woensdag 9 mei 2012

Lekker niet met uitsterven bedreigd!

De Universiteit Antwerpen kondigde aan dat ze stopt met het serveren van tonijn. Dergelijke stapjes, ook al zijn het hele kleintjes, zijn een klein applaus waard want ze zijn zeldzaam. Proficiat dus aan de Universiteit Antwerpen.

Ondertussen achtte FEVIA, de federatie van de Vlaamse voedingsindustrie, het nodig om erop te wijzen dat niet alle tonijn met uitsterven bedreigd is en dat met name "tonijnsalade wordt gemaakt van niet-bedreigde soorten". De miliebewuste consument wordt dus gegarandeerd "dat hij of zij met een gerust hart een broodje tonijnsalade kan blijven eten."

Ik kan dat allemaal snappen binnen de context van hoe we vandaag over dieren eten denken, maar als je zo'n zaken beschouwt "vanuit vegetarisch standpunt", om het zo maar eens te zeggen, dan klinkt het allemaal vrij absurd. Wat onze omgang met dieren betreft kan je (vereenvoudigd) het volgende zeggen: we geven om huisdieren (honden, katten...) en om dieren die om een of andere manier leuk, interessant, spectaculair... zijn, zolang er niet teveel van zijn. Alle dieren (met mogelijke uitzondering van huisdieren) houden op interessant te zijn voor ons zodra er teveel van zijn. Wanneer ze met uitsterven bedreigd beginnen te worden, ontwikkelen we soms de neiging om ze te gaan beschermen (als we ze eten gebeurt dat met grote tegenzin). Met andere woorden, behalve bij katten en honden (en andere huisdieren) zijn enkel groepen van dieren of *soorten* "beschermenswaard", individuen niet of nauwelijks. De soort mag niet verdwijnen (daar zijn goede redenen voor), maar als er tienduizenden individuen verdwijnen van een niet bedreigde soort is er weinig aan de hand.

Vroeger mochten we geen tonijn eten omdat er bij de tonijnvangst ook dolfijnen (zeldzamere, interessante dieren) werden gevangen. Ondertussen zit de tonijn zelf in de knoei en wordt aangeraden om ook hem te sparen en niet bedreigde soorten te eten. Tot die dan weer bedreigd zijn. En zo gaat het voort.

Ik vind 't logischer, eenvoudiger en ethischer om uit te gaan van het individu. We moeten ons best doen om soorten voor uitsterven te behoeden (zeker uitsterven door ons toedoen), maar dat is lang niet genoeg. Een soort is (wellicht) geen entiteit met een bewustzijn, een soort op zich heeft geen gevoelens. Maar een soort bestaat uit (in het beste geval) miljoenen individuen die doorgaans elk op zich kunnen voelen, pijn kunnen lijden, belangen hebben. Als we over mensen nadenken denken we ook niet in termen van de soort maar in termen van individuen. Is er een reden om dat niet bij dieren te doen?