Doorgaan naar hoofdcontent

Je zou er vlees van gaan eten

Af en toe kom ik - live of op het web - vegetariërs of veganisten tegen die zo drammen, preken, duwen en doorbomen dat ik bij mezelf denk: ik zou er voorwaar bijna vlees van gaan eten. (Ik ben ook zo geweest, dus ik versta die mensen - maar dit terzijde.)

Dat is uiteraard geen serieuze gedachte, maar toch, de mogelijke negatieve effecten van goed bedoelde communicatie moeten we serieus nemen. Gisteren stootte ik op het artikeltje "Is Richard Dawinks leading people to Jesus?" Dawkins is zo ongeveer het vleesgeworden athëisme. De gedachte dat mensen het geloof nader zouden onderzoeken omdat ze zijn pogingen om anderen tot het atheïsme te bekeren te opdringerig of slecht geargumenteerd vinden, moet een kaakslag zijn voor de arme man.

Het doet me wat denken aan wat men in de wereld van de sales persuasion resistance noemt, of de natuurlijke afkeer die we hebben tegen pogingen om ons van iets te overtuigen. Mensen willen uiteraard niet overtuigd worden om iets te doen dat ze eigenlijk niet willen doen. Meer nog, de meeste mensen willen überhaupt niet overtuigd worden tout court, omdat overtuigd worden door iemand anders in hun ogen ergens gezichtsverlies betekent. Hun mening was niet goed genoeg, iemand anders heeft hen iets moeten doen inzien waar ze niet zelfstandig toe gekomen zijn, enzovoort. "Ik zal mijn leven zelf wel veranderen," hoor ik een vriend nog kwaad reageren op een boek waarop stond "dit boek verandert je leven".

Dat niet willen overtuigd worden slaat natuurlijk maar op weinig - we worden allemaal de hele tijd door vanalles en iedereen beïnvloed of overtuigd, soms druppelsgewijs, soms directer - maar het is nu eenmaal hoe we in elkaar lijken te zitten.

Als je wil dat mensen van mening of gedrag veranderen, kan je hen best niet het gevoel geven dat je ze wil overtuigen van iets.

Overtuigd?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren