogelijke voordelen van "flexibiliteit" of uitzonderingen maken. Mensen die zich vegetariër noemen, en die toch af en toe vlees eten, geven anderen (normale omnivoren) misschien een minder moeilijk beeld van vegetarisme of vegetarisch eten, en dat heeft natuurlijk zijn voordelen.
Maar er zijn ook nadelen van een dergelijke inconsistentie. Om er maar eentje te noemen: als ik op restaurant zeg dat ik vegetariër ben, en men serveert me vis vanuit het idee dat vegetariërs ook vis eten (omdat men dat al ervaren heeft), dan is dat redelijk vervelend.

Eerst en vooral: wanneer ik het heb over flexibel vegetariër zijn, dan heb ik het effectief over af en toe uitzonderingen maken. Niet over het systematisch iets wél eten (bvb kip of vis) dat niet vegetarisch is. Maar dat terzijde.

Een voorstel: wat als vegetariërs nu eens niet zozeer (op restaurant of andere plaatsen) zouden communiceren dat ze vegetariër zijn, maar dat ze vegetarisch eten. Je kondigt op restaurant of bijscholing of op een diner bij kennissen dus niet aan "ik ben vegetariër" maar wel "ik zou graag een vegetarische maaltijd willen." Dat heeft verschillende voordelen: ten eerste hebben we niet meer het probleem van de definitie. Wat vegetarisch is en wat niet is makkelijker te definiëren dan een vegetariër zelf (bedenk maar eens: is iemand die onbewust iets met vlees heeft gegeten, plots vegetariër af? Hoe lang? Is iemand die niet-vegetarische kaas eet wel of niet vegetariër?). Ten tweede, en belangrijker, we helpen op die manier die eeuwige tweedeling "vegetariër versus de rest" een beetje uit de wereld. Want die werkt alleen maar contraproductief, denk ik.

Ik verklaar me nader. Vandaag denkt wie het woord vegetarisch hoort, aan "vegetariër" en aan "vegetarisme". Maar een onderscheid tussen "vegetarisch" (het adjectief) en "vegetariër"/"vegetarisme" (substantieven) is niet nutteloos. "Vegetariër" en "vegetarisme" zijn zwart-wit woorden (of toch min of meer): je doet iets of je doet iets niet. Een "vegetarische maaltijd" (adjectief) kiezen of "vegetarisch eten", is iets wat iemand vandaag wel, morgen niet kan doen. Iets waarvoor hij of zij elke dag opnieuw kan kiezen.

In de praktijk: vegetarische maaltijden zijn er niet voor vegetariërs, maar voor mensen die vegetarisch willen eten (altijd of vaak of soms). Het belang daarvan is dat de vraag naar en het belang van deze maaltijden plots veel groter worden. Er zijn immers veel meer mensen die af en toe vegetarisch eten, dan dat er vegetariërs zijn. Vegetarische maaltijden worden zo uit het 2%-vegetariërs-verdomhoekje gehaald en krijgen een veel bredere aantrekkingskracht.

Minder vlees eten is een erg belangrijke zaak. Als we door ons taalgebruik en attitudes enkel het onderscheid vegetariër versus niet-vegetariër blijven benadrukken, doen we onrecht aan het feit dat er een heel grote groep mensen is die minder of geen vlees/vis eet. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dan niet dat ze geen vlees eten (want dat doet de grootste groep wel) maar dat ze (af en toe of vaak of altijd doet er niet toe) vegetarisch eten. Er ontstaat dus minder tweedracht en een veel groter draagvlak voor meer veggie. En dat is waar het om draait.

vrijdag 19 augustus 2011

"One bite of turkey"

Een paar weken geleden schreef ik in het stukje Flexibel vegetariër zijn dat het misschien contraproductief is wanneer "echte" vegetariërs al te zeer gaan focusen op de uitzonderingen die "bijna-vegetariërs" maken.
Een leuk voorbeeld is dat van Bill Clinton, die nu veganist geworden is. Of niet? Bekij even de video op CNN.

Op Thanksgiving neemt Clinton 1 hap kalkoen. Voor vele veggies en vegans voldoende reden om hem geen vegetariër of veganist te noemen. Maar zoals ik al schreef: misschien is het voor velen bemoedigender om te weten dat zo één hap één keer per jaar toch nog kan of mag. En bovendien: als de journalisten Clinton geen vegan zouden noemen, was het woord en het concept niet in het nieuws geweest.

donderdag 4 augustus 2011

Over strategieën valt wél te discussiëren

Don't worry, deze post gaat niet (echt) over Morrissey.

Er is de laatste dagen héél wat inkt gevloeid over Morrissey's vergelijking tussen het Noorse drama en wat McDonald's aanricht op het gebied van dierenleed. Ook op mijn stuk in De Standaard hierover kwam heel wat reactie - vooral van veggies die het niet eens waren met wat ik schreef.

Eerst en vooral: zelf ben ik, nadat ik het statement van Morrissey had gelezen en de eigenlijke video van het Poolse optreden gezien had, nog wat meer genuanceerd geweest tijdens een paar radiointerviews. De uitspraak bleek in elk geval uit zijn context gerukt en er was bovendien wat aan gesleuteld door de media (zij maakten er iets van als "Noorse drama niets vergeleken bij McDonald's". Dat was niet wat Morrissey zei. Ik moet ook toegeven dat een en ander ertoe geleid heeft dat er echt over vegetarisme en dieren eten gepraat werd, dus - hoewel niet alle praat goede praat is - is dat al een succes op zich.

Verder is het zo ongeveer tijd om het Morrissey-verhaal af te sluiten. Ik wou alleen de discussies van de voorbije dagen nog even als aanleiding nemen om het kort te hebben over verschillende strategieën. Heel vaak kwamen op Facebook reacties à la: al die verschillende aanpakken moeten naast elkaar bestaan, ze zijn complementair, of alle methoden zijn goed, of de ene mensen bereik je zo en de andere zo, dus 't is goed dat er wat vanalles is.

Daar zit, zoals in bijna alles, wel iets in, maar ik denk dat dit een beetje te gesimplificeerd is. Net zoals bij een oplossing voor het wereldhongerprobleem of klimaatverandering of kinderprostitutie of weet ik veel wat, willen we (neem ik aan) niet zomaar eender wat doen, maar willen we een manier van werken kiezen die ons dichter bij ons doel brengt, en liefst zo snel mogelijk. Vandaar is het belangrijk om over strategieën (en dan vooral communciatiestrategieën) na te denken. Dat staat niet gelijk aan anderen bekritiseren of verdeeldheid zaaien. Dat is, zo lijkt me, gewoon gezond.

Bij het kiezen van een methode kunnen we ons onder andere volgende vragen stellen:

1. welke methode zet het meeste zoden aan de dijk?
Jazeker, alle methodes hebben een zekere impact, maar er kunnen ongetwijfeld verschillen opzitten. De ene kan al efficiënter zijn dan de andere. Aangezien we doorgaans beperkte middelen kunnen investeren, lijkt het me belangrijk om de meeste (of alles) daarvan te investeren in de meest efficiënte methode. Natuurlijk kan je ook een methode kiezen op basis van "unserved audiences" of gaten in de markt, maar let dan op nummer 2.

2. zijn er bepaalde negatieve effecten aan een methode voor andere mensen?
Zoals gezegd, elke methode heeft een impact, maar het is perfect mogelijk dat je met methode A een positief effect creëert bij tien mensen, maar bij tien of honderd of duizend andere mensen een negatief effect. Het is erg belangrijk om hiermee rekening te houden.

3. wélke mensen bereik je met je methode (en welke mensen stoot je af met je methode)?
Het kan zijn dat je goed scoort bij een bepaalde groep van jongeren, maar dat je bijvoorbeeld heel slecht scoort bij belangrijke decision-makers. Op wie richt je je?

Dit allemaal maar om te zeggen dat het statement "alle methoden zijn goed" wellicht niet veel juister zal zijn dan "mijn methode is de enige juiste". Bepaalde methoden in vraag stellen en energie investeren in discussiëren, hoeft dus zeker niet nutteloos te zijn - al ga ik akkoord dat er grenzen moeten zijn en dat het ergens moet eindigen. Maar vaak wordt er wellicht niet voldoende over nagedacht.

Wat niet helpt is natuurlijk het feit dat sociale organisaties meestal niet het geld hebben om grondig onderzoek te doen naar de impact van hun strategieën. Met EVA tasten we ongeveer evenzeer in het duister. We hebben hier en daar indicaties, er is wat onderzoek, maar de kern van onze aanpak ligt - denk ik - in het ons proberen stellen in de schoenen van de mensen die we willen bereiken. Dat is een heel moeilijke opgave wanneer je heilig van iets overtuigd bent, maar het is een heel erg noodzakelijke oefening. Ik schreef er eerder over in You are not your audience.

Keer op keer merk ik hoe moeilijk het is voor mezelf en voor anderen om zich in te beelden hoe anderen zich voelen bij de eigen communicatie. En dat gevoel is uiteindelijk al wat telt. Zoals gezegd, wat waar is, is eigenlijk niet zo belangrijk. Je mag op je kop gaan staan en je mag duizend keer gelijk hebben, als de ander het zo niet aanvoelt, dan sta je nergens. Tenzij je doel natuurlijk is om gelijk te halen. Dan kan je maar best blijven proberen.

De afgelopen dagen merkte ik dat de voorstanders van het choqueren (à la Morrissey - veel veggies vonden er zelfs niets choquerends aan), de voorstanders van het "eens goed de waarheid zeggen", vooral vegetariërs zijn, en dat ik van andere mensen, niet-vegetariërs, doorgaans andere reacties kreeg. (Dit is een anekdotisch gegeven, en je zou er eigenlijk onderzoek moeten naar laten doen, maar zoals gezegd: geen geld.) Het zijn uiteraard de niet-vegetariërs die we bij EVA willen bereiken, niet om ze te overtuigen, maar om hen voor hen de informatie beschikbaar te maken, of om ze beslissingen te helpen nemen in de richting van vleesvermindering.

Wat er gebeurt is denk ik duidelijk. Of het nu gaat over milieu, geld geven aan het Zuiden, of dierenrechten: we hebben allemaal nogal makkelijk de neiging om te denken dat andere mensen zullen overtuigd worden of veranderen door datgene waar we zelf door veranderden of overtuigd raakten: die slogan, die video, die uitspraak, die foto... Het feit dat er in onze vriendenkring ook mensen zitten die op dezelfde manier overtuigd werden, maakt het allemaal nog misleidender: onze vrienden zijn heel vaak mensen waarmee we een en ander gemeenschappelijk hebben. Daarnaast zijn er nog andere hinderpalen om een goed inzicht te hebben in wat de beste aanpak is: we zien voor een stuk wat we willen zien. En ook: eens we ons iets eigen gemaakt hebben, is het moeilijk om daarvan af te stappen of dat in vraag te stellen. Het is van ons, we doen het al een tijdje, we kunnen er niet meer objectief naar kijken.

Bij EVA hebben we gekozen voor een bepaalde methode, met als kenmerken onder meer positiviteit, nadruk op lekker eten, een graduele aanpak, en "alle redenen om minder of geen vlees te eten zijn goed". Of dat de beste methode is, dat weten we niet, we kunnen alleen maar hopen dat het werkt. En er zijn zeker andere werkwijzen die complementair zijn en die moeten bestaan, en die wij zelf niet doen. Op het gebied van het verminderen van dierenleed kunnen dat zijn: goede straatacties die media-aandacht trekken bijvoorbeeld. Campagnes om ook het welzijn van dieren te verbeteren. Vegetarische catering. Undercover videos maken van dierenleed en die wereldkundig maken... Allemaal dingen die naast elkaar kunnen bestaan.

Waar ik hoegenaamd niet in geloof (niet meer, want vroeger deed ik eraan mee) is in mensen schuldgevoelens aanpraten. Wellicht zijn er vele vegetariërs die hiermee instemmen, maar ik vrees dat we ons niet altijd realiseren hoe makkelijk mensen wel schuldgevoelens krijgen door wat we communiceren (of alleen al door wat we eten!). "Dat is hun probleem", hoor ik sommigen zeggen. Nee, ook ons probleem. "Meat is murder" is bijvoorbeeld (onrechtstreeks) een beschuldiging, of, tenminste, klinkt als een beschuldiging voor de meeste mensen. Even wat citeren:

The animal advocacy movement is notorious for pointing the finger at those who fail to live up to our standards. In the 1980s and 1990s many posters proclaimed “Meat is Murder.” One animal rights t-shirt sports a picture of a cow and the slogan “I died for your sins.” We may find such slogans funny (or true), but studies have consistently found that as non-profits increase the amount of guilt in their messages, their persuasiveness drops (Dillard, Kinney and Cruz 1996; Coulter and Pinto 1995).

One reason for this is that most of us think of ourselves as decent people. We do what's right, and we live ethical lives. When we are confronted with the reality that we are causing someone else to suffer (such as the animal that ended up on our plate), we have two choices. We can admit that what we are doing is wrong, and that it is causing unnecessary suffering and death; but an admittance like that would contradict our belief that we are a good person. The second and easier choice is to find a justification for why our behavior is in fact okay: "animals were put here for our use," "animals don't feel pain," "who cares they're just animals," etc. When we feel personally responsible for causing someone else to suffer we automatically start to value them a lot less, which gives us an excuse to not care about what happens to them. (Lerner and Simmons 1966).


Voor mij houdt dat allemaal erg veel steek. Het zijn zaken waar we af en toe moeten bij stil staan, en dat gebeurt enkel als we ons in de ander z'n schoenen plaatsen, en ons inbeelden hoe het voor hem/haar is om onze boodschap te horen.

Als we de wereld echt en snel willen veranderen, kunnen we dan niet beter onszelf en anderen af en toe even in vraag te stellen, en er niet te snel van uit te gaan dat alle middelen goed zijn? Er staat teveel op het spel.

PS: Morrissey fans, ik heb niets tegen Morrissey. Hoera voor zij die niet onverschillig zijn.

donderdag 28 juli 2011

Morrissey, moord, media en McDonald's

Morrisey zei volgens dit bericht in De Standaard dat McDonald's erger is dan de aanslagen in Noorwegen. Wat moet je van zo'n uitspraken denken?

Eerst en vooral: er valt volgens mij wel zinnig te discussiëren over de relatieve aandacht die bepaalde feiten, drama's, rampen... in de media en van mensen krijgen. Wat dichter bij ons staat, wat gebeurt in Westerse landen, krijgt meer aandacht. Frank Deboosere - een mens met een hart - illustreerde dit hier duidelijk: Orkaan Katrina (2005; 1.800 doden) is bij iedereen bekend, orkaan Nargis (2008; 146.000 doden) heel wat minder. Wat meer spectaculair of zeldzamer of choquerender is - zoals de moorden in Noorwegen - kan ook meer aandacht krijgen dan andere meer alledaagse, maar soms nog ergere feiten. Daar valt wellicht niet zoveel aan te doen, dat heeft niet alleen te maken met hoe de media werken, maar vooral met hoe de mens in elkaar zit.

Morrissey doet een beetje hetzelfde: hij geeft aan dat de aandacht voor het Noorse drama ergens buiten proportie is. Probleem is natuurlijk dat hij vergelijkt met dierenleed, niet met mensenleed. Een uitspraak als "wat er gebeurt in de Hoorn van Afrika is vele malen erger" zou lang zo choquerend niet geweest zijn (hoewel nog altijd delicaat). Wat choqueert is dus vooral de vergelijking tussen mensen- en dierenleed.

Om te weten welke reacties een dergelijke uitspraak veroorzaakt, zou je natuurlijk onderzoek moeten doen in de straat, maar ik denk dat 't veilig is om te stellen dat ze niet te positief onthaald wordt bij het grootste deel van de bevolking.

En dat is nu precies wat cruciaal is. Een boodschap mag nog zo onweerlegbaar juist, waar, correct zijn (en in dit geval laten we de correctheid van zijn uitspraak even in het midden), wat telt - als je het tenminste hebt over verandering creëren - is hoe die boodschap aankomt. Om McLuhan een beetje te parafraseren: "the interpretation is the message". Wat voor zin heeft het om een boodschap te verspreiden als niemand hem kan horen, als mensen er alleen kwaad door worden? Ja, je kan hopen dat als je dat zo een paar keer na elkaar doet, er uiteindelijk iets doordringt (als je dat niet hoopt ben je helemààl nutteloos bezig, en werk je enkel je eigen frustraties uit). En met dat herhaaldelijk stampen zàl je ook wel enig resultaat hebben, maar wellicht minder snel en bij een veel kleiner aantal mensen dan wanneer je communiceert op een toegankelijke manier.

Om dit nog wat duidelijker te maken: een meevaller is nog dat Morrissey's boodschap in dit geval niet zo beschuldigend klinkt (behalve dan voor McDonald's), maar beeld je in dat hij zou zeggen: wat alle vleeseters samen doen is veel erger dan de moorden in Noorwegen. Ongeveer dezelfde boodschap, even ondubbelzinnig gesteld, maar gericht naar het individu, niet naar een bedrijf. De boodschap mag zo waar zijn als je wil, je bereikt er alleen maar mee wat je niet wou bereiken: dat nog meer mensen nog minder openstaan voor vegetarisch eten.

Een en ander heeft te maken dat mensen voor sommige boodschappen niet *willen* openstaan omdat er teveel gevolgen kunnen vasthangen aan instemmen met de boodschap (zie ook mijn post over vegetarisme, gulzigheid en gsm). Ze hebben met andere woorden maar heel weinig redenen nodig om te rechtvaardigen dat ze niet naar dergelijke boodschappen luisteren. Als we willen dat mensen oor hebben voor wat we te vertellen hebben, kunnen we hen beter zo weinig mogelijk excuses geven om ons te negeren.

dinsdag 26 juli 2011

You are not your audience

Wij onderbreken whatever you are doing voor een heel belangrijk bericht.

Er zijn heel veel goede mensen die goede dingen doen (vegetarisch eten, milieuvriendelijk leven, niet roken, weet ik veel wat) en die graag zouden hebben dat andere mensen daar ook aan mee zouden doen. Eerst en vooral (maar terzijde): daar is niets mis mee. Als je echt overtuigd bent van de waarde van iets, dan kan je bijna niet anders dan willen dat anderen meedoen. Laat ons ons daar niet over schamen.

Maar waar ik het eigenlijk over wil hebben: wanneer je andere mensen wil meekrijgen, dan is wat in de titel van dit stukje staat gewoonweg e-norm be-lang-rijk. Enorm belangrijk dus. You are not your audience oftewel: jij bent niet het publiek dat jij wil bereiken. Je publiek is in vele gevallen heel waarschijnlijk in heel wat opzichten *anders* dan jij.

Ik geef een voorbeeld, uit mijn eigen leefwereld. Heel vaak krijgen we via Facebook, mail en andere kanalen opmerkingen van overtuigde (en zeer goed menende) vegetariërs die ons zeggen dat we geen ongezonde, of geen onduurzame producten mogen aanprijzen, of dat we moeten zwijgen over vleesvervangers want dat die helemaal niet nodig zijn en dat de vegetarische keuken veel betere dingen biedt, enzovoort. Meestal gaat het om mensen die al enige expertise hebben in vegetarisch koken, die misschien zelfs een andere smaak (minder zoet, minder zout) ontwikkeld hebben, soms zelfs mensen die misschien helemaal niet zoveel belang hechten aan eten, enzovoort. Niet dat ze af en toe geen punt hebben, maar ik vertel hen dus graag: you are not your audience. Zoals jij denkt, denken vele andere mensen wellicht niet. Geen vleesvervangers nodig? Great, maar denk es aan die andere mensen. Denken ze dat ook, of hoop jij dat ze dat ook denken?

Ik heb het over het feit dat die andere mensen, die nog warm gemaakt moeten worden voor vegetarische of vegan voeding, wél geven om lekker, *niet* altijd de moeite willen doen om naar de natuurvoedingswinkel te gaan, *niet* altijd meteen een wat meer afwijkend recept met nieuwe ingrediënten willen of durven klaarmaken dan wat ze gewoon zijn.

De ideale voeding is (denk ik) puur plantaardig én gezond (dat wil zeggen suikerarm of suikervrij, niet teveel zout, niet teveel vet, veel rauw enz.), en duurzaam (en dat wil zeggen lokaal en seizoensgebonden en fair trade en bio en verpakkingsarm) enzovoort, maar ook betaalbaar, lekker en makkelijk klaar te maken.
Misschien ben ik nog een en ander vergeten, maar da's alvast een hele zware boterham (soms spreken deze verschillende aspecten elkaar zelfs onderling tegen). Verandering introduceren we echter liefst stukje bij beetje, en je mag me proberen overtuigen van het tegenovergestelde, maar maaltijden en producten die aan al deze criteria tegelijk voldoen, die zijn niet zo dik gezaaid. Vandaar nemen we het stukje bij beetje, en leggen wij bij EVA de nadruk op onze prioriteit (geen dierlijke producten) en zorgen we ervoor dat 't vooral lekker is.

't Is onze strategie, ze kan doeltreffend zijn of niet. Suggereer gerust een betere :-) Maar in elk geval: hou in de eerste plaats rekening met het publiek dat je wil bereiken.

(ps ter inspiratie)

zondag 24 juli 2011

Kristl Strubbe (2): vleesvervangers en goesting.

Ik heb al eens over Kristl Strubbe geschreven en ik schreef al over vleesvervangers. Vandaag over beide tesamen.

Mevrouw Strubbe - zoals gezegd beschouw ik haar als een bondgenote, want ze is grotendeels vegetariër - schreef op 27/6 in haar 'Dagelijks Brood' column nogmaals over vlees of geen vlees (zie hier, voor geabonneerden op DS online).

Haar argumententie komt hierop neer dat ze het niet kon volhouden om steeds 'namaakvlees' in haar mond te stoppen, en ondertussen flexibeler is geworden en af en toe, wanneer ze bijvoorbeeld zin heeft in de tajine met kip in haar favoriete Marokkaanse restaurant, daar gewoon aan toegeeft. "En al ben ik dan geen echte vegetariër, dan is dat maar zo. Het lijkt me gezonder dan dat grote doen alsof."

Eerst en vooral: ik schreef in mijn vorige blog over "flexibel vegetariër zijn". Dat was geen pleidooi aan vegetariërs om plots allemaal uitzonderingen te beginnen maken, maar wel een appèl om verdraagzamer te zijn tegen mensen die dat wel doen, en om te kijken naar de stappen die die mensen wél nemen, in plaats van zich blind te staren op die ene uitzondering - die tajine met kip dus, in dit geval. (ondertussen, o ironie, ben ik dat hier nu wel net aan het doen :-). Zoals gezegd geloof ik dat veel mensen sneller zullen verleid worden om meer vegetarisch te eten en bijna-vegetariër te worden wanneer ze niet het idee hebben dat ze 100% consequent moeten zijn. Als Kristl Strubbe dat zo aanvoelt, dan moet ze dat zeker doen. Dat ze "geen echte" vegetariër is, mag niet meer zijn dan een nuchtere, niet-veroordelende constatatie, die vegetariërs wat mij betreft gerust nog mogen maken, maar gewoon om te zorgen dat de omwereld aan de 100%-vegetariërs geen "uitzonderingen" begint op te dringen, niet om te beschuldigen, te veroordelen of uit-de-club-te-sluiten.

Waar ik het in Strubbe's column wat moeilijk mee heb, is de veralgemening die ze maakt. Ik ken haar precieze beweegredenen niet om (bijna) geen vlees, maar wel vleesvervangers te eten. Zij blijkt ontgoocheld door de namaak:

"Er is heel wat doorzettingsvermogen nodig om jezelf jarenlang wijs te maken dat een veggie hamblokje hetzelfde is als een echt hamblokje. De veggie versie is gemaakt van soja, wei en aardappelzetmeel. Een of andere aromatoevoeging zorgt voor een hamsmaak en de betwistbare kleurstof Allura rood geeft de substantie een hartige roze hamkleur. Waarom wou ik dit ook alweer eten? De vegetarische industrie gaat nog verder. Wie naast vlees ook geen vis wil eten, heeft de keuze uit massa's veggie variaties: van veggie scampi tot veggie tonijn en zelfs veggie kaviaar. En wie nog een stapje verder gaat en ook geen kaas wil eten, krijgt veggie parmezaan, veggie mozzarella en veggie fonduekaas op zijn bord."

Ten eerste: uiteraard heeft niet elke veggie de ervaring van gemis aan vlees. Misschien sowieso niet, misschien dank zij het bestaan van vleesvervangers. Laat ik even voor mezelf spreken: ik eet graag vleesvervangers, misschien zelfs omdat ze me doen denken aan het vlees dat ik vroeger at (want dat at ik graag), maar 1) ik zou er nooit of te nimmer aan denken om nog een stuk vlees in mijn mond te stoppen en 2) ik heb er geen last van dat ik een "imitatieproduct" eet. Ik hoef mezelf niet - zoals Strubbe zegt - "jarenlang wijs te maken dat een veggie hamblokje hetzelfde is als een echt hamblokje". Aan dat "wijsmaken" is eenvoudigweg geen behoefte. Dat komt natuurlijk doordat mijn motivatie om geen vlees te eten nogal diep zit, en zo ongeveer alle gustatieve behoeften kan overtroeven, in mijn geval.

Nu, zoals gezegd, dat is niet voor iedereen zo, en die smaak, da's wel degelijk een belangrijk aspect van de hele zaak. We hebben lekkere - en voor sommigen ook authentieke - producten en gerechten nodig om de grote hoop van de mensen mee te krijgen. Goesting (een woord dat mijns inziens ondertussen een vreselijk cliché geworden is, maar dat terzijde) is inderdaad een belangrijke motor van verandering. Maar veralgemeen dat niet a.u.b. Er zijn wel degelijk nog mensen die belangrijkere waarden hebben dan goesting.

En om te eindigen nog iets over die producten die Strubbe afwijst. Liever het echte product, zegt zij. Liever geen namaak. Nu kan het zijn dat de kip van Hafid een natuurproduct is, maar meer waarschijnlijk is dat vlees een erg onnatuurlijk product, afkomstig van een dier dat een erg onnatuurlijk en onnatuurlijk kort leven heeft geleden. Eigenlijk is het wellicht een kuiken dat tegen de leeftijd van zes weken helemaal is vetgemest (vergelijkbaar met een jongen van acht die eruit zou zien als Arnold Schwarzenegger in zijn gloriedagen). Ik weet 't niet, maar mij lijkt dat allemaal veel minder aantrekkelijk dan eventueel wat aroma's of wat kleurstoffen (als die er al zijn, want vleesvervangers zijn vaak bio).

Weet je wat 't is? Over waar die kip vandaan komt, daar denken we liever niet teveel over na. De herkomst en samenstelling analyseren van dat veggie hamblokje, dat is lang niet zo bedreigend. Ik wil het even niet hebben over wat er allemaal in die échte kip of in dat échte varken gaat, maar - ook al lijkt het me dat ze dat al weet - mocht mevrouw Strubbe de levenscyclus van de kip van Hafid kennen, dan zou de *goesting* haar wellicht snel vergaan.

dinsdag 12 juli 2011

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs.

En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bijna-vegetariërs te wijzen op hun uitzonderlijke "fouten", en die die ochot ene keer dat persoon x zich vergrijpt aan een stuk vis of een lamsbout, moord en brand schreeuwen.

Nee, ik vind vlees eten niet iets dat echt te verantwoorden is. Maar ik bedacht me: ik hoorde al zo vaak zeggen: ik zou wel vegetariër willen worden, maar [vul gerecht naar keuze in] zou ik nooit kunnen missen. En vaak doen dergelijke mensen dan maar niets. Waarom niet? Om verschillende redenen, maar wellicht ook voor een deel omdat vele "echte" vegetariërs deze would-be veggies met of zonder woorden wel duidelijk maken dat ze dan niet echt zijn, dat ze er dan niet bijhoren (jawel, ik heb het zelf ook nog gedaan, mea culpa). Is er niet iets te zeggen voor een minder strikt, minder zwart-wit beeld van vegetarisme? Flexitarisme met de betekenis die ik graag aan het woord zou geven: vegetariër maar met af en toe een uitzondering.

Laat ons niet vergeten dat het voor veel mensen, die niet zo overtuigd zijn als de "echte" vegetariërs, niet altijd makkelijk is om nee te zeggen, om te weerstaan aan sociale druk, om voor de zeventiende keer dezelfde schotel te eten omdat je vlees en vis weigert. En laat ons ook echt zeer goed bedoelde redenen voor uitzonderingen in acht nemen: het niet willen tonen aan je tafelgenoten dat je per sé een moeilijke persoon moet zijn als je liefst vegetarisch eet. En soms - ik weet het, het kan bij velen op weinig begrip rekenen - wil je je gastvrouw of gastheer niet voor de borst stoten en maak je... die uitzondering.

De reacties van de "echte", uitzonderingsloze vegetariërs kunnen goed bedoeld zijn. Men wil er bijvoorbeeld over waken dat het begrip vegetariër of vegetarisme niet verwatert tot iets dat noch mossel noch vis is (pun intended). Of men wil aantonen dat je écht wel zonder vlees en vis kan. Maar soms komt de reactie ook vanuit een soort verlangen om zuiver en puur en echt te zijn. Ik vraag me af wat we, de planeet en de dieren, met dat soort van ideologie geholpen zijn. Meer nog, ik vraag me af of de nadruk op puurheid en zuiverheid en uitzonderingsloosheid, niet meer kwaad dan goed doet. Dit is geen pleidooi voor uitzonderingen. Wel voor grotere tolerantie, wat meer nadenken, meer begrip, en minder blindstaarderij op die uitzonderingen.

Ik ben niet voor principes omwille van principes. Ik bekijk graag het effect in de praktijk. En wellicht zijn de reacties die onze voedingswijze bij anderen teweegbrengt, minstens even belangrijk (qua impact en effect) als het eten dat al dan niet op ons eigen bord belandt. Meer aandacht voor communicatie dus, en minder voor navelstaarderij en vitterij.

P.S: Iets waar ik zelf het antwoord nog niet op gevonden heb (misschien kan je me helpen): stel iemand eet een heel jaar vegetarisch, zonder uitzonderingen, eet dan 1 x een schotel met vlees, en eet dan weer een heel jaar uitzonderingsloos vegetarisch. Vraag: hoe lang was deze persoon (if ever) vegetariër?

zondag 3 juli 2011

Over vlees en roken



Het rookverbod is gearriveerd, en de vergelijking tussen roken en vlees eten, of het reageren tegen beide, steekt nog es de kop op. Nota bene in een column van televisiemaker en columnist Patrick De Witte:

"Tussen rokers en niet-rokers is het zoals tussen vleeseters en vegtariërs/veganisten. In het ene kamp zitten mensen die bereid zijn om gretig, ja gulzig in het leven te bijten - en bij uitbreiding in een malse entrecote - ook al weten ze dat daar op lange termijn een ernstig gezondheidsrisico aan verbonden is en dat de geïndustrialiseerde veeteelt voor het milieu doet wat een vers gedraaide hondendrol voor een parketvloer kan betekenen. In het andere kamp: mensen die menen dat ze moreel én fysiek superieur zijn, dat ze uiteindelijk Bru zullen pissen en rozenblaadjes zullen kaken en op hun honderste verjaardag gezond zullen blozen van pure dierenliefde en ecovriendelijkeheid, omdat ze hun leven lang een bal gehakt hebben gerefuseerd ten faveure van een klont tofu."


Mooi gezegd, dat wel, maar jammerlijk clichématig en simplistisch. Rokers en vleeseters genieten van het leven, vegetariërs en niet-rokers zijn ijdele moraalridders die voor wie alle plezier moet wijken ten voordele van de gezondheid en onze planeet. Zo eenvoudig is het universum van Patrick De Witte. Nu, in alle clichés zit een grond van waarheid. Zo ook hier: vegetariërs (over niet-rokers of anti-rokers heb ik het even niet) zijn vaak een brok te ernstig en durven al es zeuren. Maar dit terzijde. Alleen al de verschillende redenen die er zijn om geen (of minder) vlees te eten, en die Mr De Witte zelf ook aanhaalt, zouden moeten aantonen dat het allemaal zo zwart-wit niet is. Sommige vegetariërs zijn enkel en alleen (of hoofzakelijk) vegetariër om gezondheidsredenen. Ze "refuseren" vlees niet omdat het nefast is voor het milieu of voor de dieren. Wie dat wel doet, geeft heel vaak geen bal om zijn gezondheid, en kan gerust de bon-vivant (jawel, dat kan ook als veggie) uithangen, en roken en drinken dat het een lieve lust is.

Zelf heb ik altijd heel graag en veel vlees gegeten, zo tot mijn 22ste (dat heb ik hier al es gezegd). Steak au poivre à la crème, met frieten: dat was mijn lievelingseten. Maar het feit dat ik sinds een jaar of vijftien andere dingen belangrijker vindt, en dat ik die steak niet meer eet, doet niets af aan mijn levenskwaliteit, en betekent niet dat ik niet meer kan genieten van eten. Integendeel.

Soit, het is zo evident dat we er niet verder op in hoeven te gaan, maar nog dit: het badinerend discours van meneer De Witte is minder onschuldig (o jee!) dan het lijkt. Als we de mythe bestendigen dat genot en ongezond+onduurzaam gedrag onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dan zijn we ver van huis. Mr. De Witte realiseert zich ook wel dat hij zichzelf iets wijsmaakt, en weet hopelijk dat we wel degelijk stappen moeten ondernemen om onze planeet een handje te helpen. We moeten met andere woorden gaan geloven (en zo'n opvattingen en attitudes worden mede *gemaakt* door het discours dat errond gevoerd wordt) dat het op zijn minst mogelijk is om te genieten van eten, van gewoontes, van hobby's... van dingen die duurzaam en gezond zijn.

En tenslotte moet ik hierover nog iets kwijt:

"Hier is een tip: ga naar een café waar ze niet roken. Ik ben geen balletfan en - raad eens? - ik ga dan ook niet naar het ballet! Ik weet namelijk dat ze daar gaan balletdansen, zoals ik weet: in een café wordt er gerookt. Zo is het altijd geweest en zo hoort het te zijn."

Mag ik naar de kliklijn bellen om bullshit aan te geven? Bij mijn weten spreken we nog altijd over Café De Sportwereld en niet over Rookruimte De Sportwereld. Roken lijkt me allerminst een noodzakelijk onderdeel van het fenomeen "café". Gezelschap, en hoogstens alcohol, dààr gaat het om. Roken is situationeel. Ik vermoed dat sommige hevige pro-rokers vroeger hetzelfde durfden te zeggen over het restaurant: het hóórt er nu eenmaal bij dat je na het eten een sigaret opsteekt (en wie naar Mad Men kijkt, weet dat tabak vroeger ook schijnbaar onlosmakelijk hoorde bij het bed, het werk, seks, TV-kijken, het bad, de treinrit, en het koken). Dus nee, binnen een paar jaar is het voor iedereen duidelijk dat Mr De Witte z'n argument geen hout snijdt (maar laat dat ons niet beletten om het nu reeds te bestempelen als nonsens).

Soit, om positief te eindigen, we zijn toch blij dat we zover gekomen zijn dat dergelijke columnisten de schade die vlees toebrengt toch al publiekelijk kunnen herkennen. Laten wij, wijze en verstandige vegetariërs (mezelf en mijn vriendinnen Merel, Linde, Vlinder & Annemarijn) deze brave man vergeven, aangezien hij niet weet wat hij doet, terwijl hij zichzelf zo jammerlijk in de vernieling rookt, en het onze Moeder, de Aarde, zo moeilijk maakt met die godslasterlijke biefstukken die hij eet, terwijl hij zijn negatieve energie de wereld instuurt.

