dinsdag 19 maart 2013

Kiezen voor optimisme

"Optimisme is een morele plicht." Die bekende oneliner van Karl Popper, af en toe in de mond genomen door Guy Verhofstadt (doch dit terzijde), is een van mijn favoriete quotes. Een andere, daarbij nauw aansluitende, klinkt als volgt: of je nu gelooft of je iets kunt, of gelooft dat je iets niet kunt: in beide gevallen heb je wellicht gelijk. Doordenkertje :-)

De positieve kant van de dingen zien is een gewoonte die ik heb moeten aanleren - ze kwam niet van nature. Vroeger was ik eerder een zwartkijker. Maar ik weet niet hoeveel jaar geleden realiseerde ik me dat je niet alleen kan kiezen waar je op focust (op het positieve of op het negatieve bijvoorbeeld), maar dat die keuze ook een belangrijke impact heeft op je geluk, op je succes, op wat je doet in de wereld, op je energiepeil... Zo evident, maar toch... mocht iedereen dat constant in het achterhoofd houden (en ook ik kan het nog lang niet altijd), dan zou de wereld er wellicht heel anders uitzien.

Ik heb de indruk dat een positieve kijk onder mensen die willen werken aan een beter milieu, een andere wereld, een betere situatie voor dieren, of wat dan ook, nog minder evident is dan onder de "algemene" bevolking. Zo vaak lees of hoor ik: "mensen zijn egoïsten". "Mensen zullen niet veranderen". "Mensen denken enkel aan zichzelf". Enzovoort. Natuurlijk raak ik ook wel eens ontmoedigd, en heb ik van die gedachten, maar er zijn dan altijd snel andere, positievere gedachten die meer op de voorgrond komen. Ik geef er u een paar.

Je mag zeggen wat je wil van mensen, maar het is in de geschiedenis van onze aarde, voor zover we die kennen, nog nooit eerder gebeurd dat een diersoort zo massaal bezig was met het lot van anderen. Denk eens aan alle mensen in de ziekenzorg, armenzorg, mensen die actief zijn voor het milieu, in dierenorganisaties... Ja, misschien is het geweld vandaag ongezien (en dan nog, Steven Pinker toont aan dat 't vroeger erger was), maar ook dit is ongezien: miljoenen mensen die bezig zijn met andere mensen (en zelfs andere diersoorten) te helpen. Of zoals Jane Goodall zegt: je kan geen probleem vinden in de wereld waarvoor er geen mensen aan een oplossing aan het werken zijn.

Daarnaast bedenk ik me ook altijd: mensen veranderen. Mensen evolueren. Mensen groeien. Zelf was ik vroeger de grootste vleeseter die je je maar kon indenken, en vegetariërs ging ik te lijf met massa's onlogische en absurde argumenten. Vandaag is het anders.

Je kan je gedachten kiezen. Of dat alleszins leren. Als ik ergens een vreselijke youtube video tegenkom van groot onrecht of leed, dan dacht ik vroeger: wat voor een klootzakken die zo'n dingen doen. Vandaag denk ik: hoe geweldig, dat die zaken vandaag aan het licht komen, dankzij moderne technologie en mensen die er genoeg om geven om ze te verspreiden.

Wie weet raak ik ooit ontmoedigd, maar vandaag kies ik ervoor om in mensen te geloven. Ik geloof in onze rationaliteit en onze empathie. Als die er nog niet zijn, dan komen die er. Het heeft weinig zin om iets anders te geloven.

Kijk even naar deze foto's. Het zijn de gezichten van een aantal toeschouwers, die beelden van wrede slachthuisbeelden zien. Ja, het is makkelijk om te zeggen: ze zien dat, en dan gaan ze thuis vlees eten. Wellicht wel, maar je ziet dat deze mensen voelen. En dat, als ze maar genoeg voelen, als die deur altijd maar een beetje wijder wordt opengezet en als ze altijd maar een tikkeltje minder bang worden, ze ooit anders zullen handelen. Het klinkt misschien naief, maar mij geeft die gedachte energie. En deze gezichten geven me hoop. Ze vertonen misschien, ondanks het verdriet en de afschuw die erop te lezen staan, de mooiste gelaatsuitdrukkingen die ik ken.

zondag 17 maart 2013

Zo vrij als een veggie

Wij mensen hebben een hoge drang naar vrijheid. We willen liefst zoveel mogelijk kunnen doen wat we willen, zonder restricties. De dames van Pussy Riot moeten kunnen zingen wat ze willen, Salman Rushdie moet kunnen schrijven wat ie wil. We willen de vrijheid om Sarkozy een "con" te noemen en de vrijheid om een nationale vlag te verbranden.

Natuurlijk zijn er grenzen en meningsverschillen daarover. De vrijheid om wapens te dragen in de VS wordt niet door iedereen als nastrevenswaardig gezien. Maar op het gebied van eten is vrijheid nog steeds koning. We willen vrij zijn om te eten wat we willen. Ik eet mijn biefstuk, jij eet je zeewier en je bonenprutje. Verplicht me zelfs niet om één dag vegetarisch te eten. Geen betutteling! Raak niet aan mijn keuzevrijheid. Zo gaat de redenering.

