zondag 11 december 2011

Onze visie op voeding

Zodra we iets zeggen of posten (op Facebook of elders) over een of ander voedingsproduct, of zodra we ergens een recept zetten, krijgen we bij EVA vanalles te horen: dat gerecht of product is niet ok want (niet lokaal, niet gezond, niet lekker, niet dit, niet dat...). Het is alvast leuk dat voeding meer en meer mensen raakt, in die mate dat ze op zoek zijn naar de ideale voedingsproducten en zich kritisch opstellen naar alle facetten van voeding toe. Bij EVA hanteren wij een bepaalde visie op voeding, en om niet altijd hetzelfde te moeten herhalen, hebben we die even uitgeschreven. Het is een "work in progress." De tekst geeft een beetje weer hoe we op dit moment denken, maar dat kan veranderen. En alle input is welkom. Dus hier gaan we.

Voeding is complex. Je kan de kwaliteit van een maaltijd beoordelen op tal van verschillende criteria. Een chef kok zal vooral naar smaak kijken. Een non-profitorganisatie met een maatschappelijk doel, bekijkt andere criteria. Zo kunnen maaltijden, producten of voedingspatronen beter of minder goed scoren op het gebied van onder meer:

- milieuvriendelijkheid (en daarbinnen kan je nog kijken naar bvb CO2-voetafdruk, watervoetafdruk, enzovoort): is het product duurzaam geproduceerd? Is het seizoensgebonden, van lokale herkomst, biologisch...?
- fair trade: werd het product gemaakt en vermarkt met respect voor mensen?
- democratisch aspect: is het betaalbaar?
- gezondheidsaspect: is het product gezond, of tenminste niet al te ongezond?
- diervriendelijkheid: werden er dieren voor gedood of gebruikt? zo ja, werd het dierenwelzijn gerespecteerd?

Het ideale product of gerecht voldoet uiteraard aan alle mogelijke voorwaarden, maar... dat is dan natuurlijk ook maar een (voorlopig nog) zeldzaam ideaal. Soms kunnen verschillende criteria zelfs met elkaar conflicteren. Een milieuvriendelijk product is soms bijvoorbeeld niet diervriendelijk of omgekeerd.

Vandaar dat verschillende organisaties hun eigen prioriteiten hebben. Voor een organisatie als Oxfam is fair trade de "core business", en dus de prioriteit waarop zij een product afrekenen. Voor een organisatie als Velt is dat milieuvriendelijkheid. Voor gezondheidsorganisaties geldt het gezondheidsaspect als prioriteit.

Voor EVA is de belangrijkste vraag: is het product vegetarisch, of nog beter: veganistisch? Hoe minder dierlijke ingrediënten het bevat, hoe beter. EVA gelooft dat dit criterium gemiddeld gezien de grootste algemene positieve impact heeft op het welzijn van mens, dier en planeet. We beseffen dat dit voor discussie vatbaar is en niet absoluut is. Maar dit is ons uitgangspunt.

Dat EVA het vegetarische aspect als prioriteit neemt, wil zeggen dat EVA in de regel nooit een niet-vegetarisch product zal verkiezen boven een vegetarisch, ook al mag blijken dat het niet-vegetarische beter scoort op een of ander gebied (gezondheid, milieuvriendelijkheid, fair trade). De bottom line is dat de enige producten die door ons a priori worden uitgesloten, niet-vegetarische producten zijn. Veganistische producten worden verkozen boven vegetarische producten (als we een marge laten voor lacto-ovo-vegetarische producten, dan is dat vooral omdat het aanbod van 100% plantaardige producten niet altijd voldoende groot is).

