zondag 12 juni 2011

Vegetarisme, gulzigheid en gsm's.

Wanneer vegetariërs of dierenactivisten geen of weinig begrip hebben voor hun omnivore medemens, die, tegen alle berichten over dierenleed, klimaatverandering, gezondheidsepidemies enzovoort in, toch lekker à volonté vlees blijft eten, dan ben ik soms even zo vrij om hen op een paar dingen te wijzen (en soms moet ik dat ook bij mezelf doen, want ik ben ook niet altijd vol begrip, mens die ik ben). Ten eerste vraag ik hen of ze zelf ooit vlees gegeten hebben. In mijn geval: heel lang en heel graag, en 't was heel moeilijk om te veranderen (zie twee posts geleden). Ten tweede stel ik hen voor om eens te kijken naar een gewoonte die ze willen veranderen, maar waar ze nog niet in geslaagd zijn. In mijn geval, bijvoorbeeld: minder eten.

Ik ben net terug van een vegan festival in Malaga. We verbleven een week in een hotel aan de kust, waar de workshops en lezingen doorgingen. Twee keer per dag was er een groot vegan buffet. Dat betekende als het ware twee keer per dag eten - voor de mensen die het kennen - van het Komkommertijdbuffet. Na de eerste paar maaltijden heb ik bij mezelf bijna elke keer gezegd: dit is decadent, deze keer ga ik minder eten. Vandaag ga ik niet bijscheppen. Vandaag niet én frieten én spaghetti (niet dat ik erop moet letten voor de lijn of zo, want ik ben een van die types die nooit een gram bijkomt of afvalt, hoeveel ik ook eet). Maar dat is nooit gelukt. Er is iets in mijn maag, in mijn tong, in mijn hoofd... dat sterker is dan mezelf. Geen idee hoe het verklaard moet worden, maar ik worstel ermee, ik slaag er niet in, en het helpt me om te snappen dat sommige vleeseters wel willen maar niet kunnen.

Da's een voorbeeld wat het fysieke-gustatieve aspect betreft. Er zijn er ook cognitieve. Net zoals vele, ook verstandige, omnivoren niet willen weten dat veel vlees consumeren de aarde en de dieren gevoelige schade toebrengt, wil ik bijvoorbeeld liever niets lezen of horen over de mogelijke schade van telefoneren met een gsm. Gewoon omdat ik mijn gsm (zeg nooit gsm tegen een smartphone, mijn ding doet alles, behalve frieten bakken) heel graag gebruik. Net zoals een vleeseter heel graag zijn biefstuk heeft. Cognitieve dissonantie heet het. En het is des mensen. Ik pleit schuldig. (en neen, ik kan u niet vertellen of die gsm nu wel of niet schadelijk is, omdat ik er nog steeds niet genoeg over willen lezen heb)

Maar geen reden tot wanhoop. Ik geloof dat het hart en de rede samen ooit zullen zegevieren. Bij mij en bij iedereen. Ondertussen: smakelijk.