Ik ben de laatste om keuzevrijheid weg te nemen (ook op Donderdag willen we dat mensen nog steeds kunnen kiezen voor vlees), maar laat ons even eerlijk zijn daarover. Die keuzevrijheid is vaak voor een groot stuk een illusie. Zeker op het gebied van eten. In welke mate kiezen we zelf wat we in onze mond steken? Natuurlijk beslist de gemiddelde supermarktbezoeker zelf of er vanavond worst of kotelet op het menu staat, met frieten of met aardappelpuree. Maar hoeveel wordt zijn keuze beïnvloed door traditie? Door wat zijn ouders aten? Door afprijzingen? Door het aanbod in de supermarkt en dus door de aankopers? Door wat de TV-chefs gekookt hebben de avond ervoor? Door de reclame (zie een vorig stukje daarover)? Vorige week bleek duidelijk hoe groot de invloed van commerciële belangen op ons bord wel is. Het populaire VRT programma Dagelijkse Kost "krijgt 282.500 euro van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) om bepaalde ingrediënten in de kijker te zetten," zo schreef De Standaard. Als dat geen (slinkse) betutteling is van de Vlaamse consument dan weet ik het ook niet meer...

De meeste vegetariërs die ik ken zijn heel bewust bezig met voeding. Ze weten meer dan gemiddeld waar hun eten vandaan komt en wat er in zit. Ze hebben voor zichzelf heel duidelijke criteria opgesteld rond wat ze wel en niet willen eten. Ze laten zich een pak minder misleiden door reclame. Ze eten niet zomaar wat hun ouders en grootouders aten, maar hebben over hun voeding nagedacht. En dat neemt allemaal niet weg dat ze genieten van lekker eten. Misschien nog meer dan andere mensen.

Dus ik durf zeggen: wat voedingskeuzes betreft, is niemand zo vrij als vegetariërs en andere bewuste eters.

dinsdag 12 maart 2013

Wat eet je dan in godsnaam?

Het moet een van de meest gestelde vragen zijn aan vegetariërs (en a fortiori aan veganisten): "wat kan je dan eigenlijk nog eten?". In de ogen van elke doorwinterde veggie, of zelfs maar van een flexitarische amateurkok, is het een vreemde vraag, en mijn antwoord erop is steevast: ik ben er 100% zeker van dat ik een rijker arsenaal aan ingrediënten en producten in mijn keuken heb dan 99% van de omnivore Vlamingen. Waarom? Als je vlees en vis vermijdt, ga je automatische op zoek naar alternatieven. Je komt in biowinkels, Aziatische specialiteitszaken, bij Afrikaanse kruideniertjes en weet ik veel, waar je producten ontdekt die je nog nooit geproefd of in je kast gehad hebt. Je verbreedt je horizonten, wordt avontuurlijker, breidt je smakenpalet uit en gaat voorbij de kerktoren van aardappelen-vlees-bloemkool kijken.

Toch is de vraag niet zo verwonderlijk. Eigenlijk is ons deel van de wereld (West-Europa zeg maar) misschien wel de minst goede voedingsbodem voor vegetarisch eten die je je maar kan inbeelden. De Franse (en andere Europese keukens) leggen de focus op vlees, en groenten zijn een versiering. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor de meeste mensen nog steeds een moeilijk in te beelden concept. En er is ook helemaal geen traditie om op terug te vallen. In lezingen en presentaties vraag ik het publiek altijd: "wie van jullie kan me een vegetarisch hoofdgerecht opnoemen dat hij of zij doorgekregen heeft van moeder of grootmoeder?". Afgezien van de sporadische stoemp, of niet helemaal correcte antwoorden zoals bijgerechten of soep, is het altijd stil in de zaal.

Ik vertelde dit laatste gisteren even aan twee Indische journalisten die me interviewden. De dames konden hun oren niet geloven. Tijdens een reis in India vertelde een gastvrouw me dat ze drie keer per dag voor me kon koken, een heel jaar lang, zonder ooit hetzelfde gerecht te maken. De twee journalisten bevestigden dat een Indische vrouw inderdaad vaak een repertoire heeft van meer dan duizend recepten (die dan nog per regio verschillen). Die wat-eet-je-dan?-vraag, die zij ook soms krijgen wanneer ze westerse landen bezoeken, is voor hen dus ook totaal niet te begrijpen.

Vegetarische Indiërs die niet-vegetarische landgenoten willen bewustmaken van de voordelen van vegetarisch eten, moeten eigenlijk alleen het waarom uitleggen. Eens iemand dat waarom inziet, weet hij of zij wat te doen in de keuken. Niet zo hier. Als wij aan sensibilisering doen, moeten we het hebben over het waarom en het hoe. Als we duurzamer, gezonder en diervriendelijker willen leven, zullen Vlamingen, net zoals andere Europeanen, een beetje opnieuw (of voor de eerste keer) moeten leren koken. Ze kunnen daarbij leentje-buur spelen bij culturen die al vele jaren een rijke vegetarische traditie hebben.

Of ze kunnen het leren van de mensen die al vegetarisch eten. Dat zijn de mensen die, de volgende keer dat ze de wat-eet-je-vraag krijgen, kunnen antwoorden: "hoeveel tijd heb je?"