Genoeg gezwetst. Deze vegetariër stapt van zijn spreekgestoelte en gaat op zijn terras in de zon een goede Chardonnay drinken bij een maaltijd van nieuwe aardappeltjes, verse tuinbonen en een toch wel zeer te smaken seitansteak met sojaroomsaus. En mochten we toevallig roken zouden we na het eten eventueel een sigaret opsteken.

dinsdag 28 juni 2011

Kristl Strubbe (1): vlees en de overheid

Kristl Strubbe, OpenVLD schepen in Mechelen, en columniste in De Standaard, is zo ongeveer vegetariër, en de veggie "beweging" mag haar dus als een bondgenoot beschouwen. Alleen jammer dat ze over vegetarisch eten - waar ze, zo vermoeden we toch, met een goede reden voor kiest - zo'n vreemde dingen schrijft. Of dwingt iemand haar misschien om (bijna-)vegetariër te zijn? Je zou het haast denken. Naar aanleiding van een recente column van haar over vleesvervangers in De Standaard, even een reactie op haar schrijfsels in twee delen. Eerst op een oud stukje.

In een column van 18 oktober, schrijft ze:

Ik eet geen vlees. Ik doe dat omdat vlees eten niet gezond is en niet nodig. Ik heb geen overheidscampagne nodig gehad om die beslissing te nemen. Ik betwijfel ook of een bezorgde overheid mij tot die keuze had kunnen bewegen. Vlees eten is immers geen bedreiging voor de gezondheid van andere mensen.

Mja, maar wil dat volgens haar zeggen dat (hoge) vleesconsumptie geen sociaal-problematische kwestie is? Vreemd, hoe iemand die toch met deze zaken bezig blijkt te zijn, totaal voorbijgaat aan de hele sociale problematiek rond vlees. We ‘bedreigen’ met vlees eten elkaars fysieke gezondheid niet rechtstreeks (zoals bij roken wel het geval is), maar hoge vleesconsumptie is wel een bedreiging voor de planeet (de FAO noemt veeteelt de 1ste, 2de, of 3de belangrijkste oorzaak van elk groot milieuprobleem), is erg problematisch wat betreft de voedselvoorziening in de wereld, en - als we onze niet-menselijke medebewoners ook even mogen meenemen - de intensieve veeteelt is een ramp voor dieren. Bovendien nemen welvaartsziekten epidemiologische proporties aan en kosten ze de staat en de belastingbetaler hopen geld. Geen redenen voor een overheid om *iets* te proberen doen? Preventie, bijvoorbeeld?

Stel dan nog dat het effect van onze massale vleesconsumptie enkel onze eigen gezondheid betrof. Mevrouw Strubbe heeft nu eenmaal al de keuze gemaakt om gezond te eten, op eigen houtje. Niet iedereen is op dezelfde manier voldoende geinformeerd, heeft de discipline, het geld of andere nodige middelen. Wanneer sommige wetenschappers fastfood even verslavend noemen als heroïne (http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/2707143.stm), zou er dan geen reden kunnen zijn om toch iets minder voorzichtig te zijn met overheidscampagnes? Het antwoord van mevrouw Strubbe voelen we natuurlijk al van ver aankomen: ze heeft het niet zo voor paternalisme - de eeuwige dooddoener. Misschien ziet ze iets in libertair paternalisme?

In verband met een mogelijke vettaks schrijft ze:

Stel dat mijn overbuurman (...) arm is, en zich alleen een wekelijkse portie vette worst kan permitteren. En stel dat met een vettaks die worsten even duur worden als een kilo prinsessenbonen. Ik geef u op een blaadje dat die buurman niet opeens overschakelt op prinsessenbonen, maar gewoon wat minder worst koopt.

Klopt. Maar wat is precies het probleem met minder worst kopen? Men kan natuurlijk vrezen dat sommige mensen of bevolkingsgroepen dan plots te weinig zullen eten, maar aangezien er momenteel te veel dierlijke producten worden geconsumeerd, lijkt het risico eerder beperkt.

Geen vettaksen, zegt Strubbe. Wel gezonde voeding goedkoper maken. Dat klinkt natuurlijk veel sympathieker, en op het eerste gezicht ook efficiënter. Maar onderzoek stelt hier vragen bij. Het resultaat van een studie (The Influence of Taxes and Subsidies on Energy Purchased in an Experimental Purchasing Study, Epstein et all, 2010) die onderzocht wat de invloed was van ongezond voedsel belasten versus gezond voedsel goedkoper maken, kwam tot de conclusie dat het eerste efficiënter was om calorie-inname (denk globesitas) te reduceren. Het goedkoper maken van gezonde voeding leidde vooral tot een hogere energie-inname.

"Mij lijkt het evident dat je een overtuigde keuze voor gezond leven alleen zelf kan maken," zegt mevrouw Strubbe. Daar zijn we het met haar eens, maar we spreken hier toch niet over gezond voedsel door de strot rammen? Ik neem aan dat we met "overheidscampagnes" vooral sensibiliseringscampagnes bedoelen. Mensen sensibiliseren over wat gezond is en wat minder gezond is, lijkt u dat nutteloos?

Goed uitgevoerde overheidscampagnes zouden wel eens heel wat zoden aan de dijk kunnen zetten. Al is het maar als tegengewicht tegen het marketingapparaat van de voedingsproducenten die vooral massaal ongezonde voeding in de winkelrekken brengen (en neem het van me aan, daar zit véél meer geld dan bij de sector van de gezonde voeding).

zondag 12 juni 2011

Vegetarisme, gulzigheid en gsm's.

Wanneer vegetariërs of dierenactivisten geen of weinig begrip hebben voor hun omnivore medemens, die, tegen alle berichten over dierenleed, klimaatverandering, gezondheidsepidemies enzovoort in, toch lekker à volonté vlees blijft eten, dan ben ik soms even zo vrij om hen op een paar dingen te wijzen (en soms moet ik dat ook bij mezelf doen, want ik ben ook niet altijd vol begrip, mens die ik ben). Ten eerste vraag ik hen of ze zelf ooit vlees gegeten hebben. In mijn geval: heel lang en heel graag, en 't was heel moeilijk om te veranderen (zie twee posts geleden). Ten tweede stel ik hen voor om eens te kijken naar een gewoonte die ze willen veranderen, maar waar ze nog niet in geslaagd zijn. In mijn geval, bijvoorbeeld: minder eten.

Ik ben net terug van een vegan festival in Malaga. We verbleven een week in een hotel aan de kust, waar de workshops en lezingen doorgingen. Twee keer per dag was er een groot vegan buffet. Dat betekende als het ware twee keer per dag eten - voor de mensen die het kennen - van het Komkommertijdbuffet. Na de eerste paar maaltijden heb ik bij mezelf bijna elke keer gezegd: dit is decadent, deze keer ga ik minder eten. Vandaag ga ik niet bijscheppen. Vandaag niet én frieten én spaghetti (niet dat ik erop moet letten voor de lijn of zo, want ik ben een van die types die nooit een gram bijkomt of afvalt, hoeveel ik ook eet). Maar dat is nooit gelukt. Er is iets in mijn maag, in mijn tong, in mijn hoofd... dat sterker is dan mezelf. Geen idee hoe het verklaard moet worden, maar ik worstel ermee, ik slaag er niet in, en het helpt me om te snappen dat sommige vleeseters wel willen maar niet kunnen.

Da's een voorbeeld wat het fysieke-gustatieve aspect betreft. Er zijn er ook cognitieve. Net zoals vele, ook verstandige, omnivoren niet willen weten dat veel vlees consumeren de aarde en de dieren gevoelige schade toebrengt, wil ik bijvoorbeeld liever niets lezen of horen over de mogelijke schade van telefoneren met een gsm. Gewoon omdat ik mijn gsm (zeg nooit gsm tegen een smartphone, mijn ding doet alles, behalve frieten bakken) heel graag gebruik. Net zoals een vleeseter heel graag zijn biefstuk heeft. Cognitieve dissonantie heet het. En het is des mensen. Ik pleit schuldig. (en neen, ik kan u niet vertellen of die gsm nu wel of niet schadelijk is, omdat ik er nog steeds niet genoeg over willen lezen heb)

Maar geen reden tot wanhoop. Ik geloof dat het hart en de rede samen ooit zullen zegevieren. Bij mij en bij iedereen. Ondertussen: smakelijk.

Open brief aan Axl Peleman


Beste Axl,

Lang geleden, in 2004, hebben wij nog samengewerkt: je toen nog vegetarische hoofd prijkte - inclusief konijnentandjes - op een affiche voor ons vegetarische evenement V-day. Je was toen de enige echt overtuigde veggie BV. En ik bedoel wel degelijk écht overtuigd: in Humo liet je ooit eens noteren dat je een broodje waar vlees op gelegen had net zo min zou aanraken als een broodje dat met stront in contact geweest was. Vlees is stront, zo zei je toen. Ook in het interview dat ik destijds van je afnam, kwam je heel overtuigd over.

Ondertussen ben je al lang geen vegetariër meer. We lazen dat vorige week nog eens in de krant (GVA, 6/6/2011):

Vegetarisch eten bleek er na 15 jaar te veel aan te zijn. Niet genoeg tijd. (...)
"Vijftien jaar lang at ik geen vlees. Uit ideologische overwegingen. Maar sinds een jaar of zes heb ik het vegetarisme achter mij gelaten. Het is een gezonde levensstijl als je er veel tijd in steekt. Tijd die ik niet meer had, of er in ieder geval niet meer voor over had. Ik ben heel vaak onderweg. Op dagen dat ik moet optreden, wil ik wel eens een lekkere snelle snack. Wel, in een frituur vind je geen quorn en een lekkere vegetarische pitta ben ik ook nog niet tegengekomen. Zelfs thuis is het niet makkelijk om lekker vegetarisch te koken. Het vergt denkwerk, creativiteit en - alweer - tijd. Lekker koken begint bij goede basisingrediënten. Een heerlijk stuk vlees heeft niet veel nodig. Kort bakken, beetje mosterd, wat munt: heerlijk! Vleesvervangers als tofu of quorn bevatten op zich niet veel smaak. (...)"


Ongetwijfeld is vegetariër zijn vandaag nog een stuk moeilijker dan gewoon als omnivoor door het leven gaan. Onze maatschappij is nog niet helemaal ingesteld op mensen die geen vlees en vis willen eten. En als je je vaak moet verplaatsen en bij andere mensen moet eten wordt inderdaad het nog wat moeilijker.

Het is niet aan mij om te oordelen of jij wel of niet tijd hebt of moet maken voor lekker vegetarisch eten. Maar ik kan het natuurlijk wel jammer vinden dat je op deze manier nog minder mensen warm maakt voor duurzaam en diervriendelijk eten.

En er is de laatste jaren toch heel wat veranderd. Vegetarisch eten wordt hoe langer hoe makkelijker, en met een minimum aan creativiteit en één goed kookboek kom je een heel eind. En jawel, er zijn ondertussen al véél frituren waar je een vegetarisch alternatief kan krijgen.

Er lopen honderd duizenden vegetariërs rond die het wél doen, en daarbij zitten ook bekende mensen, zoals Moby, die zelfs veganist is, en die - zo vermoed ik - ook een druk leven heeft. Of Morrissey, dankzij wiens celebrity-impact de Lokerse Feesten een dag vleesvrij zijn (wereldnieuws zelfs).

Dus Axl, mogen wij van een weliswaar drukbezet maar toch nadenkend mens als jij een extra efforke verwachten? Als we je kunnen helpen met recepten, eetadressen, kooktips... je weet ons te vinden! Als je in Gent bent: ik trakteer een veggieburger in het beste frietkot van België.

woensdag 8 juni 2011

Vegetarische verbeelding

Ongeveer iedereen is tegen de wrede behandeling van dieren, en wil dat dieren een "goed" leven hebben. Maar tegelijkertijd doen de meeste mensen goed hun best om niet te moeten zien wat er in de wereld met dieren gebeurt. Vooral dan met de dieren die op ons bord belanden. Wanneer het daarover gaat - over vlees dus - zijn we meesters in het ontwikkelen van excuses, rationaliseren we alle ongemak weg, of kijken we gewoon de andere kant op. Ik kan het weten: ik realiseerde me rond mijn twaalfde dat het meer steek hield om vegetariër te zijn, maar was jammer genoeg een enorme liefhebber van vlees. Tien jaar lang heb ik eindeloos veel excuses gebruikt en ben ik erin geslaagd om mijn biefstuk te blijven eten. Tot ik, rond mijn 22ste, de discipline had om ermee te stoppen. En vanaf dan werd het een tweede natuur om geen vlees - en later ook geen dierlijke producten te eten.

De wereldwijde reactie op de beelden van het slachten van uit Australië geïmporteerde koeien in Indonesië, toont aan dat dierenleed ons niet koud laat. Meestal maar voor heel even, tot de volgende maaltijd. Dan is het weer tijd voor rationaliseren en excuses maken. Ik weet het, ik deed het tien jaar lang.

Maar net zoals ik de cognitieve dissonantie niet kon volhouden, konden ook vele anderen ze niet volhouden. En zullen nog veel meer anderen ze niet volhouden. En zal de mensheid als geheel ze niet volhouden. Het zal nog lang duren, maar ik twijfel er geen moment aan dat we ooit vol onbegrip naar deze tijd zullen terugkijken, en ons zullen afvragen hoe het mogelijk is geweest. Net zoals we dat nu doen over de slavernij of de holocaust. We zullen ons afvragen wat ons in godsnaam bezielde, en waarom het zolang geduurd heeft om tot inzicht te komen. We zullen lachen met de argumenten die zelfs de meest rationele en intelligente geesten gaven om de hedendaagse praktijken goed te praten. We zullen ons verbazen over de filosofische kronkels die gebruikt werden om het doden en eten van dieren te rechtvaardigen.

Om maar even aan te geven dat ik niet de enige gek ben die er zo over denkt: Jeremy Rifkin, niet direct de eerste de beste, schrijft in zijn laatste werk The Empathic Civilization

The extension of empathy to include all living beings is a significant milestone for the human race. While the animal rights movement is still nascent, it is a possbile harbinger of the coming Age of Empathy.

Allemaal utopie, zullen velen denken. Maar waarom eigenlijk? Als we de planeet niet opblazen en hier nog honderden, duizenden, tienduizenden jaren rondlopen, dan kan er vanalles gebeuren. Met onze moraal, met ons hoofd, met ons hart, met wat er op ons bord ligt. Tijd voor meer verbeelding!

Het ergste beroep

Na het zien van beelden van wrede toestanden in Indonesische slachthuizen, besloot de Australische regering de export van runderen naar hun nummer 1 exportland tijdelijk te staken. Indonesië neemt 60% van de runderen af van Australië. Een dappere beslissing dus.
Maar moeten we echt verbaasd zijn wanneer er in slachthuizen wreedheden gebeuren? Hoe je het ook draait of keert, op welke manier je het ook doet, dieren aan de lopende band slachten is niet alleen dieronwaardig, maar ook mensonwaardig. Bijna iedereen die vlees eet, speelt deze taak door aan een kleine groep mensen die dit vreselijke beroep dag in dag uit uitoefenen. Alleen al dit loutere feit doet tot nadenken stemmen over de praktijk van het vlees eten. (link)

vrijdag 27 mei 2011

Doden en laten doden

Marc Zuckerberg, oprichter van Facebook (en dus miljardair), zei recentelijk in een mail aan Fortune Magazine dat hij "basically a vegetarian" is: hij eet enkel dieren die hij zelf doodt. Zo bracht hij al onder meer een kip en een geit om het leven. Elk jaar kiest hij naar eigen zeggen een uitdaging. Zijn uitdaging voor 2011 is: dankbaar zijn voor zijn voedsel en niet meer vergeten waar het vandaan komt.

Wat moet een mens daarvan denken? Wat moet een vegetariër daarvan denken (een echte dan)? Op onze Facebookpagina (die er zonder Zuckerberg niet zou zijn, maar dat is nevens de kwestie), wordt er duchtig over gediscussieerd. Sommige mensen wijzen erop dat de Facebookbaas minder hypocriet is dan al de mensen die dieren laten doden voor hen en er verder niet bij nadenken, en geven ook aan dat Zuckerberg alvast heel wat minder vlees eet (en dus minder leed veroorzaakt) dan de gangbare omnivoor. Anderen kunnen hun walging niet onderdrukken: iemand die een dier persoonlijk kan kennen en het dan eigenhandig de keel oversnijden, daar moet iets mis mee zijn, zo zegt iemand.

Ik deel eigenlijk een beetje beide standpunten. Zuckerberg is een anecdotisch geval apart, maar we zouden zijn aanpak en attitude kunnen veralgemenen naar bijvoorbeeld jagers die enkel zelf geschoten wild eten. Enerzijds eten ze zo wellicht meestal veel minder vlees en gaan ze de confrontatie met waar hun eten vandaan komt niet uit de weg - in tegenstelling tot de gemiddelde omnivoor ("nee, ik wil dat filmpje niet zien, want mijn vlees zal me niet meer smaken"). Anderzijds bedenk ik me altijd: wat gaat er om in het hoofd van iemand die in koelen bloede naar een mooi dier kan kijken, zijn geweer kan nemen, en het een kogel door de borst kan jagen? Ik wil zo'n mensen niet veroordelen, maar alleszins: ik zou twee keer nadenken eer ik ze zou laten babysitten over mijn kinderen (als ik er al had).

Als ik me de vraag stel voor wie ik het meest respect heb - namelijk voor de persoon die de dieren die hij opeet, zelf doodt, of de persoon die dat niet aankan maar die dieren voor hem laat doden en daar verder geen erg in heeft - dan weet ik het antwoord niet. Dan maar een andere vraag bekijken. Los van wat het best/meest moreel is voor mensen om te doen: welke actie of houding geeft het beste resultaat voor de dieren? Een jager (of Zuckerberg) doodt een dier dat wellicht een beter leven gehad heeft dan een dier in de intensieve veeteelt. Maar anderzijds wordt het dier dan wellicht niet altijd op de meest pijnloze manier gedood (een jager schiet niet altijd meteen raak).

Veel dilemma's dus. Eén manier om eraan te ontsnappen is gewoon geen vlees eten. De simpelste oplossing.

zaterdag 21 mei 2011

Gedaan met de veggieworst?

Fenavian is de nationale federatie van fabrikanten van vleeswaren en vleesconserven. Als het aan deze organisatie ligt, mogen vegetarische producten in de toekomst niet langer namen krijgen als "vegetarische worst", "vegetarische burger" of "vegetarisch gehakt". Dergelijke productnamen zouden namelijk misleidend zijn voor de consument (lees VILT-artikel).
Fenavian lijkt te denken dat de consument, wanneer hij worst, paté of salami ziet - ook al wordt die duidelijk verkocht als "vegetarisch" of "zonder vlees", meent dat hij vleesproducten koopt (zoals hij ongetwijfeld denkt groenten en fruit te kopen wanneer hij "vleessalade" of "zeevruchten" in zijn karretje gooit). Volgens Fenavian schaden de huidige handelspraktijken de vleeswarenindustrie, en is de sector voorwaar het slachtoffer van oneerlijke concurrentie.

De vleesverwerkende industrie staat voor een omzet van € 3,5 miljard, 12.000 werknemers en 400 bedrijven. Ze neemt het grootste aandeel in binnen de Belgische voedingsindustrie. De markt van vegetarische producten in ons land is daarmee vergeleken niet meer dan peanuts. Het gaat om een kleine groep bedrijven, bijna uitsluitend KMO's, waar er heel wat tussen zitten bij wie factoren als duurzaamheid en gezondheid een heel grote rol spelen. Een beetje kleingeestig dus, dat Fenavian zich daardoor oneerlijk beconcurreerd voelt, denk ik dan.

Vleesvervangers hebben ook onder (parttime) vegetariërs hun voor- en tegenstanders. Voor vele veggies hoeven vegetarische producten niet op vlees te lijken, naar vlees te smaken of als vlees aan te voelen. Maar voor vele anderen, en vooral voor de grote massa van consumenten die redelijk nieuw zijn wat vegetarisch maaltijden betreft, kunnen vleesvervangers - zeker als ze een naam hebben die aan vlees doet denken - de kloof helpen dichten tussen wat vertrouwd en wat nieuw is. Als een vleesvervanger de vorm heeft van een worst en ook (vegetarische) worst genoemd wordt, zegt dat aan de onervaren consument zoveel als: "ik doe denken aan worst, je kan me klaarmaken als worst." En op die manier wordt zo'n product al makkelijker meegegraaid uit het winkelrek. Dat Fenavian dat wellicht liever niet ziet, is te begrijpen - elke verkochte veggieburger is immers een vleesburger minder verpatst - maar het is een uitstekende zaak voor het milieu, voor de gezondheid van de consument, en voor het dierenwelzijn.

Wie geen zand in zijn ogen heeft, weet dat de westerse wereld haar vleesconsumptie dringend moet verminderen. De grote vraag blijft: hoe? Er is immers totaal geen vegetarische traditie in West-Europese landen. Drempelverlagende producten (inclusief hun namen) kunnen een belangrijk steentje bijdragen. Alle redenen dus om te pleiten voor het laten voortbestaan van veggieworsten, veggie préparé, veggie filets, veggie salami en konsoorten. Trouwens, ik ben er vrij zeker van dat vleesverwerkende bedrijven zich in de toekomst meer en meer zullen bezighouden met vleesvervangers (Enkco is een voorbeeld). Met haar huidige aanval snijdt Fenavian dus... in haar eigen vlees.

zaterdag 7 mei 2011

Over het taboe van minder vlees

Onderstaande column verscheen op www.cera.be. Reacties achterlaten kan daar.

Ondanks het succes van campagnes als Donderdag Veggiedag of Dagen zonder Vlees (wat heeft u tijdens de Vasten gelaten?) rust op het thema vleesvermindering (en zeker, godbetert, vegetarisme) in vele kringen nog steeds een groot taboe. Anno 2011 is de vleesconsumptie nog steeds een heilig huisje.

De potentiële voordelen van minder vlees - of minder dierlijke producten eten in het algemeen - zijn nochtans groot: een lagere CO2-uitstoot, een kleinere voetafdruk, minder waterverbruik, beter voor het dierenwelzijn, goed voor de volksgezondheid (verlaging van het risico op hart- en vaatziekten, sommige kankers, overgewicht...), beter voor de wereldvoedselvoorziening, een leuke variatie op de dagelijkse kost, enzovoort.

Kortom, eigenlijk zijn er weinig acties die zoveel positieve effecten tegelijk creëren als vaker eens vegetarisch eten. Vorige week publiceerde EVA de resultaten van een onderzoek dat we lieten uitvoeren door iVOX. Daaruit mag blijken dat ongeveer 1 op 2 Vlamingen alvast de intentie heeft om minder vlees te eten. Toch blijft de tegenstand groot - vooral vanuit sectoren die economisch betrokken zijn bij de vleesproductie. Maar is dat verzet terecht, en ook: is het wel de beste strategie?

Langzaam groeit de maatschappelijke consensus - zelfs in veeleer conservatieve kringen - dat de huidige dierlijke productie en consumptie niet duurzaam is, noch voor onze planeet, noch voor onze gezondheid. Bovenal is ze niet globaliseerbaar: Dat landen als China en India de westerse vleesconsumptie zouden evenaren, is praktisch onhaalbaar, maar de evolutie is bezig.
Laat ons dus even aannemen dat de vermindering van de dierlijke productie onvermijdelijk is. Kunnen we daar dan beter niet samen over nadenken? Een vegetarische organisatie als EVA juicht deze evolutie uiteraard toe, maar wil ze ook begeleiden. We willen de maatschappij, sector of consument ertoe verleiden na te denken over alternatieven, en vrijwillig de keuze te maken voor minder - nog voor we plots met ons hoofd tegen de muur lopen en het van moetens is.

Organisaties zoals EVA hebben trouwens ook raakpunten met andere groeperingen. Er is een plaats waar wij en onze vermeende “oppositie” elkaar kunnen ontmoeten. Eerst en vooral: wie minder vlees eet, blijft nog steeds een consument van voedingsproducten. Vleesminderaars en vegetariërs eten vaak meer groenten, fruit en andere producten van eigen bodem. Daarnaast zijn ook wij voor rechtvaardigheid: we willen een gezonde, duurzame, diervriendelijke wereld, maar ook een rechtvaardig inkomen voor onze lokale landbouwers. Het beperkte budget dat mensen maar aan voeding willen besteden, is niet bevorderlijk voor die rechtvaardigheid. Misschien moeten wij, de volgende keer dat Piet Vanthemsche bij IKEA protesteert tegen goedkoop vlees, naast hem staan en zijn boodschap versterken. Vegetariërs en de Boerenbond, voor één dag één front: het zou ongezien zijn.

zaterdag 30 april 2011

Zure Boerenbond


En het is weer tijd om het nog eens te hebben over onze vrienden van de Boerenbond. Vorige week Donderdag (veggiedag) voerde EVA een - al zeggen we 't zelf - toffe, ludieke actie rond vleesvermindering: we overtuigden slagerij Aula - de grootste van Gent - om speciaal voor die dag een heel uitgebreid assortiment vegetarische producten in hun toonbank te leggen. Maaike Neuville, slagersdochter uit Van Vlees en Bloed (en in 't echt vegetariër) was vriendelijk ingegaan op ons verzoek om de klanten te bedienen. De toog zag er (als we 't alweer zelf mogen zeggen) fantastisch uit. Net echt! Worsten, salami, satés, vol-au-vent... alles wat je maar wil (pleeeease kom me deze keer es niet af met dat anti-vleesvervanger verhaal, ok?).

Onze boodschap? Ook de slager kan een graantje meepikken en meesurfen op de trend naar minder vlees. Misschien kan die een aanbieder worden van dierlijke zowel als plantaardige eiwitten? Slager Dekeyzer was er ook alvast voor te vinden - hij heeft, zo zeiden we al schertsend, duidelijk meer hersens in zijn hoofd dan in zijn toog.

Kortom, een geweldige actie, die alweer op de nodige persaandacht mocht rekenen (zie bvb De Standaard). 's Avonds organiseerden we een vertoning van de Belgische documentaire LoveMeaTender, die 's die middag ook al in de senaat was vertoond.

VILT schreef een stukje, met daarin de reactie van de boerenbond - bij monde van woordvoerder Anne-Marie Vangeenberghe - op zowel onze actie als de film. Mevrouw Vangeenberghe verwijt de stad Gent mediageil te zijn en warm en koud tegelijk te blazen. Over LoveMeaTender meent ze dat het opnieuw geen objectieve film is geworden: de kijker zou geen duidelijkheid krijgen over de oorsprong en het tijdskader van de beelden. Uit goede bron weten we overigens dat de filmmakers in geen enkele van de Belgische bedrijven waar ze toegang vroegen, mochten filmen.
En dan nog een veralgemening (de woordvoerdster heeft de film vermoedelijk niet zelf gezien): "Volgens Vangeenberghe miskennen dergelijke films bovendien de voedingswaarde van vlees als bron van makkelijk opneembare eiwitten, vitaminen en mineralen," aldus VILT.

We moeten natuurlijk enige ruimte laten voor het feit dat we de woorden van mevrouw Vangeenberghe lezen door de filter van de journalist, maar toch: als de neerslag een beetje naar de geest is van wat de Boerenbond vindt, dan kunnen we hun reactie als redelijk zuur bestempelen. Wat ons betreft is LoveMeaTender een zeer gematigde film, waarin wellicht vele van de "minder flexibele" vegetariërs ontgoocheld zullen zijn. Er wordt geen pleidooi afgestoken tegen vlees (het woord vegetarisme of vegetariër komt er nauwelijks in voor), maar er wordt eenvoudigweg aangetoond dat het huidige systeem van dierlijke productie niet kan zorgen voor het voeden van 9 miljard mensen op een duurzame, gezonde en diervriendelijke manier. Dat is blijkbaar iets wat de Boerenbond nog steeds niet onder ogen wil zien, en dat is jammer.

Vegetarische acties bij de slager en de vertoning van een film die zelfs een aantal voorbeelden geeft van "diervriendelijk" vlees: ondergetekende vegetariër zou bijna gaan denken dat ie zichzelf aan het verloochenen is, met zoveel geleidelijkheid en compromissen. Maar nog kan het de Boerenbond niet bekoren. Niet dat we het daarvoor doen, maar toch: al lang stellen we de Boerenbond voor om samen te kijken hoe we tot geleidelijke en zachte verandering kunnen komen. Zogezegd wil Piet Vanthemsche de uitdaging aangaan, maar daar is in de praktijk weinig van te merken (op mijn vraag tot publieke dialoog alvast nog steeds geen antwoord). Van warm en koud tegelijk blazen gesproken.

VILT, tenslotte, schrijft: "Dat weerhoudt EVA er niet van om een uitgesproken pleidooi voor vegetarisme te voeren en mensen argumenten aan te reiken om geen vlees meer te eten." En dat terwijl onze hele werking en communicatie tegenwoordig is opgebouwd rond Donderdag Veggiedag. Niet dat vegetarisme ons ideaal niet is - daar moeten we niet flauw over doen - maar we kiezen voor een zachte, geleidelijke en positieve weg, waarbij we alle steakholders proberen te betrekken.

Ach ja, die mensen willen natuurlijk ook maar hun boterham verdienen. Maar moet daar nu altijd beenhesp op liggen?

dinsdag 22 februari 2011

2 goede en 1 slecht punt voor Piet Vanthemsche

Piet Vanthemsche blijft ons beroeren. Hij reageerde nog altijd niet concreet op mijn voorstel tot een open discussie, maar ik wil hem vandaag toch twee keer een goed punt geven, naast één slecht punt.

In het artikel Boerenarbeid krijgt te weinig maatschappelijk respect in Vilt zegt Piet dat vlees te goedkoop is:

Het is niet verantwoord om vlees aan dergelijk lage prijzen te verkopen. Maar het toont de kern van het probleem: eerlijke prijsvorming”, zegt de Boerenbondvoorzitter. “Boeren moeten aan steeds hogere eisen inzake leefmilieu en dierenwelzijn voldoen, terwijl zij de kosten niet kunnen doorrekenen.” Vanthemsche waarschuwt voor de ongelijke strijd met import van buiten Europa die niet aan diezelfde eisen gebonden is.

Het is een van de (weliswaar weinige) punten waarop we de Boerenbondvoorzitter kunnen bijtreden: vlees is te goedkoop (idem voor andere dierlijke producten). Milieu- en andere kosten worden niet doorgerekend in de prijs. De boeren krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten.

Tweede goed punt: vandaag in De Morgen staat bij een artikel over de hormonenkwestie een klein kaderstukje, met de spectaculaire titel "Volgens boerenbond eten we te veel vlees". U leest het goed. Vaak horen we landbouwers en mensen in de vleessector nog zeggen dat we méér vlees moeten produceren als we in 2050 negen miljard mensen willen voeden. Mr. Vanthemsche heeft 't wat ons betreft bij 't rechte eind wanneer hij zegt: "Onze vleesconsumptie zal naar beneden moeten, willen we over vijftig jaar aan de wereldwijde behoefte naar dierlijke eiwitten voldoen." You go, Piet!

Maar dan zijn slecht punt: "We komen er nooit helemaal van af [van het vlees, nvdr]... Want in een evenwichtig dieet hebben we ook dierlijke eiwitten nodig." Zoals vorige keer gezegd: we zijn al blij dat Mr. Vanthemsche het heeft over dierlijke eiwitten, en niet langer over vlees, maar toch: er zit niets in dierlijke producten dat je niet kan vervangen, en al zeker geen eiwitten. Over B12 kunnen we nog discussiëren: die krijg je niet binnen zonder dierlijke producten en als veganist moet je dus je voeding supplementeren met B12, net zoals varkens voeding krijgen die gesupplementeerd is met B12 :-). Maar eiwitten, nee, daarvoor hebben we op geen enkele manier dierlijke producten nodig.
Om de wetenschappelijke aanvaardheid van een veganistisch voedingspatroon duidelijk te maken, verwijs ik gewoonlijk naar het standpunt over veggie voeding van de American Dietetic Association (ADA, de grootste organisatie van voedingskundigen ter wereld). Als zij er geen graten in zien...

Zoals ik zei nodigde ik Piet Vanthemsche uit voor een open dialoog over vlees (zie een vorige post). Hij had eerder al gereageerd: " Ik wil best de discussie aangaan, maar dan vanuit wederzijdse erkenning en respect voor mekaars standpunt." Om hem te vergewissen van mijn erkenning en respect van/voor zijn standpunt, heb ik een paar weken geleden volgende voorgesteld als kader. Wij gaan er, als EVA, van uit van het volgende:

- de sector van de dierlijke productie is een belangrijke economische speler in België en stelt een hoop mensen te werk
- boeren hebben grote investeringen gedaan en willen daar graag een goede return uit
- uzelf (Piet dus) vertegenwoordigt en verdedigt deze groep, net zoals elke groep in onze maatschappij mag en moet vertegenwoordigd worden
- er is sprake van twee ver uiteenliggende standpunten (het onze en dat van jullie), wereldbeelden, visies... we moeten er begrip voor hebben dat mensen totaal verschillend kunnen denken en met de wereld omgaan.

Maar nog geen antwoord dus. Ik zal er maar van uitgaan dat hij het te druk heeft met de druk (op de vleesconsumptie).

PS: een grappig toeval waar mijn oog op viel: onder het kaderstukje in De Morgen staan de initialen van de journalist: BSE (net nu we vandaag ook dit lezen over Creutzfeldt-Jacob).

zaterdag 12 februari 2011

Beste Yves Desmet,

In De Morgen van 8 februari analyseert u de mediahetse rond Kalfje Willy. Knappe televisie, zo concludeert u, maar zeker geen "burgerjournalistiek die zijn kracht bewijst tegenover de klassieke media". Ik spreek me daar niet over uit. Waar ik het heel even over wou hebben is uw slotzin: “die ossobuco vanmiddag gaat er toch niet minder om smaken”.

Sta me toe, meneer Desmet. Ik vind u een intelligent persoon. Maar wanneer het om de maatschappelijk immer relevanter wordende kwestie van onze hoge vleesconsumptie gaat, hoopte ik op meer dan een dergelijke platitude.

Ik vraag me af, meneer Desmet, of u de Planet Watch-serie over vleesconsumptie en haar gevolgen heeft gelezen op de website van uw eigen krant, afgelopen maand? Daar wordt uitvoerig bericht over de impact van onze vleeshonger voor mens, dier en milieu. Voor die serie overigens onze welgemeende proficiat, maar ik vraag me af of u met die (toegegeven, virtuele) pagina’s iets anders heeft gedaan dan het vuur aansteken onder uw barbecue?

In uw stuk beschrijft u bovendien het Basta-barbecue tafereel met woorden als "tearjerker" en "emotionele toestanden", wat me doet vermoeden dat u, zoals zovele anderen, het geven om dieren (ook al is het soms op een zeer paradoxale en bevreemdende manier) afdoet als pure sentimentaliteit.

Maar ondertussen komt er van uw kant niets anders uit dan "en dan nu voor mij een ossobuco". Dat klinkt net zoals wat wij horen uit de mond van de die-hard vleeseters die geen enkele moeite doen om te luisteren naar de steeds luider klinkende roep om vleesvermindering en treiterend zeggen: “ik ga ne goeien biefstuk eten nu.”

Nee, zelfs van de opiniemaker van Vlaanderens meest progressieve krant, van iemand die bij het kruim van de intellectuele elite hoort, mogen we blijkbaar niet verwachten dat hij enige ratio aan de dag legt wanneer het vlees eten betreft. Wie is er dan emotioneel?

Verder wens ik u smakelijk eten.

Met vriendelijke groet,

Tobias Leenaert

P.S. En neen, ik wil u niet vertellen wat u moet eten. Ik wil gewoon een degelijk debat.