woensdag 5 oktober 2011

Hamburger duurder, burger gezonder

(dit stuk verscheen in De Morgen van 5 okt)

Als alles volgens plan verloopt, eten de Denen binnenkort minder ongezonde voeding dankzij een net geïntroduceerde vettaks. Bij ons werd het idee bijna begraven nog voor het goed en wel geopperd werd. Onterecht, want de strijd tegen zwaarlijvigheid is dermate urgent dat vrijblijvende maatregelen niet langer volstaan.

Een paar cijfers: in België is bijna één inwoner op twee te zwaar. In Europa stijgt het aantal kinderen met overgewicht met 400.000. Doordat overgewicht en zwaarlijvigheid risicofactoren zijn voor diverse chronische aandoeningen, verhogen ze de kans op een vroegtijdige dood met dertig procent. De gezondheidskosten die gepaard gaan met een te hoog gewicht bedroegen in België in 2004 zes procent van het totale RIZIV-budget. Personen met obesitas kosten de gezondheidszorg gemiddeld 25% meer.

Gerenommeerde gezondheidsorganisaties trokken met dergelijke cijfers al meermaals aan de alarmbel, maar een oplossing voor het probleem is nog niet in zicht. Enkel wanneer consumenten, de voedingsindustrie en de overheid hun eigen specifieke verantwoordelijkheid opnemen, kunnen we echte stappen vooruit zetten. Alles overlaten aan de burger, die dagelijks gebombardeerd worden met reclameboodschappen, is onrealistisch. Vele van de geadverteerde producten zijn bovendien letterlijk verslavend, en zijn goedkoper en makkelijker vindbaar dan gezondere alternatieven.
Zelfregulering van de sector kan een belangrijke rol spelen, maar heeft ook zijn grenzen. Wat dan met de overheid? Die is niet alleen medeverantwoordelijk voor de gezondheid van haar burgers, maar ook voor de economische gezondheid van het land. Gezondheidsbudgetten blijven pompen in steeds meer ongezonde mensen, zonder dat dit vergezeld gaat van sterkere maatregelen, staat gelijk aan dweilen met de kraan open.

Een beleid dat enkel gericht is op preventie is gedoemd om te falen. Volgens het rapport Fit not Fat van de OESO (sterk aanbevolen lectuur) is de situatie dermate dramatisch dat er moet gestreden worden op diverse fronten: preventie, individuele begeleiding, sensibiliserende campagnes én fiscale maatregelen. Het spreekt voor zich dat de eerste drie luiken handenvol geld kosten - geld dat je onder meer kan genereren met fiscale maatregelen.

Tegenstanders van een vettaks argumenteren dat die niet democratisch zou zijn en minder gegoede mensen het zwaarst zou treffen. Laat ons het inderdaad vooral hebben over sociale onrechtvaardigheid. Nog volgens de OESO hebben lager opgeleide vrouwen twee à drie keer meer kans om zwaarlijvig te worden dan hoger opgeleiden mensen. Zwaarlijvige mensen verdienen tot achttien procent minder dan niet zwaarlijvigen. Daarnaast hebben kinderen met minstens één zwaarlijvige ouder drie à vier keer meer kans om zelf zwaarlijvig te worden. De overheid kan net sociale rechtvaardigheid nastreven door deze situatie aan te pakken.

Het lijkt natuurlijk sympathieker om ons te beperken tot het goedkoper maken van gezonde voeding, maar op dat gebied zouden we wel eens bedrogen kunnen uitkomen: een recente experimentele psychologische studie toont aan dat ongezonde voeding duurder maken efficiënter zou zijn dan gezonde voeding goedkoper. Dat laatste zorgde in het experiment namelijk voor een hogere aankoop in calorieën, omdat met het uitgespaarde geld ongezonde voeding werd aangekocht.

Waar zou in deze tijden bovendien het geld gehaald moeten worden om gezonde voeding goedkoper te maken? De opbrengsten van een taks op ongezonde producten kan je meteen opnieuw besteden om groenten, fruit, peulvruchten, volle granen, enzovoort goedkoper te maken of te promoten, de begeleiding door diëtisten te ondersteunen, sportinfrastructuur uit te bouwen, enzovoort.

Het gaat hier niet om regeltjes en verbodstekens die de levensvreugde wegnemen en de burger vertellen wat hij wel of niet moet eten, maar om een verhoging van de levenskwaliteit, niet alleen op latere leeftijd, maar ook hier en nu. Een vettaks kan deel uitmaken van een pakket van maatregelen om de toenemende welvaartsziekten een halt toe te roepen. En aangezien ongezonde producten vaak ook meer milieubelastend zijn (denk vooral aan vlees en andere dierlijke producten), zou zo’n taks ook grote winst kunnen betekenen voor het milieu en de CO2-uitstoot kunnen helpen reduceren. Goed voor de mensen, goed voor de planeet, én het brengt geld op. Van hoeveel dingen kan je dat vandaag nog zeggen?

Een overheid bewijst haar burgers dus geen dienst wanneer ze een urgente gezondheidsoefening onder het mom van butteling en spijzing van de staatskas meteen naar de prullenbak verwijst. De vettaks verdient een degelijk debat.

EVA organiseert op 5 november een studiedag met onder meer een politiek debat over fiscale maatregelen om gezonde voeding te bevorderen (veggiestudiedag.blogspot.com)