vrijdag 4 mei 2012

Carnivoor? Geef het door!

Deze tekst verscheen in De Standaard van 23/3/2012 (onder een andere titel)

Onze voedingsgewoonten zijn dramatisch. Een onderzoek uitgevoerd in opdracht van VLAM toont aan dat de Belg langs geen kanten voldoende groenten en fruit eet, en vooral een vleeseter blijft. Ook nog vorige week werd het Nationaal Voedings- en Gezondheisplan van minister Onkelinx erg negatief geëvalueerd. Maar een heel land gezonder doen eten, hoe doe je dat?

Voor een efficiënte aanpak heb je voldoende middelen en een gestructureerde aanpak nodig. Een overheid heeft het echter sowieso moeilijk om te helpen bij gedragsverandering, aangezien wij mensen bijna van nature allergisch zijn aan betutteling van bovenaf. Zeker rond vleesconsumptie is de heersende attitude: “raak niet aan mijn biefstuk”. Zelfs wanneer initiatieven niet verder gaan dan sensibilisering, komt een defensieve houding al gauw naar boven en speelt het libertaire argument. We maken zelf wel uit wat we wel en niet eten, zo zeggen we, gemakshalve voorbijgaand aan het feit dat onze keuze enorm wordt beïnvloed door onder meer reclame en de eetgewoonten van onze ouders of onze cultuur. Komt daar nog bij dat veel gezondheidsinformatie onderling tegenstrijdig is, en het resultaat is dat velen van ons gewoon “foert” zeggen, en een en ander snel afdoen als gezondheidsfascisme en regelneverij.

Dat zet allemaal geen zoden aan de dijk. Obesitas en diabetes blijven toenemen, en kanker en hart- en vaatziekten blijven behoren tot de voornaamste doodsoorzaken. De kosten voor de gezondheidszorg swingen de pan uit en de vraag rijst hoe we dat allemaal betaalbaar zullen houden. Aandacht voor preventie is dus meer dan ooit nodig, en - zeker gezien massale reclame voor ongezonde producten - mogen we veronderstellen dat de consument het niet op zijn eentje zal rooien. Wat de rol van de overheid betreft moeten we dus een aanvaardbare tussenpositie vinden tussen niets doen enerzijds en opgestoken vingertjes en regels anderzijds.

Een mooie tussenweg tussen laissez-faire en opdringen, is het sturen van de consumptie door een vriendelijk duwtje in de goede richting - een aanpak die bekend staat als “nudging” of “choice editing”.
Zo’n duwtje of nudge kan gebeuren door de verantwoorde keuzes meer in het oog te laten springen, er iets extra bij te geven, ze in prijs te verlagen, sensibiliserende boodschappen te gebruiken op het juiste moment, enzovoort. Meer algemeen: zorgen dat het makkelijker wordt om het wenselijke gedrag te stellen - groenten en fruit eten bijvoorbeeld - en moeilijker om het te mijden gedrag te stellen - dit alles zonder verplichtingen of ontnemen van vrije keuze.

Het sturen van de zogenaamde “standaardoptie” is een interessante manier om de vraag subtiel te sturen. De standaard of default optie is wat de consument krijgt indien hij of zij géén actie onderneemt. Een bekend voorbeeld is orgaandonatie. Wanneer de standaardoptie is dat organen na iemands dood gebruikt mogen worden, blijken er veel meer organen beschikbaar dan wanneer iemand administratieve stappen moet ondernemen om dat mogelijk te maken. Het grootste effect dat meespeelt is wellicht de moeite die men moet doen voor verandering, maar daarnaast is het ook een logische reflex om te denken dat de standaardoptie wel niet voor niets de standaardoptie zal zijn.

Wat onze maaltijden betreft is de standaardwaarde momenteel uiteraard: mét (veel) vlees en een beperkt aantal groenten. Wie op het werk of op school niet expliciet kiest, krijgt vanzelf een niet-vegetarische dagschotel geserveerd. Dat betekent dat veel mensen in hun voedingskeuze gestuurd worden naar een bijna dagelijkse overconsumptie van vlees, wat noch een gezonde, noch een duurzame gang van zaken is.

In de praktijk kan dit bijvoorbeeld betekenen dat op scholen het standaardaanbod op bepaalde dagen vegetarisch is (zoals op donderdag in Gent), evenals de dagschotel in cafetaria’s en restaurants, of dat tijdens voorziene recepties of studiedagen de broodjes of maaltijden standaard vegetarisch zijn. Ook op het vliegtuig zou je, als je niets aangeeft, een vegetarische maaltijd kunnen krijgen. Of zoals de Nederlandse economiste Henriëtte Prast zegt: “Carnivoor? Geef het door!”

Als we echt iets willen doen aan de bestrijding van welvaartsziekten (om nog maar te zwijgen van het duurzaamheidsaspect van voeding), moeten we gezond eten zo makkelijk mogelijk maken. Of we kunnen over vijf jaar opnieuw collectief verontwaardigd zijn over onze rampzalige eetgewoonten en vaststellen dat er bitter weinig veranderd is, alle goedbedoelde initiatieven en campagnes ten spijt.