Doorgaan naar hoofdcontent

De toekomst is plantaardig. En bovenal lekker

(Onderstaande tekst verscheen in licht gewijzigde vorm in De Standaard opinie op 30 aug 2012)

Vlees eten heeft geen toekomst, kopte De Standaard woensdag. Aanleiding was een rapport uitgebracht door het Internationaal Waterinstituut in Stockholm. Volgens onderzoekers zal er, kort gesteld, maar voldoende water zijn als de hele wereld grotendeels vegetariër wordt. Iedere wereldburger vegetariër rond 2050? was dan ook de titel van een soortgelijk artikel in de Volkskrant.

Een toekomst zonder vlees: voor de meeste mensen is het een schrikbeeld. Ik was twaalf toen ik me realiseerde dat ik eigenlijk beter geen vlees zou eten, maar tussen droom en daad stonden veel praktische bezwaren in de weg. En ribbetjes. En steak au poivres. Uiteindelijk was het pas tien jaar later dat ik die heerlijkheden definitief vaarwel zei. Wat me tegenhield was vooral de vrees voor minder. Minder lekker, in de eerste plaats. Ik wist waarom ik het moest doen, maar ik was bang iets te verliezen waar ik al mijn hele leven intens van genoot.

Dat geldt, denk ik, voor de meeste mensen. Het appèl, vanuit erg gezaghebbende onderzoekers en instanties, om minder dierlijke producten te consumeren, klinkt alsmaar luider en dringender. Leg je alle argumenten bij elkaar, dan kom je tot een redelijk spectaculair plaatje:

Water sparen en de honger in de wereld tegengaan?
Eet minder vlees.

De obesitasepidemie helpen indijken?
Eet minder vlees.
De klimaatverandering tegengaan?
Eet minder vlees.
De intensieve veeteelt een halt toeroepen?
Eet minder vlees.
Zorgen dat er nog een Amazonewoud is voor onze achterkleinkinderen?
Eet minder vlees.
De gezondheidsuitgaven van de overheid beperken?
Eet minder vlees.


Wat een geweldig probleem is die vleesconsumptie toch, als ze zoveel oplossingen in zich draagt.

Desondanks... blijft vlees zo lekker, makkelijk, goedkoop en alomtegenwoordig. We leven vooralsnog in een carnivore cultuur. Vlees is de standaardoptie. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor vele mensen geen complete maaltijd. De veggie schappen in de supermarkten zijn nog te klein, en gezondere en meer duurzame producten zijn ook vaak duurder. Op elke straathoek worden we verleid door spotgoedkope worsten en gebraden kippen. Vlees minderen of vermijden is nog altijd stroomopwaarts roeien. Dat moet veranderen.

Wat houdt ons tegen? Dezelfde dingen die ons tegenhouden om andere grote uitdagingen zoals de klimaatverandering aan te pakken: gevestigde belangen, inertie, twijfel(zaaiers), een gebrek aan investeringen en politieke moed. Het is een situatie die om actie vraagt van alle stakeholders. We kunnen er niet om heen dat er zoals altijd een paar verliezers zullen zijn. Maar er valt vooral veel te winnen. Voor alle betrokken partijen zijn er immers geweldige kansen. Een paar voorbeelden.

Aan de productiekant: in de VS hebben de verstrekkers van risicokapitaal (de venture capitalists) het vleesprobleem én de navenante opportuniteiten ontdekt. Mensen zoals Biz Stone, de oprichter van Twitter, investeren er in onderzoek naar en ontwikkeling van de ideale vleesvervanger: een product dat qua smaak niet te onderscheiden valt van vlees, maar duurzamer, gezonder, diervriendelijker en goedkoper is. Aangezien mensen vooral op zoek zijn naar een bepaalde smaak en textuur, en er niet per se op staan om vlees van dieren te eten, is het maar een kwestie van tijd voor dergelijke producten massale afname vinden. Er zal goud te rapen vallen.

Aan de kant van de overheid: nieuwe lokale besturen die van start gaan na de gemeenteraadsverkiezingen in oktober hebben de kans om in hun gemeente of stad aandacht te schenken aan vleesvermindering. Zo stimuleren onder meer de steden Gent, Brussel, Mechelen en Sint-Niklaas al Donderdag Veggiedag. Zowel zij die bevoegd zijn voor gezondheid als voor duurzaamheid kunnen ermee aan de slag. Op federaal niveau kunnen op termijn enorme bedragen bespaard worden, zowel inzake gezondheids- als milieukosten.

Ook de consument slaat twee vliegen in één klap: de gezondheid van de planeet en die van ons lichaam gaan hand in hand. En op de koop toe gaat er een wereld aan nieuwe smaken, ingrediënten en producten voor hem open.

Over de dieren, die vandaag met zestig miljard per jaar veruit de grootste groep stakeholders vormen in dit verhaal, hebben we het dan nog niet eens gehad.

Een geleidelijke, ondersteunde evolutie naar een wereld zonder vlees: het is een win-win-win-win-win-win.

Ondertussen komt er al zo’n jaar of vijftien geen vlees of vis meer op mijn bord. Ik eet er niet minder smakelijk om, integendeel. Vanavond staat een heerlijke lasagne met geroosterde pompoen op het menu - met een eikgerijpte Chardonnay. Vlees eten heeft inderdaad geen toekomst, maar gezond en duurzaam eten wel. Die toekomst is plantaardig. En vooral lekker.

Tobias Leenaert

Op 6 oktober gaat op de veggiebeurs Veggielicious in Gent een debat door over de toekomst van ons vlees (www.veggielicious.be)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren