donderdag 1 december 2011

Afbouw, groei en export

Afgelopen dagen verschenen twee berichten over de toekomst van de veeteelt. Eén bericht ging over Nederland, het andere over Vlaanderen. Dat over Nederland had als titel "Nederland wil geen ongebreidelde groei van veebedrijven". Dat over Vlaanderen klonk als "overheid gaat Vlaamse varkenssector steunen". Het zijn twee verschillende artikels, over verschillende landen, over deels verschillende situaties, en ik wil niet teveel parallellen trekken, maar toch. Ook in Nederland viert de intensieve veeteelt hoogtij, maar tegelijkertijd beweegt er wel wat. Nederland heeft beslist dat de hele vleesproductie tegen 2020 duurzaam moet zijn. Als ze dat tenminste niet oplossen met een nog intensievere veeteelt, dan zijn we op goede weg.
In eigenland "waardeert de varkenssector de inspanningen die gedaan worden om het varkensvlees in het buitenland te promoten." (DS). De markt stagneert hier, dus we focussen op wie nog niet genoeg heeft van varkensvlees. Maar de echte interessante en relevante overheidssteun voor varkensbedrijven is steun voor afbouw. Steun om meer te exporteren naar het buitenland is wat duurzaamheid betreft korte termijndenken. Meer nog, het betekent in de eerste plaats de export van onze westerse milieu- en gezondheidsproblemen.