dinsdag 29 april 2014

De gril(l) van de mens

Dit artikel verscheen in De Standaard van 30-4-2014

Piet Huysentruyt gooit een kreeft levend op de grill en Vlaanderen kookt van woede om zoveel barbarij op TV. Mensen willen met Piet doen wat hij met de kreeften doet. Ook VIER is de kop van jut. Acteur Pol Goossen schreef dat hij er nooit voor zou willen werken.

De verontwaardiging is groot, zoals dat wel vaker gaat wanneer het om dierenleed in media of cultuur betreft - denk maar aan Jan Fabres katten. Er zijn op zo’n momenten altijd wel een aantal stemmen die zich afvragen waar al de heisa om draait, en of we ons niet beter met menselijk onrecht en onheil zouden bezighouden: de Syrische crisis, de treinramp in Congo, de verkeersdoden of armoede in eigen land, … Kreeften- en andere dierenkwesties verbleken erbij, klink het, en het zou gepaster zijn om onze verontwaardiging te reserveren voor dat mensenleed.

Er zijn echter een aantal zaken die maken dat dierenleed, en vooral dierenmishandeling, erg veel intuïtieve verontwaardiging opwekt. Er is eerst en vooral de weerloosheid van het dier. Van de zeven dieren die een Vlaamse familie neerknalt in vijf dagen in Zuid-Afrika (Terzake vorige week) tot de kreeft op de snijplank van Piet Huysentruyt: de getroffen dieren hebben geen enkel verweer. De onfairheid is wraakroepend. Des temeer omdat dieren letterlijk de vermoorde onschuld zijn.

De dieren hebben ook helemaal niets te maken met de situaties waar ze in belanden. Ze zijn geen consenting adults. Ze worden betrokken in het amusement en entertainment van mensen, zonder dat wij daar vragen bij stellen. We zien hen als gebruiksvoorwerpen waarmee we kunnen doen wat we willen. En dat terwijl we heel goed weten dat ze andere keuzes zouden maken, als ze konden.

Tergend is tenslotte ook dat het gaat om ellende die doorgaans niet algemeen afgekeurd wordt. Van onrecht tegen mensen mag je meestal aannemen dat de meeste fatsoenlijke burgers het tenminste in theorie afkeuren, en dat men er in een of andere mate politiek mee bezig is, dat er geluisterd wordt - ook al kan het allemaal lang duren. Bij dieren is het heel vaak niet zo. De woordvoerder van VIER vond het in zich om te midden van alle heisa te zeggen dat hij het probleem niet ziet en verdedigt onverdedigbare praktijken.

Samengevat, wie empathisch is en die kreeft voor een glunderende Huysentruyt ziet liggen, ziet een machteloos en onschuldig wezen, dat tegen zijn wil betrokken is geraakt in een of andere gril van de mens. Olie op het vuur is het besef dat de kwestie door velen niet serieus genomen wordt.

Voor wie deze verontwaardiging misplaatst vindt en meent dat we onze compassie in de eerste plaats moeten voorbehouden voor mensen: ons mededogen en ons gevoel voor rechtvaardigheid zijn geen eindige reservoirs, die je zorgvuldig en angstvallig moet verdelen over verschillende onderwerpen en doelgroepen. Empathie is een grondhouding, die zich uit naar alle wezens die belangen hebben. Er is geen reden waarom het zou moeten stoppen bij de soortgrens. Empathie voor dieren en mensen zijn bovendien verwant. Kinderen leren empathie op te brengen voor dieren rondom hen, op TV, in kinderboeken. Veel van diezelfde dieren vinden ze ook in de keuken en op hun bord terug. Het is daar en dan dat we hen iets kunnen leren over medeleven. Voor iedereen die voelt.