Als we een tweede belangrijkste criterium moeten noemen dan is dat voor ons: smaak. Of het product/gerecht lekker is of niet, is van het grootste belang voor de afname ervan. Als we mensen willen enthousiasmeren voor een bepaald vegetarisch product of gerecht, dan moet het in de eerste plaats lekker zijn. EVA wil bovendien niet constant met “vegetarisch” naar buiten komen als een concept dat ethisch zeer zwaar is. Vegetarisch eten kampt nog altijd met vooroordelen omtrent smaak, variatie en creativiteit, en de beste manier om die te doorbreken is volgens ons... verleidelijk veggie zijn.

EVA kan om die reden in sommige omstandigheden “lekker” boven gezond en milieuvriendelijk stellen. Geef iemand een vegetarische maaltijd die wel gezond, maar niet lekker is, en in de meeste gevallen zal hij/zij ze niet opnieuw eten. Omgekeerd: een lekkere, maar nutritioneel niet volwaardige vegetarische maaltijd zal (onder de meeste omnivoren) wél het imago van vegetarische voeding ten goede komen. Dus ja, EVA kan bij momenten een veggieburger met frieten verkiezen boven een oergezond slaatje, wanneer het gaat om het bereiken van een breed publiek. Een heerlijke pasta die misschien niet helemaal volwaardig is omdat dit of dat nutriënt ontbreekt, kan te verkiezen zijn boven een perfect uitgekiende maaltijd als deze laatste minder aanspreekt. Of een gesuikerde cupcake boven een cupcake die zo on-zoet is dat een meerderheid hem té gezond noemt. EVA gaat ervan uit dat minder gezonde of niet 100% volwaardige maaltijden enkel een probleem zijn als ze te regelmatig (meer dan twee keer per week, pakweg) worden genuttigd.

Dit gezegd zijnde streeft EVA er altijd naar dat de maaltijden/producten die zij aanbiedt of ondersteunt, tegemoetkomen aan zoveel mogelijk criteria, en niet alleen vegetarisch (liefst veganistisch) zijn maar ook gezond, milieu- en mensvriendelijk. Aangezien dat, zoals gezegd niet altijd even haalbaar is, stelt EVA haar prioriteiten.

EVA gaat hier uit van stapsgewijze gedragsverandering. De meeste consumenten zullen hun voedingsgewoonten stap voor stap kunnen wijzigen, en niet alles ineens veranderen. EVA hoopt dat de bekommernis van de consument zich stapsgewijs uitbreidt, van een beperkt belang hechten aan één of twee factoren, naar een totale bezorgdheid die rekening houdt met zoveel mogelijk maatschappelijk relevante criteria.

Deze benadering, waarbij we niet hyperkritisch zijn ten opzichte van de producten die we ondersteunen, en duidelijke prioriteiten stellen, heeft volgende voordelen:

1. de consument wordt aangemoedigd. Hij of zij voelt zich niet overladen met verantwoordelijkheden die opgelegd worden zonder dat hij of zij er een eigen idee over kan of mag vormen aangezien de normen ‘vastliggen’. Wie het allemaal veel te moeilijk, te zwaar en te ingewikkeld vindt, houdt er in veel gevallen op voorhand mee op…
2. het is goed voor de uitbreiding van het marktaanbod. Wat vegetarische producten betreft is al te kieskeurig zijn een luxe die we ons nog niet kunnen permitteren. Aangezien een van de grootste drempels juist de vrees voor het ontbreken van goede producten is, is het belangrijk niet überstrikt te zijn bij de beoordeling van het aanbod.
3. de producent wordt aangemoedigd om goede vegetarische producten op de markt te brengen. De eisen zijn niet onhaalbaar.

Dit is de weg die we voorlopig bewandelen. Andere organisaties, of individuen, bewandelen een andere weg. Maar wellicht heeft iedereen die op een of andere manier met de waarden van voeding bezig is, hetzelfde doel: zorgen dat alle mensen lekker en voldoende kunnen eten van gezonde producten die geproduceerd werden in zo optimaal mogelijke omstandigheden voor alle betrokkenen (weze het de planeet of iedereen die ze bewoont).